GO WILD! – een bloemrijk grasveld in plaats van een keurig gazon

Een goed onderhouden gazon kan een lust voor het oog zijn. Het frisse groen vormt vaak een mooi contrast met de naastgelegen borders. Het gazon kan ook een goede ondergrond zijn om bijvoorbeeld speeltoestellen voor de kleinste gebruikers van de tuin op te plaatsen. Als de kinderen ouder geworden zijn en het nest hebben verlaten is het misschien tijd om het gazon een andere functie te geven. In deze variant van een wilde bloemenweide gaan we er dus vanuit dat we als basis het bestaande grasveld benutten.

Het komt wellicht een beetje vreemd over maar matig tot geen bemeste gazons zijn het beste geschikt. Dit is het beste voor inheemse bloeiende planten, bij goed onderhouden en bemeste gazons zal het gras gaan domineren. Niet meer bemesten dus en laat geen gras achter na het maaien. Dit gaat uiteindelijk voor de beste balans zorgen tussen grassen en andere planten. Net als een normale border heeft ook ons bloemrijke gazon de tijd nodig om een volwassen uiterlijk te krijgen, wees niet te snel ontmoedigd.

Voor kinderen is de tuin vaak hun eerste kennismaking met natuur. Een stuk(je) natuur in de vorm van een wilde bloemenweide heeft hun veel meer te bieden dan een strak gazon. Naast het frisse groen van het gras zijn madeliefje (Bellis perennis), paardebloem (Taraxatum officinale), boterbloem (Ranunculus acris) en winterakoniet (Eranthis hyemalis) planten die van nature thuishoren in een bloeiende weide.

Gebrek aan ruimte hoeft niet een bezwaar te zijn om een strak gazon te combineren met een bloemenweide. Bij geen gebrek aan ruimte is het combineren een “piece of cake”.

Bij kleine tuinen (of kleine gazons) is combineren dus een optie.

De meest drastische wijze is het gras in zijn geheel te verwijderen en er bodembedekkers voor in de plaats te planten. In dit bericht leest u daar alles over. De meeste van deze bodembedekkers zijn te belopen, voor onderhoud en dergelijke, maar zijn zeker niet voor intensief gebruik geschikt.

Een rijk bloeiend gazon is niet alleen een lust voor het oog maar helpt ook door het aantrekken van allerlei insecten zoals vlinders voor een grotere biodiversiteit in uw tuin. Bovendien is dit duurzamer, een niet onbelangrijk element in deze tijd.

Natuurlijk is het hele jaar een bloeiend tapijt het fraaist. Als er in de zomer behoefte is aan ruimte om te zonnen of spelen dan gaat het voorjaar de hoofdrol op uw gazon voeren. In dit geval begint u eind juni met de eerste maaibeurt daar gaat u dan maandelijks tot in de late herfst mee door. De messen moeten bij de eerste maaibeurt minimaal op 10 cm hoog staan. Vervolgens gaan de messen bij iedere maandelijkse maaibeurt iets lager.

Er zijn steeds meer gemeentes in de lage landen waar men kiest voor een aangepast maaibeleid. Oevers van sloten en riviertjes maar ook plekken in parken welke weinig worden betreden worden hooguit nog maar één of tweemaal per jaar gemaaid. Dit heeft tot gevolg dat de inheemse planten de kans krijgen zich te ontwikkelen tot een kleurig geheel waar het voordien voornamelijk groen was.

Naast de planten die van nature in gras voorkomen kunt u natuurlijk behoorlijk gaan experimenteren. Er zijn verschillende manieren om bloeiende (wilde) planten toe te voegen aan uw wilde gazon.

  • Zaaien: er zijn bij gespecialiseerde zadenvermeerderaars diverse zadenmengsels verkrijgbaar. Deze zijn vaak afgestemd op uw lokale omstandigheden, zoals; licht, grondsoort etc. Voeg bij uw zadenmengsel wit volierezand toe zodat u goed kunt zien waar u nog moet zaaien. In dit bericht bij TuinenStruinen leest u alles over dit soort zadenmengsels.
  • Pluggen en/of (half) volwassen planten: pluggen zijn jonge planten welke zijn gekweekt in een soort plugachtige tray. Het voordeel hiervan is voornamelijk de aanschafprijs die lager ligt dan bij grotere (bij voorkeur potmaat 9) en/of volwassen planten.
  • Bloembollen: hier zijn de soorten die verwilderen het meest geschikt, lees hier in dit bericht en dit bericht meer over.

Bloembollen zijn uitermate geschikt voor de bloemenweide waarin we ons grasveldje gaan omtoveren. Bloembollen kunnen met hun grote verscheidenheid en bloeiperiode er vrijwel voor zorgen dat er op ieder moment wel wat moois in bloei staat.

In januari verschijnen er op diverse plekken in onze huisweides sneeuwklokjes (Galanthus) en vervolgens zijn het de krokussen (Crocus) met hun vrolijke kleuren in wit, geel  en lila/paars. Daarna is het de beurt aan sterhyacinten (Scilla mischtsschenkoana en Scilla  siberica.  Op hetzelfde moment steken de eerste narcissen hun neus boven de grond, ongeveer in februari/maart komt het eerste geel in bloei. Soorten daarbij zijn; ‘February Gold’, ‘Peeping Tom’, ‘Tête- à- Tête’, ‘Jetfire’, ‘Topolini’, ‘Litlle Spell’ en ‘Mite’.  Vervolgens komen daar de cremekleurige en witbloeiende soorten bij zoals; ‘Tracy’ en ‘Regggae’ bij.  Eind april komt Allium neapolitanum ons verblijden. Leucojum aestivum ‘Gravetye Giant’ met zijn uiteenspattende witte bloemetjes doet het goed in dezelfde periode tenzij de weide genoeg vochtig is.  Kievitsbloemen (Fritillaria meleagris) zijn onmisbaar in onze bloemenweides  net zoals de subtiele druifjes van Muscari latifolium, M. neglectum en M. comosum. Ook de langstelige en korte botanische tulpensoorten behoren een plekje te krijgen zoals alle variëteiten van Tulipa clusiana en vervolgens Tulipa orphanidea, Tulipa marjoletti. Tenslotte zijn we aangekomen in mei waarin vaak blauwtinten de hoofdrol spelen met; Bellevalia pycnantha en gevolgd door Cammassia cusickii en Camassia quamash.

Het planten van planten en bollen is lastiger dan in de gewone border om de simpele reden dat u nu door de grasmat heen moet steken. Voor kleine bollen is in dit geval een distelsteker een goed stuk gereedschap voor grotere bollen, kleine planten en planten gekweekt in een plug is een aardappelpoter geschikt, het is aan te bevelen om voor het planten het gras nog eens goed kort te maaien. Voor bollen bereikt u het meest natuurlijke effect door deze te mengen en vervolgens uit te strooien over het grasveld.

Heeft u thuis al een bloemrijk gazon? Stuur ons een foto op (grdnmedia@gmail.com) zodat wij deze binnenkort kunnen tonen bij TuinenStruinen.

Meer weten over dit onderwerp, raadpleeg dan:

Boek: Kleur je tuin – Jacqueline van der Kloet – Forte uitgevers Baarn – ISBN 978 94 6250 027 3

Websites: Wilde Weelde/Cruijdt Hoeck zaden/De Bolderik/Wild Flower Lawns and Meadows

Foto’s; Wild Flower Lawns and Meadows

Veel succes!

De ‘Golden Gardens’ van RHS Chelsea Flower Show 2017

tsgw opener

De showtuinen op de RHS Chelsea Flower Show zijn altijd van een behoorlijk hoog niveau. Jonge tuinontwerpers zijn op van de zenuwen als zij op de bekende zondag/maandag jurydag in hun tuinen de uitslag als oorkonde kunnen bekijken.

Niet alleen de jonge generatie maar ook de tuinontwerpers met een behoorlijke staat van dienst maken zich druk om de uitslag, zij weten immers wat voor een boost je bedrijf doormaakt als winnaar van goud.

De hier op volgende dagen bezoeken 165.000 plant en tuinliefhebbers de show, de kaarten waren al twee weken uitverkocht.

Hieronder een overzicht van alle gouden tuinen:

Show Gardens

M&G tuin

M-and-G-Garden-01
The M and G Garden
M-and-G-Garden-02
M and G Garden

M-and-G-Garden-05

De M&G tuin ontworpen door James Basson wint naast goud ook de titel Best in Show‘.  Zijn ontwerp is gebaseerd op een verlaten Maltese steengroeve met imposante pilaren van kalksteen.

Voor de bouw van deze tuin was Crocus (kwekerij, hoveniers etc.) verantwoordelijk. Crocus kreeg hiervoor de ‘Best Construction Award’.

De Linklaters tuin voor Maggie’s

_V0P1294
The Linklaters Garden for Maggie’s
_V0P1322
The Linklaters Garden for Maggie’s

Maggie Keswick Jencks (Gardens of Cosmic Speculation) kreeg in 1993 te horen dat ze niet lang meer zou leven als gevolg van teruggekeerde en uitgezaaide borstkanker. Eenmaal een klein beetje bekomen van de ergste schrik realiseerde zij zich hoe fijn het zou zijn als er een plek bestond waar kankerpatienten en hun dierbaren zich welkom zouden voelen en tot zichzelf kunnen komen.

Planten waren vanaf het eerste Maggie centre volop aanwezig en bepaalde voor een groot deel de intieme sfeer. De afgezonderde en rustgevende tuin geeft schoonheid en respijt. De tuin is naar een ontwerp van Darren Hawkes.

Maggie Keswick-Jencks overleed in 1995, een jaar later opende het eerste Maggie’s Centre haar deuren.

Breaking Grounds

Breaking-Ground-03
Breaking Grounds
Breaking-Ground-04
Breaking Grounds

 

De Breaking Grounds tuin is ontworpen door de heren Andrew Wilson en Gavin McWilliam. Een elegante weergave van het leer- en denkproces in het onderwijs door middel van metalen, open kaders om de belemmeringen voor het leren te overwinnen. Een kleurrijk weidegebied bevat ‘Waves’ van paarse salvia’s om lateraal denken te reflecteren.

The Royal Bank of Canada

_V0P1216

The Royal Bank of Canada Garden

The Royal Bank of Canada
The Royal Bank of Canada

 

De bossen van het noordelijke deel van Canada waren de inspiratie voor deze tuin ontworpen door Charlotte Harris. Vooral de 5 volwassen dennen ( Pinus banksiana) geven de tuin karakter.

FRESH Gardens

City Living door Kate Gould 

City Living Kate Gould
City Living Kate Gould

Kate Gould en haar bedrijf zijn verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van de City Living garden. Ook is Kate Gould de sponsor van deze tuin.

Mind Trap

Mind Trap ID-Verde – Ian Price

 

De Artisan Gardens (klik op een foto)

Bekijk ook: RHS Chelsea Flowershow deel 1/2/3/4 (Elk deel duurt +/- 1 uur)

RHS Chelsea Flower Show deel 5

Fotorechten: Royal Horticulture Society Londen. RHS Chelsea Flower Show © 2017 The entire content of this site is under copyright protection by the individual copyright holders. Please do not copy any content without permission.

TuinenStruinen 5 jaar, eerste Lustrum Top 10

rb22
3 – (Anne Boleyn) David Austin rozen voor de gemengde border

19 mei 2017

In de vijf jaar dat TuinenStruinen nu bestaat zijn de onderwerpen op de site van een steeds breder karakter geworden. Een tuin heeft immers zoveel meer te bieden als alleen de schoonheid. De verdieping van wat tuinen te bieden hebben heeft een steeds grotere plek ingenomen bij TuinenStruinen.

Een tuin heeft belangrijke eigenschappen waardoor tuiniers vaak vallen onder de meest gelukkige mensen in ons land. Een tuin heeft een grote rol om onze (drukke) geest te helpen en tot rust te laten komen.

Naast de schoonheid van onze tuinen en het gevoel van geluk te bieden zijn tuinen een belangrijke schakel om de gevolgen van het veranderde klimaat te helpen aanpakken.

TuinenStruinen wil u inspireren om veel planten te gebruiken, hier kunt u als goede en verantwoordelijke tuinier een bepaalde sfeer neer zetten en tevens maatregelen te nemen om de tuin duurzamer te maken en de biodiversiteit te vergroten.

Ton ter Linden in zijn (voormalige) tuin in De Veenhoop. Foto: Gert Tabak

Bij TuinenStruinen zijn er veel berichten te vinden om de schoonheid te combineren met bijvoorbeeld elementen van een regentuin. De afgelopen vijf jaar zagen wij de natuurrijke tuin steeds populairder worden. In de komende vijf jaar zal er een grote inzet nodig zijn om onze tuinen klaar te maken voor de grote gevolgen van het veranderde klimaat.

De komende vijf jaar kunt u veel raad en daad verwachten van TuinenStruinen over de diepere lagen van tuinieren. Door veel informatie te bieden hopen wij u de komende vijf jaar ter zijde te staan en zo samen door deze belangrijke tijden te komen.

Op naar het tweede lustrum!!

10 – Jones Road Garden – Naturalistisch tuinontwerp van Adam Woodruff

Click op een bericht om het te bekijken:

10  Adam Woodruff: Jones Road Prairie Garden 

9 Ton ter Linden: van Jac. P. Thijssepark tot De Veenhoop

8 Stadstuin van 70 m2 met zwembad. De Peppels Tuinen

7  De Rozenliefde van lady Vita Sackville West

6  GO WILD! Een Wilde Bloemenweide in uw tuin

5  Een mooie haag is de trots van elke tuinliefhebber

4  Een border á la Ton ter Linden

3  David Austin rozen voor de gemengde border

 Ineke Greve Huys de Dohm: aan elk feest komt een einde

1  GO WILD! Een gids voor het maken van een ‘Natuurlijke’ Tuin

7 – Lady Vita Sackville West

Het was een grote schok om te vernemen dat de door velen zo geliefde publicist Gerritjan Deunk was overleden. TuinenStruinen is de plek op het internet waar zijn prachtige verhalen een plek hebben gekregen en daar ben ik trots op! Gerritjan was een warme persoonlijkheid en had een enorme kennis van zaken over groen erfgoed en o.a meer over Nederlandse tuin en landschapsarchitectuur.  Gerritjan, reuze bedankt !

tuinenstruinen.org bedankt de volgende personen voor hun positieve bijdrage aan de site:

Carrie Preston, Harry Pierik, Ton ter Linden, Gert Tabak, Tanja van der Knoop, Noël van Mierlo e.v.a.

En dan niet te vergeten, u als lezer en/of regelmatige bezoeker.

Ga naar de Welkompagina

Tuinen en tuinontwerpers op RHS Chelsea Flower Show 2017 (1)

Chris Beardshaw, James Basson, Nigel Dunnett, Sarah Raven, Kate Gould en Sarah Eberle zijn slechts enkele van de grote tuinontwerpers die bij de Chelsea Flower Show 2017 aanwezig zullen zijn. Dit jaar is er ook duidelijk een nieuwe generatie tuinontwerpers aanwezig. De jongste nieuweling op het gebied van tuinontwerpen is Jack Dunckley die met zijn 23 jaar de jongste deelnemer ooit is.

Professor Nigel Dunnett, de ontwerper van de weides vol wilde bloemen in het Londen Queen Elizabeth Olympic Park in 2012, is dit jaar na een korte afwezigheid terug op de show met zijn ontwerp voor RHS Greening Grey Britain Garden. Dunnett laat met zijn ontwerp zien dat er ook op relatief weinig vierkante meters een hoop mogelijk is.

851cdbfd-3faf-46fe-bc1f-e788a1ed2d41

Het ontwerp van Nigel Dunnett moet gezien worden als een tuin te midden van hoogbouw in een stedelijke context. Nigel wil vooral laten zien wat de veelzijdigheid van planten en tuinen zijn, zelfs als de ruimte beperkt is. Veelal zijn hierbij de tuinen in een gemeenschappelijke ruimte.

The-Scent-Garden1088x612

Naast de grote showtuinen langs het hoofdpad zijn er ook kleinere tuinen. Het gaat hierbij over de Artisan (ambachtelijke) tuinen en de fresh Gardens. Hoogtepunt van de Artisan tuinen in 2017 is de deelname van Gary Breeze, winnaar van de beste Fresh Garden vorig jaar. Gary Breeze pakt dit jaar groot uit, in zijn Artisantuin verwerkt hij een replica van een 800-jarig oude boot.

Ishihara Kazuyuki is voor het twaalfde jaar aanwezig op Chelsea met zijn Gosho No Niwa waarvan hij inspiratie opdeed van de Kyoto keizers van Japan.

Sarah Eberle, winnares in vorige edities van de RHS Chelsea Flower Show, heeft zich voor deze show laten inspireren door de Spaanse architect Antoni Gaudi. Wat dit voor pronkstuk gaat opleveren kunnen we binnenkort gaan zien, in ieder geval zal haar sponsor (Viking Cruises) er vertrouwen in hebben.

Mind Trap Garden by Ian Price

Bij de deelnemers met de Fresh Gardens is tuinontwerper Jack Dunckley met zijn 23 jaar de jongste deelnemer aan de RHS Chelsea Flower Show ooit! Jack heeft zich bij zijn ontwerp voor een Fresh Garden laten inspireren door de Bermuda driehoek. Een vulkaan vormt het middelpunt van de tuin met daaromheen een landschap van tropische planten.

Net als bij de grote showtuin van Nigel Dunnett laat Kate Gould manieren zien waarbij zij groen verwerkt op vernieuwende plekken, de ruimte in de steden is immers beperkt en duur.

The Anneka Rice Colour Cutting Garden. Design by tuinvrouw, ontwerper, kok en radio en tv-verslaggever Sarah Raven

Bij de showtuinen gaat James Basson proberen om zijn vorige reeks van gouden onderscheidingen te prolongeren. James gaat voor een re-creatie van een Maltees landschap.

Laurie Chetwood and Patrick Collins gaan voor de synergie, dit jaar doen zij samen voor de derde maal een gooi naar de gouden oorkonde. met  “The Chengdu Silk Road Garden” in de tuin straks een mix van architectuur en beplanting. Lee Bestall viert 500 jaar Covent Garden.

rhs-chelsea__logo-desktop

Andrew Wilson en Gavin McWilliam hopen met hun ontwerp aandacht te krijgen voor het bedreigde landschap van de Heathlands, dit doen zij i.s.m. het Wellington College. Chris Beardshaw gaat voor zijn twaalfde gouden oorkonde, hij werkt dit jaar samen met het National Youth Orchestra die een muziekstuk hebben geschreven waarbij de tuin van Chris voor de inspiratie zorgt.

Morgan Stanley Garden door Chris Beardshaw

Fotorechten: Royal Horticulture Society Chelsea Flower Show. © 2017 The entire content of this site is under copyright protection by the individual copyright holders. Please do not copy any content without permission.

In deel 2: de kwekers en planten

Welkompagina

 

Wolfgang Oehme: De nalatenschap van de grassenpaus

Op 15 december 2011 stierf de Duitse Amerikaan Wolfgang Oehme op 81 jarige leeftijd in Baltimore. In zijn persoon emigreerde in 1957 een tuin- en landschapsarchitect naar de Verenigde Staten, die, aangestoken door de geest van Karl Foerster de tuinkunst van Amerika en de hele westerse wereld verrijkte. Een retrospectief.

Tekst Stefan Leppert, vertaling Gerritjan Deunk

De eerste ontmoeting moet ongeveer zo verlopen zijn: Een kersverse ingenieur in de landschapsarchitectuur staat in de rij bij de kassa van de kantine, een blad met middageten in zijn handen. Achter hem staat een oudere heer te hannesen met zijn portemonnee. Hij is een Amerikaanse professor die vergeten is dollars om te wisselen in Zwitserse franken, die hij nodig heeft om zijn lunch op het congres hier in Zwitserland te betalen. Hij heeft net het bord ontdekt: alleen Zwitserse Franken. Voor hem staat Wolfgang Oehme, de jonge ingenieur die ten eerste franken heeft en ten tweede vanwege zijn jaren in het buitenland vertrouwd is met de Engelse taal, die de nerveuze professor wat voor zich heen stamelt.  Hubert Owens heeft geld nodig en Wolfgang Oehme heeft het. Ze komen in een gesprek dat de professor zijn leven lang bij blijft. Zo iemand is hij nog nooit tegengekomen. Een mens als Oehme lag volledig buiten zijn voorstelling van een Homo Sapiens.

wolfgang-oehme-kopie
Wolfgang Oehme

Vijftig jaar later herinnert Wolfgang Oehme zich dit IFLA-congres uit 1956 en hoe hij deze Hubert Owens bombardeerde met de botanische namen van vaste planten, houtgewassen, varens en grassen. Om het beeld vast te houden: Deze verbale zaadbommen vielen bij Owens in vruchtbare grond, want de professor was van mening dat juist het de Amerikanen aan deze jonge kerel ontbrak en nodigde hem uit naar de USA te verhuizen.

Wat had de kersverse landschapsarchitect tot dan meegemaakt dat hij direct besloot het aanbod aan te nemen? Veel bleef ook voor mij in de schemering verborgen, hoewel ik gepoogd heb met mijn boek ‘Zwischen Gartengräsern’ een oeuvreoverzicht en volledige biografie van Wolfgang Oehme te schrijven. Een ieder die ooit kennis maakte met Wolfgang Oehme weet: de man praat niet veel, hetzij over de tuin, beter over tuinplanten, nog beter over vaste planten en grassen en twee houtgewassen, vleugelnoot en Zürgelbaum. Wie hem beter kende, vroeg niet hem, maar zichzelf af hoe deze man zo geworden is als hij was.  Na het bekend worden van zijn dood keeg ik reacties die allemaal hetzelfde benadrukten: De wereld is een oorspronkelijk mens armer. 

slider-james-wolfhang-field

‘Mainstream’ was Wolfgang Oehme van zijn leven niet. Nooit. Niet als kleuter in de jaren dertig, toen hij in de volkstuin van zijn oom in Chemnitz al zijn eerste kruiden kweekte en bij de kleine vijver naar het  gekwaak van de kikkers luisterde. Niet als jongen die zichzelf niet zag spelen in een voetbalelftal maar de voorkeur gaf aan zandbak en tuin.

Wolfgang Oehme was enig kind van een oorlogsinvalide vader. In de moeilijke oorlogsjaren en daarna werd het jongensleven al snel bepaald door plichten, vaak vervuld in de volkstuin, bij de fruitoogst op het platteland, met het onkruid wieden in de berm. Als jongeman leerde hij al eetbare kruiden van onkruid onderscheiden. Alle deelnemers aan een traditionele ‘weedingday’ op zijn verjaardag hebben hem voortdurend kauwend en aan het eind van de dag niet erg hongerig meegemaakt.

Gierschblätter, Löwenzahn, Franzosenkraut, alles was hem vertrouwd, want het had op de menukaart van de Oehmes gestaan. Hij voelde zich altijd topfit als ik met hem onderweg was in zijn laatste tien levensjaren, dus moeten kruiden wel gezond zijn. Zelfs met een beetje aarde eraan, met twijfelachtige grond van Bitterfeld waar hij naartoe verhuisde op zijn dertiende, stage liep en tot zijn levenseinde bleef lokken. Waar tenslotte in september 2012 zijn laatste stoffelijke resten begraven zijn.

Op een School voor bosbouw in Bitterfeld kreeg hij zijn opleiding, was een weetgierige leerling, stapte over naar de tuinbouw, waar hij snel opgemerkt werd door zijn chef Hans-Joachim Bauer. Ook hier weer, deze jongeman was uniek, destijds misschien al wat eenkennig maar in het bezit van van een ontwapenend enthousiasme voor tuinen en planten.

Dus maakte Bauer uitstapjes met Oehme, ze bekeken tuinen, de een liet zich door het enthousiasme van de ander aansteken. Daarna stuurde deze mentor hem naar Berlijn om dat te worden wat hijzelf was: landschapsarchitect. Naast Karl Foerster was het deze Hans-Joachim Bauer aan wie Wolfgang Oehme tot aan het einde van zijn leven oneindig schatplichtig was.

Bauer was vakman maar hij was waarschijnlijk nog veel meer een vaderfiguur die de jonge Oehme die bevestiging gaf die mensen op de drempel van hun beroepskeuze nodig hebben.

Na de studie ging hij een jaar naar Engeland, een korte tijd naar Frankfurt en erna naar Neurenberg. En toen trof hij deze Hubert Owens, die de Zwitserse franken ontbraken. Een nieuwsgierig mens in het tijdperk van de economische opbloei, de jaren vijftig waren gemaakt voor deze Einzelganger, die van de ene dag op de andere besloot te emigreren. Wat hem fascineerde aan Amerika beschreef hij naar buiten serieus en lachte in zijn vuistje: Karl May en zijn indianenverhalen.

Wie hem langer kende, besefte dat hij hoopte echt iets groots te kunnen verrichten. Zijn tuinideaal was al duidelijk vanaf het moment dat hij zijn koffers pakte, ook al duurt het nog twintig jaar na zijn komst in 1957 voor hij de eerste tuin aanlegt waarover men sprak en de kranten schreven. Oehme zag op de IGA 1953 in Hamburg royale velden Calamagrostis, die hem niet meer loslieten. Over graslandschappen, prairies had ook Karl May geschreven. Veel meer wist hij niet van het land. En dat er ruimte was. En geld.

Geen gecastreerde weiden

Na verscheidene baantjes bij bureaus en overheden werd het Wolfgang Oehme duidelijk dat zijn visioenen van de VS alleen realiteit konden worden als hij zich vrij kon bewegen. Al in de jaren zestig was zijn voorkeur voor vaste planten en grassen in zijn omgeving bekend geworden.

Op vrije avonden had hij tuinen aangelegd die zich door één aspect wezenlijk van andere tuinen onderscheidden, ze hadden geen gazon meer. Gazons, die ‘gecastreerde weiden’, zouden in zijn tuinen niet meer voorkomen. Gazons waren monotoon en ecologisch gesproken, soortarm. Onderhoud ervan was luidruchtig en vroeg om mest en pesticide.

Een gazon verpest de lucht, vergiftigt het grondwater en dood levende wezens. Wolfgang Oehme was in de beste zin des woords een eco-tuinman, ook al maakte hij daar nooit veel ophef over. Fantastisch was zijn achting voor levende wezens, ooit meebeleefd in een restaurant in Bitterfeld, waar een zwarte mier het witte tafelkleed overstak. Ik had mijn vuist al gebald om op hem neer te laten komen maar hij manouvreerde geduldig met zijn zwarte onkruidhanden de mier op een bierviltje en als op een schaal geserveerd droeg hij het beestje naar buiten.

Een man van  weinig eenvoudige woorden:’ Waarom mieren doodmaken? Die willen toch ook leven?’

volmer
Volmer Residentie

Als hij vanaf midden jaren zeventig zich zakelijk verbindt aan de architect, stedenplanner en landschapsarchitect James van Sweden, heeft Wolfgang Oehme zijn eerste sporen al verdiend. Daarbij speelde de vaste planten en grassenkweker Kurt Bluemel een rol. Hij was kort na Oehme naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Samen legden ze tuinen aan, maar Bluemel vermeerderde op zijn kwekerij vooral de vaste planten en siergrassen die Oehme voor zijn tuinen nodig had.

Na de oprichting van OvS, Oehme van Sweden Associates, werden de openbare en privé opdrachten almaar groter, de vraag naar vaste planten en grassen die het gazon moesten vervangen steeg onophoudelijk. Projecten als de Federal Reserve Bank aan de sjieke Pennsylvenia Avenue, het consulatendistrict in Washington DC, of een paar jaar later de Rosenbergtuin op Long Island, haalden de Washington Post en de New York Times. Tuinbesprekingen in kwaliteitskranten, dat was nieuw. De reden was simpel. Zulke tuinen waren er tot dan toe nog niet geweest.

rosenberg-tuin-long-island
Rosenbergtuin op Long Island. Foto; The Cultural Landscape Foundation

Tot aan een onweersbui was het park van de Federal Reserve Bank een gebruikelijke rangschikking van gazon en loofbomen waaronder hier en daar banken stonden. Na die bewuste onweersbui waren de bomen ontworteld en het gazon daardoor verwoest. Nog tijdens de opruimwerkzaamheden viel een bankdirecteur een tuin van OvS op en zette net zolang stug door tot hij op weg naar zijn werk ook tussen duizenden Rudbeckia-bloemen en net zoveel Calamagrostis-halmen door kon wandelen. Met dit park lieten Oehme en Van Sweden een visitekaartje achter midden in het hart van het openbare leven waar het een komen en gaan  is van vele vermogende mensen.

Op het visitekaartje stond: Neem een paar robuuste vaste planten en grassoorten, maar vooral veel daarvan en plant ze dicht naast elkaar.

rosenberg-residence
Rosenberg tuin. foto; The Cultural Landscape Foundation

Daarbij is natuurlijk de open ruimte een risico, dat ook kritische stemmen opleverde. Naast de kritiek dat tuinontwerpen bij dit openbare gebouw misplaatst zijn, vroegen de twijfelaars vooral naar het onderhoud. Deze tuin was in een land ontstaan, waar de tuinlieden voornamelijk verstand hadden van grasmaaien en het opbinden van struiken.

De vraag naar onderhoud beantwoordde Oehme simpelweg met een zweem van soms echte, soms gespeelde naïviteit: Gazon dat er niet is hoef je niet te mesten, niet te spuiten, niet te maaien. Rudbeckia en Sedum, Calamagrostis en Pennisetum hoef je alleen maar in de late winter af te snijden en als bemestingslaag tussen de planten te verdelen. Twee keer wieden in het late voorjaar en de nazomer is voldoende, voor de rest redden de stoere planten zichzelf.

Daarmee was het pleit gewonnen, want het beeld van de tuin sprak voor zichzelf, hoefde niet uitgelegd te worden en bereikte iedereen, volgens Oehmes uitleg, bevestigd door oog en hart.

Met het principe van de eenvoud bereikte Oehme meteen twee doelen. Ten eerste: Wie op tienduizend vierkante meter slechts tien plantensoorten gebruikt, moet alleen deze op het tuiniershart binden van het vaak onervaren verzorgingspersoneel. Al het andere is onkruid en moet eruit. Ten tweede: Met velden van honderden planten per soort ontstaan van maart tot diep in de winter adembenemende kleurcombinaties. Deze verhoudingswijze weinig plantensoorten werden het uithangbord van het bureau, vooral Rudbeckia fulgida var. Sullivanti ‘Goldsturm’ en Pennistum alopecuroides. Elke groep van meer dan twintig kanariegeel bloeiende planten naast vlekken lampenpoetsersgras moet samenhangen met Oehme van Sweden.

In de loop der jaren en decennia erna kwamen daar talrijke plantensoorten bij, sommige vielen af. De stijl van beplanten bleef echter dezelfde, omdat de eenvoud van grote vlakken kleur en formaat veel mensen aansprak. Tijdgeest en mode speelden daarbij geen rol.

Scanned by: Retouched by: DT-KM QC'd by: DT-PK
Greenhill

Aan het slot van hun gemeenschappelijke arbeidsperiode wilde James van Sweden wel een geheim opbiechten. ‘I’m rid of that damn Goldsturm.’ En voegde eraan toe: ‘But Stefan, don’t tell him.’ Bij alle zijn vastberadenheid kon Oehme een gevoelig mens zijn. Ik kon Van Swedens’ Rudbeckia-vermoeidheid wel begrijpen, anderzijds groeide gelijktijdig mijn bewondering voor Oehmes’ doorzettingsvermogen en bescheidenheid. Want, wat zich eenmaal bewezen had, bleef hij trouw. En zelfs nadat ‘Goldsturm’s zwakte zich na veelvuldig droge periodes toonde, hield hij optimistisch vast aan het positieve beeld, probeerde een andere soort en gebruikte voortaan de nog robuustere Rudbeckia subtomentosa. Steeds weer kwam uit vakkringen kritiek, Oehme zou geen nieuwe ideeën hebben en saai worden. En wat voor de planten gold was ook van toepassing op de stenen. Op paden en terrassen trof men altijd de grijze Pennsylvania Bluestone aan, meestal rechthoekig, zelden veelvormig. En ook de lijnvoering was uitgesproken.

Bij steenoppervlaktes regeerde de rechte lijn, door planten overgroeid, wat de gewenste spanning opleverde. Waterbekkens en vijvers hoorden ontwerp-technisch en ecologisch in elke tuin. Hier waren vaak twee zijden in een rechte lijn gemetseld, de twee andere met rotsen en ‘zachte’ oeverpartijen vormgegeven. Toch stoort de kritiek de vermeende veroorzaker van al dat saais minder. Een gespreksflard met hem vond ik op de binnenflap in mijn notitieboek: ‘Mijn werk heeft niets met mode te maken, alleen met overtuiging. Mij kan werkelijk niemand iets nadoen, want de anderen wordt mijn bescheidenheid al heel snel vervelend. Maar dat is het juist; om werkelijk goed te zijn, moet je je bescheiden op kunnen stellen.’ James van Sweden wilde tenslotte meer vrijheid en leed soms onder de beperkingen. Oehmes overtuiging wortelde daarentegen diep in zijn ziel, die zich steeds in bescheidenheid ontwikkeld had en daarmee een zekerheid en een onbeteugelde vreugde.

hosta-oehme
Boxwood Farm

Weeding parties

Deze vreugde vond van tijd tot tijd zijn hoogtepunt in geheime acties die niet zelden mensen en klanten deden schrikken, anderzijds ook aanhangers vonden die zich discipelen gevoeld hebben van deze Tuin-Extremist. Hoe vaak zette hij niet stadstuiniers die verdroogde gazons maaiden in hun hemd, omdat het nu eenmaal in hun onderhoudscontract stond. In veel tuinen negeerde hij zijn eigen verboden, stormde er ’s nachts met zaklantaarn naartoe, later met een helm met led-lamp, en plantte ongevraagd bij. Zijn levensgezellin Carol Oppenheimer, die de laatste tien jaar als geen ander aan zijn zijde stond en met hem werkte, leidt tegenwoordig een groep van Oehme-aanhangers en organiseert met deze Wolf-Gang in Oehme’s geest de legendarische Weedparties.

Destijds nodigde Oehme zijn verjaardagsgasten nooit thuis uit maar liever in het park van de rechtbank van zijn woonplaats Towson bij Baltimore. Daar werd dan het bruusk het onkruid verwijderd dat de stadstuiniers hadden laten staan. Oppenheimer schreef me na Wolfgang’s dood: ‘Zijn creatieve krachten bleven steeds zeer actief, want hij is nooit gestopt met werken. Zelfs in de vrije uurtjes las hij vaktijdschriften, kwekerscatalogi en waarde rond als Guerrilla-tuinman. Ik heb nooit iemand gekend die zoveel vreugde haalde uit zijn werk. Wolfgang liet geen enkel project helemaal los. Zo mogelijk keerde hij elke keer weer terug, niet zelden met een speciale plant achterin de kofferbak.’

volmer-2

Wolfgang Oehme bekommerde zich niet om de mening van anderen. Wat hij deed, deed hij goed en dat kon niemand hem verbieden. Aan zijn naïeve stoerheid om verboden totaal te negeren is het park te danken van het gerechtsgebouw in Towson. Zonder de onbezoldigde dag- en nachtdienst van Wolfgang Oehme was dit plantenparadijs nu nog een klassieke Amerikaanse gazon-monotonie met een handvol bomen en wat Vlijtige Liesjes. Aan het eind van zijn leven keek Wolfgang Oehme terug op decennialang ontvangen medailles, erespelden en ingelijste oorkondes voor zijn onvermoeibare inzet voor het welzijn van de Amerikaanse tuin.

Hij en James van Sweden hadden feitelijk een nieuwe tuinstijl ontwikkeld, The New American Garden. Een geweldige levensprestatie en voor de tuincultuur wereldwijd een onschatbare erfenis. Enkele jaren geleden werd bij Oehme darmkanker vastgesteld. Hij was ziek, gaf hij telefonisch door, maar het kwam allemaal goed. Hij geloofde dat werkelijk tot enkele weken voor zijn dood, 15 december 2011.

Kurt Bluemel, jarenlang zijn vriend, de grote tuinman, grassenkweker en landschapsarchitect schreef voor deze bijdrage de volgende slotregels: Dat weekend van 15 december ging ik de verzameling zeldzame planten nog eens langs in mijn privékas. Een weelderige groep Freiland-orchideeën Bletilla striata deed me aan Wolfgang Oehme denken, mijn levenslange vriend, landgenoot en tuinman-collega. Hij was degene die wist hoe je Bletilla en vele andere zeldzame planten in tuinontwerpen goed kon toepassen. Onze vriendschap bloeide op in wederzijdse belangstelling voor nieuwe en interessante bomen, struiken, vaste planten en grassen. Van dit enthousiasme profiteerden we beiden.

We kwamen alletwee ongeveer vijftig jaar geleden in de USA aan. Het land had destijds weinig aanbod van vaste planten waarmee we tuinen konden ontwerpen. Vaste planten en grassen waren zo goed als niet voor handen, maar toen kwam Wolfgang Oehme. Wolfgang was niet alleen een a-typische landschapsarchitect, hij was ook een a-typische immigrant. Velen verbraken hun banden met het oude vaderland, maar hij brak zijn tenten in Duitsland nooit helemaal af. Trouw reisde hij naar elke Bundesgartenschau, jaarlijks trof hij vrienden, familie en collega’s, bezocht botanische tuinen, parken en kwekerijen.  Bij zijn terugkeer in de USA deelde hij zijn nieuwe ervaringen met klanten, collega’s en tuinierende vrienden. Al deze reizen droegen bij aan zijn reputatie van groot plantenkenner. In zijn hart bleef hij een echte Duitser. Vaak kreeg ik wat van zijn opwinding mee wanneer Amerikaanse kwekerijen weer eens Duitse soortnamen vertaald hadden. Dat was hem een doorn in het oog. ‘Sedum ‘Herbstfreude’ is geen Sedum ‘Autumn Joy’.’

Bij mijn laatste bezoek was het een erg zwakke Wolfgang die trots op de foto’s wees die aan zijn muur hingen; afbeeldingen van beplanting in Bitterfeld, aan de oever van het Goitzschemeer. Van veel van zijn ‘Wolfi-planten’ waaronder Rudbeckia subtomentosa, Euphorbia palustris, Pynanthemum muticum of Panicum ‘Northwind’, genieten bezoekers van het meer sinds jaren. Voor mijn vertrek hield ik zijn uitgestrekte hand even gelukkig en stevig vast. Wie zal nu de Bletilla’s planten?’

p06_7_8_2ferry-cove-kopie
Ferry Cove
p06_7_8_3ferry-cove-kopie
Ferry Cove
p06_7_8_4ferry-cove-kopie
Ferry Cove

De Villatuin in Persingen: een tuin zo mooi dat het bijna pijn doet!

tsgw opener

Brede borders met graspaden
Brede borders met graspaden

Het is nu 12 jaar geleden dat Fried en Lily Frederix hun huidige woning met 2 ha grond hebben aangekocht en daar hebben zij nog geen moment spijt van. De woning werd in de jaren 30 van de vorige eeuw gebouwd, buurtgenoten noemde de woning al snel “De Villa”.

villa29

villa28

De tuin ligt in het dorpje Persingen in de Ooijpolder bij Nijmegen. Destijds was het vrij ongewoon dat een “burgerwoning” een plek kreeg tussen rijke boeren met hun monumentale boerderijen. De Ooijpolder is onderdeel van het natuurgebied de Gelderse Poort. Dit prachtige landschap vormt een geweldig decor voor een tuin die op zijn minst even mooi is. Het zgn. geleende landschap werd door Fried en Lily Frederix optimaal benut hierdoor lijkt de tuin nog groter dan het nu al is.

villa27

villa26

In het jaar dat Fried en Lily de leeftijd van 50 hadden bereikt zijn zij gaan nadenken over wat te doen na hun pensioen. Er moest een keus worden gemaakt tussen reizen en tuinieren. Gelukkig viel de keus op tuinieren.

De ligging van de tuin middenin het beschermde natuurgebied is uniek.

villa25

villa24

villa23

In het noord-oosten van het Circul van de Ooij. Het Circul van de Ooij is een kleikom ingesloten tussen de Stuwwal, de Duitse grens, de Waalbanddijk en de Groenlanden. Persingen ligt centraal in het gebied.

villa22

villa21

Naast de tuin ligt een natuurgebiedje, dat bestaat uit een waterplas, een voormalige kleiput, een restant van de vroegere baksteenindustrie, met een wilgenbosje er omheen.

Op andere plekken in de tuin is er een mooie doorkijk naar de voor Persingen zo karakteristieke monumentale witte terpboerderijen.

villa20

villa19

Het huis werd in de jaren dertig gebouwd, de tuin ligt rondom “de villa”. Toen Lily en Fried hier in 2004 kwamen wonen werd er al snel een begin gemaakt met de tuin van 2 ha groot.  De tuin werd met veel enthousiasme aangelegd en dat is duidelijk te zien en te voelen.

villa18

villa17

villa16

De tuin bestaat uit een siertuin rond het huis, onderverdeeld in een knopentuin, vijvertuin, en achtertuin. Daaromheen liggen een hoogstamboomgaard, een moestuin met veel klein fruit en een bomentuin.

villa15

Lopend richting stuwwal kom je over een slingerend pad langs twee weilanden. Daar grazen IJslandse paarden. Verder lopend over het pad kom je langs de nieuwe vijver, die in 2012 is aangelegd. Aan het einde van het perceel vind je de grassentuin.  De tuin is al lange tijd erg populair bij open-tuinbezoekers.

villa14

villa13

villa12

De tuin met verschillende onderdelen is in zijn geheel ontworpen door Fried en Lily. Hierbij vonden zij de aansluiting van het omringende landschap van wezenlijk belang, het mocht geen prairie in de polder worden.

villa-11

villa10

villa9

villa6

Voor tuintoeristen  die een of meerdere tuinen in ons land willen bezoeken is het niet eenvoudig zoeken,  het aanbod op het internet is veel te versnipperd. Ondanks deze handicap weten veel buitenlandse open-tuinbezoekers en tuinpublicisten de “Villatuin”te vinden. De tuin is nu internationaal gewaardeerd mede door reportages in Franse en Duitse tuinboeken en tijdschriften.

villa5

villa4

villa3

Nog maar kort geleden is de tuin bezocht door een grote groep Amerikanen. Carex Tours van de bekende Amerikaanse tuinontwerpster en tuinreisorganisator Carolyn Mullet heeft de “Villatuin” opgenomen in de lijst van belangrijke open tuinen in Nederland. De Amerikaanse Roxanne Carstensen uit Massachusetts over de tuin: “Het is hier zo mooi dat het bijna pijn doet” een mooier compliment kunnen Fried en Lily Frederix bijna niet krijgen.

albumarchief

Geïnteresseerd in een bezoek aan de tuin? Dit is mogelijk tijdens open tuindagen en voor groepen (minimaal 12 personen) ook na afspraak in juni, augustus tot half september.

Neem dan contact op met:

Lily en Fried Frederix

Leuthsestraat 6

6575 JE Persingen

(buurtschap Wercheren)

tel.: 024-6631483

email: tuindevilla@planet.nl

www.tuindevilla.nl

villa2

Alle foto’s in deze reportage zijn gemaakt door Jette Jongerius van JetteJ

Ga naar Welkompagina

Klassiek met een twist: Old Vicarage East Ruston

Tree Fern Garden heeft 16 boomvaren in een formeel tuinontwerp
Tree Fern Garden heeft 16 boomvarens

Bij het zoeken naar een nieuw huis was niet alleen het huis belangrijk, er moest een groot perceel bij zijn. De mannen zagen bij een bezoek direct de potentie van het huis en de 16 ha grond.

Echter kwam het er op neer dat het grote stuk land er wel was maar een tuin was er niet te vinden. De positieve kant hiervan is dat de heren met een blanco canvas konden beginnen.

vica 1Meer dan bij welke woning die zij bezochten ook konden zij hier vanaf nul beginnen en hun eigen duidelijke stempel op de tuin(en) te drukken. De tuin is een aaneenschakeling van tuinkamers waarvan elk onderdeel zijn eigen thema heeft. Old Vicarage Gardens in East Ruston is in al zijn glorie en van boven tot onder door de heren zelf ontworpen.

De tuinen liggen op ongeveer 2 km van de Noordzeekust.

Het prairielandschap met zijn lage planten zorgde ervoor dat de tuin compleet werd blootgesteld aan heftige weersomstandigheden vanaf de Noordzee.

De prairie is voor een groot gedeelte in eigendom van de heren van de Old Vicarage. De grond had eerst de functie van landbouw (met veel monoculturen) waardoor veel dierenleven was verdwenen. De biodiversiteit van het landschap werd aanzienlijk groter.

Lees hier een artikel over hagen.

The Green Court
The Green Court

De oplossing was het aanplanten van veel en hoge hagen.  Ook werden er Pinus radiata,   Alnus cordata, en heel veel Eucalyptus aangeplant. Door deze ingreep in het landschap ontstond er in de tuinen een prima microklimaat.

Klik op een foto voor groter formaat:

 

De grond bleek van goede kwaliteit en over een neutrale pH (zuurgraad) te beschikken. Ondanks al deze maatregelen, is het bij strenge periodes van vorst niet altijd een garantie dat planten niet sneuvelen.

Lees hier een artikel over hagen.

ovg dutch garden
The Dutch Garden

The Dutch Garden is een type stijl vormgegeven met strakke lijnen. De bloembedden zijn ingesloten door lage haagjes van meestal Buxus. Deze stijl van tuinieren is destijds door de Prins van Oranje en later King William geïntroduceerd in Engeland.

Nu de Buxusmot zich zo snel verspreid zit de angst bij tuiners er goed in, meestal is de buxusmot fataal. Goed verzorgde en bemeste exemplaren van Buxus zijn minder vatbaar voor de mot.

Als alternatief wordt vaak gekozen voor Hulst (Ilex) , de volgende soorten zijn geschikt om te snoeien, Ilex Aquifolium ‘Pyramidalis’ en Ilex Crenata met de soorten, ‘Convexa’ / ‘Golden Gem’.

De 'King's Walk'
De ‘King’s Walk’

Dit is de enige tuin die is ontworpen om vanuit het huis te bekijken (zichtlijn). Ondanks dat er nog nooit een koning heeft gelopen heeft dit gedeelte van de tuin een majestueuze uitstraling.

Tree Fern Garden in het vroege voorjaar
Tree Fern Garden in het vroege voorjaar
Rose Garden
Rose Garden

Deze tuin bevat veel soorten rozen van de bekende rozenkweker Peter Beales. De rozen staan gecombineerd met vaste planten. Hiermee wil Peter Beales laten zien dat door het combineren de planten elkaar versterken, rozen komen op deze wijze veel meer tot hun recht volgens de Kweker.

Een border in de Exotic Garden
Een border in de Exotic Garden
De doorgang naar de bostuin
De doorgang naar de bostuin
Detail van de 'Woodland Garden'
Detail van de ‘Woodland Garden’
Desert Wash bevat veel planten uit California en Arizona
Desert Wash bevat veel planten uit California en Arizona
Britse tuin: East Ruston Old Vicarage
Locatie: East Ruston, Norwich, Norfolk NR12 9HN England
Telefoon: 01692 650432
Fax: 01692 651246

 

Thema Juli: Ton ter Linden en Gert Tabak

Thema Augustus: De Britse tuin

Thema September: De Ecologische tuin

 

Borderplan: Karaktervolle Heester maakt het verschil

Heesters zijn niet meer weg te denken uit onze tuinen.  Al in de vroege tuinontwerpen van de (Engelse) tuinen in landschapsstijl zien we veelvuldig het gebruik van heesters. In veel van de Nederlandse  (openbare) parken zijn de heesters nog steeds een belangrijk element, vaak worden heesters hier aangeplant in groepen samen met bomen, dit heeft vooral de functie van groene massa om het harde effect van verharding te verzachten.

Cornus Kousa foto: Maayke de Ridder
Cornus Kousa

Verschil tussen boom en heester.

Bomen en heesters zijn beide houtgewassen, Het verschil tussen de heester en de boom is niet door de natuur ingegeven maar door de mens. Heesters zijn namelijk ingedeeld in lengtematen, te weten;

  1. hoger dan 6 meter (is boom)
  2. tussen  1 en 4 meter
  3. tussen 0,5 en 1 meter
  4. lager dan 0,5 meter

Heesters worden dus in meters aangegeven. Voor de dwergen onder de heesters is een uitzondering gemaakt, deze worden in centimeters aangegeven. Deze kabouterheesters zijn: Erica, Calluna, Daboucia en Empetrum (heidesoorten).

Calluna vulgaris 'Red Star' foto: H. van de Laar
Calluna vulgaris ‘Red Star’

Veel van de heesters in onze tuinen komen uit Azië en kunnen daar uitgroeien tot grote bomen. In ons klimaat blijven zij echter beperkt tot lengtematen die passen bij een heester.

Heesters toepassen en eigenschappen

Heesters worden vaak in groepen verwerkt en toegepast, de groepen bestaan dan uit één soort en dezelfde cultivar. Vooral in grote tuinen en parken is de impact groter en geeft het rust aan het geheel. Heesters hebben zo de functie van groene massa. Wanneer tuinen klein zijn van oppervlakte spreken heesters meer aan en nemen zij desgewenst de functie van bomen over.  De meeste heesters zijn meerstammig, bij het toepassen van bomen is meerstammig momenteel bijzonder populair.

Viburnum opulus
Viburnum opulus

Heesters trekken de aandacht door een rijke bloei, overdadig vruchten kunnen dragen, verschillende groeihoogten hebben, een scala aan bladvormen hebben en bladverliezend of wintergroen kunnen zijn.

Heesters bevorderen in grote mate de biodiversiteit in uw tuin. Ze dienen als schuilgelegenheid voor vogels en kleine zoogdieren. Ze dienen als broed- en nestgelegenheid voor vogels en dienen voor vogels en kleine zoogdieren als voedselbron.

Indigofera heterantha 'Gerardiana'
Indigofera heterantha ‘Gerardiana’

Heesters komen ook vaak voor in de ontwerpen van de beroemde tuin- en landschapsontwerper Piet oudolf. De heesters die hij (solitair) gebruikt in zijn ontwerpen vallen op door hun bloei, vruchtdracht, bladvorm en groeiwijze. Jaarlijks of om het jaar flink terugsnoeien zorgt ervoor dat de heesters niet gaan domineren in het ontwerp. Tevens krijgt de heester hierdoor meer karakter en worden zij robuuster.

Heesters combineren met vaste planten

Heesters kunnen andere planten in de tuin beschermen tegen harde wind. In een tuin die is ontworpen in de ‘Dutch Wave’ stijl of eigenlijk elke andere tuin met veel vaste planten komt er net iets meer bij kijken. Heesters kunnen behoorlijk dominant zijn onder de grond.

Le Jardin Plume
Le Jardin Plume

Hun wortelstelsel gaat de concurrentie aan met die van de vaste planten. Daar tegenover staat de functie van windbreker.  Hagen en vormsnoei van heesters kunnen, indien ze niet overheersen, ook een architectonisch element zijn om de vaste planten nog beter tot hun recht te laten komen.

Le Jardin Plume
Le Jardin Plume

Vaste planten die de wortelconcurrentie van heesters verdragen zijn:

  • Alchemilla
  • Brachypodium sylvaticum
  • Carex
  • Deschampsia
  • Digitalis
  • Geranium
  • Hakonechloa
  • Helleborus
  • Heuchera
  • Hosta
  • Laminium
  • Melica
  • Pulmonaria
  • Vinca
Clerodendrum bungei
Clerodendrum bungei

Heesters die bij vaste planten passen zonder te concurreren:

  • Amorpha
  • Buddleja
  • Bupleurem
  • Cistus
  • Clerodendron bungei
  • Cornus
  • Cotinus coggygria
  • Hydrangea
  • Indigofera
  • Leycesteria
  • Rhus
  • Sambucus
  • Vitex

Groenblijvende/bladhoudende heesters verdragen in de regel geen ochtendzon: na elke nachtvorst ontdooien de bladeren te snel, waardoor er schade ontstaat. Groenblijvers kunnen in de regel goed in halfschaduw staan. Groenblijvende heesters worden vrijwel altijd aangeboden met een goede kluit. Dit brengt met zich mee dat de planten vaak iets duurder zijn in aanschaf.

De verdamping via het blad gaat gedurende de winter gewoon door.  Bij de verkoop in pot of kluit mogen de wortels zo min mogelijk beschadigen, dit om de wateropname veilig te stellen.

Cotinus coggygria 'Nordine'
Cotinus coggygria ‘Nordine’  –  Pruikenboom

Enkele bekende groenblijvers:

  • Andromeda
  • Aucuba
  • Buxus
  • Calluna
  • Camellia
  • Hypericum
  • Ligustrum
  • Photinia
  • Rhododendron
  • Prunus
  • Ribes
  • Skimmia
  • Viburnum
Viburnum plicatum 'Rowallane'
Viburnum plicatum ‘Rowallane’

Enkele voorbeelden van bladverliezende heesters:

  • Acer
  • Amelanchier
  • Berberis
  • Callicarpa
  • Buddleja
  • Clerodendrum
  • Corylus
  • Cornus
  • Cytisus
  • Cotinus
  • Deutzia
  • Fuchsia
  • Genista
Callicarpa bodinieri 'Profusion'
Callicarpa bodinieri ‘Profusion’
Corylus avellana 'Contorta'
Corylus avellana ‘Contorta’

Een (door TUINENSTRUINEN.ORG) aanbevolen kweker is Plantentuin Esveld in Boskoop. Eigenaar Cor van Gelderen wordt regelmatig opgeroepen als groendeskundige door de rijdende rechter.

Foto’s: IVerde,  Maayke de Ridder / H. van de Laar

Gert Tabak: De mystieke schoonheid van de koningin van de nacht

Alles komt weer bij me boven als ik deze opname zie. De dag was nog zeer vroeg en iets aan de kille kant met een mooie nevel. Overal natte sporen van slakken in het gras en langzamerhand waren er steeds meer vogels te horen. `t Geeft me altijd het gevoel dat ik de tuin betrap . . . dat ik dit eigenlijk nog niet echt mag zien. Zo`n mysterieus sfeertje fotografeer ik graag, helemaal op het randje van wel of geen zonlicht.

Deze opname maakte ik met tegenlicht waardoor de afzonderlijke planten beter tot hun recht komen. Ze staan min of meer los van elkaar en dat suggereert meer diepte. Natuurlijk is dit fototechnisch een beetje riskant omdat het zonlicht niet direct in de lens mag schijnen. Dit kan storende reflecties op de uiteindelijke foto geven. Toch ga ik vaak het risico aan want het is `t proberen zeker waard.

gert tabak april cover
Scan van dia

Het subtiele ‘tegenlicht’ maakt op deze opname dat je zelfs de ragfijne draden van spinnen ziet die ogenschijnlijk de tulpen bij elkaar houden. Ook zijn de druppeltjes opvallender en dat geeft deze foto, ondanks de nevel, toch iets sprankelends. Door de nevel en het spaarzame licht moet een opname als dit eigenlijk wel met een camera op statief – al of niet geïmproviseerd – genomen worden, want er is een langere tijd nodig om goed te belichten. Misschien is deze opname ook uit de hand te doen, als je de camera op automatisch zet, maar dan is er kans op minder scherptediepte.

April is voor mij één van de mooiste maanden van het jaar en dat komt vooral door de belofte. Natuurlijk geniet ik van de weelde van de zomerborders, maar de verbazing dat, in ieder geval de meeste planten, het weer klaarspelen om uit die koude donkere aarde tevoorschijn te komen, maakt dat ik elk jaar weer opnieuw met respect naar dit verschijnsel kijk. Het ontroert me zelfs. En het uitkijken naar iets, de voorpret, zijn minstens zo fascinerend – misschien wel meer – dan het uiteindelijke resultaat. Je wilt de planten wel de grond uit kijken, maar als dat ècht zou lukken bedenk je je nog wel een keer, want dan mis je toch deze spanning van het wachten en hopen. Een subtiele spanning weliswaar maar een diepe, daar kan wat mij betreft geen thriller tegenop.

Tulpen, hier Tulipa `Queen of night`, vind ik prachtig als ze op deze manier worden toegepast. Overal tussen de vaste planten zijn in het najaar bollen gestrooid – Jacqueline van der Kloet noemt dat het “pepernoten- gevoel” – zodat er een natuurlijk en haast nonchalant effect ontstaat. Als bollen zo toegepast worden is het lastig om ze na de bloei weer uit de grond te halen. Maar dat is bij ons dus ook helemaal niet de bedoeling en ik denk bij de meeste tuiniers van tegenwoordig niet.

Het oprukkende frisse loof van de omringende planten zorgt ervoor dat de afstervende bladeren van de bolgewassen niet of nauwelijks meer is te zien. Het is wel zo dat er tulpen verdwijnen en de kwaliteit en ook de grootte van de bloem gaat op den duur wat achteruit, maar kleinere bloemen vinden we juist wel goed passen in dit natuurlijke concept. In de herfst planten we wel steeds wat bollen bij om te zorgen dat er elk voorjaar genoeg staan.

Deze voorjaarsborder is een verhoogde border want het grondstuk is met keermuurtjes van ongeveer 30 cm opgehoogd. Dit maakt dat de aarde droger is en de bollen beter door de winter komen. Als bollen in de winter in natte aarde staan, komt er niet veel van terecht. Een bijkomend voordeel van deze drogere border is dat we vroeg in het voorjaar kunnen wieden, dat is nodig omdat de aarde al vrij vroeg niet meer belopen kan worden vanwege alle neuzen van de bollen – als de tulpen uitgebloeid zijn volgen de vele soorten sieruien (Allium) – en de vroege planten. Bovendien moeten zaailingen de kans krijgen om uit te groeien, dus de border wordt vanaf maart min of meer met rust gelaten. De andere begeleiders van de “Koningin van de Nacht” zijn akeleien, oriëntaalse papavers, bermooievaarsbek, ruit en adderwortel.

Ik zou je willen uitdagen om, lekker met warme kleren aan, ook eens in dit “stille” uur te genieten van je tuin. Een totaal andere ervaring!

Gert Tabak Website

GO WILD! Schermbloemen onmisbaar voor tuinen in natuurstijl

Ammi majus
Ammi majus

Bij een moderne beplanting zijn schermbloemigen een niet te missen factor.  Net als bij grassen waren schermen nog niet zo lang geleden een vrij onbekend terrein voor tuiniers. Beiden zijn zij nu niet meer weg te denken in een moderne gemengde beplanting.

Lychnis chacedonica 'Alba'
Lychnis chacedonica ‘Alba’

Een succesvolle plantencombinatie is voor een groot deel afhankelijk van vormen van bloemen. Het zijn juist deze schermen (en grassen) die onze beplanting het natuurlijke karakter meegeven. In weides en bermen zijn het schermen die bij ons voorkomen in grote aantallen, vooral het fluitekruid (Anthriscus sylvestris) en pastinaak (Pastinaca sativa) komen veelvuldig voor.

In onze stukjes nagebootste natuur zijn schermen een belangrijk onderdeel als we een zo natuurlijk mogelijk ogende beplanting wensen. Een goed mengsel van planten bestaat, naast schermen, uit verschillende vormen zoals;  aren, knopen/bollen, pluimen, margrieten en filters.

Sedum 'Matrona'
Sedum ‘Matrona’

Een moderne natuurlijke beplanting word opgebouwd in lagen, schermen zullen door hun hoogte en groeiwijze vaak tot de midden of hoogste laag behoren. Om zicht te blijven houden op de onderste laag planten is voor planten in deze lagen transparantie een belangrijk begrip. Veel schermen hebben deze eigenschap en bezitten daarnaast ook nog eens ragfijn blad, wat deze transparantie nog meer tot goede komt. Je kunt als het ware door de schermplanten heen naar de planten erachter of eronder kijken, dit geeft vaak een mystiek effect.

Sedum spectabile 'Star Dust'
Sedum spectabile ‘Star Dust’

De bekende tuinontwerper en Dutch Waver van het eerste uur Ton ter Linden gebruikt vaak hoog opgaande transparante planten op een plek aan de voorzijde van zijn borders om dit mystieke effect te bereiken.

Een goede combinatie heeft naast de bloeivorm ook variatie in bladvormen.

Angelica sylvestris 'Vicars Mead' foto; hardys-plants.co.uk
Angelica sylvestris ‘Vicars Mead’ foto; hardys-plants.co.uk

Angelica gigas
Angelica gigas

Bij de schermbloemigen zijn er planten die dienst kunnen doen als structuurplant (Angelica gigas en A. archangelica) en zijn er zogenaamde gatenvullers. Als u dan eenmaal bent overgegaan tot het gebruiken van schermen zult u zich afvragen waarom u dit niet al veel eerder heeft gedaan. Vaak zult u merken dat u al veel eerder schermen bent gaan gebruiken, denk maar eens aan Phloxen en Zeeuws knoopje (Astrantia).

Phlox_Lilac_Time

Smyrnium perfoliatum
Smyrnium perfoliatum

FENNEL-1024x768
Veel schermbloemen hebben een fraai afterlife.

De meeste schermbloemigen zijn tweejarige en kortlevende vaste planten die zichzelf uitzaaien. De meeste bloeien meteen in het eerste jaar en sommige pas in het tweede jaar. Als de ouderplanten doodgaan zullen de nieuwe zaailingen zich in het voorjaar laten zien, vaak net op een andere plek. Deze spontane eigenschap maakt ze nog meer geschikt voor dit soort tuinen.

Foeniculum foto; crocus.co.uk
Foeniculum foto; crocus.co.uk

Schermbloemen met opvallend blad zijn:

  • Anthriscus sylvestris ‘Ravenswing’
  • Chaerophyllum hirsutum ‘Roseum’
  • Meum athamanticum
  • Pimpinella major ‘Rosea’
  • Selinum wallichianum en S. tenuifolium
  • Seseli gummiferum

Hogere indrukwekkender schermbloemen

Droompark in Zweedse Enköping: Den Holländska Perennvagen

Het zal je maar gebeuren… je krijgt je eerste grote opdracht vanuit het buitenland, en dan blijkt dat je het ontwerp mag maken voor een openbaar park in Zweden. In huize Oudolf moet dit het moment zijn geweest waarop doordrong dat het harde werken van de afgelopen jaren zich begon te vertalen in mooie internationale opdrachten.

Hoe dit verder ging weten de meeste van ons wel, nog steeds wordt Piet Oudolf gevraagd voor markante en baanbrekende opdrachten.

drom7_large

drom2_large

Op 21 november 1995 wordt het ontwerp aangeboden aan Stefan Mattson, het hoofd van de groenvoorziening van de gemeente Enköping. Na enkele kleine aanpassingen wordt het ontwerp op 26 januari 1996 goedgekeurd. Heel toepasselijk krijgt het de naam ‘Dream Park’ want het is niet alleen een droom van een park geworden maar bij de creatie van Piet Oudolf kan je ook heerlijk wegdromen.

drom8_large

drom11_large

Oudolf is niet de eerste Nederlandse tuinontwerper die in Zweden een opdracht om een park te ontwerpen kreeg. Deze eer was voor Hans Friese, hij kreeg van niemand minder dan de Zweedse koning opdracht om het Royal Park te ontwerpen en te gaan beheren. Het was alleen wel een tijdje geleden, we hebben het hier over ergens begin zestiende eeuw. Iets later in 1621 kreeg de stad Göteborg, als cadeau vanuit Holland, een scheepslading vol lindenbomen ter gelegenheid van het verkrijgen van stadsrechten voor deze Zweedse stad.

drom12_large

drom13_large

Al vanaf het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw (waarschijnlijk nog wel eerder) zijn een aantal Nederlandse tuinmensen bezig met het ontwikkelen van een nieuwe tuinstijl. De Dutch Wave zoals velen deze stijl/stroming noemen had destijds nog niet deze naam, er was zelfs nog geen naam.

drom15_large

drom19_large

Doordat er voornamelijk met vaste planten wordt gewerkt hadden de Zweden al een toepasselijke naam bedacht: Den Holländska Perennvagen (de Nederlandse vaste planten beweging). Piet Oudolf is een van deze mensen, waarbij hij zowel kweker als ontwerper was. Het Dream Park, met een oppervlakte van 4000 m2 is zijn eerste grootschalige opdracht.

drom23_large

drom24_large

De middelgrote stad Enköping ligt op dezelfde hoogte als de zuidelijke punt van Groenland. Deze locatie vereist een aangepaste plantkeuze. Piet Oudolf laat zich daarom op het gebied van plantkeuze adviseren door Stefan Mattson. Veel van de planten die Piet graag gebruikt komen van de Noord-Amerikaanse prairie maar doordat deze vaak een lange nacht nodig hebben of laat bloeien kunnen zij hier niet worden gebruikt.

drom26_large

drom25_large

Een grote impact op de bezoekers van het park heeft de ‘Salvia rivier‘. Piet Oudolf gebruikte hier drie op elkaar lijkende salvia culivars voor, te weten: Salvia nemorosa ‘Ostfriesland’, ‘Blauhügel’ en ‘Rügen’. Dit zelfde kunstje vakmanschap herhaald hij enkele jaren later in de Lurie Garden in Chicago.

drom5_large

drom1_large

Website

Schotse Cambo Gardens alle seizoenen mooi!

 

De tuinen op het Cambo landgoed zijn misschien wel de mooiste van Schotland. Het landgoed ligt aan de Schotse oostkust nabij het universiteitsstadje St. Andrews bekend van o.a. de legendarische golfbaan.

De extreme weersomstandigheden maken tuinieren in Schotland, zeker in de noordelijke hooglanden, moeilijker als bij ons in Nederland. Veel van de keuze aan vaste planten zijn hier minder winterhard als bij ons.

cambo herba 4

De verschillende tuinen op het prachtige landgoed hebben in ieder seizoen wel iets fraais te bieden. Er is een authentieke ommuurde tuin, een klassieke moestuin, een Noord-Amerikaanse prairietuin en een bostuin die tot aan de kust doorloopt. De tuinen zijn het gehele jaar open voor publiek, op eerste kerstdag na.

cambo herba 3

Twintig jaar geleden werden de tuinen opengesteld voor het publiek. Tuinman Elliott Forsyth heeft sinds 2001 de leiding over de tuinen.Sinds zijn aantreden als hoofdtuinman hebben de tuinen hun glans weer terug. Onder de leiding van Elliott hebben de tuinen een eigentijds karakter gekregen met een duidelijke moderne twist.

cambo herba 1

cambo herba 2

Bij de invulling van verschillende borders en tuingedeeltes heeft Elliott Forsyth zich laten inspireren door de Dutch Wave tuinstijl van Piet Oudolf en de Hermannshof. De borders met keurig nette rijtjes behoren hier tot het verleden. De Cambo Gardens gaan duidelijk met hun tijd mee in plaats van als in een museum een bepaald historisch tijdsbeeld te laten zien.

cambo-tulip-festival-43

De Cambo Gardens zijn een goed voorbeeld van een tuin die elk moment van het jaar wel iets prachtigs heeft te bieden. Het bosgedeelte van de tuinen hebben in het vroege voorjaar de volledige aandacht met hectares vol met bolgewassen.

cambo snowdrops

In deze vroege periode zijn er talloze combinaties te bewonderen van voorjaarsbollen als sneeuwklokjes, tulpen en narcissen. Verder zien we hier veel helleborussen en trilliums. Richting de zomer is het een groot geurfestijn in de seringentuin. Rambler-rozen versieren grote bomen met hun prachtige en geurende bloemen.

Eind juni, begin juli beleefd het rozenseizoen hier zijn hoogtepunt met een groot scala aan rijkbloeiende historische rozen. Cambo Gardens heeft een reputatie als het gaat over heritage rozen, oude rassen en een uitgebreid sortiment ramblerrozen.

cambo rambler

cambo rozen

De moestuin van Cambo Gardens staat bekend om zijn eigentijdse invulling. De moestuin bestaat uit een mix van eetbare planten, eenjarigen en kortlevende vaste planten.

cambo 006

cambo 005

cambo 004

In de herfst heeft het landgoed nog genoeg moois te tonen. De tuinen zijn niet voor niets het gehele jaar open.

cambo 001

cambo 002

cambo 003

Cambo Estate

Ton ter Linden – Van Jac. P. Thijssepark tot De Veenhoop

Door Gert Tabak

In de provincie Friesland, in het noorden van Nederland, hebben de tuinontwerpers kunstschilder Ton ter Linden en zijn partner fotograaf Gert Tabak, een  tuin aangelegd rond hun landhuis. 

 Spetterende kleuren in juli
Spetterende kleuren in juli

Dutch Wave

Ton ter Linden wordt gezien, net als Piet Oudolf en Henk Gerritsen, als één van de protagonisten van, zoals het tegenwoordig genoemd wordt The Dutch Wave. Deze beweging begon in de jaren ’80 van de vorige eeuw doordat er behoefte was aan een vrijere en meer ongedwongen manier van tuinieren. De tijd was er blijkbaar rijp voor want onafhankelijk van elkaar groeide een groep sympathisanten. Er kwamen steeds meer gelijkgestemde kwekers, schrijvers, fotografen, zaadtelers en tuinontwerpers bij die allen min of meer de natuur als uitgangspunt hadden. Zij ontwikkelden zich tegelijkertijd, en onafhankelijk van elkaar, maar hadden onderling een goed contact en wisselden planten en ideeën uit. Niemand is op zijn eilandje blijven zitten; dat is wel een bijzonder en uniek kenmerk van dit kleurrijke gezelschap.

Thijssepark

De jeugdige Amsterdammer Ter Linden kwam in de beginjaren ’50, toen hij dierenverzorger was in Artis, via de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, in contact met het Thijssepark in Amstelveen. Dit heempark dat op een bijzondere manier wordt onderhouden, inspireerde Ton enorm. De schoonheid van verschillende delen van het park legde hij vast met potlood of pastelkrijt. Het viel op dat de manier van onderhoud wel heel speciaal was: goed opgeleide tuinmannen waren overal in het park handmatig aan het wieden met een tuindersmes. De toplaag van de aarde wordt op deze manier zoveel mogelijk intact gehouden, zodat er een mooie ‘oerbodem’ ontstaat waardoor het bodemleven, maar ook de waterhuishouding, niet verstoord wordt.
Nog regelmatig laten Ter Linden en Tabak zich in het voorjaar door dit park inspireren.

Detail van de Voorjaarstuin (begin juni)
Detail van de Voorjaarstuin (begin juni)

Van Ruinen naar Limburg

Vanaf 1970 paste Ton ter Linden de ‘Thijssepark-manier’ van onderhoud toe in zijn eigen tuinen in Ruinen. Dit tuinencomplex van 1½ ha. werd in de jaren ’90 internationaal bekend. Ton combineerde die manier van onderhoud met zijn aangeboren gevoel voor esthetiek en kleur. Weelderige borders met vaak hoge planten die door elkaar heen weven in mooie kleurlijnen waren het resultaat van jarenlang experimenteren. Als geen ander wist deze autodidact op een volkomen gevoelsmatige manier natuur en cultuur te combineren. In een stijl die te omschrijven valt als impressionistisch, op een geheel ongedwongen en vrije manier, wars van conventies en historische dwang.

De belangstelling voor het tuinencomplex in Ruinen groeide enorm. Ter Linden was elke dag, dus ook tijdens de openingsuren, in zijn borders aan het werk. Vriendin en schrijfster Hanne Cannegieter en zijn huidige partner Gert Tabak hadden de dagelijkse leiding over het groeiende bedrijf. Het onafgebroken werken in de borders kwam hoofdzakelijk op Ton neer en dat werd in combinatie met de toenemende stroom bezoekers en de mondiale media-aandacht te zwaar. Hij besloot zijn levenswerk te verkopen. De mannen verhuisden eind 2000 naar Zuid Limburg. De dorpsboerderij had een zuidelijke uitstraling dus de heren legden een Mediterrane tuin aan met planten uit warmere streken, die soms nog maar net winterhard waren. Toch was ook toen de natuurlijke en losse stijl van Ton goed te herkennen.

Detail Zonnige tuin (aug)
Detail Zonnige tuin (aug)

De aanleg van de tuin

Op zoek naar een stille, en minder toeristische, plek kwamen de heren in het jaar 2008 terecht in het buitengebied van De Veenhoop, een klein dorp in Friesland. Hun tegenwoordige huis ligt op een vierkante kavel van 3200 m2, omringd door weilanden. Rond het betrekkelijke nieuwe huis was toen nog geen tuin aangelegd. De enige erfenis van de vorige bewoners was een erg grote niervormige vijver achter het huis; de rest was ingezaaid met een grof gazonmengsel. Er werd lang gepiekerd over de vijver. Dempen was een mogelijke optie, maar ook zou de niervorm recht getrokken kunnen worden. Rechte lijnen hebben sterk de voorkeur bij de mannen, want de borders zijn all weelderig en rond genoeg. Toch werd gekozen om de vijver te behouden zoals ze was aangelegd. Borders rond deze vijver met veel siergrassen, vaste planten en heemplanten zouden een mooie link gaan vormen met het landschap.

Ton en medewerkster Frieda Mulder rusten even uit na het werk
Ton en medewerkster Frieda Mulder rusten even uit na het werk

Hieronder ziet u enkele samenvattingen van recente berichten, het bericht gaat na deze onderbreking verder.

Ondanks de altijd aanwezige wind werd niet gekozen om de tuin af te sluiten met heesters en bomen, zodat het landschap als het ware de tuin binnenkomt.
Prachtige rulle aarde kwam tevoorschijn toen het ‘gazon’ werd stuk gefreesd en afgevoerd. Een mooie combinatie van veen en zand, waar ook de mestvaalten van de boerderij die er ooit stond doorheen gemengd waren. Het hele grondstuk rond de vijver werd door Ton zo gemodelleerd dat er mooie zachte glooiingen ontstonden. Paden en terrassen werden aangelegd, pergola’s gezet, hagen geplant, een schuur en een kasje geplaatst en de borders uitgezet. Het terras achter het huis werd met de lager liggende vijver verbonden door een brede houten vlondertrap. Een mooie oplossing om huis en tuin tot een organisch en logisch geheel te maken.

Klik op foto:

Borders componeren

De planten die Ter Linden gedurende het jaar had verzameld stonden ingekuild op een aantal plekken in de, nog kale, tuin. Voordat in oktober de borders ingeplant moesten worden heeft Ton ze bij elkaar gezocht en uitgelegd. Kleur, hoogte, transparantie, habitus, afwisseling in bloeiwijzen, maar vooral ook de sfeer (!) die planten uitstralen bepalen wat bij elkaar hoort. Hij heeft daar door de jaren heen, met vallen en opstaan, een feilloos gevoel voor ontwikkeld. Een groot voordeel is dat hij het eindresultaat goed kan visualiseren en naar dat ‘plaatje’ toe werkt. Beplantingsplannen werden wel gemaakt voor de tuinontwerpen van anderen, maar voor de eigen borders is dat niet gewenst. In volledige concentratie wordt er met de planten geschoven en daarbij wordt plaats vrij gehouden, gemarkeerd met tonkinstokken, voor de éénjarigen die er het volgend jaar in mei tussen gezet moeten worden. Als alles naar zijn zin is gaan de planten de grond in. Voor een nonchalant en natuurlijk effect worden er veel bollen van tulpen, sieruien en andere bolgewassen tussen gestrooid; op de plek waar ze vallen gaan ze de grond in.

 Impressionistisch voorjaar
Impressionistisch voorjaar

Filosofie à la Ton

De borders, of liever gezegd de plantengemeenschappen, in de tuin van Ton moeten een natuurlijke uitstraling hebben. ‘Je mag niet zien dat er in de borders gewerkt wordt. Het moet eruit zien alsof de natuur het zelf zo heeft gecomponeerd’, is Ton zijn credo.
De beplanting mag nergens massief worden, daarom wordt er veel met hoge verticale beweeglijke vormen en siergrassen gewerkt. Het licht moet altijd door de beplanting heen kunnen spelen. Dat maakt het levendig, en bij bepaald zacht licht soms zelfs etherisch.
Sommige ijle planten, en ook bolgewassen, worden als repeterende kleurspatjes herhaald in de border. Deze herhaling zorgt voor een krachtig samenbindend effect. Een mooi voorbeeld is het gebruik van de Geranium pyrenaicum die in de Voorjaarstuin, met wolken lila kleine bloemetjes, alle kleuren en vormen samenbindt tot één geheel. In dezelfde border doen Aquilegia vulgaris hybr. in een eerder stadium hetzelfde.
Dit weven met planten is ook de reden dat Ton nooit een buxusvorm – voor het broodnodige wintergroen – of een hortensia in zijn composities zal dulden. Die planten zijn te massief en zullen voor een groen ‘gat’ zorgen als het hele bloeiende weefwerk op z’n mooist is.

de Alliums in de Voorjaarstuin (juni)
de Alliums in de Voorjaarstuin (juni)

Ook krijgen de planten een bepaalde vrijheid. Ze worden niet opgesloten in buxushaagjes, zodat ze weelderig over het pad kunnen bloezen. Ze mogen zich uitzaaien, en imperialistische soorten worden niet geschuwd. Het gebruik van heemplanten in een plantengemeenschap met voornamelijk cultuurvariëteiten is voor Ton essentieel, maar soms wel lastig omdat ze snel veel plaats innemen. Uitgebloeide planten mogen blijven staan; zaaddozen en vruchten zijn een wezenlijk onderdeel van de algehele tuinbeleving.
Het is duidelijk dat de stijl van tuinieren van Ton ter Linden nogal arbeidsintensief is, want er moet dagelijks ingegrepen worden. De composities zijn allesbehalve statisch en veranderen voortdurend. Dat maakt deze manier van tuinieren voor hem zo spannend en intrigerend. Het is steeds alert zijn en zoeken naar de balans tussen cultuur en natuur; een voortdurend creatief proces.

Klik op foto:

Ecologisch natuurlijk!

Voor Ton ter Linden is zijn manier van tuinieren onlosmakelijk verbonden met ecologie. Grote belangstelling en interesse in de natuur vertaalt zich in een diep respect. Hij is zich er terdege van bewust dat een tuin geen vrije natuur is, maar een gecultiveerde vorm. Het is voor hem belangrijk om goed voor het stuk grond te zorgen dat hij mag beheren, dus gebruikt hij geen chemische bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Zijn visie dat een plant op de plek moet staan waar hij zich thuis voelt is ook één van de regels van het ecologisch tuinieren. Een dergelijke plant zal minder problemen geven of ziek worden. Ter Linden gaat altijd uit van de grondsoort en de omstandigheden en zoekt daar planten bij; en niet andersom. Het werkt averechts om een plant met veel kunst en vliegwerk in leven houden terwijl die plant eigenlijk andere omstandigheden nodig heeft. De bemesting is organisch: rozen krijgen bijvoorbeeld vergane paardenmest in de winter en in het voorjaar een handje basaltmeel en wat biologische rozenmeststof. Vanaf de beginjaren in Ruinen gebruikt Ton basaltmeel om planten wat extra mineralen, sporenelementen en silicium te geven. Planten worden hierdoor steviger en weerbaarder, zodat ze minder snel aangetast of belaagd worden. ‘Actie en reactie’ is een wet in de natuur; het is goed te beseffen dat alles wat je doet gevolgen heeft.

De transformatie van kaal grasveld naar een biotoop met een grote diversiteit aan planten is vanzelfsprekend ook aantrekkelijk voor veel dieren. Langzamerhand kwamen er steeds meer vogels, vlinders en insecten, maar ook mollen, muizen, slakken en egels.

 transparantie in juli
transparantie in juli

Werkwijze en onderhoud

De beplanting blijft de hele winter staan, alleen dat wat slijmerig wordt ruimt Ton op. De vaste planten, bolgewassen, siergrassen en éénjarigen drogen meestal mooi in. In maart knipt Ton met de heggenschaar de planten van boven naar beneden in kleine stukjes. Die verdroogde plantenresten blijven als een strooisel- of mulchlaag op de border liggen. Alleen de resten van grassen worden afgevoerd, omdat ze moeilijker verteren. De strooisellaag wordt mooi verdeeld en de border ziet er opgeruimd uit.
Zoals gezegd heeft Ton het wieden afgekeken bij het Thijssepark. In plaats van een tuindersmes gebruikt hij een aspergesteker als wiedstok. Hiermee haalt hij in het voorjaar eerst de grove onkruiden weg op de plaatsen waar hij het niet wil. In de volgende wiedronde wordt het teveel aan zaailingen weggehaald zonder de grond te verstoren.

Detail Voorjaarstuin (juni)
Detail Voorjaarstuin (juni)

Als de aarde door zijn gewicht ingedrukt is wipt Ton die plek met de wiedstok weer op, zodat er zuurstof bij komt en het evenwicht zich kan herstellen. Zo zijn er een aantal wiedrondes waarin ongewenste onkruiden en het teveel aan zaailingen van de cultuurplanten worden weggehaald. Dit is ook het moment om zaailingen te verplaatsen om op die manier een kleur of een markante vorm te herhalen in de border. Ook worden er plaatsen in de border vrij gehouden om er later éénjarigen in te zetten. Dit wieden en bijsturen gaat het hele seizoen door. Door dit wieden is Ter Linden altijd vlak bij de aarde bezig en ziet hij direct wat er wel en niet gebeurd. Dit dichtbij-contact geeft hem ook een enorme verbondenheid met de aarde. Behalve voor het maaien van het gazon in de boomgaard gebruikt Ton uit principe geen machines: alle klussen gebeuren met de hand.

Pennisetum 'Cassian' met Echinacea p. 'Magnus'
Pennisetum ‘Cassian’ met Echinacea p. ‘Magnus’

Om sommige topzware planten in de zomer een steuntje te geven prikt hij scherp aangepunte kale berkentakken in de grond: doeltreffend en onopvallend. De rozen die in de borders zijn toegepast worden gedurende het groeiseizoen steeds vrijgesteld, en dat geldt ook voor andere planten die bedreigd worden. Bijsturen en ingrijpen waar nodig is het hele seizoen aan de orde. In de herfst wordt er gedeeld, verplant en gereorganiseerd.
Nieuwe combinaties worden geplant en veel bollen bijgepoot. De visioenen van hoe het er na de winter uit zal zien maken dit jaargetijde wat draaglijker voor Ton ter Linden. En als de tuin in rust is komt de schildersezel weer wat vaker tevoorschijn.

Klik op foto:

Tekst en foto’s Gert Tabak

Gert fotografeert de Voorjaarstuin
Gert fotografeert de Voorjaarstuin

Bekijk een film over Ton’s tuinen in het Drentse Ruinen bij FLORATUBE.ORG

Ga naar Welkom-pagina

GO WILD! Geschiedenis van de Natuurstijl in de tuin

De laatste jaren is er volop belangstelling voor de Natuurrijke Tuin. In ons eigen land waren het tuinpioniers zoals o.a. Piet Oudolf, Rob Leopold, Henk Gerritsen en Ton ter Linden die internationaal bekendheid kregen met deze tuinstijl als Dutch Wave. Ook in andere landen waren er ondertussen tuinontwerpers, als bijvoorbeeld: Dan Pearson en Roy Diblik, drukdoende met hun ontwerpen waarin voornamelijk vaste planten (en grassen) een plek kregen. De New Perennial Movement was geboren!

Allen waren zij bezig met een wijze van beplanten waarbij de natuur zijn intrede deed in de tuin. Ton ter Linden noemt het toepasselijk het begeleiden van een tuin. Natuur is de inspiratiebron. Er wordt meer de nadruk gelegd op ecologisch verantwoorde plantcombinaties dan op de individuele plant.

In de tuinenwereld speelt momenteel de discussie: New Perennial Movement, een nieuwe tuinstijl of een (voorbijgaande ) trend?

De natuurtuin past in een tijdsgeest waarin er meer aandacht ontstaat voor het milieu. Privétuinen en openbaar groen worden door deze tuinstijl duurzamer en vergroten de biodiversiteit. Ook spelen deze tuinen een steeds grotere rol in bijvoorbeeld waterbeheer. Ook de beleving van de natuurtuin speelt een steeds grotere rol. Stedelingen, in hun beton-jungle,  verlangen steeds meer naar natuur en voelen zich prettig in hun stukjes nagebootste natuur.

De natuurtuin wint aan populariteit en wordt steeds vaker toegepast. Je kunt hier dus spreken van een duidelijke trend of mode ingegeven door een verlangen naar natuur en/of bewust gekozen vanwege de milieuaspecten. De tuinstijl zelf is zeker geen trend of nieuwkomer in de internationale tuinarchitectuur.

De natuurstijl heeft als belangrijke stroming binnen de tuinarchitectuur al een lange geschiedenis. Vanaf 1870 is er in de Engelse tuinarchitectuur een nieuwe stroming merkbaar. In de verwerking van bloeiende planten in de landschappelijke aanleg neemt men de natuur als voorbeeld.

De belangrijkste vertegenwoordiger van deze stroming is William Robinson (1838-1935), landschapsarchitect en schrijver. Robinson is voorstander van de landschapsstijl, maar een fanatiek tegenstander van de stiive mozaïekperken met eenjarigen. Wlliam Robinson propageert de aanplant van vaste planten in natuurlijke groepen. Hij schrijft zelfs over de ‘Mixed Border’, maar dan wel aangeplant op een afgelegen plek in de landschappelijke aanleg of in de moestuin.

Robinson is in deze tijd hoofdredacteur van het tijdschrift: The Garden, waar in 1875 tuinarchitecte en publiciste Gertrude Jekyll (1843-1932) artikelen voor schrijft. Het is Gertrude Jekyll die de ideeën van Robinson als het ware verder uitwerkt. Ook zij is voorstander van een natuurlijke groepering waarbij ze veel nadruk legt op kleurgebruik. Dit blijkt duidelijk uit haar publikaties, die bijna allemaal verschijnen tussen 1899 en 1912. Ze noemt hier ook duidelijk haar voorkeur voor vaste en wilde planten. Gertrude Jekyll heeft een voorliefde voor de Arts and Crafts beweging. Haar tuinontwerpen hebben een duidelijk strakke aanleg waarbij zij gebruik maakt van vaste en inheemse planten.

De meer natuurlijke wijze waarin William Robinson en Gertrude Jekyll ontwerpen komt mede voort uit een heimwee die er in deze periode in Engeland heerst naar het landelijke en rustige leven. Deze heimwee is een reactie op de steeds verder oprukkende industrialisatie. Wat dit betreft is de link met de tegewoordige tijd makkelijk te leggen. Ook nu zorgt de beton-jungle voor een verlangen naar natuur.

Iets later als in Engeland, rond de vorige eeuwwisseling, begint er bij onze oosterburen ook iets te veranderen. In Duitsland verschijnt in 1907 het boek: Gartengestaltung der Neuzeit. Het boek geschreven door Willy Lange en de architect Otto Stahn beschrijft uitgebreid de ‘Naturgarten’. Hier kunnen we uit opmaken dat de ‘wilde’ tuin ook in Duitsland zijn intrede heeft gedaan.

In de Naturgarten vormt de beplanting een duidelijke hoofdrol. De planten worden bijeengezet in groepen zoals die ook in de natuur kunnen voorkomen. Willy Lange onderschrijft hiermee de ideeën van de Engelsman William Robinson.  Robinson heeft daarbij nog de traditionele landschapsstijl voor ogen. De Duitsers gaan wat verder en leggen de nadruk meer op het biologische aspect van een dergelijke tuin.

Naast de landschapsstijl en de nieuw-architectonische stijl ontstaat in Nederland eveneens een voorkeur voor de ‘wilde tuin’, deze wordt dan al toepasselijk ‘Natuurstijl’ genoemd. Geertruida Carelsen en H.O. van Linden Snelrewaard pleiten hier al omstreeks 1890 voor. Het is onder invloed van William Robinson en Gertrude Jekyll dat deze stijl ook in Nederland tot ontwikkeling komt. Het gevolg is dat men na 1900 meer aandacht gaat besteden aan winterharde, inheemse plantensoorten. Dit in tegenstelling tot het gebruik van de vele exotische soorten van de negentiende eeuw. De keuze voor deze ‘nieuwe’ planten is ook te danken aan de invloed die de publicaties van Jac. P. Thijsse hebben, waarvan het grootste gedeelte verschijnt tussen 1894 en 1910.

Een goed voorbeeld van deze nieuwe plantenkeuze is het werk van John Bergmans. Zijn ontwerpen tonen tot 1940 nog steeds eigenschappen van de nieuw architectonische aanleg, maar zijn tuinen zijn veel meer met planten ‘aangekleed’.

In de jaren twintig van de vorige eeuw komt in de Nederlandse tuinarchitectuur de nadruk steeds meer op beplanting te liggen. In de uitbundige bloemenborders worden voornamelijk vaste planten en kleinere heesters op een natuurlijke wijze gerangschikt. Het werk van Robinson en Jekyll, Wild Gardening in mixed Borders and Herbaceous Borders, geniet in het Nederland van voor 1940 ruime bekendheid en waardering. De vraag naar deze borders werd ook aangewakkerd door het sterk toegenomen plantensortiment.

gravetye dusk with eremurus
Gravetye Manor William Robinson

Opvallend is het dat in deze periode (1900-1940) vrouwelijke tuinarchitecten op de voorgrond traden. Deze groep tuinarchitecten voelen zich duidelijk meer aangesproken tot de beplanting dan tot de architectonische tuinstijl. Tot deze groep ‘Beplantingsdeskundigen’ zijn onder meer Mien Ruys (vanaf 1925), Tine Cool (vanaf 1919), en Renske Boon (vanaf 1930) te rekenen. Ook tuinarchitecten Th. J. Dinn en H. Roeters van Lennep gingen zich veelvuldig bezig houden met de invulling van de borders. Dit kwam vooral door hun verbintenis aan kwekerij Van Tubergen. Het was toen al mogelijk om bij deze kwekerij specifieke beplantingsplannen voor borders te laten maken, tegen een vast tarief per vierkante meter.

Mien Ruys is in de tweede helft van de vorige eeuw zonder meer de tuin en landschapsarchitect geweest  met de meeste invloed. Voor een groot gedeelte heeft zij bepaald hoe ons openbaar groen en de privétuinen er uit kwamen te zien. Al in een vroeg stadium in haar (lange) loopbaan raakt zij geïnspireerd door vaste planten.   Haar vader had een internationaal gerenommeerde kwekerij van vaste planten, Moerheim geheten, waarvoor hij al sinds 1896 catalogi uitbracht, inclusief beplantingsadviezen. In 1904, het geboortejaar van Mien, had de kwekerij het predikaat ‘koninklijke’ verkregen.

In 1928 ging Mien Ruys in de leer bij de afdeling tuinarchitectuur van een kwekerij in Tunbridge Wells (Engeland), waar ze ingewijd werd in het ontwerpen en tekenen van tuinen en het (bege)leiden van de aanleg daarvan. Ze bezocht toen ook de befaamde tuinarchitecte Gertrude Jekyll, een goede kennis van haar vader. 

In 1955 richtte Mien Ruys samen met haar echtgenoot (uitgever) Theo Moussault het kwartaalblad Onze Eigen Tuin op. Hierdoor weet zij ook de “gewone” tuinier te bereiken en enthousiast te maken in het gebruiken van vaste planten in de tuin. Eerder publiceerde zij al Borders: hoe men ze maakt en onderhoudt (1939) en het befaamde Vaste Planten Boek (1950), het is vooral dit boek wat een grote invloed heeft in hoe wij zijn gaan tuinieren na de Tweede wereldoorlog.

In het Vaste Planten boek schrijft zij: Sommigen menen, dat deze vaste-planten-groepen en borders een mode-gril zijn, maar zolang we geen betere wijze weten te vinden om de vaste planten te groeperen, zullen er borders blijven. De grootste bekoring er van ligt misschien hierin, dat we zo de natuurlijkste ontplooiing kunnen geven in een toch door de mens gewilde vorm. Er is een eideloos kleuren- en vormenspel mogelijk, zonder de stijfheid en onnatuurlijkheid van de vroegere perken, want we zien bloemen bijeen in knop, planten in volle ontwikkeling naast uitgebloeide soorten. Ook de laatsten behouden een plaats in de border en zo leren we de planten waarderen, juist in deze opeenvolgende stadia en niet alleen als kleurvak. Maar ook deze nieuwe wijze om schoonheid in de tuin te brengen is geen eindpunt. De mens zal veranderen en zijn houding ten opzichte van de tuin zal zich wijzigen; er zullen nieuwe wegen ontdekt worden en er komen nieuwe planten.

Duidelijk wordt dan al dat we worden geleerd anders naar de plant te kijken en juist ook de lange periode dat een (vaste) plant is uitgebloeid te leren waarderen. Mien Ruys: Zelfs afgestorven bloemen kunnen van een ontroerende schoonheid zijn, dofgrijs wordt de kogeldistel, maar fluwelig-bruin glanzen de uitgebloeide bloemen van Telekia tot diep in de winter.

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw zijn in Nederland, zonder het in eerste instantie van elkaar te weten, enkele tuinlieden drukdoende in het verder ontwikkelen van de tuin in de natuurstijl. Er ontstaan verschillende stromingen in stijl met het verwerken van voornamelijk inheemse vaste planten en grassoorten die internationaal bekendheid krijgen onder de naam: Dutch Wave. Gras is hierbij een welkome aanvulling in het sortiment aan planten voor de tuinen in natuurstijl. Bekende ontwerpers kweken hun eigen (inheemse) vaste planten waardoor de natuurstijl ook een duurzaam karakter krijgt.

Een droomborder van Ton ter Linden in Ruinen
Een droomborder van Ton ter Linden in Ruinen foto Gert Tabak

De bekende kunstschilder Ton ter Linden heeft zijn inspiratie van Mien Ruys, maar ook zijn bezoeken aan het Jac. P. Thijssepark in Amstelveen inspireren hem bij het maken van zijn droomborders. Vooral de jaren dat hij werkzaam is in zijn tuin in Ruinen (Drente) maken hem tot een internationale bekendheid. Ton’s borders hebben een schilderachtig uiterlijk en zijn minder gebaseerd op ecologie. Ton ter Linden ontwerpt in deze periode ook tuinen voor anderen maar kiest er duidelijk voor om zijn ideeën zoveel mogelijk in zijn eigen tuin te verwezenlijken. Henk Gerritsen brengt in zijn Prionatuinen wilde plantsoorten samen met gecultiveerde soorten. Zijn ontwerpen hebben een verbazingwekkende vrije en natuurlijke uitstraling. Hij gebruikt vaste planten maar ook eenjarige en kruiden in een gecontroleerde informaliteit. Vooral een jonge generatie tuiniers voelt zich aangesproken tot zijn beplantingswijze. Henk Gerritsen heeft bij zijn plantenkeuze veel aandacht voor het dierenleven in de tuin, zijn vlindertuin is een begrip.

Rob Leopold is de verbindende factor binnen de Dutch Wave, zijn inspanningen maken de nieuwe natuurstijl op zijn Nederlands internationaal tot een begrip. Met zijn kwekerij De Cruijdthoeck experimenteert hij veel met zadenmengsels. Rob Leopold ziet eenjargen als de finishing touch in de natuurtuin. Jacqueline van der Kloet is in deze periode volop aan het experimenteren met vaste planten in combinatie met bolgewassen. Internationaal krijgt zij veel waardering voor haar wijze van ontwerpen. Ook werkt zij bij sommige van haar projecten samen met Piet Oudolf, waarbij zij verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld het bollenontwerp van de Lurie Garden in Chicago.

new yok botanic revision.tif

Piet Oudolf is de globetrotter binnen de Dutch Wave. Zijn ontwerpen zijn op veel plekken in de wereld begrippen geworden. Piet´s passie voor planten werd gestimuleerd toen hij in 1977 Engeland bezocht. Hij bezocht o.a. Hidcote Manor en Bressingham Gardens van Alan Bloom. Bij een bezoek aan de tuin en kwekerij van Beth Chatto raakt hij zeer onder de indruk van de wijze hoe zij haar kwekerij vorm geeft, haar kwekerij inspireerd Piet om ook zelf planten te kweken. Dit voor een groot deel ook uit fustratie omdat hij niet de soort planten kan krijgen die hij het liefst verwerkt in zijn ontwerpen.

Piet en Anja Oudolf beginnen in 1982 een kwekerij in het Gelderse Hummelo. Piet heeft zijn succes voor een groot gedeelte te danken aan zijn zeer zorgvuldige plantenselectie. Hij selecteerde van de verkregen soorten de vormen die hem waardevol leken voor de tuin. Bepaalde geslachten hadden zijn speciale aandacht, asters, astrantia´s, monarda´s en sanguisorba´s.

Vanaf de jaren negentig wordt er veelal gewerkt met een nieuw verkregen sortiment planten. Deze planten zijn hoofdzakelijk afkomstig uit Europa en Noord Amerika. Doordat de planten voor ons inheems zijn en dus gewend aan de lokale omstandigheden krijgen de tuinontwerpen een duurzaam karakter. Meer dan ooit tevoren in de tuinarchitectuur speelt ecologie een belangrijke rol. Succesvol gebleken combinatie´s van inheemse planten zijn belangrijker geworden dan de individuele plant. Vorm, textuur en het afterlife van de plant zijn belangrijker dan de kleur. In de ontwerpen speelt de transparantie van een plant ook een belangrijke rol. Zie hier meer over in dit bericht bij TuinenStruinen, GO WILD Deel 1.

Een gedeelte van Tokachi Millennium Forest van Dan Pearson
Een gedeelte van Tokachi Millennium Forest van Dan Pearson

Ook in andere landen wordt er niet stil gezeten. Internationaal krijgen de ontwerpers en kwekers van de tuinen in natuurstijl de naam New Perennial Movement. De bekende Britse tuinontwerper Dan Pearson heeft een ongekende plantenkennis en durft experimenteel te zijn.  In samenwerking met landschapsarchitect Fumiaki Tanako is Dan Pearson verantwoordelijk voor het ontwerp van het Tokachi Millennium Forest in het Japanse Hokkaido met een oppervlakte van 240 ha. De Amerikaan Roy Diblik heeft een kwekerij in het zuiden van Wisconsin, Diblik was hier een van de eerste die inheemse vaste planten in potten kweekte.

Roy Diblik heeft een systeem ontwikkeld dat het Know Maintenance systeem genoemd wordt. De beplantingen zijn bedoeld voor tuineigenaren in zijn regio. De beplanting is gebaseerd op segmenten van 2,4 x 3,7 meter die verdeeld zijn in een grid van vierkanten van 30 cm. Deze segmenten kunnen herhaald worden als een modulair systeem waarbij hij tussen elke module verbindende planten gebruikt. In het boek dat hij voor de tuinier schreef geeft hij 40 voorbeelden. Uitgangspunt is hierbij om de tuinier de kennis te geven en dit als startpunt te gebruiken voor het maken van eigen combinaties.

De Inclusieve Tuin van Carrie Preston en Jasper Helmantel foto Marion Tiem
De Inclusieve Tuin van Carrie Preston en Jasper Helmantel foto Marion Tiem

In Nederland ontwerpt Carrie Preston samen met Jasper Helmantel, de eigenaar van kwekerij De Cruydthoeck, ‘de Inclusieve tuin’ een project van Groei & Bloei samen met VARA’S Vroege vogels. Samen maken deze twee tuinontwerpers een aantal ontwerpen waarin er weer plaats is voor planten, voornamelijk inheems, en waarin veel aandacht is besteed aan biodiversiteit.

De Natuurstijl is als stroming binnen de tuinarchitectuur duidelijk aanwezig vanaf 1870. De tijdsgeest en het plantensortiment bepalen het uiterlijk ervan. Een nieuwe generatie tuinontwerpers zijn geìnspireerd door de meesters van de Dutch Wave. Een voorbeeld van een tuinontwerper uit deze generatie is de Amerikaan Adam Woodruff die Piet Oudolf en Roy Diblik noemt als zijn inspiratiebronnen.

ja 5a
Jones Road Garden door Adam Woodruff

Bekijk hier alle berichten in de serie GO WILD!

Klik hier om naar de Welkom-pagina te gaan

GO WILD! Een Border á la Ton ter Linden

gt 4 ton blanco
Ton ter Linden

De bekende kunstschilder, tuinier en tuinontwerper Ton ter Linden heeft zijn bekendheid vooral te danken aan zijn hoge en overweldigende borders. De borders met hun natuurlijke uitstraling en subtiele overgangen in kleur hebben een betoverend effect op velen.

In Ton’s tuinen in het Drentse Ruinen kregen zijn borders voor het eerst vorm. Jaarlijks werden deze tuinen dan ook door vele duizenden tuinliefhebbers bezocht. De inspiratie voor zijn borders deed hij tijdens zijn jonge jaren op in het Amstelveense Jac. P. Thijssepark. Toen hij jaren later de gelegenheid kreeg om samen met Anne van Dalen een boerderij met meer dan een hectare grond te kopen begon Ton zijn droom te verwezenlijken.

bttl1

Na vele jaren van experimenteren en vooral toen Ton grassen in zijn borders begon te plaatsen werden de borders zoals hij het al jaren in gedachten had. De borders kregen, mede door het gebruik van grassen, een natuurlijke uitstraling. De wijze van het beplanten van deze borders maakten van Ton een internationale bekendheid als één van pijlers van een nieuwe tuinstijl die de naam Dutch Wave kreeg.

Een border á la Ton.

De natuurlijkheid van de borders moeten we niet vergelijken met wildheid. Een weldoordacht ontwerp van de compositie ligt hieraan ten grondslag. De borders van Ton zijn vol en overweldigend, ze laten geen stukje zwarte grond meer zien. Denk vooral niet dat je hetzelfde effect bereikt door veel planten dicht bij elkaar te plaatsen. Bedenk ook dat de meeste borders meedere seizoenen (of jaren) nodig hebben om tot hun uiteindelijke hoogtepunt te komen. Er komt bij dit soort borders iets meer kijken, maar laat u niet afschrikken!

ttl024

Een gedeelte van Ton’s tuin in De Veenhoop.

Bij het maken van een beplantingsplan in Ton’s stijl is het zeker niet de bedoeling om zijn borders te kopiëren. Een goed ontwerp is gebaseerd op uw eigen individualiteit. Met andere woorden: U kunt de spelregels van Ton ter Linden toepassen maar geef er vooral uw eigen draai aan. Laat U inspireren door uw favoriete planten, kleur en sfeer. Bekijk vervolgens of deze voldoen aan deze stijl.

Ton ter Linden maakt in zijn borders gebruik van vaste planten, grassen, rijkbloeiende éénjarige planten en bloembollen.

bttl6
bttl7

Licht speelt een belangrijke rol.

Ton’s borders hebben een bepaalde dichtheid en transparantie. Deze transparantie zorgt ervoor dat zijn borders een natuurlijke uitstraling hebben. Licht is een belangrijke factor, licht moet zichtbaar zijn en is van essentieel belang. Deze transparantie wordt bereikt door veel planten te gebruiken met een rechtopgaande groeiwijze en een fijne structuur. Let er bij uw plantkeuze ook op dat u niet al te dominante en snel uitzaaiende planten gebruikt. Deze dominante planten kunnen snel gaan overheersen in de border. Borders hebben zeker enkele seizoenen nodig voordat het eindresultaat is bereikt. Wees vooral ook niet bang om te experimenteren. De borders van Ton zijn het resultaat van jarenlang geduld, uitproberen en van mislukkingen leren.

De bloeitijd.

De borders van Ton zijn een waar spektakel van bloeiende planten. Bij zijn plantkeuze houdt hij er bewust rekening mee dat de meeste planten bloeien in dezelfde periode. Het gevolg is een uitbarsting van bloei die een waar feest in uw tuin geeft in een periode van ongeveer 6 á 7 weken. Daarna is de border dus voornamelijk groen. Als u een kleine tuin heeft kunt u dus beter planten kiezen met verschillende periodes van bloei zodat u vanaf het voorjaar tot aan de eerste vorst van bloei kunt genieten. In een grote tuin is dit op te lossen door er enkele planten met een late bloeiperiode tussen te plaatsen of elders in de tuin borders met een andere bloeiperiode te maken.

Om een groene border visueel aantrekkelijk te houden, in de periode voor de rijke bloei en daarna, kiest u planten met verschillende bladvormen. Denk hierbij aan groot karaktervol blad, langwerpig blad van grassen etc. Ook kunt u enkele planten kiezen met gekleurde bladeren. Fraaie zaaddozen en vruchten houden de border ook aantrekkelijk.

bttl2

De hoogte en groeiwijze.

Ton vindt een border die geleidelijk van laag naar hoog is opgebouwd maar saai. Hij maakt op een bijna speelse wijze gebruik van de hoogte van planten. Vaak maakt hij gebruik van hoge planten vooraan in de border. Hij maakt daarbij gebruik van planten met een doorzichtige structuur of een ragfijne bloeiwijze. Dit zijn bijvoorbeeld grassen, Thalictrum of planten met een aarvormige bloei. Het spelen met de hoogte zoals Ton dat doet dwingt u tegen een beplanting op te zien. Het moet een overweldigende ervaring zijn waarbij u als het ware wordt opgenomen in een overvloed van schoonheid.

Ton ter Linden:

‘Borders moeten u overspoelen en meenemen als de hoge golven van een opspattende branding’.

bttl9

In de meeste catalogi van plantenkwekers kunt u informatie vinden over de hoogte van een bepaalde plant, over de groeiwijze van planten staat vaak niets vermeld. Voor de groeiwijze kunt u beter een goed plantenboek (bijvoorbeeld van Rob of Modeste Herwig) raadplegen. De borders van Ton bestaan uit een overvloed aan verticale lijnen, let hier dus goed op bij uw plantkeuze. Dit zijn vaak polvormige planten.

bttl3

Het aantal planten dat u gaat verwerken in uw ontwerp hangt af van de grote van de plant in volle wasdom en de oppervlakte van een bepaald kleurvak. Wanneer u zover bent dat u ontwerp op papier staat neem deze dan mee naar een goede kweker, hij kan u advies geven over de plantdichtheid en hoeveel planten u hiervoor nodig heeft.

De vorm van de bloem en textuur van het blad.

Hoe kleiner de bloem, hoe meer de kleur uiteenvalt en zich via kleurvlekken, kleurspatten en kleurnevels tussen de andere planten mengt. Dit kan goed van pas komen om een kleur langzaam te laten overlopen naar een andere kleur. Grote open bloemen of  bloemschermen geven een onmisbaar horizontaal effect aan de compositie. Afwisseling in bloemvormen maken de border interessant en geven aantrekkingskracht. Afwisseling van bladvorm is ook essentieel, ook de kleur van het blad is belangrijk. De textuur van het blad en de wijze van uitgroei (zaaddozen) zijn vooral belangrijk als de bloeiperiode voorbij is, zij geven dan afwisseling en structuur aan de border. De verticale lijnen in Ton’s borders kunnen vervagen bij het gebruik van planten met een te fors blad. De meeste Dahlia-soorten zijn daarom ook moeilijk in te passen in een border á la Ton. Een uitzondering is Dahlia ‘Bishop of Llandaff’.

De belangrijkste punten samengevat:

  • Gebruik veel verticale lijnen door planten te kiezen met een rechtopgaande groeiwijze.
  • Zorg voor transparantie door planten te kiezen met een fijne structuur.
  • Afwisseling van bloem en bladvorm is essentieel.
  • Wees niet bang om te experimenteren en fouten te maken.
  • Laat u door een goede kweker informeren over de plantdichtheid.
  • Kijk ook goed hoe een plant er na de bloei uitziet, denk daarbij bijv. aan de vorming van zaaddozen.
  • Speel met de hoogte van planten. Durf aan de voorzijde in de border hoge (transparante) planten te plaatsen.
  • Een border á la Ton komt het beste tot zijn recht op een groter oppervlak.
bttl4

Een voorbeeld: De Voorjaarsborder.

bttl5

`Plantenlijst voorjaarsborder

  • 1- Stipa gigantea Vedergras 200 cm bloei 7-8 aantal: 2
  • 2- Helictotrichon sempervirens Sierhaver 150 cm bloei 5-6 aantal 6
  • 3- Papaver orientale ‘Rembrandt’  Donkerrood 85 cm bloei: 7-7 aantal:6
  • 4- Papaver orientale ‘Helen Elisabeth’  Zalmroze 80 cm bloei: 5-7 aantal: 4
  • 5- Papaver orientale ‘Indian Chief’ mahoniekleur 80 cm bloei: 5-7 aantal: 3
  • 6- Papaver orientale ‘Mrs. Perry’ zalmroze 70 cm bloei: 5-7 aantal: 3
  • 7- Papaver orientale ‘Ladsy Moore’ zachtroze 100 cm bloei: 5-7 aantal: 3
  • 8- Geranium pyrenaicum bermooievaarbek violet 60 cm bloei: 5-8 aantal: +/- 70
  • 8- Aquilegia vulgaris ‘Plena’ akelei 75 cm bloei: 5-7 aantal: +/- 70
  • 9- Viola cornuta ‘Amethyst’ hoornviooltje 15 cm bloei: 4-9 aantal: +/- 70
  • 9- Aquilegia vulgaris ‘Plena’ 75 cm bloei: 5-7 aantal: +/- 30

bloembollen:

bollen legenda
  • 1- Tulipa ‘Queen of the Night’ bijna zwart 50 cm bloei: 5 aantal: 25
  • 2- Tulipa ‘Black Parrot’ bijna zwart 50 cm bloei:5 aantal: 25
  • 3- Allium ‘Mount Everest’ wit 120 cm bloei: 5-6 aantal: 8
  • 4- Allium ‘Purple Sensation’ dieppurper 100 cm bloei: 5-6 aantal: 9
  • 5- Allium giganteum purperviolet 175 cm bloei: 6-7 aantal: 3
  • 6- Allium ‘gladiator’ paarsroze 140 cm bloei: 5-6 aantal: 5
  • 7- Allium atropurpureum wijnrood 60 cm  bloei: 6-7 aantal: 7
  • 8- Allium ‘Globemaster’ violet 90 cm bloei: 6-7 aantal: 4
  • 9- Allium macleanii lichtpaars 90 cm bloei: 5-6 aantal: 3

Een volledig overzicht van de werkwijze van Ton ter Linden ten aanzien van zijn borders kunt u vinden in het boek: Een tuin á la Ton.

ton boek

Het boek (15 euro excl. verzendkosten) is te bestellen via:

www.tonterlinden.com en www.gerttabak.com

Fotografie: Gert Tabak Visual Art

Met dank aan Ton ter Linden en Gert Tabak

Kijk hier het eerdere bericht over Ton ter Linden bij TuinenStruinen.

Bekijk hier de video over Ton’s tuinen in het Drentse Ruinen.

Kijk hier alle berichten in de serie GO WILD! DE NATUURRIJKE TUIN.

Ga hier naar de WELKOM pagina bij TuinenStruinen.

Ton ter Linden – Tuinieren met ziel en zaligheid

gt 1

De sluiting van het (open) tuinenseizoen van 2014 was een andere dan alle voorgaande afsluitingen van tuinseizoenen. Vorig jaar was het einde van een jarenlange periode waarin tuinliefhebbers van over de hele wereld de tuinen van Ton ter Linden konden bezoeken. In een groot artikel in landelijk dagblad Trouw (11 september 2014, C. Limpt, Het is mooi geweest, het is goed zo.) werd de sluiting van de tuin voor het publiek omschreven. Het nieuws van de sluiting ging als een lopend vuur door tuinminnend Nederland en ver daar buiten. Vooral op de sociale media kwamen er vele reacties.

Het is niet overdreven te stellen dat de tuinen van Ton tot de meest succesvolle open tuinen ooit van ons land hebben behoort. Na de publicatie in Trouw namen vele honderden tuinliefhebbers nog éénmaal de kans om Ton ter Linden en zijn tuin in De Veenhoop te kunnen bezoeken. De tuinen van Ton in Ruinen kregen in de jaren negentig van de vorige eeuw op het hoogtepunt rond de 20.000 bezoekers (!) per jaar te verwerken. Ton ter Linden en zijn partner Gert Tabak hebben besloten kleiner te gaan wonen en zodoende de woning in De Veenhoop in de verkoop te doen.

Tuinieren doet Ton nog steeds. Hoe kan het ook anders bij een persoon zoals hij, waarbij planten een hoofdrol spelen, vanaf zijn jonge jaren. Voor een artistiek iemand zoals Ton was de droge en theoretische leerstof in zijn schooltijd een enorme kwelling. Net als menig ander is Ton in zijn tienerjaren bezig met een zoektocht naar zijn “ware ik”. De zoektocht bracht hem allereerst naar een baantje als leerling-oppasser in Artis en vervolgens naar een dansopleiding. Zijn hartstocht voor het tekenen van natuur bracht hem naar het bekende Jac. P. Thijssepark aan de rand van het Amsterdamse bos in het oude en statige gedeelte van Amstelveen.

Jac. P. Thijssepark Amstelveen
Jac. P. Thijssepark Amstelveen

Het Jac. P. Thijssepark was voor Ton ter Linden een ware openbaring en een eerste kennismaking met een werkwijze die hem enorm aansprak. Het park wordt in verschillende fases tussen 1941 en 1972 ontworpen en aangelegd door Chris P. Broerse en zijn medewerker J. Landwehr. Ton had direct veel bewondering voor het park waarin vooral met inheemse beplanting wordt gewerkt. Anders dan bij een tuin of park met een conventionele beplanting van tuincultivars en exoten, waar het onderhoud er op is gericht de bestaande situatie in stand te houden, is een inheemse plantengroei onderdeel van een dynamisch proces van voortdurende verandering. De mens is hierbij een onderdeel van het grote geheel, de menselijke relatie met de natuur is het belangrijkste uitgangspunt.

Tijdens de vele uren welke Ton in het park aan het tekenen was heeft hij ook veel aandacht voor de bijzondere werkwijze van de tuinlieden. ‘In de jaren vijftig kwam ik daar heel regelmatig,  met een map tekenpapier, crayonkrijt en pastel. en ik heb daar héél veel dagen, héél veel uren doorgebracht met tekenen en schilderen. Niet alleen dat dat mij boeide en dat ik daar ontzettend veel van mijzelf in kwijt kon. Ik heb ook gezien hoe de mensen daar, hoe de mannen in hun pakken de hele dag aan het werk waren. Op hun knieën, met een wiedstok of een mes, waren ze daar bezig het onkruid te wieden.’

gt 4

Ton had in deze periode totaal nog geen ervaring met tuinieren. Toch besluit hij al: dat op het moment dat als hij ooit de kans op een eigen tuin krijgt, hij deze techniek gaat toepassen! Zelf noemt Ton deze techniek het begeleiden van een tuin. Vele jaren later was het zover, Ton’s droom kwam uit. In 1971 betrokken Ton en zijn partner een oude en behoorlijk vervallen boerderij in het Drentse Ruinen. Ton over de droom die werkelijkheid was geworden: ‘De bedoeling was om het hele terrein, 1,1 hectare, om te bouwen tot de tuin die het uiteindelijk is geworden’.

Stukje voor stukje veroverd Ton, met veel durf, geduld, bevlogenheid passie en volop experimenteren, het weiland en maakt hier de tuin die hij al jaren geleden voor ogen had. ‘Het enige wat destijds aanwezig was, naast de bevallige boerderij en schuren, was een oude appelboom, een appelboom van al meer dan honderd jaren oud, en deze boom was voor mij het uitgangspunt om de architectuur van het geheel te bepalen’. Ton maakte snel na de verhuizing een start en begon het eerste stuk weiland te veroveren, de eerste tuin was een feit. ‘Deze voorjaarstuin was oorspronkelijk gepland voor de Iris germanica. Deze irissen liepen na een aantal jaren terug, en het ontwikkelen van dit proces, de opbouw, is door de jaren heen helemaal gewijzigd,  het is later een tuin geworden die gekenmerkt werd door … ja, wat men zegt, door het impressionisme. Het was een tuin geworden met een ongekende vrijheid en met een bloeirijkdom die ongekend hoog was.’

In de loop van de jaren die volgen op het aanleggen van de voorjaarstuin komen er steeds meer onderdelen van de tuin gereed. De verschillende onderdelen worden gescheiden door een gazon. De zomerborder krijgt een omvang van wel dertig bij vier meter. ‘Deze border was zo opgebouwd dat wanneer je ervoor stond het voelde alsof de branding op je af kwam. Als je voor de border stond op het gazon begon de beplanting meteen verticaal opwaarts, het bouwde zich op tot de taxushaag, die drie meter hoog was’.

Het weven in een border is voor mij van essentieel belang. Ik laat dus niet de groepen apart staan, in grote plekken: ik probeer alle planten met elkaar te verweven, dat is zowel in vorm als kleur heel belangrijk.

gt 7

Vooral in de eerste jaren van zijn tuin in Ruinen bezoekt Ton regelmatig de tuinen van Mien Ruys. De tuin en Mien Ruys vormen een ware inspiratiebron voor Ton ter Linden. Het was ook door de bezoeken aan deze tuin in Dedemsvaart dat Ton voor het eerst in aanraking kwam met grassen. Tijdens een van zijn bezoeken neemt Dirkjan Koning, de tuinman van Mien Ruys, Ton mee naar een hoekje van het complex. Hier had Dirkjan een prachtige en ruime collectie grassen voor Ton klaar staan om mee te nemen en mee te gaan experimenteren in zijn borders.

Terug in Ruinen ging Ton direct aan de slag met de collectie grassen. Het resultaat waren borders waarin grassen een plek kregen tussen de in elkaar overlopende plantengroepen. De rechtopgaande groeiwijze van grassen sluit perfect aan bij de verticale lijnen die Ton in zijn borders toepast. Door de grassen kregen de borders ook een meer natuurlijke uitstraling. Een nieuwe beplantingsstijl is geboren. Ondertussen krijgt de tuin steeds meer aandacht en de erkening die het verdiende. Piet Oudolf bezocht de tuin in Ruinen, net als Mien Ruys en vele andere prominenten. Zonder het van elkaar te weten waren er in deze periode nog een aantal tuinontwerpers actief in min of meer dezelfde stijl van beplanten. Henk Gerritsen, Rob Leopold, Piet Oudolf en Ton ter Linden worden gezien als de grondleggers van een stijl van beplanting die later de naam: Dutch Wave zou krijgen.

De bekende Britse schrijver en tv-presentator Stephen Lacey over Ton ter Linden:

Ton’s borders met vaste planten zijn waarschijnlijk de mooiste, maar in ieder geval de meest originele die ik in de laatste 30 jaar tijdens mijn tuinbezoeken heb gezien. Hun originaliteit ligt in de betoverende mix van kunst en natuur. De borders reflecteren de toevalligheden en het ritme van een wilde bloemenweide en de prairie, samen met Ton’s vaardigheden en geest als de gever en wever van kleur tesamen met een mix van vorm en textuur. Voor mij is Ton ter Linden de leidende figuur in de Dutch wave!

De Dutch Wave krijgt al snel internationale aandacht, erkenning en navolging. De stijl van beplanting die de vier Nederlandse kwekers en/of tuinontwerpers toepassen sluit perfect aan, in een tijdgeest waarin er bij de consumenten voor belangrijke zaken als duurzaamheid en biodiversiteit meer aandacht is. Een jonge generatie van tuin en landschapsarchitecten en tuinontwerpers laat zich door de Dutch Wave inspireren. Dutch Wave begon internationaal een grote vernieuwende tuinstijl te worden en zou wereldwijd bekend worden als The New Perennial Movement. Kwekers en ontwerpers vanuit de gehele wereld ontmoeten en netwerken met elkaar om hun kennis te delen en inspiratie op te doen.

gt 2

Henk Gerritsen en Rob Leopold zijn enkele jaren geleden overleden. Beide hebben de heren, op hun eigen wijze, een grote bijdrage geleverd en zijn van onschatbare waarde geweest voor de Dutch Wave. Zij lieten een grote erfenis achter in de vorm van tuinen en in het delen van kennis. Piet Oudolf slaat zijn vleugels uit en maakt de nieuwe tuinstijl wereldwijd bekend door zijn vele ontwerpen. Zijn tuinen hebben internationaal veel waardering en erkenning. Ook zijn tuinboeken zijn een succes, mede door de samenwerking met Noel Kingsbury. Ton ter Linden is ondertussen hard bezig zijn tuinen in Ruinen te verwezenlijken. Hij krijgt internationaal veel uitnodigingen voor het ontwerpen van tuinen. Ton is echter liever bezig in zijn eigen tuin, hij is boven alles een echte tuinier. De beleving en het leven in zijn eigen ontwerp is voor hem het allerbelangrijkste.

De liefde en passie die Ton in zijn tuin steekt blijft niet onopgemerkt, de tuinen trekken jaarlijks vele duizenden bezoekers. Ton heeft de werkersmentaliteit van zijn ouders en maakt jarenlang lange dagen hard werkend in zijn tuin. De lat werd steeds hoger geplaatst mede door de vele bezoekers. Ton is een fanatieke perfectionist en kan maar moeilijk omgaan met tegenslag zoals weersomstandigheden, woelmuizen, slakken enz.

De tuinen krijgen ondertussen de vorm van een onderneming, er wordt o.a geïnvesteerd in een theehuis en een groot parkeerterrein. Bij het 25-jarig jubileum van de tuinen ontwerpt en maakt Ton een grote langwerpige vijver compleet met grassentuin. ‘Bij de aanleg van de vijver en grassentuin was de verbinding met de omgeving, de eenheid van tuin en landschap,  van groot belang, de wilg die tevoorschijn kwam tijdens de werkzaamheden werd dankbaar opgenomen in de architectuur van de hele tuin.’

Een bankje met uitzicht op de vijver met beplanting
Een bankje met uitzicht op de vijver met beplanting

In 1989 komt abrupt aan de vele jaren van voorspoed een einde als Ton’s partner ernstig ziek wordt. Er breekt een periode aan die uiteindelijk drie jaar duurt waarin Ton zijn partner, Anne van Dalen, veel zorg moet bieden, het gevolg is een tuin die langzaam maar zeker de liefde en zorg van Ton mist. De tuin gaat achteruit en de bezoekersaantallen lopen snel terug. In 1992 komt Anne te overlijden en Ton ondergaat een zware, moeilijke periode in zijn leven. Het is Hanne Cannegieter die aan deze periode een einde weet te maken, zij is degene die Ton uit een diep dal weet te trekken. Haar hulp en de komst van Gert Tabak in Ton’s leven zijn de reden dat de tuinen en Ton weer opbloeiden. De Nederlandse Tuinenstichting zorgt er later dat jaar voor dat Ton een tuin kon gaan aanleggen op de Floriade in Zoetermeer. Het werd een kopie van zijn tuin in Ruinen, met veel hulp daarbij van kweker Brian Kabbes. Mede door de Floriade was Ton weer terug op zijn oude niveau.

Na een periode van 28 jaar zijn ziel en zaligheid in de tuin gestoken te hebben neemt Ton in 1999 afscheid van zijn levenswerk. Van 2000 tot 2008 wonen Ton en Gert in Zuid-Limburg en runnen daar een gallerie. Vanaf 2009 verhuizen zij naar De Veenhoop, een gehucht in Friesland. In de villa komt een atelier en galerie en Ton…. die heeft weer een tuin! Weliswaar een stuk kleiner dan hij was gewend, maar groot genoeg om er weer een kunstwerk van te maken. Rond een inmense vijver komt een tuin in zijn stijl met veel vaste planten, grassen, en bloemige éénjarige planten. Opnieuw is Ton’s creatie van een ongekende en verfijnde schoonheid. De tuin ligt iets verheven boven het Friese landschap met zijn rechte lijnen, boerderijen, gras en vooral veel koeien.

Fotografie: Arjan Boekel

Vanuit het woonhuis kijk ik op deze koude zatermiddag in februari naar de grote viiver en tuin die vloeiend over lijken te gaan in hun omgeving. Ton komt naast mij staan als ik stil van zijn paradijs sta te genieten. ‘Dit is het eerste jaar dat ik nog niks heb gezaaid, raar hoor.’ Het huis met Ton’s tuin staat te koop  (inmiddels verkocht, red.), het is aan de nieuwe bewoners wat er met zijn tuin gaat gebeuren. Stoppen valt hem opnieuw zwaar! Veel steun krijgt Ton van zijn partner Gert Tabak en samen zijn de heren op zoek naar een kleinere plek.

gt 8

De kleinere tuin die dit met zich meebrengt zal ongetwijfeld weer een juweeltje worden. Het wordt in ieder geval ditmaal een tuin zonder de druk van bezoekers. Een tuin waarin hij zich nog eenmaal in kan verliezen en vooral zelf van kan gaan genieten. In ieder geval blijkt tijdens ons gesprek dat hij nog genoeg plannen heeft voor de toekomst. Voorlopig is “evergreen” Ton nog niet klaar, er is nog energie genoeg. Ton ter Linden kan toch niet stil blijven zitten. Aan de einde van de gezellige middag verlaat ik Gert en Ton. Vlak voor ik de auto in stap zegt Ton: ‘En toch ga ik straks nog één keer iets moois neerzetten.’ Gerustgesteld verlaat ik De Veenhoop.

gt 5

Ga naar de WELKOM pagina.

Met veel dank aan Ton ter Linden en Gert Tabak.

Fotografie: Gert Tabak Visual Art  / panorama-foto tuin Ton ter Linden, De Veenhoop: Arjan Boekel Tuinen

Kijk HIER naar de video over de Tuinen van Ruinen op FloraTube.