Meerstammige boom past prima in natuurlijke tuin

Van den Berk Boomkwekerijen

In onze tuinen en het openbare groen is er een duidelijke trend te ontdekken om planten en bomen in hun meer natuurlijke vorm te tonen. Dit is zeker bij bomen het geval. Toch zijn ook de hoogstambomen, die we in veel straten zien ook niet een natuurlijke vorm.

De meeste (loof)bomen in een natuurlijk bos zijn normaal lager vertakt en hebben geen kaarsrechte stam met een kroon daarboven. Dat wil zeggen als tenminste het wild er niet aan heeft gevreten.

Van den Berk Boomkwekerijen

Natuurlijke vorm

Toch zullen er naast deze trend voor meer natuurlijke vormen altijd hoogstam bomen blijven bestaan. Vooral bij het gebruik in steden is een hoogstam boom of laanboom handig omdat we er onderdoor kunnen lopen en er open zicht blijft, wat een veiliger gevoel geeft.

Van den Berk Boomkwekerijen

In onze tuinen, vooral die met wat groter oppervlak, kunnen we de meer natuurlijk uitziende meerstammige bomen aanplanten. Natuurlijk past deze boom in elke tuinstijl, door zijn meer natuurlijke uitstraling is hij ook zeer geschikt in de natuurrijke tuin. Naast meerstammig bestaan er ook laag vertakte (ook wel betakte of beveerde bomen genoemd) bomen. Deze bomen hebben vanaf onderaan zijtakken en lopen vaak van smal onderaan taps naar grotere zijtakken bovenin, vaak wordt deze vorm aangeduid als “vaasmodel”. Een meerstammige boom is bij de opkweek, al op jonge leeftijd, zo gesnoeid dat er direct bij de grond meerdere stammen zijn ontstaan

Van den Berk Boomkwekerijen

Hogere milieuwaarde en beeldbepalend

Meerstammige bomen hebben onderin een open structuur wat in de tuin handig kan zijn. Bovenin hebben de meerdere stammen een grotere bladmassa waardoor de milieuwaarde van deze bomen hoger is, bovendien geven ze meer schaduw.

Ook esthetisch heeft dit voordelen omdat er direct meer ‘groene aankleding’ is. Veel ontwerpers en tuinarchitecten vinden de habitus van meerstammige aantrekkelijk vanwege hun lossere, grilligere vorm. Ze gebruiken deze als beeldbepalende elementen in grotere publieksruimtes.

Van den Berk Boomkwekerijen

Boom of heester?

Al snel zou je kunnen denken noemen we de meerstammige boom een heester of een boom. Voor een boom wordt over algemeen de definitie gebruikt van een houtige plant met één stam en een kroon van (in totaal) minimaal 4 meter hoogte. Een heester is een houtige plant die zich onmiddellijk boven of al in de grond vertakt en dus geen stam vormt.

Een meerstammige boom vertakt zich wel direct boven de grond maar de stammen zijn duidelijk te onderscheiden en de vertakking op deze stammen begint in het algemeen hoger dan bij een struik. Een meerstammige boom kan ook een grotere hoogte bereiken dan een struik.

Project: Begraafplaats Arisdorf, Zwitserland

Deze begraafplaats in het Zwitserse Arisdorf is gelegen tegen een helling. Hier koos de landschapsarchitect voor een eenvoudige beplanting met grote sierwaarde.

De gele kornoelje (Cornus mas) bloeit geel in het vroege voorjaar, krijgt rode bessen in de zomer en een mooie afschilferende bast in de winter.

Project: Winkelpromenade Sint Niklaas, België

De blikvanger van het project is het groenontwerp, dat door Grontmij in samenwerking met Daniël Ost en Kristof Swinnen werd uitgewerkt. Er werd voor gekozen om ‘groene stadskamers’ in te richten, met als visueel effect dat de straat kleiner en aantrekkelijker wordt.

Door gebruik te maken van meerstammige bomen behoudt de groenaanleg bovendien een zekere lichtheid. Van den Berk Boomkwekerijen leverde o.a. Magnolia’s, Cercidiphyllum japonicum, Cladrastis kentukua, Acer griseum, Nyssa sylcatica en Zelkova serrata. Het groen vormt nu een aanzienlijke versterking van de belevingswaarde van de aangename wandelesplanade.

Van den Berk Boomkwekerijen

GO WILD! Tien tips om de biodiversiteit in uw tuin een boost te geven!

Een rijker dierenleven is een rijkere tuin!

Vanwege het grote oppervlak dat tuinen in ons land hebben kunnen tuiniers een belangrijke rol hebben in het vergroten van de biodiversiteit. Wanneer we een huis met een tuin kopen of huren begint in feite ook onze verantwoording voor tijdelijke gasten en permanente medebewoners.

(video) wat is biodiversiteit

WAT IS BIODIVERSITEIT

U heeft een tuin immers nooit alleen. Vogels bijvoorbeeld kunnen er voedsel vergaren, schuilen of zich er zo in thuis voelen dat ze er zich in voortplanten. Insecten kunnen er tijdelijk gast zijn maar zich ook permanent vestigen. Veel hangt af van de wijze waarop u de tuin heeft ingericht. In de regel is een tuin die van veel groen en weinig betegeling is voorzien altijd beter. Maar zonder de tuin nou helemaal te hoeven veranderen kan er met een aantal, toch vrij eenvoudige, aanpassingen al veel bereikt worden.

In dit artikel:

1 – Kies de juiste planten

Tuinontwerp: Ton ter Linden De Veenhoop foto: Gert Tabak

Bloemen voorzien insecten zoals bijvoorbeeld bijen en vlinders van het noodzakelijke stuifmeel en nectar. Bij het verzamelen hiervan zorgen zij voor bevruchting van de planten. Om het deze insecten niet al te moeilijk, zo niet onmogelijk, te maken kunt u beter niet kiezen voor overgecultiveerde bloemen, waar uzelf de meeldraden en stamper niet kunt zien (en ze ook vaak niet aanwezig zijn). Vaak gaat het hier om cultivars met dubbele, gevulde bloemen. Kies daarom liever voor de botanische – wilde – soorten, uitheems of inheems. Hoewel uit het oogpunt van duurzaamheid inheemse planten beter zijn. Let op! Bij de aanschaf van planten of zij biologisch zijn gekweekt.

In de regel zou je kunnen stellen dat, hoe goedkoper de plant is hoe groter de kans is dat zij zijn volgespoten met gif voor een snelle en daardoor goedkope teelt. Planten met veel gifstoffen op zich zijn uiteraard killing voor het dierenleven. Vraag hiernaar bij uw leverancier/kweker. Dan liever iets duurder of door uzelf opgekweekte planten uit zaad of stek.

Tulpen met goed te vinden stamper en meeldraden

Probeer bij uw plantkeuze een beplanting uit te vogelen welke bloeit van het vroege voorjaar (bijvoorbeeld Crocus en Mahonia) tot in het begin van de winter (bijvoorbeeld asters, sedums en klimop)

2 – Een mix van bomen en struiken

Malus ‘Toringo’ foto; van den Berk

Bomen en struiken bieden bescherming, geven goede broedplekken en zorgen voor voedsel. Fruitbomen geven bloesem als voedsel voor insecten en vruchten en zaden voor bijvoorbeeld vogels. Bovendien zijn zij natuurlijk ook een voedselbron voor mensen. Wanneer u een kleine tuin heeft is er niet altijd plaats voor bomen, u zou dan kunnen overwegen om een haag aan te planten van een verscheidenheid aan heesters. Een haag is immers altijd beter dan een schutting.

Tilia (Linde) Foto; Van den Berk

Uiteraard ziet het wildleven uw tuingrenzen niet als die van hen, zij zien altijd het grotere geheel, probeer dit ook zo te zien. Wellicht kunt u met uw enthousiasme uw buren aansteken om ook in te zetten op een rijker dierenleven (biodiversiteit).

Terug naar boven

3 – Ga met zorg om met volwassen bomen

In veel steden is er momenteel een ware kaalslag gaande in het openbaar groen. Veel grote bomen worden gekapt en al dan niet vervangen door kleine nieuwe exemplaren. Dit geeft een enorme kostenbesparing voor groenbeheerders door stukken en jaren minder onderhoud. Spreek uw gemeente hierop aan want de grote volwassen bomen zijn van onschatbare waarde voor de biodiversiteit!

Robinia pseudoacacia foto: v/d Berk

4 – Water is leven

foto; ensata.com

Als er een factor belangrijk is voor meer dierenleven in uw tuin dan is dat wel water. Hetzij in de vorm van een teil of emmer en anders als vijver. Als u vanwege uw tuinoppervlak of vanuit een klein budget maar één item kunt uitvoeren overweeg dan een waterelement, dit geeft altijd een hoog rendement.

Vissen in uw vijver zullen alles opeten wat in het water beweegt, dus liever geen vissen! Laat waterplanten zoveel mogelijk op een natuurlijke manier groeien. Laat in ieder geval één zijde van de vijver schuin aflopen, zodat allerlei schepsels de vijver makkelijk kunnen verlaten of juist bereiken. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan vogels die het heerlijk vinden om in laag water te poedelen.

5 – Leg een plek voor dood hout aan

Wat voorheen als afval beschouwt werd blijkt nu van groot belang voor een rijke biodiversiteit. Zo gaat het nu ook met dood hout, hier maakt u een stapel van (takkenril). Dode bomen en snoeiafval vinden hier een plek. U zult werkelijk versteld staan wat zo’n plek aan dierenleven trekt. Denk hierbij aan veel insecten maar bijvoorbeeld ook egels. Als u aan deze plek hout van bouwwerkzaamheden plaatst mag dit vooral geen bewerkt of van verf voorzien hout zijn. Deze houtrillen kunnen er fraai uitzien en een aanwinst in uw tuin zijn, denk hierbij aan zwammen en mossen.

6 – Maak uw eigen compost

Vrijwel niets aan plantaardig materiaal hoeft u tuin te verlaten. Afval heeft u dus vrijwel niet meer, dit is pure winst en stukken duurzamer. U maakt van het plantaardig (en zelfs van dierlijke oorsprong) materiaal nu uw eigen compost!

Behalve het voordeel dat u behaald uit kostenbesparing en het vergroten van de duurzaamheid van uw tuin is een composthoop een waar paradijs voor veel dierenleven. Er ontstaan in een composthoop ook veel (inheemse) schimmels en bacteriën. De makkelijk te produceren compost zorgt voor een gezonde bodem met alles wat daar in en op leeft. In een volgend deel gaan we meer in op maken van compost op een biologisch-dynamische wijze.

Terug naar boven

7 – Geef vogels het jaar door voedsel en water

Vooral tijdens de winter kan een aanvullende maaltijd het verschil betekenen tussen leven en dood. Het primaire voedsel voor tuinvogels bestaat uit bessen en zaadhoofden. De aanvulling vooral tijdens flinke kou bestaat uit: pinda’s, zonnebloemhoofden, zaden, keuken/etensresten en vetballen. Schoon en niet bevroren drinkwater is ook van levensbelang.

Tuinreservaatbordje bij de Geelvinvk Hinloopen tuin in Amsterdam

Uiteraard kiest u een plek waar katten geen kwaad kunnen. Dit voedsel en water is een eenvoudige manier om de biodiversiteit in uw tuin een flinke boost te geven.

8 – Wees niet al te netjes

Dit is dus geen excuus om er een rotzooitje van te maken! In plaats van blad weghalen in de winter maakt/harkt u er nu hoopjes van die u laat rusten. Stel veel snoeiwerk uit tot na de winter. Vaste (meerjarige) planten snoeit u nu na de winter. Het z.g.n afterlife van planten kunnen een waar sieraad zijn in uw borders en zijn de holle stelen een plek voor overwinterende insecten. Stapeltjes stenen zijn ook een goede plek voor veel overwinteraars.

Terug naar boven

9 – Laat een stuk gazon ‘verwilderen’

Gazon is er in overvloed en geeft deze monocultuur slechts een klein voordeel in biodiversiteit. In de V.S bijvoorbeeld bestaan veel tuinen voor het overgrote deel uit gras. Er is in de Amerikaanse tuinen zoveel gras dat een oppervlakte van Engeland en Wales tezamen gevuld kan worden met alleen maar gras. In het V.K. is er genoeg gras om Greater London in zijn geheel te voorzien van gras.

Als u een complete metamorfose van uw grasmat niet ziet zitten kunt u natuurlijk altijd een gedeelte van het gazon benutten voor een groter aandeel in biodiversiteit. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om een gedeelte wat amper word belopen door te laten groeien (verwilderen). Of u kiest voor een op uw omstandigheden toegespitst zadenmengsel te gebruiken.

Eerder hebben we bij tuinenstruinen.org al veel aandacht besteed aan dit onderwerp;

10 – Tuinier zo duurzaam mogelijk

Simpelweg geen of zo min mogelijk gebruik maken van brandstoffen die onvervangbaar (of eindig) zijn helpt al een hoop. Ook de aanschaf van bestrijdingsmiddelen op synthetische basis is niet duurzaam. Het liefst gebruikt u uw eigen compost om de grond te verbeteren. Immers, een gezonde bodem zorgt ook voor gezonde planten die minder snel ziek worden.

Ook door het vergroten van de biodiversiteit werkt in veel gevallen voor een gezondere tuin waar ziektes en plagen eerder een natuurlijke vijand hebben.

Meest recente GO WILD! berichten:

Foto 1: Intratuin Naturalis

Terug naar boven

Intratuin en Naturalis stimuleren samen biodiversiteit in voor- en achtertuin

Amsterdam, 20 februari – Ruim 40 procent van de Nederlandse tuinen is tegenwoordig bedekt met tegels. Zonde, want groen draagt – in tegenstelling tot tegels – bij aan een gezonde leefomgeving. Het zorgt voor natuurlijke verkoeling, zuurstof en de opname van koolstofdioxide. Daar komt nog bij dat planten het bestaan van allerlei belangrijke insecten, vogels en zoogdieren veiligstellen.

Hoogste tijd dus om aankomende lente onze versteende voor- en achtertuinen onder handen te nemen en de broodnodige biodiversiteit een comeback te laten maken in de Hollandse tuin. Intratuin start op 25 februari een landelijke campagne die Nederlanders op weg helpt naar een groenere tuin en inzicht geeft in wat verscheidenheid in de natuur ons brengt. Hiervoor heeft de groenspecialist de handen ineen geslagen met Naturalis Biodiversity Center.

De natuur een handje helpen

Een enorm oppervlakte van het Nederlandse landschap bestaat uit tuinen. Het gaat om 30 duizend hectare, een oppervlakte die gelijk staat aan maar liefst 44.000 voetbalvelden. Wanneer al deze tuinen gevuld zouden zijn met bomen, planten en moestuintjes zou dat een enorme boost geven aan de biodiversiteit in ons land. Planten, bloemen en een gezonde bodem trekken insecten, vogels en zoogdieren zoals egels aan. Zij houden op hun beurt het natuurlijke ecosysteem in stand. En dat is heel belangrijk aangezien bijvoorbeeld het aantal vliegende insecten sinds 1990 met 75 procent is afgenomen en de helft van de huismussen is verdwenen. Intratuin moedigt Nederland graag aan en lanceert daarom ook dit jaar de actie ‘Tegel eruit, plant erin’. In ruil voor één tegel krijg je op zaterdag 23 maart bij iedere vestiging twee gratis planten t.w.v. €3,49 per stuk aangeboden. Het doel van de actie is het doorbreken van de trend van de versteende tuinen en groen (plus vogelgezang, kleurige bloemen en zoemende bijtjes) terug te brengen in Nederlandse voor- en achtertuinen.

Josien Schraverus, woordvoerder van Naturalis: “We moeten er met z’n allen voor zorgen dat we groen een plek blijven geven en daarmee een gezonde leefomgeving voor mens en dier behouden. Bewustwording rondom biodiversiteit is daarbij cruciaal. Wij kunnen initiatieven en acties zoals die van Intratuin alleen maar toejuichen en hopen op een massale deelname aan de tegelactie en een grote opkomst in ons pop-up museum.”

Bekijk hier de column

Kwartetspel en Naturalismobiel

Tegel eruit, plant erin’ maakt deel uit van de landelijke campagne ‘Tijd voor biodiversiteit’. Hiermee informeert Intratuin Nederlanders over biodiversiteit en over hoe ze deze kunnen verbeteren. Te beginnen in de eigen voor- en achtertuin. Lang niet iedereen weet wat biodiversiteit is, laat staan hoe ze de natuur zelf een handje kunnen helpen. Intratuin vindt het belangrijk om een adviserende rol te spelen op het gebied van groen, ze hebben alle kennis immers in huis. En door de samenwerking met Naturalis, hét instituut voor biodiversiteit, is de informatie nog uitgebreider. Wat staat er op de planning?

  • Naturalis, het nationaal onderzoeksinstituut en museum op het gebied van biodiversiteit, komt met hun ‘Naturalis Onderweg’- mobiel naar vijf verschillende Intratuinvestigingen in Nederland. Omdat het museum tot het eind van deze zomer dicht is wegens een verbouwing, is het instituut tijdens deze periode ‘on tour’ aanwezig. Naturalis Onderweg is een heus pop-up museum vol weetjes over dier, natuur en mens. Het museum komt langs bij Intratuin op:
  • Zaterdag 2 maart – Heerhugowaard
    Zaterdag 9 maart – Pijnacker
    Zaterdag 16 maart – Weert
    Zaterdag 23 maart – Rosmalen
    Zaterdag 30 maart – Deventer
  • Om ook kinderen op een leuke, speelse manier te leren wat biodiversiteit en het belang daarvan is, heeft Intratuin samen met Naturalis een educatief kwartetspel ontworpen waarin de natuur centraal staat. Hierin komen insecten, bloemen, vogels en planten aan bod. Het kwartetspel krijg je cadeau bij aankoop van een Vlinderstruik (Buddleja) en kun je ook winnen met een kleurwedstrijd! Dit geldt voor alle Intratuin vestigingen in Nederland. Op=op.
  • Op 25 februari wordt een interactieve,
    online omgeving over biodiversiteit  gelanceerd met nuttige informatie over drie essentiële onderdelen van biodiversiteit: de bodem, dieren en planten. Een test geeft inzage in hoe biodivers jouw tuin is en je vindt er tips over hoe je, met kleine stapjes, nog actiever zou kunnen bijdragen.

TUINENSTRUINEN.ORG Top 10 Populaire berichten 2018

Coverfoto; Gert Tabak

10 – GO WILD! – Gras vervangen door een Bloementapijt

Het bekende plaatje van een gazon wat bestaat uit slechts enkele grassoorten kunnen we duidelijk zien als een monocultuur. Omdat we in de serie GO WILD! een zo natuurlijk mogelijke tuin nastreven past daar een monocultuur uiteraard niet bij. In de natuur bestaan immers ook geen monoculturen en gras is er meer dan genoeg.

9 – GO WILD! – een bloemrijk grasveld in plaats van een keurig gazon

Een goed onderhouden gazon kan een lust voor het oog zijn. Het frisse groen vormt vaak een mooi contrast met de naastgelegen borders. Het gazon kan ook een goede ondergrond zijn om bijvoorbeeld speeltoestellen voor de kleinste gebruikers van de tuin op te plaatsen. Als de kinderen ouder geworden zijn en het nest hebben verlaten is het misschien tijd om het gazon een andere functie te geven. In deze variant van een wilde bloemenweide gaan we er dus vanuit dat we als basis het bestaande grasveld benutten.

8 – Borderplan – De vele kanten van vaste planten

Vaste planten prikkelen de zintuigen, verbeteren het stadsklimaat, vragen weinig onderhoud en zijn zeer aantrekkelijk voor bijen en vlinders. Een afwisselende beplanting, met veel verschillende soorten, heeft bovendien een positief effect op het welzijn van mensen. Openbaar groen kan dankzij vaste planten dus kleurig, ecologisch waardevol én onderhoudsvriendelijk worden.

7 – Een mooie haag is de trots van elke tuinliefhebber

Een haag is een van de oudste manieren om een grens aan te geven. Hagen kunnen dienen als afbakening en bescherming. Hagen zijn ook vaak de plekken waar veel vogels voedsel en bescherming zoeken. Een haag kan ook een mooie achtergrond vormen voor uw beplanting. Door de opkomst van vaak foeilelijke bouwmarkt-schuttingen heeft de haag het moeilijk gekregen. Tijd om de schutting te vervangen voor een fraaie groene muur: Schutting eruit – Haag erin!

6 – GO WILD! Een wilde bloemenweide in uw tuin

De natuurrijke tuin is bezig met een flinke opmars. Steeds vaker ontdekken tuinbezitters deze tuinstijl. Dit soort tuinen zijn een stuk duurzamer dan de traditionele tuin en kennen een grote biodiversiteit (dierenleven). De natuurtuin of wilde tuin kan op verschillende manieren vorm krijgen. In eerdere berichten van de serie GO WILD! heeft u hier al over kunnen lezen. Ditmaal behandelen we de wijze waarbij zaaien het uitgangspunt vormt van onze nieuwe natuurrijke tuin.

bekijk bericht foto; Cruiijdthoeck

5 – GO WILD! De favoriete grassen van Piet Oudolf

Loop bij een willekeurig tuincentrum binnen en de kans is groot dat u de verkoopdisplay met grassen niet kan missen. Voor deze tuinstijl waarbij de natuur zijn intrede doet in onze tuinen zijn grassen onmisbaar.

Grassen en schermbloemen geven de beplanting zijn natuurlijke karakter. Piet Oudolf spreekt van stukjes nagebootste natuur, in zijn ontwerpen weet hij als geen ander ons ideaalbeeld van natuur te realiseren in een ontwerp, uitvoering en begeleiding.

4 – Combineren met vaste planten in de border

Vaste planten staan momenteel volop in de belangstelling. Deze groep planten heeft dan ook vele positieve eigenschappen waar we zeker gebruik van moeten maken. De keuze aan vaste planten is de laatste jaren flink veranderd en uitgebreid.

Vaste planten kunnen een belangrijke rol spelen in allerlei tuinstijlen. Bij een klassieke border zijn eigenschappen zoals kleur en hoogte belangrijker dan bij een ‘natuurlijk’ ontwerp.

3 – GO WILD! – Bodembedekkers als alternatief voor gras

Tuinliefhebbers die houden van een groene tuin, maar een glad gazon wat saai vinden, kiezen steeds vaker voor ‘bodembedekkers’. Dat zijn planten en plantjes die samen snel een netwerk vormen van wortels en bladeren en daarmee grote oppervlakten kunnen afdekken. Ze hoeven – laten we eerlijk zijn, dat is toch een voordeel! – niet om de haverklap te worden gemaaid.

2 – GO WILD! Top 10 Vaste planten voor bijen en vlinders

Een vlindervriendelijke tuin staat vol nectarplanten, je helpt er vlinders, bijen en andere nuttige insecten mee. Gelukkig is het geen straf om vlinderplanten in de tuin te zetten, ze hebben namelijk prachtige bloemen. Bovendien is er, dankzij deze kleurige en rijke bloeiers, altijd wat te beleven in de tuin: de dansende vlinders en ijverige bijen zijn een lust voor het oog.

1 – GO WILD! Een gids voor het maken van een ‘natuurlijke’ tuin

De natuurlijk ogende tuin wint steeds meer terrein in De Lage landen. De vaak als stijfjes ervaren traditionele borders waarin de planten zijn gerangschikt van laag naar hoog, als ware het een ouderwetse klassenfoto, worden steeds vaker omgetoverd in stukjes geschapen natuur.

Internationaal heeft Nederland hier al vele jaren hoog aanzien in en wordt er gesproken over de “Dutch Wave”. De aanpak die onze landgenoot Piet Oudolf hierin hanteert wordt wereldwijd gezien als de nieuwe standaard en heeft van Piet Oudolf de meest invloedrijke tuinarchitect en plantenkenner ter wereld gemaakt. Nu is het ook de tijd om aan uw border te werken en plannen te maken voor het voorjaar, denk daarbij ook eens aan een natuurlijke border en wordt ook pionier van een nieuwe manier van tuinieren! GO WILD!

“God never made an ugly landscape. All that the sun shines on is beautiful, so long as it is wild.

John Muir, Atlantic Monthly, January 1869.

bekijk bericht foto; Gert Tabak

GO WILD! – Gras vervangen door een Bloementapijt

Het bekende plaatje van een gazon wat bestaat uit slechts enkele grassoorten kunnen we duidelijk zien als een monocultuur. Omdat we in de serie GO WILD! een zo natuurlijk mogelijke tuin nastreven past daar een monocultuur uiteraard niet bij. In de natuur bestaan immers ook geen monoculturen en gras is er meer dan genoeg.

Gras in overvloed

In de V.S bijvoorbeeld bestaan veel tuinen voor het overgrote deel uit gras. Er is in de Amerikaanse tuinen zoveel gras dat een oppervlakte van Engeland en Wales tezamen gevuld kan worden met alleen maar gras. In het V.K. is er genoeg gras om Greater London in zijn geheel te voorzien van gras. Dat is dus gras tot aan de horizon! Hoeveel zal dat in De Lage Landen zijn?

In eerdere berichten gingen we al uitgebreid in op manieren waarop we het gazon konden veranderen in een bloemenweide. In deze episode gaat het over een vierjarig  PhD research project aan de universiteit van Reading (faculteit biologische wetenschappen) van de Brit Lionel Smith met als sponsor o.a de Royal Horticultural Society (RHS).

Grass-free lawns

De locatie voor de proefopstelling was het Avondale Park nabij Notting Hill in Londen.  Het resultaat kan wellicht nog het beste omschreven worden als een bloementapijt met het uiterlijk van een lappendeken. Door vanaf het begin grassen uit te sluiten, kunnen andere geschikte plantensoorten worden gebruikt. Op een manier die vergelijkbaar maar verfrissend verschilt van die van conventionele gazonzoden met monocultuur.

Onderzoek wijst uit dat een bloementapijt tot 90% meer bloemen kan produceren, meer dan 25% meer insectenleven kan bevatten en tot tien keer zoveel bezoeken van tweemaal zoveel bestuivers als grasplanten.

Het monocultuur gazon is ook wel beschreven als een ‘groene woestijn’, omdat er regelmatig gemaaid moet worden en gras-monocultuur niets heeft te bieden voor zowel andere planten of bestuivers.

Wat ook uw mening is over deze lappendeken van planten, u kunt het altijd aanpassen. In ieder geval is de  biodiversiteit groter en is het een belangrijk stuk duurzamer.

o.a; Ajuga reptans ‘Chocolate Chip’ – Mentha requienii – Taraxacum pseudoroseum

Het maaien wordt tot 2/3 verminderd, de regenval kan tot twee keer zo snel worden opgevangen als een grasveld en tapijtgazons hebben geen extra bemesting nodig.

Net als madeliefjes in traditionele gazons zullen grassen onvermijdelijk verschijnen, tenzij ze worden verwijderd. Maar met meer bloemen, veel minder maaien en geen bemesting, is het een spannende nieuwe manier om het eerbiedwaardige tuingazon te bekijken en te beheren.

o.a; Potentilla neumannia ‘nana’- Trifolium repens atropurpurea
Ajuga reptans ‘Burgundy Glow’, Mazus reptans, Cotula hispida en Lotus maculatus

Een grasvrij gazon kan worden belopen maar is niet geschikt voor intensief gebruik zoals sporten. Lopen, zelfs als het alleen tijdens het maaien is, helpt de planten ingedrukt te houden en kan hun groeipatroon beïnvloeden (Thigmomorphogenesis).

Veel van de plantensoorten die worden gebruikt, b.v. madeliefjes, klaver, boterbloemen enz. kunnen al worden gevonden in grasvelden waarop wordt gelopen.

Anthyllis vulneraria, Ajuga reptans ‘Burgundy Glow’, Geranium albanum, Viola hederacea en Lysimachia nummularia.
inheemse vaste plant voor het V.K. Erodium variabile ‘Bishop’s Form’.

Maaibeleid

Hoge planten veroorzaken schaduw voor laaggroeiende planten. Maaien (stress) vermindert de afmeting van langere groeiende planten. Een cyclus van herhaalde stress verandert constant welke groep planten op welk moment het voordeel heeft.

Wanneer een plant wordt gemaaid, stopt deze onmiddellijk met groeien en is er een onbalans tussen de bovenste groei en de wortelgroei. Bij sommige planten krimpen de wortels, waardoor koolhydraten vrijkomen die worden gebruikt om de schade te herstellen. De plant stopt de groei terwijl de schade wordt hersteld. Pas als de schade hersteld is, begint de plant opnieuw te groeien.

Laagblijvende planten die het mes van de maaier vermijden blijven groeien gedurende deze periode, vaak profiterend van de verhoogde lichtniveaus. Wanneer lang groeiende planten en kleinere planten worden gemaaid kunnen ze naast elkaar bestaan op een manier die niet mogelijk zou zijn zonder te maaien.

De samenstelling van het bloementapijt bepaald hoe vaak er moet worden gemaaid. Over het algemeen wordt er een hoogte aangehouden van 9 cm. Gemiddeld is dat 3-5 maaibeurten per jaar.  Bij een conventioneel grasveld zijn dit 20-30 maaibeurten, dit zou dus een aanzienlijke reductie van CO2-uitstoot betekenen.

met de klok mee vanaf linksboven, Bellis perennis ‘Pomponette Mixed’, Viola sororia, Trifolium repens ‘Dark dancer’ Erodium variabile ‘Bishop’s Form’.
Pilosella aurantiaca

Alle bloemtapijten hebben geen watergift gehad en ook geen bemesting gedurende de proef.

Viola tricolor
Hieracium maculatum ‘Leopard’

Plantkeuze

Klimatologisch tolerante soorten zijn essentieel. Begin met meerjarige planten die zich kunnen verspreiden zonder zaad te gebruiken, langer dan twee jaar leven en een zachte stengel hebben. Voeg vervolgens soorten toe die het maaien en de plaatselijke omstandigheden (inheems) kunnen verdragen.

Het gebruik van ongebruikelijke gekleurde bloemen en bladeren maakt het bloementapijt visueel interessant. Veel bladkleuren en bladstructuren zijn vooral aantrekkelijk na het maaien als er geen bloemen zijn en in de herfst als het aantal bloemen daalt.

Fotograaf:   Katherine Rose

Foto’s; bron

GO WILD! Top 10 drachtbomen voor bijen

tsgw opener

medium_tilia_henryana_12
Tilia (Linde) Foto; Van den Berk

medium_malus_toringo
Malus toringo Foto; Van den Berk

De bij heeft het moeilijk, iets wat u ondertussen vast heeft vernomen. Door de verstedelijking en de verschraling van het platteland hebben de bijen te maken met een teruglopend voedsel aanbod. Ook de varroamijt, een millimeter grote parasiet die sinds begin tachtiger jaren massaal voorkomt in de volken en ze verzwakt.  Insecticiden en fungiciden doen hun werk en daarvan worden ook bijen het slachtoffer. Wat kunnen tuiniers doen de bij te helpen bij overleven?

In ieder geval kunnen wij bijdragen door onze beplanting zo veel mogelijk te laten aansluiten bij de behoeftes van de bijen. In een eerder GO WILD!-bericht leest u over de top 10 vaste planten voor bijen en vlinders, en in deze aflevering van BNNVARA Zembla veel over het hoe en waarom van de bijensterfte. Ook in het bericht: Help de wilde bij overleven, veel informatie.

medium_gleditsia
Gleditsia (valse Christusdoorn) Foto; Van den Berk

medium_prunus_incisa
Prunus incisa (Fuji-kers) Foto; Van den Berk

In de natuurrijke tuin staan planten die wie ook in onze inheemse flora tegenkomen. Dit soort tuinen bestaan uit nagebootste natuur die ons ideaalbeeld hierover weergeven. De beplanting bestaat vaak uit kruidachtige vaste planten, botanische soorten, (en liever niet de vaak overgecultiveerde soorten), bloembollen die geschikt zijn voor verwildering, heesters en bomen.

medium_robinia_pseudoacacia
Robinia pseudoacacia (Gewone-, Schijn-, Witte- of Valse Acacia, Robinia) Foto: Van den Berk

Hoog boven ons hoofd leveren bomen een enorme bijdrage

Het aanplanten van bomen die voedsel voor bijen leveren, de zogenaamde drachtbomen, is daarmee ook populair én noodzakelijk geworden.

In steden en dorpen is er vaak weinig ruimte voor aanzienlijke groene oppervlakten. Met bomen daarentegen kunnen die oppervlakten boven de straat, op hoog niveau, wel worden gecreëerd. Het bloeiend oppervlak van een boom is bovendien vele malen groter dan de kroonprojectie en levert zo verhoudingsgewijs meer bloemen dan een gewas op straatniveau. Hoe ouder de boom en hoe groter de kroon, hoe beter.

In tuinen kunnen sierfruitbomen interessant zijn. Belangrijk om te weten is dat soorten met een dubbele of gevulde bloem, zoals veel Japanse sierkersen, geen dracht leveren, terwijl de soorten en cultivars met enkele bloemen dat wel doen.

medium_salix_alba
Salix alba (Gewone wilg, Schietwilg, Witte wilg) Foto; Van den Berk

medium_heptacodium_miconioides_2
Heptacodium miconioides (Zevenzonenboom) Foto: Van den Berk

Het vliegseizoen voor de bij is van maart tot oktober, voldoende drachtbomen is in deze periode belangrijk. De meeste drachtbomen bloeien in het voorjaar en de zomer. Als het vliegseizoen naarmate het jaar vordert wordt het bloeiend assortiment steeds kleiner. Er zijn echter een paar soorten die nog in sepember bloeien zoals de Honingboom (Styphnolobium/Sophora) en de Bijenboom (Tetradium).

Bekijk ook; Plant een boom(pje) in uw stadstuin

medium_tetradium_daniellii
Tetradium daniellii Foto; Van den Berk

Bij een goede dracht van bijvoorbeeld linden kan een bijenvolk met gemak in veertien dagen 20-30 kg honing binnenhalen.

Eenmaal een gewas gevonden dat hun de lekkernijen biedt zullen ze dit met de bijendans melden in het volk waarna ze met zijn allen dit gewas blijven bezoeken tot het op is. Bij gunstige omstandigheden komt er een overdaad aan dezelfde soort nectar binnen en kunnen we, afhankelijk van de boomsoort, spreken van bijvoorbeeld wilgen- of lindehoning.

medium_malus_sugar_tyme
Malus SUGAR TYME (‘Sutyzam’) (appelboom) Foto; Van den Berk

medium_prunus_the_bride
Prunus ‘The Bride’ Foto; Van den Berk

Website Van den Berk Boomkwekerijen B.V.

Help de Wilde Bij overleven!

In Nederland dreigt de helft van alle soorten wilde bijen te verdwijnen. 188 van de 358 soorten staan op de rode lijst met bedreigde soorten. Ook veel soorten zweefvliegen gaan in aantallen achteruit. Hoe komt dat, waarom is het een probleem en wat kunnen we daaraan doen?

Over de auteur: Arjen de Groot werkt sinds 2012 als ecoloog bij Wageningen Environmental Research (WENR) en doet onderzoek naar de diensten die insecten (bestuivers, natuurlijke plaagbestrijders) leveren aan de mens, en behoud en verbetering daarvan. Daarnaast is Arjen betrokken bij het WENR-laboratorium voor ecologische genetica.

Veel verschillende bijen

Bijen zijn er in vele soorten en maten. De bekendste is de honingbij, die door mensen wordt gehouden. In het wild leven onder meer zandbijen, metselbijen, behangersbijen en hommels. Hun namen verraden hun verschillen al. Zandbijen nestelen graag in open zandige bodems. Metselbijen maken met leem, speeksel en water een soort cement waar ze nesten mee bouwen in holtes (zoals in een bijenhotel). Behangersbijen doen dat ook, maar danken hun naam aan de gewoonte van de vrouwtjes om hun nestcellen te ‘behangen’ met stukjes blad die ze met hun kaken uit bladeren knippen. Hommels zijn die dikke wollige en kleurige zoemers.

Verschillende wensen

Dat zoveel soorten bijen dreigen te verdwijnen, komt onder andere doordat ze niet genoeg voedsel en nestgelegenheid kunnen vinden. Naast verschillende nesteisen hebben ze vaak ook zo hun voorkeuren voor bepaalde bloemen. En omgekeerd hebben verschillende bloemen verschillende typen bestuivers nodig. Wilde soorten zijn daarin vaak effectiever dan honingbijen. Veel wilde bijen vliegen bovendien niet verder dan 150 tot 500 meter tussen hun voedsel en nestgelegenheid. Dat betekent dat beide op korte afstand van elkaar aanwezig moeten zijn. Dat is nu vaak niet het geval. Daarnaast spelen het gebruik van insecticiden en klimaatverandering een rol bij de achteruitgang.

bij wur

Verlies biodiversiteit en bestuivers

Als de helft van de bijensoorten verdwijnt, is dat een belangrijk verlies aan biodiversiteit. Daarnaast is het een probleem voor natuur en landbouw. Wilde bijen zijn namelijk belangrijke bestuivers van wilde bloemen, struiken en bomen, en van voedselgewassen. Zo zijn ze bij de teelt van Elstar appels verantwoordelijk voor meer dan de helft van de totale opbrengst. Ook bij de teelt van peren, aardbeien en blauwe bessen zijn bestuivers essentieel.

De oplossing

Om voldoende leefgebied voor bijen te krijgen, zijn aanpassingen in ons landschap nodig: meer bloemen en nestelplekken, meer ‘rommelige’ randen en hoeken.

De overheid heeft met een breed scala aan organisaties de Nationale Bijenstrategie ontwikkeld, een plan om de teruggang te stoppen. Bij het initiatief hebben zich inmiddels ruim vijftig partijen aangesloten en dat aantal groeit nog steeds.

Wageningse onderzoekers ondersteunen via de Kennisimpuls bestuivers iedereen die wilde bijen wil helpen met kennis over wat je het beste kunt doen op welke plek; welke bijen kun je daar helpen met welke planten en welk beheer. Ze doen dat met collega’s van Naturalis Biodiversity Center en EIS Kenniscentrum Insecten.

Acties

Help de wilde bij – Plant bloemen om leefgebied te vergroten‘Vooral boeren hebben dan misschien baat bij bestuivers, maar duidelijk is dat de bijen en zweefvliegen veel meer leefgebied nodig hebben dan boeren ze kunnen bieden. Dus het is heel belangrijk dat zoveel mogelijk mensen actie ondernemen voor behoud van onze bestuivers’, zegt ecoloog Arjen de Groot van Wageningen Environmental Research en projectleider. ‘Er is al heel veel kennis over wat bijen nodig hebben, maar voor mensen die in actie willen komen is die kennis nog te versnipperd en ingewikkeld. Wij vertalen en bundelen de kennis voor de specifieke doelgroepen.’

Zo komt er een handleiding met vuistregels voor het kiezen en inrichten van voor wilde bijen geschikt leefgebied. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat als je voedselgewassen bestoven wilt hebben, er ook voor en na de bloei voldoende voor bijen te eten is. ‘Het is allemaal niet heel ingewikkeld, je kunt al veel bijdragen met simpele maatregelen. Maar er zijn wel een paar zaken waar je dan op moet letten’, aldus De Groot.

Vijf tips:

  1. Als je bloemen inzaait, gebruik dan inheemse plantensoorten, geen exotische tuinplanten. Want daar kunnen onze bijen vaak geen nectar uit halen.
  2. Gebruik meerjarige plantensoorten. Die zijn voor bijen waardevoller en hoef je niet elk jaar opnieuw te zaaien.
  3. Zorg dat je de vegetatie regelmatig maait en het maaisel afvoert, anders verandert je bloemenstrook binnen enkele jaren in een grasmat.
  4. Maai niet alles tegelijk, zodat insecten altijd nog ergens wat voedsel en dekking overhouden (bijvriendelijk maaien).
  5. Zorg bijvoorbeeld voor nesteldijkjes. Slechts enkele bijensoorten nestelen in een bijenhotel, de meeste nestelen ondergronds.

De onderzoekers begeleiden ook zes regionale initiatieven waarin verschillende partijen samenwerken. Dit zijn bijvoorbeeld een praktijknetwerk van Betuwse appeltelers en een bijenlandschap op de Brabantse Wal. ‘We testen daar ook maatregelen’, vertelt De Groot.

Helpdesk

Daarnaast heeft WUR dankzij de Kennisimpuls een helpdesk voor vragen over het inrichten, beheren en organiseren van landschappen voor wilde bestuivende insecten. Onderzoekers kunnen zo nodig langskomen voor advies.

Zo adviseerden onderzoekers dit jaar de Leidingenstraat Nederland (LSNed). Dat beheert een obstakelvrij leidingentracé tussen de industriegebieden van Rotterdam en Moerdijk, in de richting van Vlissingen en Antwerpen; een ondergrondse snelweg voor buisleidingen. Deze is 80 kilometer lang en 100 meter breed en nu veelal in gebruik als hooi- of akkerland. Aanbevelingen gingen onder meer over de aanleg van een houtwal (hoe aanleggen, welke bomen) en maairegime.

Ook is er bijvoorbeeld een advies te vinden over hoe je sterfte van insecten voorkomt bij het maaien van bloemrijke, kruidige bermen.

Financiering

Kennisimpuls Bestuivers wordt gefinancierd door het ministerie van LNV. Daarnaast financiert het ministerie een Kennisimpuls Groene Gewasbescherming gericht op het versnellen van de verduurzaming van gewasbescherming. In dat kader ontwikkelt Wageningen University & Research nieuwe teeltsystemen die onder meer aardbei, lelie, appel en akkerbouwgewassen veel minder afhankelijk maken van chemische gewasbescherming. Bron; wur.nl

Uitgelichte foto; http://www.ivn.nl

Bekijk ook; GO WILD! Top 10 Vaste planten voor bijen en vlinders

GO WILD! – een bloemrijk grasveld in plaats van een keurig gazon

Een goed onderhouden gazon kan een lust voor het oog zijn. Het frisse groen vormt vaak een mooi contrast met de naastgelegen borders. Het gazon kan ook een goede ondergrond zijn om bijvoorbeeld speeltoestellen voor de kleinste gebruikers van de tuin op te plaatsen. Als de kinderen ouder geworden zijn en het nest hebben verlaten is het misschien tijd om het gazon een andere functie te geven. In deze variant van een wilde bloemenweide gaan we er dus vanuit dat we als basis het bestaande grasveld benutten.

Het komt wellicht een beetje vreemd over maar matig tot geen bemeste gazons zijn het beste geschikt. Dit is het beste voor inheemse bloeiende planten, bij goed onderhouden en bemeste gazons zal het gras gaan domineren. Niet meer bemesten dus en laat geen gras achter na het maaien. Dit gaat uiteindelijk voor de beste balans zorgen tussen grassen en andere planten. Net als een normale border heeft ook ons bloemrijke gazon de tijd nodig om een volwassen uiterlijk te krijgen, wees niet te snel ontmoedigd.

Voor kinderen is de tuin vaak hun eerste kennismaking met natuur. Een stuk(je) natuur in de vorm van een wilde bloemenweide heeft hun veel meer te bieden dan een strak gazon. Naast het frisse groen van het gras zijn madeliefje (Bellis perennis), paardebloem (Taraxatum officinale), boterbloem (Ranunculus acris) en winterakoniet (Eranthis hyemalis) planten die van nature thuishoren in een bloeiende weide.

Gebrek aan ruimte hoeft niet een bezwaar te zijn om een strak gazon te combineren met een bloemenweide. Bij geen gebrek aan ruimte is het combineren een “piece of cake”.

Bij kleine tuinen (of kleine gazons) is combineren dus een optie.

De meest drastische wijze is het gras in zijn geheel te verwijderen en er bodembedekkers voor in de plaats te planten. In dit bericht leest u daar alles over. De meeste van deze bodembedekkers zijn te belopen, voor onderhoud en dergelijke, maar zijn zeker niet voor intensief gebruik geschikt.

Een rijk bloeiend gazon is niet alleen een lust voor het oog maar helpt ook door het aantrekken van allerlei insecten zoals vlinders voor een grotere biodiversiteit in uw tuin. Bovendien is dit duurzamer, een niet onbelangrijk element in deze tijd.

Natuurlijk is het hele jaar een bloeiend tapijt het fraaist. Als er in de zomer behoefte is aan ruimte om te zonnen of spelen dan gaat het voorjaar de hoofdrol op uw gazon voeren. In dit geval begint u eind juni met de eerste maaibeurt daar gaat u dan maandelijks tot in de late herfst mee door. De messen moeten bij de eerste maaibeurt minimaal op 10 cm hoog staan. Vervolgens gaan de messen bij iedere maandelijkse maaibeurt iets lager.

Er zijn steeds meer gemeentes in de lage landen waar men kiest voor een aangepast maaibeleid. Oevers van sloten en riviertjes maar ook plekken in parken welke weinig worden betreden worden hooguit nog maar één of tweemaal per jaar gemaaid. Dit heeft tot gevolg dat de inheemse planten de kans krijgen zich te ontwikkelen tot een kleurig geheel waar het voordien voornamelijk groen was.

Naast de planten die van nature in gras voorkomen kunt u natuurlijk behoorlijk gaan experimenteren. Er zijn verschillende manieren om bloeiende (wilde) planten toe te voegen aan uw wilde gazon.

  • Zaaien: er zijn bij gespecialiseerde zadenvermeerderaars diverse zadenmengsels verkrijgbaar. Deze zijn vaak afgestemd op uw lokale omstandigheden, zoals; licht, grondsoort etc. Voeg bij uw zadenmengsel wit volierezand toe zodat u goed kunt zien waar u nog moet zaaien. In dit bericht bij TuinenStruinen leest u alles over dit soort zadenmengsels.
  • Pluggen en/of (half) volwassen planten: pluggen zijn jonge planten welke zijn gekweekt in een soort plugachtige tray. Het voordeel hiervan is voornamelijk de aanschafprijs die lager ligt dan bij grotere (bij voorkeur potmaat 9) en/of volwassen planten.
  • Bloembollen: hier zijn de soorten die verwilderen het meest geschikt, lees hier in dit bericht en dit bericht meer over.

Bloembollen zijn uitermate geschikt voor de bloemenweide waarin we ons grasveldje gaan omtoveren. Bloembollen kunnen met hun grote verscheidenheid en bloeiperiode er vrijwel voor zorgen dat er op ieder moment wel wat moois in bloei staat.

In januari verschijnen er op diverse plekken in onze huisweides sneeuwklokjes (Galanthus) en vervolgens zijn het de krokussen (Crocus) met hun vrolijke kleuren in wit, geel  en lila/paars. Daarna is het de beurt aan sterhyacinten (Scilla mischtsschenkoana en Scilla  siberica.  Op hetzelfde moment steken de eerste narcissen hun neus boven de grond, ongeveer in februari/maart komt het eerste geel in bloei. Soorten daarbij zijn; ‘February Gold’, ‘Peeping Tom’, ‘Tête- à- Tête’, ‘Jetfire’, ‘Topolini’, ‘Litlle Spell’ en ‘Mite’.  Vervolgens komen daar de cremekleurige en witbloeiende soorten bij zoals; ‘Tracy’ en ‘Regggae’ bij.  Eind april komt Allium neapolitanum ons verblijden. Leucojum aestivum ‘Gravetye Giant’ met zijn uiteenspattende witte bloemetjes doet het goed in dezelfde periode tenzij de weide genoeg vochtig is.  Kievitsbloemen (Fritillaria meleagris) zijn onmisbaar in onze bloemenweides  net zoals de subtiele druifjes van Muscari latifolium, M. neglectum en M. comosum. Ook de langstelige en korte botanische tulpensoorten behoren een plekje te krijgen zoals alle variëteiten van Tulipa clusiana en vervolgens Tulipa orphanidea, Tulipa marjoletti. Tenslotte zijn we aangekomen in mei waarin vaak blauwtinten de hoofdrol spelen met; Bellevalia pycnantha en gevolgd door Cammassia cusickii en Camassia quamash.

Het planten van planten en bollen is lastiger dan in de gewone border om de simpele reden dat u nu door de grasmat heen moet steken. Voor kleine bollen is in dit geval een distelsteker een goed stuk gereedschap voor grotere bollen, kleine planten en planten gekweekt in een plug is een aardappelpoter geschikt, het is aan te bevelen om voor het planten het gras nog eens goed kort te maaien. Voor bollen bereikt u het meest natuurlijke effect door deze te mengen en vervolgens uit te strooien over het grasveld.

Heeft u thuis al een bloemrijk gazon? Stuur ons een foto op (grdnmedia@gmail.com) zodat wij deze binnenkort kunnen tonen bij TuinenStruinen.

Meer weten over dit onderwerp, raadpleeg dan:

Boek: Kleur je tuin – Jacqueline van der Kloet – Forte uitgevers Baarn – ISBN 978 94 6250 027 3

Websites: Wilde Weelde/Cruijdt Hoeck zaden/De Bolderik/Wild Flower Lawns and Meadows

Foto’s; Wild Flower Lawns and Meadows

Veel succes!

Hoogwaardige stadsnatuur in Afiniti Medini, Maleisië ontworpen door Grant Associates

De positieve werking van een groene leefomgeving wordt ook internationaal  steeds breder gedragen. Maleisië is een land waar men nog veel over (echte) natuur beschikt. In de provincie Iskandar wordt er een nieuwe stad ontwikkeld; Afiniti Medini. Het groen krijgt hierbij de erkenning die het verdiend, groen is hier in een hoofdrol.

Therapeutische horticultuur vormt de basis van het stedelijk groen in deze nieuwe stad. De tuin waar het hier omgaat ligt in het centrum van Medini.  De beplanting is ontworpen door de firma die ook verantwoordelijk is voor het futuristische ontwerp van de botanische tuin (gardens by the bay) in Singapore,  Grant Associates met een ontwerpstudio in het Britse Bath en in Singapore.

De groene oase streeft ernaar een gastvrij toevluchtsoord te zijn, waar mensen met verschillende achtergronden hun emoties en lichamelijk welzijn kunnen verbeteren door zich te onderdompelen in de natuur.

De beplanting is met zorg gekozen en is meerlagig aangebracht. De bovenste laag zijn de daktuinen van bewoners vervolgens zijn daar de muurtuinen die de beplanting gaat verbinden met de onderste lagen.

De beplanting heeft hier ook een duidelijk ecologisch aspect. Bij hevige regenval zorgt de beplanting ervoor dat deze een buffer is tussen de gebouwen en het riool. Het afvoeren van het regenwater gebeurt langzaam via de muurtuinen naar beneden.

De snelheid waarmee het water het complex verlaat noemen we het run-off effect, de samenstelling van verschillende onderdelen van een regentuin heet ook wel een SUDS, Sustainable Urban Drainage System (Duurzaam stedelijk drainagesysteem).

In een groene omgeving wonen heeft meerdere positieve aspecten: het verhoogt ons gevoel van welbehagen, er is minder criminaliteit en de huizen zijn meer waard (+/- 15 %) en zo kunnen we nog wel even doorgaan. De (nagebootste) natuur doet hiermee steeds vaker zijn intrede in de stedelijke omgeving. En daar worden we allemaal blij van!

 

Grant Associates

 

De “Greening Grey Britain” tuin ontworpen door professor Nigel Dunnett

tsgw opener

Bij de laatste editie van de RHS Chelsea Flower Show waren er twee tuinen die informatie en inspiratie boden om in uw eigen tuin te verwezenlijken.

Voor het project ‘Greening Grey Britain’ heeft de RHS precies de juiste persoon gevonden in professor Nigel Dunnett. De professor is al jaren bezig met het promoten van naturalistische of ecologische tuin(ontwerpen). De Brit laat zien dat het toepassen van ecologische elementen in de tuin niet ten koste hoeft te gaan van de schoonheid.

Greening-Grey-Britain_Garden-B21A7281
foto; RHS

Het project Greening grey Britain is door de RHS in het leven geroepen om in het stedelijke gebied de spaarzame vierkante meters te vergroenen. Met deze tuin op de drukbezochte RHS Chelsea Flower Show willen Nigel en de RHS laten zien wat er allemaal gedaan kan worden om de directe leefomgeving met groen te verfraaien. Daarnaast kan het groen een buffer zijn bij hevige regenval en kunnen er voorzieningen komen om het dierenleven in de tuin te bevorderen.

Greening-Grey-Britain_Garden-B21A7286
Foto; RHS

Bekijk ook deze video:

Greening-Grey-Britain_Garden-B21A7301
Foto; RHS

De tuin staat bol van de inspiratie om mee aan de slag te gaan. Er kan volop voedsel worden gekweekt en vaak op plekken waar voorheen niet aan werd gedacht, zoals de relatief goedkope levende muur.

Greening-Grey-Britain_Garden-B21A7304
Foto; RHS

Hieronder ziet u een insectenhotel die vrij simpel gemaakt kan worden en ook zonder er veel geld aan te besteden.

De beplanting van deze tuin is volgens het naturalistisch principe, waarbij veel van de planten inheems zijn en gewend zijn aan de lokale omstandigheden.

Greening-Grey-Britain_Garden-Greening-Grey-Britain_Garden-B21A7260
Foto; RHS

involved-ggb

© -2017 The entire content of this site is under copyright protection by the individual copyright holders. Please do not copy any content without permission.

 

Rotonde aan de Wijheseweg te Zwolle door Harry Pierik

 

De gemeente Zwolle heeft een lange, groene traditie van wilde bermen door natuurlijk maaibeheer.

Wie vanuit deze stad richting Wijhe rijdt, ziet, nog net binnen de bebouwde kom, een rijk begroeide rotonde opdoemen. Bermen met grassen en inheemse planten flankeren deze weg en aangrenzende stroken bosjes en bomen onttrekken de huizen van Zwolle-Zuid voor een groot deel aan het zicht, wat het geheel een landelijke uitstraling geeft.

1
Midden in de rotonde. Geflankeerd door Pampasgras staan Molinia caerulea ‘Transparent’ en Deschampsia cespitosa, met links de inmiddels uitgebloeide Hydrangea arborescens ‘Annabelle’, het lichtgroene blad van Choisya ternata ‘Sundance’ en de witte bloemen van Anemone ‘Honorine Jobert’. Rechts de vuurdoorn Pyracantha ‘Soleil d’Or’ en de vaste zonnebloem Helianthus ‘Lemon Queen’

Het is dan ook niet toevallig dat grassen een hoofdrol spelen op deze rotonde. Daarnaast staan er veel verschillende vaste planten en heesters, vooral in lichtgroen en oranje. Dit zijn namelijk de logotinten van het nabijgelegen bedrijf Tuinland, de sponsor die deze rotonde heeft geadopteerd en mij de opdracht gaf voor het ontwerp.

2
Eind oktober. Pampasgras met links Anemone ‘Honorine Jobert’ en Buddleja davidi ‘Silver Anniversary’. In het midden de uitgebloeide Buddleja ‘White Ball’ met daarachter de oranjegele vuurdoorn Pyracantha ‘Orange Glow’. Op de voorgrond loopt het oranje wolfsmelk Euphorbia griffithii ‘Fireglow’ over in de pluimhortensia Hydrangea paniculata ‘Burgundy Lace’. Uiterst rechts de lichtgroene bladhoudende struikkamperfoelie Lonicera nitida ‘Baggesen’s Gold’, die ineen lijkt te vloeien met de bladverliezende heester Spirea x thunbergii.

Aangezien ik een lichte allergie heb ontwikkeld voor het planten in grote groepen of mono-vakken, en ook voor door heggetjes in gelijke parten verdeelde groene pizza’s, heb ik van deze rotonde een kleurrijke ‘heuvel’ trachten te maken met een diversiteit in structuur en textuur, maar bovenal met een natuurlijke uitstraling. Hoewel er veel grassen en vaste planten staan kun je deze rotonde, alleen al om het groot aantal hier toegepaste heesters, geen prairietuin noemen.

3
Juli, tweeënhalf jaar na aanleg. Links en rechts Cephalaria gigantea met haar bleekgele bloemen. Links vooraan de transparante halmen van ruwe smele, Deschampsia cespitosa. Rechtsachter Buddleja ‘White Ball’. In het midden Spirea japonica ‘Albiflora’, met links daarvan nog net zichtbaar Persicaria amplexicaulis ‘Orangefield’

Na het tweede jaar beginnen de meeste vaste planten en grassen tussen de heesters uit te dijen en uiteindelijk zullen ze vrijwel de hele bodem bedekken, zodat er steeds minder ruimte voor zaailingen overblijft.
Maar op allerlei plekken, verspreid over de hele rotonde, tref je wel kersverse, borstelige graspollen aan met donkergroene, soms door droogte ingerolde, sprieten. Dit zijn zaailingen van de ruwe smele.

4
Augustus, ruim tweeënhalf jaar na aanleg. Links Buddleja ‘White Ball’ met daarvoor o.a. de transparante stengels van de uitgebloeide Cephalaria gigantea. In het midden drie verschillende pluimhortensia’s: Hydrangea paniculata ‘Early Sensation’ en daarachter Hydrangea paniculata ‘Dharuma’ en de hier nog helderwitte Hydrangea paniculata ‘Lime Light’. Onderaan Thuja occidentalis ‘Rheingold’, met nog net in beeld, enkele bloemen van het lichtoranje bloeiende knolgewas Crocosmia ‘George Davidson’ en rechts achter de aren van het pijpestrootje, Molinia caerulea ‘Cordoba’ bloeit Helenium ‘Sahin’s Early Flowerer’. Rechts wat meer op de achtergrond lijkt Lonicera nitida ‘Baggesen’s Gold’ op te gaan in de bladverliezende heester Spirea x thunbergii

Dat ruwe zit ‘m in de bladranden en de driehoekige ribben op de bladschijf, die, bezet met minuscule stekeltjes, aanvoelen als een rasp. Bovendien bevat het blad veel kiezelzuur. Juist deze beide eigenschappen zorgen ervoor dat dit gras door grazers wordt gemeden en daarom wordt deze bint of bent, zoals boeren haar noemen, waar mogelijk, met wortel en al, uit de meeste weilanden verwijderd. Rupsen van allerlei vlinders, zoals zandoogjes en dikkopjes eten haar bladeren trouwens wel en ze is bovendien waardplant van de witkopgrasmineermot.

5-deschampsia
Eind oktober, drie jaar na aanleg, ruwe smele met lampionplant, Physalis alkekengi var. Franchetii. Op de achtergrond pampasgras, Cortaderia selloana ’Rosea’, daardoorheen schemeren de zilverwitte vrouwelijke bloemen van een pol Cortaderia selloana ‘Sunningdale Silver’, die verderop en wat lager staat.

6
Augustus, ruim twee jaar na aanleg.

Hoewel Deschampsia cespitosa zich uitzaait waar ook maar enigszins ruimte geboden wordt, is ze beslist geen wortelwoekeraar; haar wetenschappelijke achternaam, cespitosa, betekent namelijk zodenvormend. Dit omdat de buitenste halmen van de forse, maar compacte, bolronde horsten zich als uitlopers kunnen ontwikkelen, doordat er op de onderste knopen, zodra die met de aarde in contact komen, wortelgroei ontstaat.

7
Oktober, bijna twee jaar na aanleg, met vooraan diverse pollen ruwe smele.

Ruwe smele is zowel inheems als kosmopoliet. Ze gedijt in praktisch alle landen binnen de gematigde zone van Europa, Azië en Noord-Amerika én op Afrikaanse gebergten. Die verspreiding komt dus doordat ze voor vee praktisch oneetbaar is, maar bovenal door haar formidabele aanpassingsvermogen aan haar directe omgeving. De taaie wortels kunnen namelijk wel tot een meter diep gaan.

8
De rotonde is plantklaar gemaakt. Bij mijn eerste bezoek liepen er bandsporen overheen. Daarom zijn er in de rijrichting zware keien geplaatst zodat er niet over de jonge aanplant heengereden kan worden.

Misschien nog belangrijker is het vermogen van diezelfde wortels om luchtweefsel te ontwikkelen, waardoor ze zich kunnen beschermen tegen doornatte omstandigheden en bij verdichting van de bodem, bijvoorbeeld door overstromingen. Bovendien groeit Deschampsia cespitosa zowel in volle zon als in diepe schaduw; hoewel ze op donkere plekken praktisch nooit zal bloeien. En juist haar soms anderhalve meter hoge pluimen bieden de ingetogen schoonheid die haar zo geschikt maakt als luchtige toets in een bloembed.

9-foto-adriaan-holsappel
In het eerste jaar wordt er door de medewerkers van In Balans tussen de planten geschoffeld. Naarmate de planten groeien, zal het onderhoud meer en meer bestaan uit wieden en knippen. Foto: Adriaan Holsappel

Ze staat hier dan ook in vochthoudende grond en in de volle zon, of hooguit op een half beschaduwde plek met een paar uur zon per dag. Boven de tot vier decimeter hoge pol verrijzen vanaf juni de fijn vertakte, zacht glanzende bloempluimen die zich van zilverachtig groen, richting hoogzomer in goud- of bronstinten zullen ontwikkelen. De goudgele wolken op deze rotonde zijn van de cultivar ‘Goldschleier’. Ook na het verspreiden van de zaden blijven de halmen rechtop staan, gekroond met ragfijne twijgjes. Daarom worden de uitgebloeide pluimen niet eerder dan in maart afgeknipt.

10
Links vooraan het fijne blad van Spirea x thunbergii met daarnaast de okergele bloemen van Ligularia dentata ‘Othello’. Links daarboven de uitgebloeide pluimen van Molinia caerulea ‘Transparent’ waar het grijze blad van Buddleja ‘White Ball’ doorschemert. Rechts vooraan Hydrangea arborescens ‘Annabelle’ naast de zilvergrijze witbloeiende vlinderstruik Buddleja davidi ‘Silver Anniversary’. Op de achtergrond en daarbovenuit vuurdoorn, duindoorn en diverse vormen van pampasgras. Oktober, bijna drie jaar na aanleg.

Dat laatste gebeurt ook met de massieve pollen pampasgras, Cortaderia selloana, maar dan wel met handschoenen aan, want over ruw gesproken, cortar betekent snijden en dat slaat op het soms anderhalve meter lange, scherp gerande, blauwgrijze, blad.

11
Verschillende vormen van Cortaderia selloana, waaronder Cortaderia selloana ’Rosea’ en C.’Sunningdale Silver’. Links Buddleya x weyeriana ‘Sungold’, een drie meter hoge donkergeelbloeiende vlinderstruik en de zilvergrijze bladverliezende olijfwilg Elaeagnus angustifolia ‘Quicksilver’, daarvoor een toefje vuurdoorn en de vaste zonnebloem Helianthus ‘Lemon Queen’ met links van het midden een nieuwe scheut van de oranje bloeiende klim- en heesterroos Rosa ‘Westerland’. Rechts Panicum virgatum ‘Thundercloud’.

Vanaf september tot diep in de winter stijgen haar wollige bloempluimen wel twee tot drie meter boven de rotonde uit en vormen zo een baken voor wie aan komt rijden. Pampasgras is tweehuizig en eenslachtig. Hier staan alleen vrouwelijke planten, omdat haar pluimen, in tegenstelling tot die van de mannelijke, praktisch de hele winter intact blijven. ‘Pampasgras is zó jaren zeventig!’ hoorde ik onlangs iemand zeggen, maar planten zijn in principe nooit gedateerd en ook zeker niet ‘oubollig’ of ‘burgerlijk’, allemaal projecties. Altijd gaat het om de context, waar wordt de plant neergezet en in welke combinatie.

12
November, drie jaar na aanleg.

Op dit heuveltje groeien allerlei cultuurvariëteiten, waaronder de roze vorm, Cortaderia selloana ’Rosea’, de ‘Sunningdale Silver’ met opvallende zilverwitte bloemaren en de veel kleinere Cortaderia selloana ’Pumila’.

13
Verschillende vormen van pampasgras domineren het beeld. Links de helderwitte herfstanemoon Anemone ‘Honorine Jobert’, daarnaast Buddleja davidi ‘Silver Anniversary’ met daarachter Panicum virgatum ‘Thundercloud’. Rechts het pijpenstrootje Molinia caerulea ‘Transparent’, waar de wintergroene heester Choisya ternata ‘Sundance’ doorheen schemert.

Langzaam maar zeker transformeert deze rotonde in de beoogde, zorgvuldig gecomponeerde, rijk gedetailleerde eenheid van blad, bloem en bes. Uiteindelijk zullen de met oranje bessen beladen vuurdoorns zeer hoge heesters worden en boven alle graspluimen uitrijzen.

Harry Pierik

Bekijk hier de berichten van Harry Pierik.

Website  Harry Pierik

tuinland-liefde-voor-groen

Tuinland, liefde voor groen. Zwolle

Ga naar de welkompagina

De Picton Garden, eerbetoon aan een laatbloeier

tsgw opener

De Old Court kwekerij in het Britse stadje Malvern ( Worcestershire ) is al vanaf het jaar 1906 de plek waar veel moderne asters  worden gehybridiseerd.

Het kweken en ontwikkelen van herfstasters vormt nog steeds de belangrijkste bezigheid van de Old Court Nurseries.

In veel Engelstalige landen noemt men asters;  Michaelmas Daisies.

058

The Picton Garden (een eerbetoon aan de vorige kweker; Percy Picton) is een onderdeel van de kwekerij. De tuin wil tuiniers inspiratie bieden en laten zien dat deze laatbloeier in veel tuinstijlen kan worden gebruikt.

Dat dit meer dan gelukt is bewijzen de grote aantallen bezoekers. De Picton tuin is een van “de bestbezochte tuinen in Engeland” en heeft vaak in magazines en kranten gestaan.Ook filmploegen wisten de tuin te vinden.

Herfstasters zijn bij uitstek geschikt om in het najaar kleur in de border te brengen. Vrijwel alle asters, in wat voor kleur dan ook, passen goed bij vaste planten, heesters en bomen in herfstkleuren.

021

Een ander belangrijk onderdeel van de Picton Garden is de Plant Heritage Nationale Collectie van de herfstbloeiende asters en verwante soorten.

Alleen al deze collectie planten is een bezoek aan de tuin waard. De collectie van deze herfstbloeiers heeft niet alleen waarde als erfgoed, veel oude rassen maken nog deel uit als uitgangsmateriaal voor nieuwe astersoorten.

019

Asters zijn voor vliegende insecten nog een toetje nadat veel planten al aan het uitbloeien zijn.

016
015
013
010
007

Old Court Nurseries, Colwall, Malvern, Worcestershire WR13 6QE, England
Sat Nav: WR13 6QE
Telephone: 01684 540 416

website Old Court Nuseries & de Picton tuin.

Ga naar de welkompagina

PlantenStruinen over de laatbloeier Aster (1)

De herfstaster is een zeer geliefde late bloeier voor de border. Zelfs op het terras of balkon kun je genieten van de kleurige herfstaster, deze sterke vaste planten doen het namelijk ook prima in een pot of mand.

iv009703_88d13
Zin in asters

VAN AMERIKA NAAR EUROPA

Er bestaan wel meer dan 200 soorten asters. De meeste herfstasters komen oorspronkelijk uit Noord-Amerika, ze voelen zich gelukkig helemaal thuis in de Europese tuinen. De hoogte varieert van 20 cm tot ruim 1,5 meter of zelfs nog hoger. Bovenaan de stevige stengels groeien lieftallige straalbloempjes. Deze zijn er in bijna alle kleuren van de regenboog.

iv005109_e761a
Aster ageratoides ‘Starshine’

Op asters raak je dus nooit uitgekeken! Aster novaea-angliae en Aster novi-belgii zijn de bekendste. Andere juweeltjes zijn de aparte Aster lateriflorus ‘Horizontalis’ met donker blad of de sluieraster Aster ericoides ‘Lovely’ die helemaal overdekt is met fijne roze bloemen.

iv008860_a66ba
Aster novae angliae Purple Dome

PLANTEN EN VERZORGEN

Herfstasters zijn trouwe en sterke vaste planten, ze komen elk jaar weer terug. Bloeiende herfstasters kunnen in het najaar direct in de tuin worden geplant. Als ze in bloei staan kun je goed bepalen waar de bloemen het beste tot zijn recht komen.

iv009851_0b9f0
Aster ‘Pink Spray’

In het voorjaar planten wanneer ze nog niet bloeien kan natuurlijk ook. Kies een plekje in de volle zon of lichte schaduw, daar zullen de planten rijk bloeien. Asters houden van losse, voedzame grond. In het voorjaar hoef je alleen de dode stengels af te knippen, verder is er geen onderhoud nodig.

iv018609_ee32a
Aster ericoides ‘Snowflurry’

Wist je dat… Herfstasters in de vlinderplanten top-10 staan? Dankzij de late bloei zijn ze heel aantrekkelijk voor bijen en vlinders. Je zult deze kleurige fladderaars dan ook regelmatig van de nectar zien snoepen.

iv218987_7d6cd
Aster lateriflorus ‘Horizontalis’

GESCHIKTE COMPAGNON

Herfstasters komen vooral mooi uit naast planten met een wat lossere vorm. Siergrassen staan daarom bovenaan de lijst van geschikte compagnons. Plant Aster novii-belgii bijvoorbeeld naast het forse siergras Molinia arundinacea ‘Windspiel’. De gele herfsttint van het blad is een contrastrijke achtergrond voor het complementaire violet van de asters. Andere geschikte siergrassen zijn het diamantgras (Calamagrostis brachytricha) en het vedergras (Stipa tenuissima).

calamagrostis
Calamagrostis

TIPS

Lage asters uit de Dumosus-groep groeien uit tot een ‘kussen’ van helder violetblauw gekleurde bloempjes. Dit maakt ze heel geschikt voor een kleine tuin.

Aster ageratoides is een van de sterkste soorten, deze herfstaster doet het werkelijk overal. ‘Starshine’ groeit compact (50-60 cm) en draagt vanaf augustus honderden bloemen die op witte sterretjes lijken. ‘Asran’ bloeit blauwpaars en bloeit tot in oktober, de hoogte is 70-80 cm.

iv218986_87310
Aster ericoides Snowflurry

Bekijk onderstaande foto’s in groter formaat door erop te klikken:

Foto’s IVerde/Maaijke de Ridder/Visions

cropped-cropped-cropped-cropped-cropped-cropped-tsgw-logo-ovaal-2811312.png

Ga naar de welkompagina

Groendaken | van sedumdak tot heemtuin

tsgw opener

De meeste groendaken in ons land zijn voorzien van een sedumbeplanting. Vooral bij een groendak in het zicht is de beplanting vaak saai en de seizoensbelevenis blijft minimaal. Natuurlijk is elk groendak wat erbij komt al een grote stap voorwaarts, maar het kan beter!

Een gemengde beplanting van inheemse soorten, maar ook vaste planten, bollen, kleine heesters en grassen hebben een grotere positieve impact. In een gemengde beplanting komt ook de Sedum beter tot zijn recht.

tsgwgroendak

Een goed ontwerp van een groendak helpt bij …

circlegraphic

Op het dak van het hoofdkantoor van ASLA (American Society of Landscape Architects) in Washington D. C. heeft deze organisatie een demonstratie-groendak ingericht. Deze daktuin laat verder zien dat een groendak ook op schuine oppervlaktes realiseerbaar is.

ASLA’s Green Roof
Deze laag zorgt ervoor dat de aarde of/en substraatlaag op zijn plek blijft bij een helling.

De nieuwe stijl van vergroenen van daken bestaat tegenwoordig uit voornamelijk twee manieren: intensief en extensief, deze benadering heeft zijn wortels in Duitsland. De keuze tussen deze twee technieken berust op de hoeveelheid aan onderhoud die er nodig is.

Intensieve dakbeplanting komt voort uit de oude-stijl daktuinen. De daktuin wordt hier op dezelfde wijze gebruikt als een traditionele tuin, ook het onderhoud ervan komt overeen met een tuin op grondniveau. De bodem van deze tuinen heeft een diepte van tenminste 15 cm. In eerste instantie werd hier gewone aarde voor gebruikt maar in een later stadium is dit vervangen door een (lichtgewicht) substraat.

Extensieve groendaken zijn in eerste instantie niet bedoeld om door mensen te betreden. Deze tuinen zijn in veel gevallen zelfs niet eens te zien. Indien het dak het (bouwkundig) toelaat kunnen er wel paden of uitkijkpunten op komen. Deze daken zijn ecologisch en duurzaam omdat er minder beroep wordt gedaan op arbeid en de beplanting is aangepast aan de lokale omstandigheden, zodat er bijvoorbeeld geen extra water nodig is. De substraatlaag is meestal dun (2 tot 15 cm.) waardoor de belasting van het dak minder is en dit dus ook de bouwkosten drukt.

Deck-Hauser
70 soorten inheemse planten op groendak California Academy of Sciences.

CAS-Good-lead cubic
Groendak California Academy of Sciences.

Bekijk hier het artikel over het groendak van de California Academy of Sciences.

Groendaken en dan vooral de extensieve variant kunnen een grote rol spelen in watermanagement in vooral stedelijke gebieden. Het zijn juist deze gebieden die voor ongeveer 40/50 % van het oppervlak uit daken bestaan.

Gemiddeld 75 % van de regenval in stedelijke gebieden wordt zo snel mogelijk afgevoerd omdat de oppervlaktes bestaan uit asfalt, beton en dakbedekking, in een groen gebied is dit slechts 5 %. Steeds vaker zorgt hevige regenval in stedelijke gebieden voor problemen zoals overstromingen door te zware belasting van het rioleringssysteem.

green roof
Ontwerp groendak ASLA

De snelheid waarmee het water van gladde oppervlaktes, zoals dakbedekking, asfalt, beton, richting het drainage of rioleringssysteem vloeit wordt gemeten in het runoff-effect. Bij een standaard dak is dit al snel rond de 80%, bij een groendak met een substraat van 5 cm is dit 40% en bij een groendak met 15 cm substraat is dit 50%. Dit is een aanzienlijk verschil!

In het watermanagement in en rond onze woning of kantoor kunnen we meedere elementen toepassen, naast het groendak kan dit ook een muurtuin, verhoogde border, vijver of bioswale (een greppel met beplanting) zijn. Wanneer er meerdere van deze elementen worden toegepast spreken we van een: SUDS, Sustainable Urban Drainage System.

4384289913_be0f7e4483_b
Voorjaar op het groendak van ASLA.

Groendaken, en groen in het algemeen, kunnen ook een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van het stedelijk klimaat. Doordat kale daken de warmte van het zonlicht vasthouden, er tussen bebouwing minder wind waait en auto’s, fabrieken en airconditioning restwarmte afgeven stijgt de temperatuur in een stad snel, dit wordt het Urban Heat Island Effect genoemd.

4385052996_f20ec77c73_b

Gemengde beplanting op het gebouw van ASLA.

Planten geschikt voor een groendak met gemengde beplanting:

  • Alyssum argenteum
  • Antennaria dioica
  • Anthericum liliago
  • Anthyllis vulneraria
  • Armeria juniperifolia
  • Asplenium trichomanes
  • Aubretia
  • Babiana
  • Centaurium erythraea
  • Cerastium tomentosum
  • Corydalis
  • Cymbalaria muralis
  • Dianthus anatolicus
  • Duchesnia indica
  • Echeveria
  • Erinus alpinus
  • Hypochaeris glabra
  • Iris pumila/flavescens
  • Leontodon autumnalis
  • Leptinella
  • Lysimachia nummularia
  • Oxalis acetosella
  • Polypodium vulgare
  • Potentilla cinerea/erecta
  • Primula veris/vulgaris
  • Prunella vgrandifloa
  • Saponaria pumila
  • Serratula seoanei
  • Teucrium pyrenaicum
  • Thymus
  • Verbascum phoeniceum

Kijk in dit bericht voor nog meer (vaste) planten, heesters, bollen en grassen.

4384294767_4061c2be71_o

Klik op een foto hieronder voor groter formaat. Alle foto’s zijn van het ASLA groendak.

Voor bezoekers van de California Academy of Sciences zijn er faciliteiten om het dak te bekijken. Veel van de bezoekers verbazen zich over de verscheidenheid aan planten die zich op dit dak weten te handhaven.

 

Foto’s en video in dit bericht:

American Society of Landscape Architects en Pacific Horticulture Society.

Lente in de 125-jarige New York Botanical Garden

Lentefeest in de tuinen van de NYBG, waaronder de Seasonal Walk ontworpen door Piet Oudolf. 

5-IVO_5794
Kersenbloesem NYBG

De vele vroegbloeiers in de New York Botanical Garden vormen een feestelijk decor voor het 125-jarig bestaan van de botanische tuin. 

De New York Botanical Garden (NYBG), opgericht in 1891,  viert dit jaar haar 125-jarig jubileum. De tuinen hebben als doel een museum te zijn voor levende planten ingedeeld in de verschillende landschappen van de Verenigde Staten van Amerika.

De NYBG heeft een belangrijke educatieve functie en doet hiernaast veel onderzoek. De vrij recent aangelegde Native (inheems) Plant Garden (video) geeft een mooi (voor-) beeld hoe de tuin zich is blijven ontwikkelen, je kunt hier goed zien hoe ecologie een steeds belangrijker aspect (aan het worden ) is. Ook is hier veel inspiratie te vinden over de rol van watermanagement in onze toekomstige tuinen en parken.

Een Nederlands element zien we in de Seasonal Walk, de bekende plantenkenner en landschapsontwerper Piet Oudolf is verantwoordelijk voor het ontwerp van dit deel van de NYBG.

Geïnspireerd door een bezoek aan de Engelse Kew Royal Botanical Garden in 1888 waren het eminent Columbia University botanist Nathaniel Lord Britton en zijn vrouw Elizabeth, ook een botanist, die vast besloten waren dat er in New York een botanische tuin moest komen met een internationale allure. Op de toen nog langdurende overtocht terug naar de V.S werden de eerste plannen al uitgewerkt.

2-IVO_6464
Bron; NYBG

Bovenal is het de uitbundige lente die de aandacht trekt van de bezoekers. Fragiele bolbloemen, bloeiende heesters, reuzen van Magnolia en alles daar tussenin vormen de feestslingers van de jarige tuin.

Door de gehele botanische tuin staan meer dan 200 kersenbomen. In de Cherry Valley staan veel grote en kleine kersenbomen in veel soorten. Ook in de conferentuin kan je deze roze en witte uitbundige bloeiers vinden. Op dit moment staat ongeveer 90 % van de kersenbomen in bloei.

2nd-Magnoliastellata_Waterlily_06
Magnolia stellata stermagnolia NYBG

3rd-Magnoliacultivar03
Magnolia (beverboom of tulpenboom) Bron: NYBG

De Magnolia draagt de grootste bloemen van alle heesters – in het Nederlandse klimaat. De bloemen verschijnen bij de Chinese en Japanse soorten al voor of tijdens de bladgroei. Omdat de bloemen iets op tulpen lijken krijgt hij vaak de naam tulpenboom. Dit is echter wat verwarrrend aangezien deze naam al vergeven is aan de echte tulpenboom, de Liriodendron tulipifera.

4th-IVO_6411
Oude magnoliabomen Bron: NYBG

3rd_MG_0388
In de Azaleatuin Bron: NYBG

Azalea en Rhododendron vormen een zeer uitgebreid geslacht. De verschillende soorten kunnen bladhoudend of bladverliezend zijn. Bekend zijn de grote rhododendron´s die we wel zien op landgoederen maar er zijn ook dwergvormen voor in de rotstuin. 

De bloemvormen zijn ingedeeld in, buisvormig, klokvormig, trechtervormig, trompetvormig, dubbelbloemig en schotelvormig.

In deze tuin vinden we verder ook Hydrangea, Buxus, Epimedium, Hosta, bolgewassen, varens en grassen.

IVO_0894
De Azaleavallei Bron: NYBG

daff-2016-3
Bron; NYBG

daff-2016-2

daff-2016-4
Voorjaar in de vaste-plantentuin Bron: NYBG

IVO_4834
Bron: NYBG

De tuinen van de NYBG bevatten tienduizenden narcissen, er staan oude rassen die hier aan het begin van de twintigste eeuw hun plek vonden. Ter ere van het 125-jarig bestaan is er in oktober 2015 begonnen met een grote uitbreiding van de Daffodil Valley.

IVO_9418
Bron: NYBG

De Seasonal Walk in de NYBG.

IVO_7871
Detail van de Seasonal Walk Bron: NYBG

In 2014 kreeg de seizoenentuin van de NYBG een compleet nieuwe invulling. De Seasonal Walk is naar een ontwerp van Piet Oudolf.

Piet Oudolf laat hier de vergankelijke schoonheid van planten zien.

De dubbele border staat vol met vaste planten, grassen en bolgewassen. De tuin heeft elk seizoen zijn schoonheid, tussen april en november is de tuin op zijn hoogtepunt en vormt een ware bron vol inspiratie en genoegen.

IVO_7954

Seasonal Walk van Piet Oudolf Bron: NYBG

Bekijk hier een video over de Seasonal Walk met Piet oudolf.

Bekijk hier Treasures of New York: The New York Botanical Garden

IVO_9405
Seasonal Walk Bron: NYBG

The New York Botanical Garden

GO WILD! Top 10 Vaste planten voor bijen en vlinders

 

tsgw opener

Een vlindervriendelijke tuin staat vol nectarplanten, je helpt er vlinders, bijen en andere nuttige insecten mee. Gelukkig is het geen straf om vlinderplanten in de tuin te zetten, ze hebben namelijk prachtige bloemen. Bovendien is er, dankzij deze kleurige en rijke bloeiers, altijd wat te beleven in de tuin: de dansende vlinders en ijverige bijen zijn een lust voor het oog.

sarah-raven-cutting-verbena
Sarah Raven snoeit enkele takken van haar Verbena bonariensis. Sarah werkt al jaren aan promotie voor meer bij- en vlindervriendelijke planten in tuinen en openbaar groen. Bekijk HIER de tv-serie Bees, Butterflies and Blooms van Sarah.

Vlinders lokken

Met de bijen en de vlinders gaat het niet zo goed. Hoewel tuinen geen vervanging kunnen zijn voor het leefgebied van de meeste vlinders, kan de tuin voor zo’n twintig soorten dagvlinders een goede aanvulling zijn op de natuur. Vooral met warme dagen is het goed vlinders kijken in de tuin. Je kunt de wat bekendere soorten zien zoals dagpauwoog, atalanta, de kleine vos en witje, maar ook niet alledaagse vlinders zoals de gehakkelde aurelia. De beste manier om vlinders naar de tuin lokken is met nectarplanten. De meeste soorten hebben mooie bloemen, zoals ijzerhard (Verbena), kattenstaart (Lythrum), rode zonnehoed (Echinacea) en herfstanemonen (Anemone x hybrida). Ook hebben vlinders warme, beschutte plekjes nodig. Als extraatje kun je een vlinderkastje ophangen.

Sedum Matrona
Sedum ‘Matrona’

Nachtvlinders

Er bestaan veel meer nachtvlinders dan dagvlinders, bijvoorbeeld de nachtpauwoog en de gestreepte pijlstaart. Bloemen die bestoven worden door nachtvlinders zul je overdag niet of nauwelijks ruiken. Maar zodra de schemer invalt komen er heerlijke geuren vrij, die de vlinders van grote afstanden aantrekken. Zet vaste planten vlak bij het terras om de vlinders daar te laten genieten van de geur en nectar. Zo kun je zelf ook van de geur en van de dansende nachtvlinders genieten. Bloemen die ’s avonds (sterker) gaan geuren zijn teunisbloem (Oenothera), vlambloem (Phlox), zeepkruid (Saponaria) en spoorbloem (Centranthus).

Phlox_Lilac_Time
Phlox ‘Lilac Time’

Bijen

De kleine bijen die in de tuin vertoeven, verrichten groots werk; ze bestuiven de bloemen. Wil je graag genieten van dit schouwspel? Plant dan een variatie aan bloeiende vaste planten in de tuin. Op deze manier geef je de bijen volop mogelijkheid hun werk te doen en wordt de tuin ook nog eens mooier! Bloemen die veel nectar bevatten zijn onder andere het bijenkorfje (Prunella grandiflora), tijm (Thymus serpyllum), guldenroede (Solidago), salie (Salvia officinalis) en ereprijs (Veronica longifolia). Honingbijen zijn het bekendst, maar er zijn ook veel soorten wilde bijen. Solitaire bijen nestelen graag in een bijenhuisje of insectenhotel. Hang het huisje wel op een zonnige en droge plek.

Thymus_serpyllum_flowering_02
Thymus (tijm)

Bijen en vlinder combi

Zie je op tegen grote veranderingen in je tuin om vlinders en bijen aan te trekken? Dat is gelukkig niet nodig. Al met een paar vlinderplanten kun je bijen en vlinders lokken. Veel nectarplanten zijn namelijk ook voor bijen aantrekkelijk. Vlinderplanten zijn prachtig in borders en plantvakken, maar ze groeien ook prima in potten en bakken. In juni vind je een ruim assortiment vlinder- en bijenplanten bij het tuincentrum. Kijk bijvoorbeeld eens uit naar marjolein (Origanum), ijzerhard (Verbena bonariensis), kattenkruid (Nepeta), rode zonnehoed (Echinacea), koninginnenkruid (Eupatorium), guldenroede (Solidago) en het zeepkruid (Saponaria officinalis). Je kunt deze rijke bloeiers direct in de tuin zetten, al snel zullen de eerste bijen en vlinders een bezoekje komen brengen. Veel soorten bloeien door tot in het najaar.

Echinacea purpurea Green Jewel 0908.1mv
Echinacea purpureum ‘Green Jewel’

Wist je dat…

je vanaf april tot oktober vlinders in de tuin kunt lokken? Dit doe je door voor afwisseling in de bloeitijd te zorgen. Voorjaarsbloeiers zoals Aubrieta, judaspenning (Lunaria) en kruipend zenegroen (Ajuga reptans) mogen in een vlindertuin niet ontbreken. Kies voor de zomerperiode ijzerhard (Verbena bonariensis), kattenstaart (Lythrum salicaria), margrieten (Leucanthemum vulgare) en marjolein (Origanum), voor het najaar hemelsleutel (Sedum), Liatris en herfstasters (Aster).

BuddlejaDavidiiStrauch
Buddleja de vlinderstruik

De vlinderplanten top tien:

  1. Herfstaster (Aster novi-belgii)
  2. Vlinderstruik (Buddleja davidii)
  3. Rode zonnehoed (Echinacea purpurea)
  4. Koninginnekruid (Eupatorium maculatum)
  5. Damastbloem (Hesperis matronalis)
  6. Lavendel (Lavandula angustifolia)
  7. Marjolein (Origanum laevigatum)
  8. Vlambloem (Phlox Paniculata-groep)
  9. Hemelsleutel (Sedum spectabile)
  10. IJzerhard (Verbena bonariensis)
Aster-novae-angliae
Asters zijn voorbodes van de herfst