GO WILD! Top 10 drachtbomen voor bijen

tsgw opener

medium_tilia_henryana_12
Tilia (Linde) Foto; Van den Berk
medium_malus_toringo
Malus toringo Foto; Van den Berk

De bij heeft het moeilijk, iets wat u ondertussen vast heeft vernomen. Door de verstedelijking en de verschraling van het platteland hebben de bijen te maken met een teruglopend voedsel aanbod. Ook de varroamijt, een millimeter grote parasiet die sinds begin tachtiger jaren massaal voorkomt in de volken en ze verzwakt.  Insecticiden en fungiciden doen hun werk en daarvan worden ook bijen het slachtoffer. Wat kunnen tuiniers doen de bij te helpen bij overleven?

In ieder geval kunnen wij bijdragen door onze beplanting zo veel mogelijk te laten aansluiten bij de behoeftes van de bijen. In een eerder GO WILD!-bericht leest u over de top 10 vaste planten voor bijen en vlinders, en in deze aflevering van BNNVARA Zembla veel over het hoe en waarom van de bijensterfte. Ook in het bericht: Help de wilde bij overleven, veel informatie.

medium_gleditsia
Gleditsia (valse Christusdoorn) Foto; Van den Berk
medium_prunus_incisa
Prunus incisa (Fuji-kers) Foto; Van den Berk

In de natuurrijke tuin staan planten die wie ook in onze inheemse flora tegenkomen. Dit soort tuinen bestaan uit nagebootste natuur die ons ideaalbeeld hierover weergeven. De beplanting bestaat vaak uit kruidachtige vaste planten, botanische soorten, (en liever niet de vaak overgecultiveerde soorten), bloembollen die geschikt zijn voor verwildering, heesters en bomen.

medium_robinia_pseudoacacia
Robinia pseudoacacia (Gewone-, Schijn-, Witte- of Valse Acacia, Robinia) Foto: Van den Berk

Hoog boven ons hoofd leveren bomen een enorme bijdrage

Het aanplanten van bomen die voedsel voor bijen leveren, de zogenaamde drachtbomen, is daarmee ook populair én noodzakelijk geworden.

In steden en dorpen is er vaak weinig ruimte voor aanzienlijke groene oppervlakten. Met bomen daarentegen kunnen die oppervlakten boven de straat, op hoog niveau, wel worden gecreëerd. Het bloeiend oppervlak van een boom is bovendien vele malen groter dan de kroonprojectie en levert zo verhoudingsgewijs meer bloemen dan een gewas op straatniveau. Hoe ouder de boom en hoe groter de kroon, hoe beter.

In tuinen kunnen sierfruitbomen interessant zijn. Belangrijk om te weten is dat soorten met een dubbele of gevulde bloem, zoals veel Japanse sierkersen, geen dracht leveren, terwijl de soorten en cultivars met enkele bloemen dat wel doen.

medium_salix_alba
Salix alba (Gewone wilg, Schietwilg, Witte wilg) Foto; Van den Berk
medium_heptacodium_miconioides_2
Heptacodium miconioides (Zevenzonenboom) Foto: Van den Berk

Het vliegseizoen voor de bij is van maart tot oktober, voldoende drachtbomen is in deze periode belangrijk. De meeste drachtbomen bloeien in het voorjaar en de zomer. Als het vliegseizoen naarmate het jaar vordert wordt het bloeiend assortiment steeds kleiner. Er zijn echter een paar soorten die nog in sepember bloeien zoals de Honingboom (Styphnolobium/Sophora) en de Bijenboom (Tetradium).

Bekijk ook; Plant een boom(pje) in uw stadstuin

medium_tetradium_daniellii
Tetradium daniellii Foto; Van den Berk

Bij een goede dracht van bijvoorbeeld linden kan een bijenvolk met gemak in veertien dagen 20-30 kg honing binnenhalen.

Eenmaal een gewas gevonden dat hun de lekkernijen biedt zullen ze dit met de bijendans melden in het volk waarna ze met zijn allen dit gewas blijven bezoeken tot het op is. Bij gunstige omstandigheden komt er een overdaad aan dezelfde soort nectar binnen en kunnen we, afhankelijk van de boomsoort, spreken van bijvoorbeeld wilgen- of lindehoning.

medium_malus_sugar_tyme
Malus SUGAR TYME (‘Sutyzam’) (appelboom) Foto; Van den Berk
medium_prunus_the_bride
Prunus ‘The Bride’ Foto; Van den Berk

Website Van den Berk Boomkwekerijen B.V.

GO WILD! – een bloemrijk grasveld in plaats van een keurig gazon

Een goed onderhouden gazon kan een lust voor het oog zijn. Het frisse groen vormt vaak een mooi contrast met de naastgelegen borders. Het gazon kan ook een goede ondergrond zijn om bijvoorbeeld speeltoestellen voor de kleinste gebruikers van de tuin op te plaatsen. Als de kinderen ouder geworden zijn en het nest hebben verlaten is het misschien tijd om het gazon een andere functie te geven. In deze variant van een wilde bloemenweide gaan we er dus vanuit dat we als basis het bestaande grasveld benutten.

Het komt wellicht een beetje vreemd over maar matig tot geen bemeste gazons zijn het beste geschikt. Dit is het beste voor inheemse bloeiende planten, bij goed onderhouden en bemeste gazons zal het gras gaan domineren. Niet meer bemesten dus en laat geen gras achter na het maaien. Dit gaat uiteindelijk voor de beste balans zorgen tussen grassen en andere planten. Net als een normale border heeft ook ons bloemrijke gazon de tijd nodig om een volwassen uiterlijk te krijgen, wees niet te snel ontmoedigd.

Voor kinderen is de tuin vaak hun eerste kennismaking met natuur. Een stuk(je) natuur in de vorm van een wilde bloemenweide heeft hun veel meer te bieden dan een strak gazon. Naast het frisse groen van het gras zijn madeliefje (Bellis perennis), paardebloem (Taraxatum officinale), boterbloem (Ranunculus acris) en winterakoniet (Eranthis hyemalis) planten die van nature thuishoren in een bloeiende weide.

Gebrek aan ruimte hoeft niet een bezwaar te zijn om een strak gazon te combineren met een bloemenweide. Bij geen gebrek aan ruimte is het combineren een “piece of cake”.

Bij kleine tuinen (of kleine gazons) is combineren dus een optie.

De meest drastische wijze is het gras in zijn geheel te verwijderen en er bodembedekkers voor in de plaats te planten. In dit bericht leest u daar alles over. De meeste van deze bodembedekkers zijn te belopen, voor onderhoud en dergelijke, maar zijn zeker niet voor intensief gebruik geschikt.

Een rijk bloeiend gazon is niet alleen een lust voor het oog maar helpt ook door het aantrekken van allerlei insecten zoals vlinders voor een grotere biodiversiteit in uw tuin. Bovendien is dit duurzamer, een niet onbelangrijk element in deze tijd.

Natuurlijk is het hele jaar een bloeiend tapijt het fraaist. Als er in de zomer behoefte is aan ruimte om te zonnen of spelen dan gaat het voorjaar de hoofdrol op uw gazon voeren. In dit geval begint u eind juni met de eerste maaibeurt daar gaat u dan maandelijks tot in de late herfst mee door. De messen moeten bij de eerste maaibeurt minimaal op 10 cm hoog staan. Vervolgens gaan de messen bij iedere maandelijkse maaibeurt iets lager.

Er zijn steeds meer gemeentes in de lage landen waar men kiest voor een aangepast maaibeleid. Oevers van sloten en riviertjes maar ook plekken in parken welke weinig worden betreden worden hooguit nog maar één of tweemaal per jaar gemaaid. Dit heeft tot gevolg dat de inheemse planten de kans krijgen zich te ontwikkelen tot een kleurig geheel waar het voordien voornamelijk groen was.

Naast de planten die van nature in gras voorkomen kunt u natuurlijk behoorlijk gaan experimenteren. Er zijn verschillende manieren om bloeiende (wilde) planten toe te voegen aan uw wilde gazon.

  • Zaaien: er zijn bij gespecialiseerde zadenvermeerderaars diverse zadenmengsels verkrijgbaar. Deze zijn vaak afgestemd op uw lokale omstandigheden, zoals; licht, grondsoort etc. Voeg bij uw zadenmengsel wit volierezand toe zodat u goed kunt zien waar u nog moet zaaien. In dit bericht bij TuinenStruinen leest u alles over dit soort zadenmengsels.
  • Pluggen en/of (half) volwassen planten: pluggen zijn jonge planten welke zijn gekweekt in een soort plugachtige tray. Het voordeel hiervan is voornamelijk de aanschafprijs die lager ligt dan bij grotere (bij voorkeur potmaat 9) en/of volwassen planten.
  • Bloembollen: hier zijn de soorten die verwilderen het meest geschikt, lees hier in dit bericht en dit bericht meer over.

Bloembollen zijn uitermate geschikt voor de bloemenweide waarin we ons grasveldje gaan omtoveren. Bloembollen kunnen met hun grote verscheidenheid en bloeiperiode er vrijwel voor zorgen dat er op ieder moment wel wat moois in bloei staat.

In januari verschijnen er op diverse plekken in onze huisweides sneeuwklokjes (Galanthus) en vervolgens zijn het de krokussen (Crocus) met hun vrolijke kleuren in wit, geel  en lila/paars. Daarna is het de beurt aan sterhyacinten (Scilla mischtsschenkoana en Scilla  siberica.  Op hetzelfde moment steken de eerste narcissen hun neus boven de grond, ongeveer in februari/maart komt het eerste geel in bloei. Soorten daarbij zijn; ‘February Gold’, ‘Peeping Tom’, ‘Tête- à- Tête’, ‘Jetfire’, ‘Topolini’, ‘Litlle Spell’ en ‘Mite’.  Vervolgens komen daar de cremekleurige en witbloeiende soorten bij zoals; ‘Tracy’ en ‘Regggae’ bij.  Eind april komt Allium neapolitanum ons verblijden. Leucojum aestivum ‘Gravetye Giant’ met zijn uiteenspattende witte bloemetjes doet het goed in dezelfde periode tenzij de weide genoeg vochtig is.  Kievitsbloemen (Fritillaria meleagris) zijn onmisbaar in onze bloemenweides  net zoals de subtiele druifjes van Muscari latifolium, M. neglectum en M. comosum. Ook de langstelige en korte botanische tulpensoorten behoren een plekje te krijgen zoals alle variëteiten van Tulipa clusiana en vervolgens Tulipa orphanidea, Tulipa marjoletti. Tenslotte zijn we aangekomen in mei waarin vaak blauwtinten de hoofdrol spelen met; Bellevalia pycnantha en gevolgd door Cammassia cusickii en Camassia quamash.

Het planten van planten en bollen is lastiger dan in de gewone border om de simpele reden dat u nu door de grasmat heen moet steken. Voor kleine bollen is in dit geval een distelsteker een goed stuk gereedschap voor grotere bollen, kleine planten en planten gekweekt in een plug is een aardappelpoter geschikt, het is aan te bevelen om voor het planten het gras nog eens goed kort te maaien. Voor bollen bereikt u het meest natuurlijke effect door deze te mengen en vervolgens uit te strooien over het grasveld.

Heeft u thuis al een bloemrijk gazon? Stuur ons een foto op (grdnmedia@gmail.com) zodat wij deze binnenkort kunnen tonen bij TuinenStruinen.

Meer weten over dit onderwerp, raadpleeg dan:

Boek: Kleur je tuin – Jacqueline van der Kloet – Forte uitgevers Baarn – ISBN 978 94 6250 027 3

Websites: Wilde Weelde/Cruijdt Hoeck zaden/De Bolderik/Wild Flower Lawns and Meadows

Foto’s; Wild Flower Lawns and Meadows

Veel succes!

GO WILD! Top 10 Vaste planten voor bijen en vlinders

 

tsgw opener

Een vlindervriendelijke tuin staat vol nectarplanten, je helpt er vlinders, bijen en andere nuttige insecten mee. Gelukkig is het geen straf om vlinderplanten in de tuin te zetten, ze hebben namelijk prachtige bloemen. Bovendien is er, dankzij deze kleurige en rijke bloeiers, altijd wat te beleven in de tuin: de dansende vlinders en ijverige bijen zijn een lust voor het oog.

sarah-raven-cutting-verbena
Sarah Raven snoeit enkele takken van haar Verbena bonariensis. Sarah werkt al jaren aan promotie voor meer bij- en vlindervriendelijke planten in tuinen en openbaar groen. Bekijk HIER de tv-serie Bees, Butterflies and Blooms van Sarah.

Vlinders lokken

Met de bijen en de vlinders gaat het niet zo goed. Hoewel tuinen geen vervanging kunnen zijn voor het leefgebied van de meeste vlinders, kan de tuin voor zo’n twintig soorten dagvlinders een goede aanvulling zijn op de natuur. Vooral met warme dagen is het goed vlinders kijken in de tuin. Je kunt de wat bekendere soorten zien zoals dagpauwoog, atalanta, de kleine vos en witje, maar ook niet alledaagse vlinders zoals de gehakkelde aurelia. De beste manier om vlinders naar de tuin lokken is met nectarplanten. De meeste soorten hebben mooie bloemen, zoals ijzerhard (Verbena), kattenstaart (Lythrum), rode zonnehoed (Echinacea) en herfstanemonen (Anemone x hybrida). Ook hebben vlinders warme, beschutte plekjes nodig. Als extraatje kun je een vlinderkastje ophangen.

Sedum Matrona
Sedum ‘Matrona’

Nachtvlinders

Er bestaan veel meer nachtvlinders dan dagvlinders, bijvoorbeeld de nachtpauwoog en de gestreepte pijlstaart. Bloemen die bestoven worden door nachtvlinders zul je overdag niet of nauwelijks ruiken. Maar zodra de schemer invalt komen er heerlijke geuren vrij, die de vlinders van grote afstanden aantrekken. Zet vaste planten vlak bij het terras om de vlinders daar te laten genieten van de geur en nectar. Zo kun je zelf ook van de geur en van de dansende nachtvlinders genieten. Bloemen die ’s avonds (sterker) gaan geuren zijn teunisbloem (Oenothera), vlambloem (Phlox), zeepkruid (Saponaria) en spoorbloem (Centranthus).

Phlox_Lilac_Time
Phlox ‘Lilac Time’

Bijen

De kleine bijen die in de tuin vertoeven, verrichten groots werk; ze bestuiven de bloemen. Wil je graag genieten van dit schouwspel? Plant dan een variatie aan bloeiende vaste planten in de tuin. Op deze manier geef je de bijen volop mogelijkheid hun werk te doen en wordt de tuin ook nog eens mooier! Bloemen die veel nectar bevatten zijn onder andere het bijenkorfje (Prunella grandiflora), tijm (Thymus serpyllum), guldenroede (Solidago), salie (Salvia officinalis) en ereprijs (Veronica longifolia). Honingbijen zijn het bekendst, maar er zijn ook veel soorten wilde bijen. Solitaire bijen nestelen graag in een bijenhuisje of insectenhotel. Hang het huisje wel op een zonnige en droge plek.

Thymus_serpyllum_flowering_02
Thymus (tijm)

Bijen en vlinder combi

Zie je op tegen grote veranderingen in je tuin om vlinders en bijen aan te trekken? Dat is gelukkig niet nodig. Al met een paar vlinderplanten kun je bijen en vlinders lokken. Veel nectarplanten zijn namelijk ook voor bijen aantrekkelijk. Vlinderplanten zijn prachtig in borders en plantvakken, maar ze groeien ook prima in potten en bakken. In juni vind je een ruim assortiment vlinder- en bijenplanten bij het tuincentrum. Kijk bijvoorbeeld eens uit naar marjolein (Origanum), ijzerhard (Verbena bonariensis), kattenkruid (Nepeta), rode zonnehoed (Echinacea), koninginnenkruid (Eupatorium), guldenroede (Solidago) en het zeepkruid (Saponaria officinalis). Je kunt deze rijke bloeiers direct in de tuin zetten, al snel zullen de eerste bijen en vlinders een bezoekje komen brengen. Veel soorten bloeien door tot in het najaar.

Echinacea purpurea Green Jewel 0908.1mv
Echinacea purpureum ‘Green Jewel’

Wist je dat…

je vanaf april tot oktober vlinders in de tuin kunt lokken? Dit doe je door voor afwisseling in de bloeitijd te zorgen. Voorjaarsbloeiers zoals Aubrieta, judaspenning (Lunaria) en kruipend zenegroen (Ajuga reptans) mogen in een vlindertuin niet ontbreken. Kies voor de zomerperiode ijzerhard (Verbena bonariensis), kattenstaart (Lythrum salicaria), margrieten (Leucanthemum vulgare) en marjolein (Origanum), voor het najaar hemelsleutel (Sedum), Liatris en herfstasters (Aster).

BuddlejaDavidiiStrauch
Buddleja de vlinderstruik

De vlinderplanten top tien:

  1. Herfstaster (Aster novi-belgii)
  2. Vlinderstruik (Buddleja davidii)
  3. Rode zonnehoed (Echinacea purpurea)
  4. Koninginnekruid (Eupatorium maculatum)
  5. Damastbloem (Hesperis matronalis)
  6. Lavendel (Lavandula angustifolia)
  7. Marjolein (Origanum laevigatum)
  8. Vlambloem (Phlox Paniculata-groep)
  9. Hemelsleutel (Sedum spectabile)
  10. IJzerhard (Verbena bonariensis)
Aster-novae-angliae
Asters zijn voorbodes van de herfst

GO WILD! Een gids voor het maken van een ‘natuurlijke’ tuin

Bericht bijgewerkt op 21 september 2019

De natuurlijk ogende tuin wint steeds meer terrein in De Lage landen. De vaak als stijfjes ervaren traditionele borders waarin de planten zijn gerangschikt van laag naar hoog, als ware het een ouderwetse klassenfoto, worden steeds vaker omgetoverd in stukjes geschapen natuur.

Dutch Wave

Internationaal heeft Nederland hier al vele jaren hoog aanzien in en wordt er gesproken over de “Dutch Wave”. De aanpak die onze landgenoot Piet Oudolf hierin hanteert wordt wereldwijd gezien als de nieuwe standaard en heeft van Piet Oudolf de meest invloedrijke tuinarchitect en plantenkenner ter wereld gemaakt. Nu is het ook de tijd om aan uw border te werken en plannen te maken voor het voorjaar, denk daarbij ook eens aan een natuurlijke border en wordt ook pionier van een nieuwe manier van tuinieren! GO WILD!

Zonder het van elkaar te weten zijn ook Henk Gerritsen, Rob Leopold en Ton ter Linden bezig met wat later bekendheid krijgt als Dutch Wave. Henk Gerritsen’s Prionatuinen waren zijn laboratorium in deze ecologische tuinstijl. Rob Leopold richt kwekerij Cruijdthoeck op primair daarbij was het kweken van zaden en hier combinaties van maken.

“God never made an ugly landscape. All that the sun shines on is beautiful, so long as it is wild.”

– John Muir, Atlantic Monthly, January 1869.

Amsterdammer Ton ter Linden (schilderkunst & tuinkunst) krijgt in zijn tuinen in het Drentse Ruinen eindelijk de mogelijkheid om zijn droom uit te laten komen. Terwijl Piet Oudolf de wijde wereld intrekt om zijn vele ontwerpen te kunnen uitvoeren, blijft Ton ter Linden het liefst in zijn eigen tuin. Hij maakt wel ontwerpen voor privé en bedrijfstuinen maar was toch vooral bezig in zijn eigen tuin de Dutch Wave te promoten. Ton’s tuinen in Ruinen trekken op het hoogtepunt +/- 20.000 bezoekers per jaar!

Bekijk hier werk van Ton ter Linden en Gert Tabak:

Biodiversiteit, duurzaamheid en watermanagement zijn steeds belangrijker en komen in de nieuwe naturalistische of ecologische wijze van tuinkunst veel beter tot hun recht. Het is op zich al een hele winst als er minder gazon wordt aangelegd wat zeer regelmatig gemaaid moet worden en daarbij onvervangbare brandstoffen ge(mis)bruikt.

In de natuurtuin is niet alleen de rangschikking anders maar zullen we ook een meer verantwoorde plantkeuze doen en zullen we met andere ogen naar de schoonheid en functie van planten gaan kijken.

It’s Dutch Wave Time

Is de traditionele border vaak nog samengesteld om van voor tot najaar te presteren de natuurtuin (of hoe je het ook noemen wilt) heeft ons het hele jaar door iets te bieden. In de volgende handleiding zult u zien dat door het volgen van enkele vrij simpele stappen vrijwel iedere tuinier in staat is zijn borders een natuurlijker uiterlijk te kunnen geven.

Piet Oudolf

Eigenschappen

Bij de traditionele tuin gaan we vaak uit van kleur als één van de belangrijkste eigenschappen. Nu kijken we eerst naar de vorm van de bloem en naar zijn vruchten, dan komt de vorm van het blad en pas vervolgens komt de kleur aan de beurt.

De groeiwijze en de structuur zijn dus belangrijker dan de kleur. Transparantie is een belangrijk begrip in de natuurtuin, het zonlicht wordt gefilterd door de hoogste planten in diverse hoogtes en vormen, zaaddozen vormen een sterk silhouet in het licht. Voor de hogere planten in deze borders kiezen we planten met een fijne structuur of weinig blad.

Transparantie. Ton ter Linden & Gert Tabak

Bij de plantkeuze houden we meer rekening met de herkomst zo zijn inheemse planten uiteraard zeer geschikt maar ook planten uit andere werelddelen met soortgelijke omstandigheden zoals vanaf de Amerikaanse prairie doen het hier uitstekend. Een belangrijk aspect bij de plantkeuze is de functie die zij hebben voor het verbeteren van de leefomstandigheden voor bijen, vlinders en andere insecten en dierenleven in het algemeen.

Zie ook: Help de wilde bij overleven/Top 10 drachtbomen voor bijen/Maak uw tuin zo vogelvriendelijk mogelijk/Top 10 Vaste planten voor bijen en vlinders

GreenStore | Piet Oudolf

Inspiratie

Inspiratie kunt u natuurlijk op doen tijdens de vele door het land georganiseerde open tuindagen bij soortgelijke tuinen maar waar kunt u nou beter inspiratie krijgen voor de natuurtuin als in de natuur zelf.

Observeer veel weides, bermen en bossen kijk daarbij goed welke combinaties van planten er in de natuur voorkomen, probeer patronen van planten te herkennen en kijk hoe zij zich herhalen. Let goed op welke planten dominant zijn, welke voorkomen in groepen en weer andere zich solitair vestigen. Kijk goed naar de leefomstandigheden in de natuur. Ook op het internet is veel inspiratie te vergaren, er zijn veel foto’s van bloemenweide’s te vinden en op FloraTube veel video’s.

Plantkeuze

De border van de natuurtuin bestaat in principe uit vaste planten met enkele heesters die we jaarlijks terugsnoeien om ze daardoor niet te laten overheersen en ze mooi compact te houden. Ook zou u vaste planten en heesters kunnen aanvullen met éénjarige zodat u al het eerste jaar veel kleur in de border heeft. Er zijn ook ontwerpen te bedenken met alleen éénjarige planten bijvoorbeeld door een kant en klare zadenmix die dan wel op uw omstandigheden moet zijn afgesteld. Lees hier meer over deze zadenmengsels.

Let verder bij uw plantkeuze op;

  • Zoek naar planten die in de natuur op soortgelijke omstandigheden als in uw tuin leven, denk aan temperatuur, grondsoort, schaduw/zon etc.
  • Gebruik zo veel mogelijk inheemse planten, zij zijn gewend aan onze omstandigheden, zoals grond, waterbehoefte .
  • Gebruik in de natuurtuin zo min mogelijk (over) gecultiveerde planten maar liever de oorspronkelijke botanische soorten.
  • Zoek naar planten die aantrekkelijk zijn voor bijen, vlinders en ander dierenleven (biodiversiteit). Kijk hier voor de lijst van de vlinderstichting.
  • Afterlife. Kijk goed naar de (spreiding van de) bloeitijd en de aantrekkelijkheid  na de bloei, dus de vorming van zaaddozen, bessen, vruchten etc. Veel planten hebben fraai blad en zijn ook zonder bloemen mooi.
  • Zorg voor veel variatie in bladvorm, textuur en bloeiwijze ( aren, schermen, filters, etc)
Ton ter Linden

Een succesvolle plantencombinatie is voornamelijk afhankelijk van vormen; van bloemen of bloeiwijze van soorten die elkaar aanvullen als ze tegelijkertijd bloeien of van bloemen, zaden en planten die goed bij elkaar passen.

Piet Oudolf
Piet Oudolf

Beplantingsplan

De bekende landschapsontwerpers gebruiken alle hun eigen manier van het maken voor een beplantingsplan, zo werkt Oudolf met een Matrixplan waarin hij bepaalde combinatie’s (in verschillende lagen) herhaald, vergelijkbaar zijn de modulaire beplantingen van Dan Pearson en de Grids van de Amerikaan Roy Diblik.

Veel Duitse ontwerpers werken met de zadenmengsels en ook Nigel Dunett en James Hitchmough van de Universiteit van Sheffield zijn bekend met dit soort beplantingen, de laatste twee kunnen we zien als DE deskundigen in ecologische beplantingen waarin zij de graad van professor hebben bereikt.

Dunett, Hitchmough en Sarah Price zijn ook de ontwerpers van de bloemenweide’s bij het Olympische park in Londen. Deze simplistische omschrijving doet natuurlijk geen recht van de manier waarop de grote meesters hun beplantingsplannen creëren maar ik ga hier graag in een vervolg van GO WILD! meer uitgebreid op in.

Ton ter Linden

Om het voor ons een beetje overzichtelijk te houden maken wij het beplantingsplan in drie lagen. Teken op schaal uw tuin of border (1;50) en gebruik overtrekpapier voor de volgende twee lagen zodat u goed de verdeling kunt bekijken, gebruik bij voorkeur potloden want u zult nog genoeg gaan corrigeren.

De eerste laag, de basis

De eerste laag vormt de basis, hiervoor kiezen we planten die in de breedte groeien en niet hoger zijn dan +/- 30 cm. Deze laag bevat ongeveer 40-50 % van de totale mix.

Gebruik hier dus planten met de eigenschap in de breedte te groeien, zodevormend, matvormend of polvormend en zo bodembedekkers zijn. Een goed voorbeeld is Heuchera villosa deze plant kan wel iets van schaduw verdragen van de bovenste lagen. Een andere zeer geschikte keuze is Coreopsis verticillata ‘Zagreb’, Aster divaricatus, Primula veris en Primula vulgaris .

Is uw beplanting geïnspireerd op de droge weide of steppe dan zijn, Dianthus carthusianorum en Pulsatilla vulgaris goede voorbeelden. Uiteraard zijn ook vele soorten Geranium’s geschikt voor deze laag zoals; Geranium nodosum, phaeum, pratense en psilostemon.

De middelste laag, volop bloei

De middelste laag is +/- 30-100 cm hoog en bevat +/- 30-40 % van de beplanting. Verwerk in deze laag veel planten met een lange bloeiperiode. Let op een wat fijnere textuur van het blad zodat er nog genoeg zon de onderste laag beschijnt.

Gebruik hier planten met een lange periode zoals de onmisbare Sanguisorba’s zij hebben de gewenste “opgaande” groeiwijze met een fijne vertakte structuur en fijne fraaie rood/roze knopjes. Gebruik bij voorkeur Sanguisorba officinalis andere planten voor de middelste laag zijn; Lythrum virgatum ‘Dropmore Purple’, Succisa pratensis, Centaurea nigra, Achillea ‘Credo’, Achnatherum calamagrostis, Liatris spicata ‘Alba’, Eryngium bourgatii, Perovskia ‘Blue Spire’ en Salvia nemorosa.

De toplaag, fijntjes en lang

Tot slot nog 10 % aan hogere planten met bijna geen of een zeer fijn blad, bijv. grassen etc. In deze laag staan ongeveer 3 soorten planten die boven de middelste laag uitsteken

Gebruik voor de bovenlaag goed recht-opgaande planten met bijna bladloze stelen, zoals; Rudbeckia maxima, Verbena bonariensis, en de minder bekende Verbena hastata. Ook zeer geschikt zijn de Molinia grassen met hun opgaande groeiwijze en bijna transparante bloemstelen, gebruik bij voorkeur, Molinia caerulea ‘Karl Foerster’ . Calamagrostis x acutiflora ‘Karl Foerster’ is stevig en recht-opgaand, nog hoger is ‘Skyracer’.

Een ander mooi geschikt gras voor de “Prairie”tuin is Andropogon gerardii.

Intermingled plantings

Hiermee nemen we dus afscheid van de traditionele manier voor het ontwerpen van een hiërarchische border waar elke plant zijn eigen plek kreeg. Het nieuwe toverwoord in de tuinarchitectuur is; Intermingled plantings oftewel gemengde beplanting waarbij we meer nauwkeuriger dan voorheen de planten moeten selecteren, vooral met het oog op de transparantie van de middelste en hoogste laag.

Sarah Price

In deze tekening van landschapsontwerper Sarah Price is duidelijk te zien hoe de verschillende lagen worden samengesteld.

Er is in de tuinarchitectuur zeker nog plaats voor de traditionele border maar deze nieuwe wijze van gemengde beplanting geeft een grotere verbinding met natuur waar in deze hectische tijden een groeiende behoefte aan is zeker als we kijken naar de successen die de grote ontwerpers als Oudolf, Pearson, Dunnet, Hitchmough, Diblik en Price hiermee behalen. “Go Wild and Round” en begeef u onder een kleine maar sterk groeiende groep pioniers.

Piet Oudolf

Nog meer tips

Nog enkele belangrijke tips voor het maken van Intermingled Plantings;

  • Transparantie verkregen door een fijne bijna bladloze structuur is zeer belangrijk. Zorg ervoor dat zonlicht de onderste laag kan bereiken.
  • Ecologische compatibiliteit, leer goed van de wilde flora bij u in de buurt. Let goed op dat sommige planten dominant kunnen zijn en daardoor andere langzaam groeiende planten kunnen overheersen. Let goed op of de planten geschikt zijn voor uw grondsoort. Soms is het nodig de toplaag van uw grond te verwijderen en te vervangen door een meer geschikte grondsoort of substraat.
  • Een goed voorbeeld om inspiratie op te doen is het observeren van ons Hollandse Dotterbloemgrasland (Drentsche Aa), deze weides zijn zeer bloemrijk en aantrekkelijk bovendien kun je goed waarnemen hoe een landschap door het jaar heen kan veranderen. In het vroege voorjaar zien we een mix van de gele dotterbloem (Caltha palustris) en de lichtroze pinksterbloem ( Cardamine pratensis). Vervolgens komt er een bonte periode met roze van de echte koekoeksbloem (Lychnis flos-cuculi), paars van de brede orchis (Orchis majalis majalis), de blauwe moeras vergeet-mij-nietjes (Myosotis scorpioides), gele grote ratelaars (Rhinanthus angustifolius), waterkruiskruid (Senecio aquaticus) en moeras streepzaad (Crepis paldosa). Later in het seizoen zullen de grassen en het rood van veldzuring (Rumex acetosa) gaan domineren. Vlak voor het maaiseizoen zien we wittige kleuren van o.a; de uitgebloeide aren gestreepte witbol (Holcus lanatus).
  • Variatie in bloemvorm (Schermen,Aren,pluimen,knopen,bollen) is van wezenlijk bij intermingled plantings!!
  • Variatie in bladvorm en textuur is eigenlijk nog belangrijker dan de bloei, die vaak een korte periode beslaat. Vooral van dichtbij of gemiddelde afstand het accent komt dan op de vorm of de opvallende kleur van het blad te liggen.
  • Kleur van de bloemen zorgt voor de emotie! Bijvoorbeeld; rode bloemen stralen warme emotie uit, Blauw is een koele beleving maar ook belangrijk als recessieve kleur, het lijkt of planten met deze kleur verder weg zijn dan in werkelijkheid waardoor diepte in de beplanting (border) ontstaat.
  • Persistensie, hoe presteert een plant? Deze kennis is één van de kenmerken van een goede tuinier of landschapsarchitect en wordt verkregen door veel ervaring en observeren. Het is ook van groot belang om er veel research over te doen en ervaringen te delen met mede-tuiniers en collega’s. Een goede tip is de onderzoeksrapporten over dit onderwerp van Noel Kingsbury te lezen. (Evaluating the long term performance of Herbaceous Plants using a questionnaire-based practioner Survey). Het begrip “vaste plant” is door ervaringen onder druk komen te staan en zou in feite verdeeld moeten worden in; langlevende en kortlevende planten, het presteren van een plant hangt af van veel factoren zoals; de mogelijkheid tot uitbreiden (vegetatieve groei), zelf-zaaiend etc. Het is dus zeer de moeite waard u eens te verdiepen in dit onderwerp.
  • Plantdichtheid, bepaal het aantal planten die nodig zijn om de bodem goed te bedekken om een invasie van ongewenste gasten te voorkomen. Geef wel enkele nieuwkomers die spontaan in de tuin verschijnen een kans zich te ontwikkelen. De ervaring die Piet Oudolf hiermee heeft opgedaan door zijn jarenlange ervaring deelt hij in zijn nieuwste boek; Plannen en planten, een nieuw perspectief. Hierin geeft hij van veel planten de aantallen per m2 aan, zeer de moeite waard!
  • Vergroot je kennis over de wilde flora door bijvoorbeeld plantlife.org.uk of wildeweelde.org te volgen.
  • Ton ter Linden is een van de ‘Ground Breakers’ van de Dutch Wave. Bekijk hier alle berichten over Ton ter Linden bij TuinenStruinen.
  • Bekijk hier een tv-reportage, uit de jaren 80 over Ton ter Linden’s Tuinen in Ruinen.
  • Bekijk hier vele video’s over Piet Oudolf bij FloraTube.
  • Bekijk hier alle berichten van de serie GO WILD!
By Piet Oudolf