Jamie Butterworth, de groene all-rounder

Hij wist op jonge leeftijd al dat tuinbouw zijn ding zou gaan worden. In zijn tienertijd kreeg hij de beschikking over de tuin van zijn oma om te gaan experimenteren. Dat Jamie Butterworth (24) een echt natuurtalent is bleek al snel toen hij in 2019 een spectaculair resultaat behaalde op de RHS Chatworth Flower Show.

Voor TuinenStruinen genoeg reden om aandacht aan Jamie te besteden.

De winnende tuin op de RHS Chatsworth Flower Show 2019 door Jamie Butterworth foto credit; Wedgwood

De eerste tuin die hij heeft aangelegd was op twaalfjarige leeftijd. Zijn grootouders gaven hem de vrije hand, dit resulteerde in een biologische moestuin. Op zestienjarige leeftijd behaalde hij de titel Young Gardener of the Year. Later zou hij nog ervaring opdoen als Show Plant Manager bij Hortus Loci in Hampshire, hij kweekte daar planten voor diverse tuinen op RHS Chelsea Flower Shows. Tevens heeft hij een boek over planten geschreven.

De RHS Chatworth Flower Show is nog een redelijk nieuw evenement van de Britse Royal Horticulture Society en wordt elk jaar georganiseerd op het grote terrein van landgoed Chatsworth. In 2019 werd geschiedenis geschreven op deze show, de tuin van het Britse Wedgewood ontworpen door Jamie Butterworth won niet alleen een gouden medaille maar ook ‘Best Show Garden’, ‘ Best Construction award’ en werd tevens door het publiek gekozen als; ‘People’s Choice Award 2019’. Het is de eerste keer (in de meer dan 100 jaar) lange geschiedenis van de RHS Flower Shows dat één tuin deze vier prijzen won.

De prijswinnende tuin van Jamie Butterworth is wat kleuren betreft geïnspireerd door de Wedgewood aardewerkserie ‘Jasper’, maar tevens door het bekende blauw van het bekende merk Wedgewood. We zien dus veel het gebruik van blauw. Het gravel (Gold path) is een product van Stone Warehouse een dochteronderneming van Wedgwood. Volgens Butterworth werkte het uitstekend om de verschillende onderdelen van het ontwerp met elkaar te verbinden.

foto credit; Wedgwood
De winnende tuin op de RHS Chatsworth Flower Show 2019 door Jamie Butterworth foto credit; Wedgwood
De winnende tuin op de RHS Chatsworth Flower Show 2019 door Jamie Butterworth foto credit; Wedgwood
De winnende tuin op de RHS Chatsworth Flower Show 2019 door Jamie Butterworth foto credit; Wedgwood

Door de Royal Horticulture Society werd Jamie gevraagd om ambassadeur voor hen te worden, iets wat hij een grote eer vind. Momenteel is hij dan ook een van de acht RHS ambassadeurs. Hij is hier in goed gezelschap, andere ambassadeurs zijn o.a Mary Berry, Alan Titchmarsh en Nick Knowles.

Regelmatig bezoekt hij nu scholen, in het hele V.K, om met veel passie tuinbouw te promoten als studierichting en de vele kanten die tuinbouw bevat. Volgens hem heeft horticulture een serieus imagoprobleem. Veel van de jongeren denken alleen aan het vak van hovenier. De leerlingen hebben geen idee hoe talrijk de studierichtingen zijn en de vele mogelijkheden om carrière te maken.

De winnende onderscheidingen op RHS Chatsworth Flower Show 2019 door Jamie Butterworth foto credit; Wedgwood

Volgens Jamie Butterworth is tuinbouw het vak van de toekomst en kunnen tuinen de wereld redden. Met de nieuwe mogelijkheden is het immers mogelijk om ook op kleine oppervlaktes tuinen te maken.

Jamie is ook de tuinexpert bij de BBC Radio London, waar hij elke zondagochtend zijn tuinadviezen geeft.

Van Mierlo Tuinen tweemaal winnaar prestigieuze Britse SGD Awards

Winner Best International Garden & People’s Choice Award _ SGD Awards 2019 (Society of Garden Designers UK)

What the judges said:“A wonderful interpretation of a theme combined with contemporary modernity. Beautifully soft both in its hard and soft landscaping, including stunning rock work, the design draws the eye around the space resting on details and ornament while being calmed by the water and planting composition.
An incredible transformation which is brave, accomplished, well-balanced and aspirational. An inspiring and atmospheric garden.”

Dit betreft een unieke gebeurtenis waarbij Van Mierlo Tuinen als eerste Nederlandse tuinontwerper twee internationale awards hebben gewonnen bij de toonaangevende Britse SGD Awards. “Best International Garden” en de felbegeerde publieksprijs “The People’s Choice Award”.

Deze rustgevende groene watertuin combineert de eigentijdsheid van het westen met een geraffineerde Japanse touch. Onze moderne vertaling van de Japanse tuin.

Een waterstroom is volgens de Japanse tuinfilosofie de bron van het leven, en de vijver het leven zelf. Rotsen zijn de obstakels in het leven die we tegenkomen. Door de brug over te gaan laat je de bekende wereld achter en stapt de groene wereld in, met het theehuis als toevluchtsoord om te mediteren. Meanderende paden nodigen uit om de tuin te ontdekken en te genieten van de uitzichten. Alles draagt bij aan een mindfull ervaring.

De gebruikte materialen zijn geïnspireerd op wabi sabi principes. Die gaan over imperfectie en mooi verouderen. Een tuin die door de jaren heen alleen maar mooier wordt. Op de paden in de schaduw kan mos groeien, net als op de zachte, poreuze kleipannetjes van het dak. Een samenwerking met kunstenaar Xander Spronken resulteerde in de bijzondere brug van 2cm dik ruw staal waarvan het oppervlak blijft corroderen en veranderen. De palen komen uit een haven en zijn al meer dan 100 jaar oud.

Deze tuin is een prachtig voorbeeld van een vruchtbare samenwerking. Dankzij nauw overleg tussen klant, tuin-, licht-, bouwkundig architect en een perfecte uitvoering van hovenier en aannemer is deze bijzondere tuin tot stand gekomen.

Tevens is aan de wereldberoemde Nederlander Piet Oudolf de “Lifetime Achievement Award” uitgereikt.


Noël van Mierlo zit onderste rij helemaal links, Piet Oudolf zit onderste rij tweede van rechts.

Wies Voesten’s Passie voor planten – Cyclamen

Passie voor planten

Cyclamen……………..

“Heb jij nog wensen voor je tuin in het nieuwe jaar”, werd mij de afgelopen dagen gevraagd. Daar had ik gelijk een antwoord op: “Voor 2019 zijn een paar mooie regenbuien ‘op maat’ zeer gewenst, vooral vanaf mei tot augustus”. Mij hoor je niet echt klagen over de droge zomer van 2018. Het kostte wel heeeeel veeeel extra werk en tijd om alles een beetje nat te houden, maar hier was wel genoeg grondwater voorradig. Helaas bevat dat water veel ijzer en zout: we konden de borders er niet mee beregenen, maar gelukkig wel mee bevloeien (vandaar dat ‘extra werk en tijd’). De 300 mm regen die we te weinig hebben gehad, is in de natte decembermaand, met maar 10 zonnige dagen, teruggebracht tot 200 mm. Om het voorjaar niet te starten met een tekort, moeten er in de komende maanden eigenlijk nog wel wat buien (op maat) vallen ………………

Op zich ben ik aardig tevreden over de tuin, al streef ik er naar, dat het natuurlijk altijd beter en mooier kan. Op bezoek in andere tuinen, of bij kwekerijen heb ik het meest oog voor opvallende planten met een mooie bladkleur, -vorm en/of -structuur. Planten bloeien veelal zo’n 4 tot 8 weken, maar wanneer ze daarnaast ook nog sierlijke rode, grijze of zelfs bonte bladeren hebben, blijft een border toch wat langer boeien.

Cyclamen hederifolium foto; Wies Voesten De Stekkentuin

Elk jaar zijn wij vanaf begin januari dagelijks, tussen de bedrijven door, in de tuin te vinden (voor zover het weer dat toelaat). We beginnen met het knippen van helleborusbladeren: door de grote hoeveelheid planten, zijn we daar wel even zoet mee. Maar na al die feestdagen, is het een lust om weer buiten bezig te zijn. Naast Helleborussen vol knoppen en soms ook al met bloemen, genoten we de afgelopen dagen ook al van de eerste bloeiende sneeuwklokjes en van veelbelovende groeipuntjes van irisjes, krokussen, scilla’s, muscari en allerlei andere bolletjes.

Meest opvallend in deze tijd zijn de cyclamen, die hier in grote getalen staan.
Allemaal gekozen om hun prachtige bladeren. De bloemetjes zie ik meer als toegift. Vroeger ben ik ooit begonnen met een paar ‘kamer’-cyclamen, maar die knollen kon ik niet in leven houden: ze stonden of te nat of te droog.
Kort daarna ontdekte ik de tuincyclamen. ‘Voorzichtig’ zijn er 2 exemplaren met verschillende bladvormen aangeschaft: dit om te kijken hoe ze het op de kalkgrond in de polder zouden gaan doen. Dat pakte goed uit: ze hadden het enorm naar hun zin, want het jaar erop stonden er zelfs al een paar zaailingen. Vervolgens heb ik mij wat meer verdiept in het Cyclamen assortiment: dat bleek toch aardig wat meer te omvatten, dan de twee soorten die ik had. Nu ben ik niet zo, dat ik gelijk op jacht ga, maar als ik tijdens mijn uitjes ergens Cyclamen ontwaar, MOET ik even een kijkje nemen. Je weet maar nooit of er wat ‘nieuws’ voor mij tussen zit. Het grijs, groen, of groen- grijs getekend/gemarmerd blad heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij. En dan praat ik nog niet eens over die soorten met een bijzondere kerstboomachtige ‘tekening’ in het midden.
In de loop der jaren staat hier een aardige Cyclamen collectie: gekochte (je moet ergens beginnen), maar ook gekregen en geruilde exemplaren en niet te vergeten: de vele zaailingen die hier ondertussen te vinden zijn. Officiële variëteitsnamen heb ik niet (op een paar na), want deze zaailingen hebben wat van de één en wat van de ander meegekregen, waardoor ze niet soortecht zijn.

Cyclamen hederifolium foto; Wies Voesten De Stekkentuin
Cyclamen hederifolium foto; Wies Voesten De Stekkentuin

De twee hoofdsoorten die hier groeien zijn:
1). De herfstbloeiende Cyclamen hederifolium met roze, witte of paarse bloemen, die zich vanaf augustus tot in november laten zien. Tijdens de bloei ontwikkelen zich de bladeren: hartvormig gelobd, vaak gekarteld. De naam Hederifolium zegt het al: dit blad lijkt erg veel op dat van de Hedera (klimop). De planten die hier staan zijn allemaal net even anders: de meesten hebben een opvallende ‘kerstboom’ tekening in het blad, maar er zijn ook mooie effen zilvergrijs- en groengrijs bladigen in de borders te vinden: echte blikvangers.
2). Cyclamen coum staan hier al heel wat langer in de tuin, in meerdere variaties. De kleine niervormige, bijna ronde blaadjes verschijnen in oktober. Ze zijn egaal groen, zilverkleurig, gemarmerd of met een mooie tekening. Coum bloeit van december tot in april met witte, roze of paars-rode bloemen. Ook bij dit soort zijn voor mij de bloemen ondergeschikt aan het blad, waarvan zelfs de onderkant mooi is: roodachtig paars. Vooral de zilverkleurige variëteiten staan prachtig tussen helleborussen, sneeuwklokjes en het ‘zwarte gras’: Ophiopogon planiscapus ‘Niger’.
Er zijn meerdere soorten cyclamen, maar die vereisen vaak meer aandacht: veelal zijn ze niet of minder geschikt voor onze tuin, omdat ze extra gevoelig voor vocht en/of vorst zijn.

Cyclamen coum foto; Wies Voesten De Stekkentuin

Cyclamen zijn knollen en voelen zich helemaal thuis in onze kalkgrond. Ze prefereren een licht beschaduwde plek, in goed doorlatende humusrijke grond. Om te zien wat je koopt, kun je beter geen ‘kale’ knollen kopen, maar opgepotte exemplaren met blad. Plant ze op een diepte van 8-10 cm en zorg dat ze een beetje schuin komen te staan: in de bovenkant van deze knollen zit nl. een soort kuiltje. In natte periodes zou er te lang water in kunnen blijven staan en dan zouden de knollen kunnen wegrotten. Cyclamen zijn goed winterhard: sommige soorten schijnen wel tot –25 graden te verdragen. De koude winters van 2012 en 2013, met tot –min 19 graden, hebben ze hier in elk geval glansrijk doorstaan.

Cyclamen coum foto; Wies Voesten De Stekkentuin

Eind april/begin mei sterft het blad langzaam af en gaan de knollen ‘slapen’. Hier en daar zet ik dan stokjes bij ter herinnering (ik word een dagje ouder ). Elk jaar in december wordt er een laagje compost bij gestrooid en daar gedijen ze goed op. Voor Cyclamen geldt: hoe langer ze op dezelfde plek staan, hoe uitbundiger de bloei en ergens heb ik gelezen, dat ze wel 100 jaar kunnen worden.
Hopelijk kan ik nog jaren van deze prachtige Cyclamen genieten (andersom is maar de vraag……………. )
Nog de beste wensen voor het nieuwe jaar, met heel veel tuinplezier.
Tot de volgende maand……..
Wies Voesten.

Cyclamen coum foto; Wies Voesten De Stekkentuin

Bekijk ook de website van De Stekkentuin

TUINENSTRUINEN.ORG Top 10 Populaire berichten 2018

Coverfoto; Gert Tabak

10 – GO WILD! – Gras vervangen door een Bloementapijt

Het bekende plaatje van een gazon wat bestaat uit slechts enkele grassoorten kunnen we duidelijk zien als een monocultuur. Omdat we in de serie GO WILD! een zo natuurlijk mogelijke tuin nastreven past daar een monocultuur uiteraard niet bij. In de natuur bestaan immers ook geen monoculturen en gras is er meer dan genoeg.

9 – GO WILD! – een bloemrijk grasveld in plaats van een keurig gazon

Een goed onderhouden gazon kan een lust voor het oog zijn. Het frisse groen vormt vaak een mooi contrast met de naastgelegen borders. Het gazon kan ook een goede ondergrond zijn om bijvoorbeeld speeltoestellen voor de kleinste gebruikers van de tuin op te plaatsen. Als de kinderen ouder geworden zijn en het nest hebben verlaten is het misschien tijd om het gazon een andere functie te geven. In deze variant van een wilde bloemenweide gaan we er dus vanuit dat we als basis het bestaande grasveld benutten.

8 – Borderplan – De vele kanten van vaste planten

Vaste planten prikkelen de zintuigen, verbeteren het stadsklimaat, vragen weinig onderhoud en zijn zeer aantrekkelijk voor bijen en vlinders. Een afwisselende beplanting, met veel verschillende soorten, heeft bovendien een positief effect op het welzijn van mensen. Openbaar groen kan dankzij vaste planten dus kleurig, ecologisch waardevol én onderhoudsvriendelijk worden.

7 – Een mooie haag is de trots van elke tuinliefhebber

Een haag is een van de oudste manieren om een grens aan te geven. Hagen kunnen dienen als afbakening en bescherming. Hagen zijn ook vaak de plekken waar veel vogels voedsel en bescherming zoeken. Een haag kan ook een mooie achtergrond vormen voor uw beplanting. Door de opkomst van vaak foeilelijke bouwmarkt-schuttingen heeft de haag het moeilijk gekregen. Tijd om de schutting te vervangen voor een fraaie groene muur: Schutting eruit – Haag erin!

6 – GO WILD! Een wilde bloemenweide in uw tuin

De natuurrijke tuin is bezig met een flinke opmars. Steeds vaker ontdekken tuinbezitters deze tuinstijl. Dit soort tuinen zijn een stuk duurzamer dan de traditionele tuin en kennen een grote biodiversiteit (dierenleven). De natuurtuin of wilde tuin kan op verschillende manieren vorm krijgen. In eerdere berichten van de serie GO WILD! heeft u hier al over kunnen lezen. Ditmaal behandelen we de wijze waarbij zaaien het uitgangspunt vormt van onze nieuwe natuurrijke tuin.

bekijk bericht foto; Cruiijdthoeck

5 – GO WILD! De favoriete grassen van Piet Oudolf

Loop bij een willekeurig tuincentrum binnen en de kans is groot dat u de verkoopdisplay met grassen niet kan missen. Voor deze tuinstijl waarbij de natuur zijn intrede doet in onze tuinen zijn grassen onmisbaar.

Grassen en schermbloemen geven de beplanting zijn natuurlijke karakter. Piet Oudolf spreekt van stukjes nagebootste natuur, in zijn ontwerpen weet hij als geen ander ons ideaalbeeld van natuur te realiseren in een ontwerp, uitvoering en begeleiding.

4 – Combineren met vaste planten in de border

Vaste planten staan momenteel volop in de belangstelling. Deze groep planten heeft dan ook vele positieve eigenschappen waar we zeker gebruik van moeten maken. De keuze aan vaste planten is de laatste jaren flink veranderd en uitgebreid.

Vaste planten kunnen een belangrijke rol spelen in allerlei tuinstijlen. Bij een klassieke border zijn eigenschappen zoals kleur en hoogte belangrijker dan bij een ‘natuurlijk’ ontwerp.

3 – GO WILD! – Bodembedekkers als alternatief voor gras

Tuinliefhebbers die houden van een groene tuin, maar een glad gazon wat saai vinden, kiezen steeds vaker voor ‘bodembedekkers’. Dat zijn planten en plantjes die samen snel een netwerk vormen van wortels en bladeren en daarmee grote oppervlakten kunnen afdekken. Ze hoeven – laten we eerlijk zijn, dat is toch een voordeel! – niet om de haverklap te worden gemaaid.

2 – GO WILD! Top 10 Vaste planten voor bijen en vlinders

Een vlindervriendelijke tuin staat vol nectarplanten, je helpt er vlinders, bijen en andere nuttige insecten mee. Gelukkig is het geen straf om vlinderplanten in de tuin te zetten, ze hebben namelijk prachtige bloemen. Bovendien is er, dankzij deze kleurige en rijke bloeiers, altijd wat te beleven in de tuin: de dansende vlinders en ijverige bijen zijn een lust voor het oog.

1 – GO WILD! Een gids voor het maken van een ‘natuurlijke’ tuin

De natuurlijk ogende tuin wint steeds meer terrein in De Lage landen. De vaak als stijfjes ervaren traditionele borders waarin de planten zijn gerangschikt van laag naar hoog, als ware het een ouderwetse klassenfoto, worden steeds vaker omgetoverd in stukjes geschapen natuur.

Internationaal heeft Nederland hier al vele jaren hoog aanzien in en wordt er gesproken over de “Dutch Wave”. De aanpak die onze landgenoot Piet Oudolf hierin hanteert wordt wereldwijd gezien als de nieuwe standaard en heeft van Piet Oudolf de meest invloedrijke tuinarchitect en plantenkenner ter wereld gemaakt. Nu is het ook de tijd om aan uw border te werken en plannen te maken voor het voorjaar, denk daarbij ook eens aan een natuurlijke border en wordt ook pionier van een nieuwe manier van tuinieren! GO WILD!

“God never made an ugly landscape. All that the sun shines on is beautiful, so long as it is wild.

John Muir, Atlantic Monthly, January 1869.

bekijk bericht foto; Gert Tabak

Tuinvedettes uit Gj. Deunk’s archief: Jan van Opstal en Jo Willems (2), een eerbetoon

Nogmaals komen de heren van tuin De Heerenhof voor het voetlicht, net als in de gedrukte versie van Tuinvedettes. Nu echt het laatste deel in deze serie als eerbetoon aan Gerritjan Deunk.

Mien jong, wat bis dich noe aan het doon? 

Tuinspecial 2 (NTs) voorjaar 1994 door; Gerritjan Deunk.

Je verwacht het niet als je het huis vanaf de straat bekijkt. Een laag huis met beneden een groot raam en een deur ernaast. Maar achter het huis bevindt zich een enorme tuin van 120 meter diep, de ‘Heerenhof’ . Sinds enige jaren werken Jan van Opstal en Jo Willems met hart en ziel in hun indrukwekkende tuin die ook deze zomer een paar dagen opengesteld zal worden voor de donateurs van de Nederlandse Tuinenstichting. Een gesprek met Jan van Opstal over wat er niet was en nu is. 

Toen we hier midden jaren tachtig kwamen was het terrein schrikbarend. Achter het huis tot aan de boom lag een grasveld, daarachter een aardappelveld, vervolgens ondoordringbare brandnetels en aan het einde van het perceel lag het ‘stort’. Achterin stonden nog een paar vruchtbomen. In het begin hebben we er nauwelijks iets aan gedaan. We hebben een grasveld aangelegd op het aardappelveld en heel veel goudsbloemen en eenjarige geplant.Met gulle hand gestrooid. Dahlia’s die Jo had meegebracht van de boerderij, rode pomponnetjes tussen de gele goudsbloemen. Een fantasie in oranje-rood, met het paars van de dahlia’s van mijn opa. Volkomen zonder structuur, maar wel heel leuk. Heel veel vruchten hadden we. Toen we pas hier woonden, waren het hele goede oogstjaren. Er is nog maar één perenboom over. Het is een boom met twee soorten, bovenin hele zoete en onderin stoofpeertjes. En toen zijn we van voren naar achteren aan de gang gegaan.

Eerst dichtbij het huis. We konden het huis hiernaast kopen waardoor de oorspronkelijke tuin veel breder is geworden, vooral het gedeelte direct achter het huis. Pas toen we dat erbij kochten, kwam er eindelijk een plan voor de tuin. We hebben eerst een tuinarchitect gevraagd een schets te maken. Daarvan hebben we alleen de structuren van het pad overgehouden. Hij had allerlei detailplannen over het huis en vijvers en bosjes. Dat allemaal dus niet, alleen het slingerpad. En dat pad is eigenlijk de ruggegraat van onze tuin, evenals de vorm van de vijver, hebben we niet zelf bedacht. Want hoe ga je nou met zo’n tuin om? Hoe vul je een ruimte van 112 x 12,5 meter? Hoe voorkom je dat het een vervelende pijpenla wordt?

janjo tussen

Bij de grote boom in het midden van het gras was het al meteen duidelijk dat we daar zo’n ouderwets rondeel wilden, met klinkertjes, mergelstenen en engeltjes. Later hebben we nog een serre aangebouwd waardoor het terras vergroot moest worden. Het oorspronkelijke terras is toen uitgebreid en voor een deel uitgegraven. Het terras ligt lager dan de tuin. Over het tuingedeelte bij het huis waren we niet zo tevreden. Het terras wordt weer uitgebreid, het wordt nu gelegd waardoor het  grindplekje ruimer wordt. En er komt een kleine border links van het terras waar het vreselijk warm kan worden, bijna mediterraan. De klimmers zijn hierin geen probleem, de borderplanten wel. Oorspronkelijk lag hier een heel wit terras op het zuiden, witte tegels, wit grind, waardoor je er ’s zomers zonder zonnebril eigenlijk niet kon zitten.

Er komt nu een klinkerbestrating met buxusvakken om zo het geheel meer in te kleden, en wat minder variatie in beplanting, rondom blauweregen met af en toe een roos ertussen. Simpel, een carré, een entree naar de tuin. De Catalpa op het terras is dood en we weten nog niet precies wat we daar gaan planten. Op het randje van het terras en het gazon stond vorige zomer een ‘luxaflex’ van Verbena bonariensis. Eerst was het heel vol met salvia, allium en toen werd het echt een wand van wel 130 centimeter hoog. Je kon dus niet meer de tuin inkijken en ik wil vanuit de keuken de tuin zien. Maar nu vind ik het ook heel mooi, nu het helemaal plat is. Planten zijn om mee te experimenteren.

Rechts van het huis hebben we een kasje gebouwd. Afdeling Jo. Ik weet waar alles staat, maar ik doe daar verder niks mee. Via de ‘holle’ weg naast de kas bereik je de hoger gelegen tuin en maakt het pad een eerste lus naar het rondeel en de boom, een Fraxinus excelsior. Rechts zie je de eerste border, de blauwe border. We zijn vier jaar geleden heel streng op kleur begonnen en nu gaan we steeds meer nieuwe kleuren daar doorheen mengen. Wat zwieriger. Dat is eigenlijk begonnen met de witte border die we maar niet mooi kregen. Want als je maar wat wit hebt, wordt het heel gauw saai. Nu doen we in het blauw iets paars-blauw, in het wit wat zachte tinten en in het rood paars-rood. In de blauwe border hebben we kleinbloemige Clematis en Verbena vermengd, en niet meer alleen op bloemkleur, maar ook op bladkleur en bladstructuur. Het grijs komt vooral in het blad terug, grijs-blauw. Er staan wat alliums tussen, paars, niet te roze, want anders wordt het zo zoetig. De meeste variatie zit in het wit en het geel. In het begin hadden we een hele gele tuin met veel boerenplanten: Achillea filipendulina, Oenothera missouriensis en Alchemilla mollis, de gewoonste die er zijn. We hebben geprobeerd om ze allemaal eruit te gooien, maar dat lukte niet, het zijn er teveel. Nu variëren we van geel naar peach toe en dat geeft een heel nieuw beeld. We komen dit jaar weer terug op de rode pomponnetjes tussen de gele goudsbloemen. Nu wordt het door de variatie weer spannend. De toepassing wordt alleen veel subtieler. Je past het bewuster toe en de variatie is groter door je ervaring. Met kerstmis bespreken we wat we gaan veranderen in kleur of in vorm.

janjo tussen

Vervolgens kom je bij de boom. In het vorige tuinenboekje van de Tuinenstichting stond dat het een acer is maar het is een es. We hadden zoveel ontzag voor de tuinencommissie dat we dat voetstoots hebben aangenomen. Maar het is een hele gewone es, die ik ooit gedeeltelijk heb willen omzagen omdat hij de zon weghoudt. Goddank dat ik dat niet heb gedaan. De boom maakt de tuin volwassener. Vanuit het huis heb je zicht op die enorme boom en zie je eigenlijk niet dat er nog een hele tuin achterligt. Dan kom je in het rozenlaantje dat volstaat met ‘New Dawn’ en ‘Schneewittchen’. Makkelijke rozen, ze bloeien lang door, ruiken niet te sterk. In het begin wisten we niets van rozen, dus kochten we iets makkelijks. Achteraf weer spijt, te weinig variatie, maar die zetten we er nu tussen. Ik vond rozen eerst heel moeilijk, maar net als met clematissen wordt het nu steeds interessanter , vooral  de botanische rozen, de muskusrozen en de boomrozen die gewoon hun gang gaan. Dus niet die vreselijk gecultiveerde rozen zo stijf als een stok. Oude rozen, kleinbloemig of enkelbloemig. Sinds kort is hier een rozenkweker vlakbij, dat stimuleert, je kunt zien wat je krijgt.

Het afgelopen najaar hebben we een heel nieuw assortiment nieuwe rozen geplant, overal tussendoor. Geen rozenperk dat vind ik vreselijk. In een vaste-plantenborder, tussen de heesters, overal staan nu de rozen. En ook in de wilde heg links en rechts, tussen de vlier, Gelderse roos en de meidoorn. Een goedkope , gemengde wilde heg. Omdat we hier in het begin huurden, wilden we niet teveel kosten maken, dus kochten we stokjes van een paar gulden en geen dure beukenhaag. In tien jaar tijd is het een prachtige, hoge heg geworden. Heel gevarieerd van structuur en kleur, af en toe wat bessen. Het grootste werk is het snoeien, heel strak. Dan is hij het mooist, hij mag niet te overheersend zijn in de tuin die toch al zo ‘smal’ is. Alhoewel, we hebben als achtergrond een park met hoge bomen die boven de heg uitsteken en de buren hebben nog wat kersen gezet. De omgeving doet ook mee.

Ik hou ervan om in water te turen, Vroeger hadden we een poeltje van 1 bij 1m20 of zoiets. En we legden een vijver aan omdat we dachten dat we dan minder werk hadden. Een vergissing bleek later. We kregen een lek door een woelrat en dan moet je dus drie keer de vijver rond om te voelen waar het lek zit en dan zit het onder de brug! Met je snorkel kun je dan gaan plakken. Van randafwerking wisten we niets, dus je doet maar wat. Vervolgens bleven we elk jaar veranderen. Jammer dat je bepaalde dingen niet eerder weet. Je komt erachter door schade en schande. Naast de vijver is een klein terrsje met een gietijzeren bankje. Bij het graven van de vijver hebben we de aarde gewoon naast de vijver gedropt. Zo ontstond een verhoging en uit de oude beukenhaag met de buren hebben we een haag aangelegd in een halve cirkel. Zo ontstond een heel speciaal prieeltje als onderbreking van de pijpenla. Dus vooral geen strakke hagen en kamers maken. Dat vind ik te makkelijk. Daarom is ook het basisplan zo goed. Via het pad kom je van de ene sfeer in de andere, maar niet door een poortje en ook niet in het isolement van hoge hagen. Zo’n beukenhaagje is speels, ik zit daar graag , ver weg van het huis, ik hoor geen telefoon of bel.

janjo tussen

Over het laatste stuk van de vijver zie je het lindenprieel. Het is een dubbele ronding en moet nog veel groeien. Er staat alleen maar groen, geen bloemen, wel Buxus. Hoewel hier geen bloemen staan, blijft het een gevecht. We hebben er Clematis door gegooid, veel bollen geplant en zijn begonnen met helleborussen aan te planten. Alleen in het voorjaar is het vol bloemen en de rest van het jaar is het een rustpunt van groen. Eigenlijk is het prieel een herhaling van de boom. Een centrale cirkel. Bij het huis is het weelderig, dan krijg je de boom, bij de vijver is het weer weelderig en dan krijg je het prieel. Structuren, niet echt gepland , maar het is wel goed, het klopt. er zit ritme in. Daarna komt zes meter bloemenborder. We hebben geen echte bloemenborder in de stijl van Gertrude Jekyll, van 30 meter lang en 5 meter breed. Dit komt er voor mij het dichtsbij. Paarsrode-purpergrijze border. Een nieuwe spannende plek met Sedum ‘Herbstfreude’, donkere dahlia’s, veel éénjarige – Jo zn afdeling – , melde, roos ‘Blue Magenta’, alliums, zwarte tulpen ‘Queen of the Night’ in het voorjaar, zwarte viooltjes, grootbloemig en kleinbloemig, daarachter komt onze buxustuin: moestuin annex opslagplaats voor planten, kwekerij etcetera. Een plek om te experimenteren. Ik zou daar graag gerst willenplanten. Ik heb ooit een veldje gezien van gerst , prachtig. De buren zullen me wel weer voor gek verklaren:’mien jong, wat bis dich noe aan het doon?’ Als slot hebben we de boomgaard met nieuwe fruitbomen en één oude peer. Daar wonen ook de kippen, pauwen, eenden en andere gevederden. Als afsluiting met de kwekerij een schutting met rozen. Toch nog één gesloten wand in de tuin, maar wel een wand een weelderige tuin waardig.

5-gerritjan-deunk
Door Gerritjan Deunk

Major Johnston’s Jardin de la Madone in Menton

Jardin de la Madone in het Zuid Franse menton is ook wel bekend als Serre de la madone. De tuin staat bekend voor zijn ontwerp en collectie aparte planten. Het meest was de tuin toch wel bekend om zijn toenmalige eigenaar, Lawrence Johnstone.

Major Johnstone nam deel aan veel plantenexpedities naar alle uithoeken van de wereld. Veel van de planten die hij op deze reizen verzamelde kregen een plek in zijn tuin Hidcote Manor (1907) in Chipping Campden (Cotswolds), Verenigd Koninkrijk. Deze tuin is een van de meest bekende tuinen van de wereld.

Bekijk ook deze video over Major Johnstone

Jardin de la Madone is gecreëerd in de periode tussen 1924 en 1939. De ligging van de tuin tegen een heuvelrug in de Gorbiovallei en de vele beschutting zorgen voor een uniek microklimaat. Ook het warme klimaat van Zuid frankrijk was ideaal voor de planten welke hij verzamelde vanuit (sub) tropische regio’s.

Elk jaar verliet de major het koude en natte Verenigd Koninkrijk om te overwinteren in Menton. De herenboerderij werd uitgebreid met twee grote vleugels en er kwam een serie terrassen rondom oude olijfbomen. Het tuinteam bestond destijds uit twaalf hoveniers.

Na het overlijden van Lawrence Johnstone in 1958 heeft de tuin verschillende eigenaars gehad en werd de tuin niet altijd onderhouden met het respect wat het toekwam.

In 1999 kwam hier verandering in. In dat jaar werd de tuin aangekocht door de stichting Conservatoire du Littoral en kreeg de tuin weer veel van zijn oorspronkelijk ontwerp terug en werd de beplanting daarbij aangepast.

Fotografie: Sergey Karepanov. 

cropped-tsgw-logo-14-092.png

Harry Pierik: SECRET GARDEN ZWOLLE (2)

Gevelgroen op onverwachte plekken, aanleg en onderhoud.

(Bekijk hier deel 1)

In opdracht van de gemeente Zwolle ontwierp ik in 2017 ruim veertig geveltuintjes in de binnenstad. Deze groene stroken zijn samen met het gemeentelijk groenonderhoud (ROVA) ingericht tegen gevels van allerlei stegen en straatjes in het Broerenkwartier aan weerszijden van de Diezerstraat en op Het Eiland.

1
2017, geveltuin Korte Smeden op Het Eiland, bijna een jaar na aanleg. Warme kleuren afgewisseld met grijsblauw, contrast en eenheid met de hardstenen puien van het winkelpand. Rechts vooraan staan o.a. Persicaria amplexicaulis ‘Blackfield’ en Festuca glauca ‘Elija Blue’, daarachter, tegen de hardstenen pui de wintergroene hemelse bamboe Nandina domestica die koperkleurig jong blad krijgt. Na de witte bloemetjes verschijnen trossen met rode bessen, die de hele winter aan de struik blijven zitten. De auberginekleurige bodemkruiper verderop vooraan over de rand van cortenstaal is Ajuga reptans ‘Black Scallop’.

De naam Secret Garden staat voor het verrassingselement van deze geveltuinen op soms totaal onverwachte en verborgen plekken en is bedacht door stedelijk beheerder beplanting Tsjerk Jelsma.

2
2016, Korte Smeden hier nog zonder geveltuin.

Hoe worden deze tuintjes gemaakt? Nadat de contouren met krijt op de stoep zijn getekend, volgt het straatwerk. Stenen en zand eruit en daarna wordt er een solide kantafsluiting van betonbandjes aangebracht, stijlvol afgewerkt met een veegwagenbestendige hoes van COR-TEN-staal.

3
2016, de Nieuwstraat zonder geveltuin met op de achtergrond een deel van de stadsmuur

 

4
De Nieuwstraat, bijna een jaar na aanleg. Met helemaal vooraan Thuja occidentalis ‘Brabant’, die regelmatig geschoren wordt en zo qua vorm en textuur een contrast vormt met het glanzende blad van zijn buurman Magnolia grandiflora ‘Little Gem’. Daarvoor de wintergroene varen Dryopteris erythrosora, en verderop de lichtgroene blaadjes van Lonicera nitida ‘Baggesen’s Gold’. Meer daarachter Mahonia ‘Media’, Hydrangea paniculata ‘Lime Light’ en Nandina domestica , omringd door Persicaria amplexicaulis ‘Dikke Floskes’, diverse geraniums en wintergroene grassen. De grotere heesters worden schuin oplopend gesnoeid, de vorm heeft dan iets van een steile groene helling tegen de muur.

Minstens veertig centimeter diepe, rulle tuinaarde, vermengd met bentoniet, staat garant voor groei en bloei op de meestal zanderige ondergrond tegen de gevels. Vervolgens zet ik alle potjes op de juiste plek en planten de binnenstadtuinlieden van de ROVA, Gert Bruggeman en Bennie Herbrink, alles erin.

5
2016, Drie Pistolengang op Het Eiland, zonder …

6

Maart 2017, Drie Pistolengang, Het Eiland, de geveltuin is net ingericht.

Oktober 2017, Drie Pistolengang, Het Eiland, geveltuin ruim een half jaar na inrichting.

8
Drie Pistolengang, Het Eiland. Geveltuin op het noorden. Mahonia eurybracteata ‘Soft Caress’ geflankeerd door Fuchsia ‘Mrs Popple’. Op de voorgrond links en rechts het bladverliezende gras Haconechlea macra ‘Allgold’, zonder groene middenstreep, daarnaast links van het midden o.a. de compacte Fuchsia ‘Tom Thumb’ en Pulmonaria ‘Opal’. Uiterst rechts vooraan het bruine blad van Heucherella ‘Art Deco’.

Al deze tuintjes krijgen water uit een tankwagen. De grond wordt van te voren stevig, maar voorzichtig, aangedrukt zodat er een ringvormig geultje rondom de nieuwe aanplant ontstaat. Zakt het water meteen weg, dan moet de bodem opnieuw iets worden aangedrukt, tot het water een poosje blijft staan en langzaam door de bodem wordt opgenomen. Zo kan de vochtige grond om de haarwortels slibben. Daarna wordt uiteraard geen water gegeven zolang de aarde vochtig is.

9
Enkele potjes met heesters zijn door mij uitgezet in de Broerenstraat. Het is handig om eerst de grotere heesters te planten, vervolgens kunnen de kleinere planten aanvullend op hun plek worden gezet.

 

10
Voorman van de ROVA in de binnenstad, Gert Bruggeman, plant het door mij uitgezette groen in een geveltuin in de Spiegelstraat.

11
Geveltuin in de Spiegelstraat net na de inrichting. Links de winterharde Toscaanse jasmijn Trachelospermum asaticum ‘Star of Toscane’. Daarnaast de grote lancetten van het kwartjesblad Aspedistra elatior en wintergroene varens en grassen. Rechts Nandina domestica.

Om onkruidgroei in te dammen en om de structuur van de grond te verbeteren, maar vooral om het bodemleven te stimuleren, wordt er compost tussen de verse aanplant uitgestrooid. Dit mulchen geeft allerlei voordelen want het levert niet alleen een barrière tegen ongewenste zaailingen op maar zorgt ook voor minder zonlicht op de bodem, waardoor het voor ‘onkruid’ moeilijker wordt om daar te ontkiemen.

12
April 2017, pas aangelegde geveltuin in de Broerenstraat.

Onder die mulchlaag krioelt het van allerlei voor planten waardevolle schimmels, bacteriën en eencellige diertjes. Deze micro-organismen nemen mineralen en voedingsstoffen tot zich en maken uit organische mest en bladresten voedingsstoffen vrij die op hun beurt weer onmisbaar zijn voor de beplanting. Bijkomend voordeel is dat de bodem onder een laagje mulch over het algemeen ’s zomers minder uitdroogt en in de winter wat meer warmte vasthoudt.

13
Kersverse aanplant tegen een gevel in de Spiegelstraat met veel wintergroen. Onder andere met Nandina domestica, de winterharde Toscaanse jasmijn Trachelospermum asaticum ‘Star of Toscane’, het kwartjesblad Aspedistra elatior en wintergroene grassen. De hoes van COR-TEN-staal staat niet op deze foto maar is hier inmiddels aangebracht.

Het onderhoud vindt plaats op een aantal middagen per jaar met een enthousiaste groep vrijwilligers. Onder mijn leiding wieden en knippen zij al deze geveltuintjes. We verzamelen het groenafval in zakken die door de ROVA worden opgehaald voor recycling.

14
Mandjesstraat, een jaar na inrichting. Links vooraan het bladhoudende heestertje Sarcococca confusa dat in de winter heerlijk geurend bloeit, daarnaast het zilverwit gevlekte longkruidblad van Pulmonaria saccharata ‘Reginald Kaye’, dan Liriope muscari ‘Moneymaker’ met lichtpaarse trosjes die doen denken aan de bloemen van Muscari, het blauwe druifje; vandaar de soortnaam. Daarachter de compacte Fuchsia ‘Tom Thumb’ met Geranium ‘Jolly Bee’ (ach ja, das waar ook, die moet nu ‘Rozanne’ worden genoemd). Het glanzende blad op de achtergrond is van Magnolia grandiflora ‘Little Gem’.

Door te wieden laten we de aarde zoveel mogelijk met rust zodat het bodemleven nauwelijks wordt verstoord. Naarmate de planten uitgroeien zal het onderhoud steeds meer bestaan uit zeer specifiek snoei- en knipwerk, wat sowieso een wezenlijk onderdeel van groenvormgeving is.

15
Vrijwilligers bezig met het onderhoud aan de geveltuin in de Korte Smeden. Vooraan Fuchsia ‘Whiteknight’s Pearl’, Kalimeris incisa ‘Blue Star’ en de donkerrode aartjes van Persicaria amplexicaulis ‘Blackfield’. Over de rand van COR-TEN-staal groeit het schapengras, Festuca glauca ‘Elijah Blue’. Tegen de hardstenen pui staat de tamelijk transparante Nandina domestica.

Planten die in de breedte uitstoelen knippen we nu en dan zorgvuldig ‘bij’ zodat er voldoende ruimte overblijft voor de buurplanten, waardoor de rijke schakering van het bloembed zo veel mogelijk intact blijft. Daarbij kies ik telkens welke ‘hoofdrolspelers’, hoewel passend ingebed in allerlei onmisbare ‘bijrollen’, zoveel mogelijk worden vrijgehouden. Om een voorbeeld te noemen: contrastrijke begeleiders, als het donkerbladige zenegroen Ajuga reptans ‘Black Scallop’ en het grasachtige blad van de zwarte slangenbaard Ophiopogon planiscapus ‘Niger’, houden we in toom ten gunste van de blauwe, laagblijvende jeneverbes, Juniperus squamata ‘Blue Star’.

16
Korte Smeden. Vrijwilligers aan het wieden onder andere tussen Geranium ‘Sandrine’, de purperen magenta doorbloeier met donker hart. Daartegenaan spreidt Pulmonaria ‘Diana Clare’ haar zilveren bladeren met een grijsgroene echo van Pulmonaria ‘Opal’ en helemaal vooraan Pulmonaria ‘Majesté’ en de gele dovenetel Lamiastrum galeobdolon ‘Herman’s Pride’. Tussen het auberginekleurige zenegroen staat het vrij te houden blauwgroene jeneverbesje Juniperus squamata ‘Blue Star’.

Om geen groene Tsunami te krijgen het van wezenlijk belang met name de heesters zo bij te houden dat er een soort groene helling of bosrandopbouw ontstaat. Dit bereik je door met zekere regelmaat de beplanting piramidaal, richting muur, op te snoeien.

Bekijk hier deel 1

Alle columns van Harry Pierik bij tuinenstruinen.org op een rij.

De website van Harry Pierik.nl

 

Gerritjan Deunk’s Tuinvedettes: Groenvolk is goed volk!

jojan-header

Omgaan met mensen die tuinieren is een prettige tijdspassering. Het uitwisselen van ervaringen opgedaan in de ‘getemde’ natuur is een inspiratie voor het dagelijkse leven en tijdloze balsem voor de moderne jachtige ziel. Interviews maken met tuinvedettes is een ontmoeting met ‘goed volk’. Het plezier dat ik mocht beleven aan het ondervragen van tuinbevlogen groenlingen doet veel dagelijkse ruis vergeten.

 

heerenhof
Tuin; De Heerenhof

In 1981 kreeg ik de beschikking over 400 m2 Amsterdamse grachtentuin, die ik met mijn Achterhoekse boerenverstand spontaan volstouwde met planten. Niet op kleur, seizoen of hoogte. Dat hield in dat je niet droog achter in de tuin kon komen na een buitje of met een kapmes de planten moest snoeien om wat zicht te houden. Het werd een spontane chaos.

Piet en Anja Oudolf – Fotografie: Zbignîew Kôsc

Werd lid van de Nederlandse Tuinenstichting en kon kennis opdoen over aanleg, planten en historie. Bezocht open tuinen en ging mee op donateursdagen. Kreeg de layout en een redacteurschap in de schoot geworpen van een zwart-wit uitgevoerd Tuinjournaal, het NTs-huisorgaan. Daar viel veel eer te behalen. Met de groene Veenman drukkers een nieuwe opzet bedacht in kleur. Zelfs een tuinspecial over Oost-Nederland en Limburg verscheen A4 formaat; glossy in full colour. Het was nog te vroeg. Het bestuur van de NTs vond het een ‘Fremdkörper’. De Specials staan prachtig in de kast. Ik koester ze. De tuin is professioneel aangelegd en schittert nu van Grasduinen tot Groei & Bloei.

Al werkend ontmoet je een stoet mensen met een schat aan observaties, ervaringen en visies. Meestal vonden de interviews plaats in originele tuinen, op languisante zonnige namiddagen en verrassend vaak gevolgd door copieuze diners, vers uit eigen hof. Goed eten hoort blijkbaar bij goed tuinieren.

Gerritjan op bezoek bij Mini Ter Kuile in haar Zeeuwse tuin

Na een korte uitstap bij Residence Outdoors met vier interviews gecondenseerd tot bijschriften, verscheen Hof&Hulde , het eerste grootformaat blad over tuinen. Gefotografeerd in zwart-wit en soms winters van beeld. Maar weer diezelfde gedeelde warmte en enthousiasme met de eigenaren voor het groen. En dan maakt het weinig verschil of het een landgoedje of een moestuin betreft.

Arie en Hanneke Kamphorst

Vanuit de tijdschriften is het een makkelijke overstap naar de boeken. De meeste Limburgse tuinen kende ik al voor het ‘tussenboek’ van Florentine Van Eeghen vescheen. En de onbekende tuinen zorgden voor een welkome aanvulling van het totaalbeeld. Hetzelfde geldt ook voor het Grachtentuinenboek ‘Keizersgracht’. De eerste in een serie over de verborgen tuinschatten achter de Amsterdamse trapgevels. Een lovenswaardig initiatief van de stichting de Amsterdamse Grachtentuin en uitgeverij Waanders. Een bewijs hoe groen de steenwoestijn kan zijn.

Elf willekeurig gekozen interviews zijn verzameld, sommige met de oorspronkelijke foto’s. Voor u om te genieten en voor de betrokkenen weer aardig om te herlezen. Aan anderen is het een eerbetoon omdat ze inmiddels overleden zijn. Vandaar het advies de dag te plukken en genieten van de natuur wanneer ze daar de gelegenheid toe biedt. En is dat, voor wie het zien wil, eigenlijk niet altijd?

 

5-gerritjan-deunk
Door Gerritjan Deunk

 

Serie; De Tuinvedettes uit het archief van Gj. Deunk

cropped-cropped-cropped-cropped-cropped-cropped-tsgw-logo-ovaal-2811312.png

De ‘Golden Gardens’ van RHS Chelsea Flower Show 2017

tsgw opener

De showtuinen op de RHS Chelsea Flower Show zijn altijd van een behoorlijk hoog niveau. Jonge tuinontwerpers zijn op van de zenuwen als zij op de bekende zondag/maandag jurydag in hun tuinen de uitslag als oorkonde kunnen bekijken.

Niet alleen de jonge generatie maar ook de tuinontwerpers met een behoorlijke staat van dienst maken zich druk om de uitslag, zij weten immers wat voor een boost je bedrijf doormaakt als winnaar van goud.

De hier op volgende dagen bezoeken 165.000 plant en tuinliefhebbers de show, de kaarten waren al twee weken uitverkocht.

Hieronder een overzicht van alle gouden tuinen:

Show Gardens

M&G tuin

M-and-G-Garden-01
The M and G Garden

M-and-G-Garden-02
M and G Garden

M-and-G-Garden-05

De M&G tuin ontworpen door James Basson wint naast goud ook de titel Best in Show‘.  Zijn ontwerp is gebaseerd op een verlaten Maltese steengroeve met imposante pilaren van kalksteen.

Voor de bouw van deze tuin was Crocus (kwekerij, hoveniers etc.) verantwoordelijk. Crocus kreeg hiervoor de ‘Best Construction Award’.

De Linklaters tuin voor Maggie’s

_V0P1294
The Linklaters Garden for Maggie’s

_V0P1322
The Linklaters Garden for Maggie’s

Maggie Keswick Jencks (Gardens of Cosmic Speculation) kreeg in 1993 te horen dat ze niet lang meer zou leven als gevolg van teruggekeerde en uitgezaaide borstkanker. Eenmaal een klein beetje bekomen van de ergste schrik realiseerde zij zich hoe fijn het zou zijn als er een plek bestond waar kankerpatienten en hun dierbaren zich welkom zouden voelen en tot zichzelf kunnen komen.

Planten waren vanaf het eerste Maggie centre volop aanwezig en bepaalde voor een groot deel de intieme sfeer. De afgezonderde en rustgevende tuin geeft schoonheid en respijt. De tuin is naar een ontwerp van Darren Hawkes.

Maggie Keswick-Jencks overleed in 1995, een jaar later opende het eerste Maggie’s Centre haar deuren.

Breaking Grounds

Breaking-Ground-03
Breaking Grounds

Breaking-Ground-04
Breaking Grounds

 

De Breaking Grounds tuin is ontworpen door de heren Andrew Wilson en Gavin McWilliam. Een elegante weergave van het leer- en denkproces in het onderwijs door middel van metalen, open kaders om de belemmeringen voor het leren te overwinnen. Een kleurrijk weidegebied bevat ‘Waves’ van paarse salvia’s om lateraal denken te reflecteren.

The Royal Bank of Canada

_V0P1216

The Royal Bank of Canada Garden

The Royal Bank of Canada

The Royal Bank of Canada

 

De bossen van het noordelijke deel van Canada waren de inspiratie voor deze tuin ontworpen door Charlotte Harris. Vooral de 5 volwassen dennen ( Pinus banksiana) geven de tuin karakter.

FRESH Gardens

City Living door Kate Gould 

City Living Kate Gould

City Living Kate Gould

Kate Gould en haar bedrijf zijn verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van de City Living garden. Ook is Kate Gould de sponsor van deze tuin.

Mind Trap

Mind Trap ID-Verde – Ian Price

 

De Artisan Gardens (klik op een foto)

Bekijk ook: RHS Chelsea Flowershow deel 1/2/3/4 (Elk deel duurt +/- 1 uur)

RHS Chelsea Flower Show deel 5

Fotorechten: Royal Horticulture Society Londen. RHS Chelsea Flower Show © 2017 The entire content of this site is under copyright protection by the individual copyright holders. Please do not copy any content without permission.

TuinenStruinen 5 jaar, eerste Lustrum Top 10

rb22
3 – (Anne Boleyn) David Austin rozen voor de gemengde border

19 mei 2017

In de vijf jaar dat TuinenStruinen nu bestaat zijn de onderwerpen op de site van een steeds breder karakter geworden. Een tuin heeft immers zoveel meer te bieden als alleen de schoonheid. De verdieping van wat tuinen te bieden hebben heeft een steeds grotere plek ingenomen bij TuinenStruinen.

Een tuin heeft belangrijke eigenschappen waardoor tuiniers vaak vallen onder de meest gelukkige mensen in ons land. Een tuin heeft een grote rol om onze (drukke) geest te helpen en tot rust te laten komen.

Naast de schoonheid van onze tuinen en het gevoel van geluk te bieden zijn tuinen een belangrijke schakel om de gevolgen van het veranderde klimaat te helpen aanpakken.

TuinenStruinen wil u inspireren om veel planten te gebruiken, hier kunt u als goede en verantwoordelijke tuinier een bepaalde sfeer neer zetten en tevens maatregelen te nemen om de tuin duurzamer te maken en de biodiversiteit te vergroten.

Ton ter Linden in zijn (voormalige) tuin in De Veenhoop. Foto: Gert Tabak

Bij TuinenStruinen zijn er veel berichten te vinden om de schoonheid te combineren met bijvoorbeeld elementen van een regentuin. De afgelopen vijf jaar zagen wij de natuurrijke tuin steeds populairder worden. In de komende vijf jaar zal er een grote inzet nodig zijn om onze tuinen klaar te maken voor de grote gevolgen van het veranderde klimaat.

De komende vijf jaar kunt u veel raad en daad verwachten van TuinenStruinen over de diepere lagen van tuinieren. Door veel informatie te bieden hopen wij u de komende vijf jaar ter zijde te staan en zo samen door deze belangrijke tijden te komen.

Op naar het tweede lustrum!!

10 – Jones Road Garden – Naturalistisch tuinontwerp van Adam Woodruff

Click op een bericht om het te bekijken:

10  Adam Woodruff: Jones Road Prairie Garden 

9 Ton ter Linden: van Jac. P. Thijssepark tot De Veenhoop

8 Stadstuin van 70 m2 met zwembad. De Peppels Tuinen

7  De Rozenliefde van lady Vita Sackville West

6  GO WILD! Een Wilde Bloemenweide in uw tuin

5  Een mooie haag is de trots van elke tuinliefhebber

4  Een border á la Ton ter Linden

3  David Austin rozen voor de gemengde border

 Ineke Greve Huys de Dohm: aan elk feest komt een einde

1  GO WILD! Een gids voor het maken van een ‘Natuurlijke’ Tuin

7 – Lady Vita Sackville West

Het was een grote schok om te vernemen dat de door velen zo geliefde publicist Gerritjan Deunk was overleden. TuinenStruinen is de plek op het internet waar zijn prachtige verhalen een plek hebben gekregen en daar ben ik trots op! Gerritjan was een warme persoonlijkheid en had een enorme kennis van zaken over groen erfgoed en o.a meer over Nederlandse tuin en landschapsarchitectuur.  Gerritjan, reuze bedankt !

tuinenstruinen.org bedankt de volgende personen voor hun positieve bijdrage aan de site:

Carrie Preston, Harry Pierik, Ton ter Linden, Gert Tabak, Tanja van der Knoop, Noël van Mierlo e.v.a.

En dan niet te vergeten, u als lezer en/of regelmatige bezoeker.

Ga naar de Welkompagina

Tuinen en tuinontwerpers op RHS Chelsea Flower Show 2017 (1)

Chris Beardshaw, James Basson, Nigel Dunnett, Sarah Raven, Kate Gould en Sarah Eberle zijn slechts enkele van de grote tuinontwerpers die bij de Chelsea Flower Show 2017 aanwezig zullen zijn. Dit jaar is er ook duidelijk een nieuwe generatie tuinontwerpers aanwezig. De jongste nieuweling op het gebied van tuinontwerpen is Jack Dunckley die met zijn 23 jaar de jongste deelnemer ooit is.

Professor Nigel Dunnett, de ontwerper van de weides vol wilde bloemen in het Londen Queen Elizabeth Olympic Park in 2012, is dit jaar na een korte afwezigheid terug op de show met zijn ontwerp voor RHS Greening Grey Britain Garden. Dunnett laat met zijn ontwerp zien dat er ook op relatief weinig vierkante meters een hoop mogelijk is.

851cdbfd-3faf-46fe-bc1f-e788a1ed2d41

Het ontwerp van Nigel Dunnett moet gezien worden als een tuin te midden van hoogbouw in een stedelijke context. Nigel wil vooral laten zien wat de veelzijdigheid van planten en tuinen zijn, zelfs als de ruimte beperkt is. Veelal zijn hierbij de tuinen in een gemeenschappelijke ruimte.

The-Scent-Garden1088x612

Naast de grote showtuinen langs het hoofdpad zijn er ook kleinere tuinen. Het gaat hierbij over de Artisan (ambachtelijke) tuinen en de fresh Gardens. Hoogtepunt van de Artisan tuinen in 2017 is de deelname van Gary Breeze, winnaar van de beste Fresh Garden vorig jaar. Gary Breeze pakt dit jaar groot uit, in zijn Artisantuin verwerkt hij een replica van een 800-jarig oude boot.

Ishihara Kazuyuki is voor het twaalfde jaar aanwezig op Chelsea met zijn Gosho No Niwa waarvan hij inspiratie opdeed van de Kyoto keizers van Japan.

Sarah Eberle, winnares in vorige edities van de RHS Chelsea Flower Show, heeft zich voor deze show laten inspireren door de Spaanse architect Antoni Gaudi. Wat dit voor pronkstuk gaat opleveren kunnen we binnenkort gaan zien, in ieder geval zal haar sponsor (Viking Cruises) er vertrouwen in hebben.

Mind Trap Garden by Ian Price

Bij de deelnemers met de Fresh Gardens is tuinontwerper Jack Dunckley met zijn 23 jaar de jongste deelnemer aan de RHS Chelsea Flower Show ooit! Jack heeft zich bij zijn ontwerp voor een Fresh Garden laten inspireren door de Bermuda driehoek. Een vulkaan vormt het middelpunt van de tuin met daaromheen een landschap van tropische planten.

Net als bij de grote showtuin van Nigel Dunnett laat Kate Gould manieren zien waarbij zij groen verwerkt op vernieuwende plekken, de ruimte in de steden is immers beperkt en duur.

The Anneka Rice Colour Cutting Garden. Design by tuinvrouw, ontwerper, kok en radio en tv-verslaggever Sarah Raven

Bij de showtuinen gaat James Basson proberen om zijn vorige reeks van gouden onderscheidingen te prolongeren. James gaat voor een re-creatie van een Maltees landschap.

Laurie Chetwood and Patrick Collins gaan voor de synergie, dit jaar doen zij samen voor de derde maal een gooi naar de gouden oorkonde. met  “The Chengdu Silk Road Garden” in de tuin straks een mix van architectuur en beplanting. Lee Bestall viert 500 jaar Covent Garden.

rhs-chelsea__logo-desktop

Andrew Wilson en Gavin McWilliam hopen met hun ontwerp aandacht te krijgen voor het bedreigde landschap van de Heathlands, dit doen zij i.s.m. het Wellington College. Chris Beardshaw gaat voor zijn twaalfde gouden oorkonde, hij werkt dit jaar samen met het National Youth Orchestra die een muziekstuk hebben geschreven waarbij de tuin van Chris voor de inspiratie zorgt.

Morgan Stanley Garden door Chris Beardshaw

Fotorechten: Royal Horticulture Society Chelsea Flower Show. © 2017 The entire content of this site is under copyright protection by the individual copyright holders. Please do not copy any content without permission.

In deel 2: de kwekers en planten

Welkompagina

 

Wolfgang Oehme: De nalatenschap van de grassenpaus

Op 15 december 2011 stierf de Duitse Amerikaan Wolfgang Oehme op 81 jarige leeftijd in Baltimore. In zijn persoon emigreerde in 1957 een tuin- en landschapsarchitect naar de Verenigde Staten, die, aangestoken door de geest van Karl Foerster de tuinkunst van Amerika en de hele westerse wereld verrijkte. Een retrospectief.

Tekst Stefan Leppert, vertaling Gerritjan Deunk

De eerste ontmoeting moet ongeveer zo verlopen zijn: Een kersverse ingenieur in de landschapsarchitectuur staat in de rij bij de kassa van de kantine, een blad met middageten in zijn handen. Achter hem staat een oudere heer te hannesen met zijn portemonnee. Hij is een Amerikaanse professor die vergeten is dollars om te wisselen in Zwitserse franken, die hij nodig heeft om zijn lunch op het congres hier in Zwitserland te betalen. Hij heeft net het bord ontdekt: alleen Zwitserse Franken. Voor hem staat Wolfgang Oehme, de jonge ingenieur die ten eerste franken heeft en ten tweede vanwege zijn jaren in het buitenland vertrouwd is met de Engelse taal, die de nerveuze professor wat voor zich heen stamelt.  Hubert Owens heeft geld nodig en Wolfgang Oehme heeft het. Ze komen in een gesprek dat de professor zijn leven lang bij blijft. Zo iemand is hij nog nooit tegengekomen. Een mens als Oehme lag volledig buiten zijn voorstelling van een Homo Sapiens.

wolfgang-oehme-kopie
Wolfgang Oehme

Vijftig jaar later herinnert Wolfgang Oehme zich dit IFLA-congres uit 1956 en hoe hij deze Hubert Owens bombardeerde met de botanische namen van vaste planten, houtgewassen, varens en grassen. Om het beeld vast te houden: Deze verbale zaadbommen vielen bij Owens in vruchtbare grond, want de professor was van mening dat juist het de Amerikanen aan deze jonge kerel ontbrak en nodigde hem uit naar de USA te verhuizen.

Wat had de kersverse landschapsarchitect tot dan meegemaakt dat hij direct besloot het aanbod aan te nemen? Veel bleef ook voor mij in de schemering verborgen, hoewel ik gepoogd heb met mijn boek ‘Zwischen Gartengräsern’ een oeuvreoverzicht en volledige biografie van Wolfgang Oehme te schrijven. Een ieder die ooit kennis maakte met Wolfgang Oehme weet: de man praat niet veel, hetzij over de tuin, beter over tuinplanten, nog beter over vaste planten en grassen en twee houtgewassen, vleugelnoot en Zürgelbaum. Wie hem beter kende, vroeg niet hem, maar zichzelf af hoe deze man zo geworden is als hij was.  Na het bekend worden van zijn dood keeg ik reacties die allemaal hetzelfde benadrukten: De wereld is een oorspronkelijk mens armer. 

slider-james-wolfhang-field

‘Mainstream’ was Wolfgang Oehme van zijn leven niet. Nooit. Niet als kleuter in de jaren dertig, toen hij in de volkstuin van zijn oom in Chemnitz al zijn eerste kruiden kweekte en bij de kleine vijver naar het  gekwaak van de kikkers luisterde. Niet als jongen die zichzelf niet zag spelen in een voetbalelftal maar de voorkeur gaf aan zandbak en tuin.

Wolfgang Oehme was enig kind van een oorlogsinvalide vader. In de moeilijke oorlogsjaren en daarna werd het jongensleven al snel bepaald door plichten, vaak vervuld in de volkstuin, bij de fruitoogst op het platteland, met het onkruid wieden in de berm. Als jongeman leerde hij al eetbare kruiden van onkruid onderscheiden. Alle deelnemers aan een traditionele ‘weedingday’ op zijn verjaardag hebben hem voortdurend kauwend en aan het eind van de dag niet erg hongerig meegemaakt.

Gierschblätter, Löwenzahn, Franzosenkraut, alles was hem vertrouwd, want het had op de menukaart van de Oehmes gestaan. Hij voelde zich altijd topfit als ik met hem onderweg was in zijn laatste tien levensjaren, dus moeten kruiden wel gezond zijn. Zelfs met een beetje aarde eraan, met twijfelachtige grond van Bitterfeld waar hij naartoe verhuisde op zijn dertiende, stage liep en tot zijn levenseinde bleef lokken. Waar tenslotte in september 2012 zijn laatste stoffelijke resten begraven zijn.

Op een School voor bosbouw in Bitterfeld kreeg hij zijn opleiding, was een weetgierige leerling, stapte over naar de tuinbouw, waar hij snel opgemerkt werd door zijn chef Hans-Joachim Bauer. Ook hier weer, deze jongeman was uniek, destijds misschien al wat eenkennig maar in het bezit van van een ontwapenend enthousiasme voor tuinen en planten.

Dus maakte Bauer uitstapjes met Oehme, ze bekeken tuinen, de een liet zich door het enthousiasme van de ander aansteken. Daarna stuurde deze mentor hem naar Berlijn om dat te worden wat hijzelf was: landschapsarchitect. Naast Karl Foerster was het deze Hans-Joachim Bauer aan wie Wolfgang Oehme tot aan het einde van zijn leven oneindig schatplichtig was.

Bauer was vakman maar hij was waarschijnlijk nog veel meer een vaderfiguur die de jonge Oehme die bevestiging gaf die mensen op de drempel van hun beroepskeuze nodig hebben.

Na de studie ging hij een jaar naar Engeland, een korte tijd naar Frankfurt en erna naar Neurenberg. En toen trof hij deze Hubert Owens, die de Zwitserse franken ontbraken. Een nieuwsgierig mens in het tijdperk van de economische opbloei, de jaren vijftig waren gemaakt voor deze Einzelganger, die van de ene dag op de andere besloot te emigreren. Wat hem fascineerde aan Amerika beschreef hij naar buiten serieus en lachte in zijn vuistje: Karl May en zijn indianenverhalen.

Wie hem langer kende, besefte dat hij hoopte echt iets groots te kunnen verrichten. Zijn tuinideaal was al duidelijk vanaf het moment dat hij zijn koffers pakte, ook al duurt het nog twintig jaar na zijn komst in 1957 voor hij de eerste tuin aanlegt waarover men sprak en de kranten schreven. Oehme zag op de IGA 1953 in Hamburg royale velden Calamagrostis, die hem niet meer loslieten. Over graslandschappen, prairies had ook Karl May geschreven. Veel meer wist hij niet van het land. En dat er ruimte was. En geld.

Geen gecastreerde weiden

Na verscheidene baantjes bij bureaus en overheden werd het Wolfgang Oehme duidelijk dat zijn visioenen van de VS alleen realiteit konden worden als hij zich vrij kon bewegen. Al in de jaren zestig was zijn voorkeur voor vaste planten en grassen in zijn omgeving bekend geworden.

Op vrije avonden had hij tuinen aangelegd die zich door één aspect wezenlijk van andere tuinen onderscheidden, ze hadden geen gazon meer. Gazons, die ‘gecastreerde weiden’, zouden in zijn tuinen niet meer voorkomen. Gazons waren monotoon en ecologisch gesproken, soortarm. Onderhoud ervan was luidruchtig en vroeg om mest en pesticide.

Een gazon verpest de lucht, vergiftigt het grondwater en dood levende wezens. Wolfgang Oehme was in de beste zin des woords een eco-tuinman, ook al maakte hij daar nooit veel ophef over. Fantastisch was zijn achting voor levende wezens, ooit meebeleefd in een restaurant in Bitterfeld, waar een zwarte mier het witte tafelkleed overstak. Ik had mijn vuist al gebald om op hem neer te laten komen maar hij manouvreerde geduldig met zijn zwarte onkruidhanden de mier op een bierviltje en als op een schaal geserveerd droeg hij het beestje naar buiten.

Een man van  weinig eenvoudige woorden:’ Waarom mieren doodmaken? Die willen toch ook leven?’

volmer
Volmer Residentie

Als hij vanaf midden jaren zeventig zich zakelijk verbindt aan de architect, stedenplanner en landschapsarchitect James van Sweden, heeft Wolfgang Oehme zijn eerste sporen al verdiend. Daarbij speelde de vaste planten en grassenkweker Kurt Bluemel een rol. Hij was kort na Oehme naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Samen legden ze tuinen aan, maar Bluemel vermeerderde op zijn kwekerij vooral de vaste planten en siergrassen die Oehme voor zijn tuinen nodig had.

Na de oprichting van OvS, Oehme van Sweden Associates, werden de openbare en privé opdrachten almaar groter, de vraag naar vaste planten en grassen die het gazon moesten vervangen steeg onophoudelijk. Projecten als de Federal Reserve Bank aan de sjieke Pennsylvenia Avenue, het consulatendistrict in Washington DC, of een paar jaar later de Rosenbergtuin op Long Island, haalden de Washington Post en de New York Times. Tuinbesprekingen in kwaliteitskranten, dat was nieuw. De reden was simpel. Zulke tuinen waren er tot dan toe nog niet geweest.

rosenberg-tuin-long-island
Rosenbergtuin op Long Island. Foto; The Cultural Landscape Foundation

Tot aan een onweersbui was het park van de Federal Reserve Bank een gebruikelijke rangschikking van gazon en loofbomen waaronder hier en daar banken stonden. Na die bewuste onweersbui waren de bomen ontworteld en het gazon daardoor verwoest. Nog tijdens de opruimwerkzaamheden viel een bankdirecteur een tuin van OvS op en zette net zolang stug door tot hij op weg naar zijn werk ook tussen duizenden Rudbeckia-bloemen en net zoveel Calamagrostis-halmen door kon wandelen. Met dit park lieten Oehme en Van Sweden een visitekaartje achter midden in het hart van het openbare leven waar het een komen en gaan  is van vele vermogende mensen.

Op het visitekaartje stond: Neem een paar robuuste vaste planten en grassoorten, maar vooral veel daarvan en plant ze dicht naast elkaar.

rosenberg-residence
Rosenberg tuin. foto; The Cultural Landscape Foundation

Daarbij is natuurlijk de open ruimte een risico, dat ook kritische stemmen opleverde. Naast de kritiek dat tuinontwerpen bij dit openbare gebouw misplaatst zijn, vroegen de twijfelaars vooral naar het onderhoud. Deze tuin was in een land ontstaan, waar de tuinlieden voornamelijk verstand hadden van grasmaaien en het opbinden van struiken.

De vraag naar onderhoud beantwoordde Oehme simpelweg met een zweem van soms echte, soms gespeelde naïviteit: Gazon dat er niet is hoef je niet te mesten, niet te spuiten, niet te maaien. Rudbeckia en Sedum, Calamagrostis en Pennisetum hoef je alleen maar in de late winter af te snijden en als bemestingslaag tussen de planten te verdelen. Twee keer wieden in het late voorjaar en de nazomer is voldoende, voor de rest redden de stoere planten zichzelf.

Daarmee was het pleit gewonnen, want het beeld van de tuin sprak voor zichzelf, hoefde niet uitgelegd te worden en bereikte iedereen, volgens Oehmes uitleg, bevestigd door oog en hart.

Met het principe van de eenvoud bereikte Oehme meteen twee doelen. Ten eerste: Wie op tienduizend vierkante meter slechts tien plantensoorten gebruikt, moet alleen deze op het tuiniershart binden van het vaak onervaren verzorgingspersoneel. Al het andere is onkruid en moet eruit. Ten tweede: Met velden van honderden planten per soort ontstaan van maart tot diep in de winter adembenemende kleurcombinaties. Deze verhoudingswijze weinig plantensoorten werden het uithangbord van het bureau, vooral Rudbeckia fulgida var. Sullivanti ‘Goldsturm’ en Pennistum alopecuroides. Elke groep van meer dan twintig kanariegeel bloeiende planten naast vlekken lampenpoetsersgras moet samenhangen met Oehme van Sweden.

In de loop der jaren en decennia erna kwamen daar talrijke plantensoorten bij, sommige vielen af. De stijl van beplanten bleef echter dezelfde, omdat de eenvoud van grote vlakken kleur en formaat veel mensen aansprak. Tijdgeest en mode speelden daarbij geen rol.

Scanned by: Retouched by: DT-KM QC'd by: DT-PK
Greenhill

Aan het slot van hun gemeenschappelijke arbeidsperiode wilde James van Sweden wel een geheim opbiechten. ‘I’m rid of that damn Goldsturm.’ En voegde eraan toe: ‘But Stefan, don’t tell him.’ Bij alle zijn vastberadenheid kon Oehme een gevoelig mens zijn. Ik kon Van Swedens’ Rudbeckia-vermoeidheid wel begrijpen, anderzijds groeide gelijktijdig mijn bewondering voor Oehmes’ doorzettingsvermogen en bescheidenheid. Want, wat zich eenmaal bewezen had, bleef hij trouw. En zelfs nadat ‘Goldsturm’s zwakte zich na veelvuldig droge periodes toonde, hield hij optimistisch vast aan het positieve beeld, probeerde een andere soort en gebruikte voortaan de nog robuustere Rudbeckia subtomentosa. Steeds weer kwam uit vakkringen kritiek, Oehme zou geen nieuwe ideeën hebben en saai worden. En wat voor de planten gold was ook van toepassing op de stenen. Op paden en terrassen trof men altijd de grijze Pennsylvania Bluestone aan, meestal rechthoekig, zelden veelvormig. En ook de lijnvoering was uitgesproken.

Bij steenoppervlaktes regeerde de rechte lijn, door planten overgroeid, wat de gewenste spanning opleverde. Waterbekkens en vijvers hoorden ontwerp-technisch en ecologisch in elke tuin. Hier waren vaak twee zijden in een rechte lijn gemetseld, de twee andere met rotsen en ‘zachte’ oeverpartijen vormgegeven. Toch stoort de kritiek de vermeende veroorzaker van al dat saais minder. Een gespreksflard met hem vond ik op de binnenflap in mijn notitieboek: ‘Mijn werk heeft niets met mode te maken, alleen met overtuiging. Mij kan werkelijk niemand iets nadoen, want de anderen wordt mijn bescheidenheid al heel snel vervelend. Maar dat is het juist; om werkelijk goed te zijn, moet je je bescheiden op kunnen stellen.’ James van Sweden wilde tenslotte meer vrijheid en leed soms onder de beperkingen. Oehmes overtuiging wortelde daarentegen diep in zijn ziel, die zich steeds in bescheidenheid ontwikkeld had en daarmee een zekerheid en een onbeteugelde vreugde.

hosta-oehme
Boxwood Farm

Weeding parties

Deze vreugde vond van tijd tot tijd zijn hoogtepunt in geheime acties die niet zelden mensen en klanten deden schrikken, anderzijds ook aanhangers vonden die zich discipelen gevoeld hebben van deze Tuin-Extremist. Hoe vaak zette hij niet stadstuiniers die verdroogde gazons maaiden in hun hemd, omdat het nu eenmaal in hun onderhoudscontract stond. In veel tuinen negeerde hij zijn eigen verboden, stormde er ’s nachts met zaklantaarn naartoe, later met een helm met led-lamp, en plantte ongevraagd bij. Zijn levensgezellin Carol Oppenheimer, die de laatste tien jaar als geen ander aan zijn zijde stond en met hem werkte, leidt tegenwoordig een groep van Oehme-aanhangers en organiseert met deze Wolf-Gang in Oehme’s geest de legendarische Weedparties.

Destijds nodigde Oehme zijn verjaardagsgasten nooit thuis uit maar liever in het park van de rechtbank van zijn woonplaats Towson bij Baltimore. Daar werd dan het bruusk het onkruid verwijderd dat de stadstuiniers hadden laten staan. Oppenheimer schreef me na Wolfgang’s dood: ‘Zijn creatieve krachten bleven steeds zeer actief, want hij is nooit gestopt met werken. Zelfs in de vrije uurtjes las hij vaktijdschriften, kwekerscatalogi en waarde rond als Guerrilla-tuinman. Ik heb nooit iemand gekend die zoveel vreugde haalde uit zijn werk. Wolfgang liet geen enkel project helemaal los. Zo mogelijk keerde hij elke keer weer terug, niet zelden met een speciale plant achterin de kofferbak.’

volmer-2

Wolfgang Oehme bekommerde zich niet om de mening van anderen. Wat hij deed, deed hij goed en dat kon niemand hem verbieden. Aan zijn naïeve stoerheid om verboden totaal te negeren is het park te danken van het gerechtsgebouw in Towson. Zonder de onbezoldigde dag- en nachtdienst van Wolfgang Oehme was dit plantenparadijs nu nog een klassieke Amerikaanse gazon-monotonie met een handvol bomen en wat Vlijtige Liesjes. Aan het eind van zijn leven keek Wolfgang Oehme terug op decennialang ontvangen medailles, erespelden en ingelijste oorkondes voor zijn onvermoeibare inzet voor het welzijn van de Amerikaanse tuin.

Hij en James van Sweden hadden feitelijk een nieuwe tuinstijl ontwikkeld, The New American Garden. Een geweldige levensprestatie en voor de tuincultuur wereldwijd een onschatbare erfenis. Enkele jaren geleden werd bij Oehme darmkanker vastgesteld. Hij was ziek, gaf hij telefonisch door, maar het kwam allemaal goed. Hij geloofde dat werkelijk tot enkele weken voor zijn dood, 15 december 2011.

Kurt Bluemel, jarenlang zijn vriend, de grote tuinman, grassenkweker en landschapsarchitect schreef voor deze bijdrage de volgende slotregels: Dat weekend van 15 december ging ik de verzameling zeldzame planten nog eens langs in mijn privékas. Een weelderige groep Freiland-orchideeën Bletilla striata deed me aan Wolfgang Oehme denken, mijn levenslange vriend, landgenoot en tuinman-collega. Hij was degene die wist hoe je Bletilla en vele andere zeldzame planten in tuinontwerpen goed kon toepassen. Onze vriendschap bloeide op in wederzijdse belangstelling voor nieuwe en interessante bomen, struiken, vaste planten en grassen. Van dit enthousiasme profiteerden we beiden.

We kwamen alletwee ongeveer vijftig jaar geleden in de USA aan. Het land had destijds weinig aanbod van vaste planten waarmee we tuinen konden ontwerpen. Vaste planten en grassen waren zo goed als niet voor handen, maar toen kwam Wolfgang Oehme. Wolfgang was niet alleen een a-typische landschapsarchitect, hij was ook een a-typische immigrant. Velen verbraken hun banden met het oude vaderland, maar hij brak zijn tenten in Duitsland nooit helemaal af. Trouw reisde hij naar elke Bundesgartenschau, jaarlijks trof hij vrienden, familie en collega’s, bezocht botanische tuinen, parken en kwekerijen.  Bij zijn terugkeer in de USA deelde hij zijn nieuwe ervaringen met klanten, collega’s en tuinierende vrienden. Al deze reizen droegen bij aan zijn reputatie van groot plantenkenner. In zijn hart bleef hij een echte Duitser. Vaak kreeg ik wat van zijn opwinding mee wanneer Amerikaanse kwekerijen weer eens Duitse soortnamen vertaald hadden. Dat was hem een doorn in het oog. ‘Sedum ‘Herbstfreude’ is geen Sedum ‘Autumn Joy’.’

Bij mijn laatste bezoek was het een erg zwakke Wolfgang die trots op de foto’s wees die aan zijn muur hingen; afbeeldingen van beplanting in Bitterfeld, aan de oever van het Goitzschemeer. Van veel van zijn ‘Wolfi-planten’ waaronder Rudbeckia subtomentosa, Euphorbia palustris, Pynanthemum muticum of Panicum ‘Northwind’, genieten bezoekers van het meer sinds jaren. Voor mijn vertrek hield ik zijn uitgestrekte hand even gelukkig en stevig vast. Wie zal nu de Bletilla’s planten?’

p06_7_8_2ferry-cove-kopie
Ferry Cove

p06_7_8_3ferry-cove-kopie
Ferry Cove

p06_7_8_4ferry-cove-kopie
Ferry Cove

Tuinarchitect Dirk Tersteeg in Naarden en ver daarbuiten – Gerritjan Deunk – Long Read

tsgw opener

tersteeg-portret_small_558a2dc7cd-2

Dirk Tersteeg in Naarden en ver daarbuiten, een spontane ontdekkingstocht langs zijn ontwerpen.

Groot is de invloed die één man kan hebben op het uiterlijk van een gemeente.

De naam van tuinarchitect Dirk Tersteeg is nauw verweven met de inrichting van tuinen, parken, plantsoenen, doolhof en begraafplaats in Naarden en ver daarbuiten. Gerritjan Deunk werd inwoner van Naarden en ging op zoek.

Sedert oktober 2014 mag ik mij officieel inwoner van Naarden noemen. Daartoe huis ik op de Rubenslaan, nette huizen met een grote vijver ervoor, twee en drie-onder-een-kap met voor- en achtertuin. Hoge populieren waaien voor mijn ramen heen en weer.

Tersteeg Meertje van Vlek Naarden
Tersteeg Meertje van Vlek Naarden

Zwanen klepperen met hun vleugels hard op het water als ze landen op de vijver, het Meertje van Vlek. Ik wandel naar Albert Heyn heen en weer langs rietgedekte ‘vroege Dudoks’ en door lanen onder het lover door van volwassen rode beuken. Met logeerhond Kiki omcirkel ik regelmatig het meertje voor de deur, of ga het pad af iets verder weg langs het watertje dat de gemeentegrens vormt tussen Naarden en Bussum. Kijk uit op de statige achtertuinen van de villa’s aan de Brediuslaan. Verrast en verbaasd ben ik tijdens deze strooptochten door Naarden over de rijkdom aan oude en nieuwere architectuur, dichtbij in het Rembrandtkwartier en verder weg binnen de vestingstad, alle moois is samengebald op een kleine oppervlakte. De oude vesting is één groot monument met de beroemde Mattheus-Passion-Groote Kerk als veilig baken middenin de vele beschermde, oude huizen. Eeuwenlang is de stad vrijwel onveranderd gebleven. Ook de nabije omgeving bleef lang ongerept vanwege de zogeheten Kringenwet. In het schootsveld van de vesting mocht van het Ministerie van Oorlog tot 1926 nauwelijks gebouwd worden. Vandaar de aanwezigheid van vele houten huizen die in tijden van oorlog snel afgebroken konden worden. Dat leverde een van de mooiste huizen in de buurt op, de villa ontworpen door de kunstenaar Hendrik Wijdeveld aan de Thierensweg voor kweker-fabrikant Bendien, tevens uitvinder/producent van de kamerplantenbemesting Pokon. Kwekerijen waren wel toegestaan en gedijden welig rond de vesting. Solide, stenen nieuwbouw was er ook, maar verder weg, bijna in Bussum, dieper het bos in of op de hei, richting Huizen. In de nieuwere woonwijken die na 1900 vlakbij het nieuwe station Naarden-Bussum verrezen, bouwden architecten van naam karakteristieke woningen. Veel tuinen rond deze nieuwe villa’s, arbeidershuizen en openbare gebouwen zijn ontworpen door tuinarchitect Dirk Tersteeg.

De Nieuwe Architectonische Tuinstijl

Praktijkervaring had de jonge Amsterdammer en timmermanszoon Dirk Frederik Tersteeg opgedaan bij rozenkwekerij G.A.van Rossum in Huizen. Hij liep stages in Trier in Duitsland en Orléans in Frankrijk voordat hij in Naarden terugkeerde om daar in 1899 met zijn broer Jan Georg een kwekerij over te nemen. Dirk was naast hovenier, kweker en tuinarchitect ook zeer geïnteresseerd in architectuur. Hij had uitgebreid kennis genomen van de laatste stromingen en toen hij gevraagd werd om tuinen niet alleen te beplanten, maar die ook te ontwerpen, deed Tersteeg dit als een van de eerste in Nederland in de Nieuwe Architectonische Tuinstijl. Kenmerkend hierbij zijn gemetselde elementen in alle mogelijke varianten; keermuren, verdiepte partijen, geaccentueerde hoogteverschillen, pergola’s, priëlen, monumentale trappartijen en ommuurde vijvers. De indeling van tuin of park is gebaseerd op de architectuur van het huis met een of meerdere zichtassen. Doel is een eenheid van tuin en huis te creëren. Tersteeg ontwikkelt zich langzaam doch gestaag tot een succesvol tuinarchitect en houdt zijn kwekerij aan voor eigen gebruik. Hij schrijft artikelen over het vak en maakt daarmee niet alleen vrienden. In het tijdschrift Bouwwereld in 1906 ontwikkelt zich een heftige polemiek met collega Leonard Springer over natuur versus cultuur, de oude landschappelijke opvatting versus de Nieuwe Architectonische Tuinstijl.

Tersteeg Bilderdijkpark Bussum
Tersteeg Bilderdijkpark Bussum

Bilderdijkpark en ’t Mouwtje

De Nieuwe Architectonische Tuinstijl is nu nog goed te herkennen in het Bilderdijkpark. Het is een openbaar wandelpark dat Tersteeg in 1927 samen met de directeur gemeentewerken ir. J.Gerber inrichtte. Tersteeg was midden in zijn carriere en inmiddels lid van de schoonheidscommissies van zowel Naarden als Huizen, bestuurslid van Heemschut en de zojuist in 1925 opgerichte nieuwe Bond van Nederlandse Tuinarchitecten. Het is te danken aan de stevige architectonische elementen dat het Bilderdijkpark zijn karakteristieke uiterlijk tot nu toe behouden heeft. De solitaire bomen op de ruime gazons hebben inmiddels een eerbiedwaardige omvang. Een informatiebord maakt melding van een bonte tulpenboom, moerascypres, watercypres, gele pavia, schijnhulst, mammoetboom, prieelberk en helaas ook een apeboom.

Nog meer foto’s van het Bilderdijkpark te Bussum (klik op foto);

De arbeidsintensieve beplanting is geleidelijk vereenvoudigd. Een opvallend ronde brug is vervangen door een platte variant. Klinkerbestrating maakte plaats voor grindtegels en de oude rozenbogen, die ongemerkt verdwenen, zijn weer terug en beplant met nieuwe soorten. Oude flagstones zijn vervangen door nieuwe en het hout van de ingemetselde banken is vervangen door vandaalbestendig kunststof. Nog steeds domineren muurtjes, trappen en vijvers het geometrisch padenpatroon van het Bilderdijkpark. Het ontwerp is mede gebaseerd op het systeem van bestaande zanderijsloten, overblijfsels van vroegere afgravingen. Waterlopen bepalen de grondvorm van het park en de omgeving, waar een gracht diep de omliggende tuinen doorsnijdt, het zogeheten ‘Mouwtje’, vanwege de knik halverwege, met aan het eind ervan een monumentale dubbele trappartij. Omgeving, water, park en huizen een vormen samen een totaalkunstwerk. Nu nog steeds.

D. F. Tersteeg
D. F. Tersteeg

Tuinontwerper en architect zijn een team

In het lokale tijdschrift De Omroeper van oktober 1994 beschrijft mevrouw A.P.Kooijman-van Rossum het leven van Dirk Tersteeg, waaraan de volgende feiten ontleend zijn. Naast publieke parken ontwerpt Tersteeg veel voor particulieren en niet de minste. Zijn eerste opdracht krijgt hij in 1903 van G. Philips in Eindhoven, die de tuinarchitect meteen vraagt de groenvoorziening van radiozenders in Huizen te verzorgen. Vanaf dat moment ontwerpt Tersteeg naast Het Gooi ook veel in Brabant en Limburg. Er komen meer eervolle opdrachten waarmee hij zijn naam definitief vestigt. In Baarn ontwerpt hij voor de heer Van den Bosch in 1910 de tuin voor zijn paleisachtige Cuypers-villa De Hooge Vuursche, waarin nu een hotel gevestigd is. De wat gekunsteld aandoende voortuin is in zijn originele vorm tot op heden uitstekend geconserveerd.

Foto’s van De Hooge Vuursche, klik op een foto:

Mevrouw Kooijman legt vervolgens uit waarom Tersteeg zo succesvol is met zijn Nieuwe Architectonische Tuinstijl. De stijl vereist een goede samenwerking tussen architect en tuinarchitect. In overleg wordt bepaald waar het huis op het terrein geplaatst wordt zodat de tuin op het zuiden ligt, de moestuin naast de keuken en de blik vanuit de woonkamer onbelemmerd. Het terras ligt hoog vanwege het overzicht over tuin en omgeving. Het liefst ook vanuit huis vrije blik naar vier zijden. De geometrische tuinindeling betreft meestal niet het hele terrein maar beperkt zich tot een aantal tuinkamers, dichtbij en rondom het huis, onderling gescheiden door hoogteverschil met keermuurtjes of geschoren hagen, aansluitend bij de plattegrond en van eenzelfde maatvoering als het huis. Deeltuinen werden bestemd voor rozen, gemengde borders, waterpartijen of beplant als rotstuin. De rest van het terrein bleef hei of bos met traditionele landschappelijke toevoegingen als slingerpaden, niervormige poelen en rododendronpartijen. De brede belangstelling van Tersteeg en de uitvoerige besprekingen vooraf zorgden voor een goede coöperatie tussen architect en tuinontwerper. De ontwerpen waren trefzeker, meteen goed en werden nauwelijks gewijzigd bij uitvoering. Tekeningen zijn teruggevonden van huizen met tuinen van Tersteeg. Architectennamen die daarbij horen zijn De Bazel, Hanrath, Baanders, Cuypers en Rebel.

Tersteeg Floraliatentoonstelling expositiegebouw 1925
Tersteeg Floraliatentoonstelling expositiegebouw 1925

Floratentoonstelling 1925 in Heemstede

Jarenlang heb ik met een vriendin die woonde aan de Groenendaalse Kade in Heemstede onze honden uitgelaten in het bos daar. Ik begreep dat het wandelgebied een combinatie was van diverse landgoederen als Meer en Berg en Bosbeek. Het terrein was een lappendeken van duinwal met bos, landgoed met vijver en Zwitserse brug, rechte lanen en grasland. Het kleine molentje bij de toegangsbrug was pure versiering. Verbazing dus bij het lezen dat in 1781 eigenaar John (Mees&) Hope hier de tweede stoommachine van Nederland plaatste om zijn landgoed te bevloeien. Innovatie bleef een kenmerk van het landgoed Groenendaal, ook toen het in 1913 gekocht werd door de gemeente Heemstede. Haarlem had in 1910 de Nationale Bloemententoonstelling in de Haarlemmerhout georganiseerd, ingericht door Tersteegs’ grote klassieke tegenhanger Leonard Springer. In 1925 verhuist de Flora 1925 naar Heemstede en tuinontwerper Dirk Tersteeg mag dertien hectare bloemententoonstelling inrichten. Voor de gelegenheid bouwde architect Harm Korringa expositiegebouwen en een restaurant. Na afloop werd alles net zo rap weer afgebroken. Tersteeg bouwde baroktuinen a la Daniel Marot na, legde showtuinen aan waar 330.000 bezoekers en het hele koningshuis naar kwamen kijken.

In 1935 wordt een sensationele Flora gehouden in Heemstede. Philips bedenkt een schitterende illuminatie zodat ook ’s avonds de bezoekers blijven toestromen. Na de oorlog in 1953 probeert men het succes nog eens te herhalen maar de aanpak wordt als hopeloos ouderwets ervaren. Exit Heemstede Dynamisch Rotterdam neemt het Flora-stokje in 1960 over en vanaf dat moment heet de tentoonstelling Floriade. In Heemstede herinnert weinig nog aan de oude expo of het moeten de vele achtergebleven bloembollen zijn. Ook Dirk Tersteeg had na Flora 1925 niet lang tijd om te treuzelen. Hij had al jarenlang ervaring met wedstrijden en competities. In 1915 wint hij een horticulturele prijsvraag in San Francisco en in 1935 ontwerpt hij de tuin van het Nederlandse Paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Brussel. De roem die bij deze internationale opdrachten hoort, helpt Tersteeg op het thuisfront in Naarden aan prestigieuze ontwerpen bij de vele nieuwe villa’s en buitenplaatsen die gebouwd werden in Het Gooi.

Foto’s Flora 1925, klik op foto;

Tersteeg doolhof Valkeveen (Spaarnestad archief foto; Pim Stuifbergen)
Tersteeg doolhof Valkeveen (Spaarnestad archief foto; Pim Stuifbergen)

Begraafplaats en doolhof in Valkeveen

Op een zonnige zondagmorgen is het mooi wandelen vanaf de benarde Veste Naarden via de ruime weilanden met verre horizon naar het bosrijke Oud Valkeveen. Daar bij de oude speeltuin legde Tersteeg in de crisisjaren een fors doolhof aan. Net als de door hem ontworpen ijsbaan bij de uitspanning Rust Wat in Blaricum en het genoemde Bilderdijkpark in Bussum is de doolhof van Oud Valkeveen een werkverschaffingsproject uit de crisisjaren dertig van de vorige eeuw. Maar liefst achttienhonderd coniferen vormden in Oud Valkeveen jarenlang een spannende omlijsting van een doolhof met een hart vol lachspiegels. Het doolhof groeide uit, onderhoud werd achterstallig en het complex werd gekapt in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Niets herinnerd nu nog aan toen. Wel gebleven is de laatste opdracht van Dirk Tersteeg iets verderop. Daar ligt in serene rust de begraafplaats Nieuw Valkeveen. Bij de ingang is het oorspronkelijk schetsontwerp ingelijst te zien; een langgerekt terrein met rechte en cirkelvormige lanen. Middenin is een open terrein, op de trapeziumhoeken gemarkeerd met vier treurwilgen. Tersteeg kreeg de opdracht als adviseur van de gemeente Naarden in 1937, schetste trefzeker een gefaseerd plan waarvan een eerste derde deel werd uitgevoerd. Tersteeg zag het eindresultaat niet, hij overleed in 1942. De begraafplaats is later uitgebreid naar tekeningen van Tersteeg. In 2016 is de begraafplaats een vrijwel volgroeid park met tussen de treurwilgen fraaie zichtassen, precies zoals de ontwerper Dirk Tersteeg ze bedoelde.

Eigentijds ingevuld is de kinderhoek door tuin- en landschapsontwerper Ada Wille, gespecialiseerd in begraafplaatsen. Samen met haar en een expertgroep heb ik net het superdikke fantastische boek Ritueel Landschap afgerond, ondertitel Hoe gedenk jij?

Tersteeg ijsbaan 'Rust wat' ambitheater
Tersteeg ijsbaan ‘Rust wat’ ambitheater

De laatste rustplek van tuinarcitect D.F. Tersteeg op de Naarderbegraafplaats

De laatste rustplek van tuin en landschapsarchitect D.F. Tersteeg op de Naarderbegraafplaats

Het graf van Dirk Tersteeg

Naïef als ik ben neem ik voetstoots aan dat tuinontwerper Dirk Tersteeg in 1942 op zijn eigen begraafplaats op een ereplek zou zijn begraven. Niets is minder waar. Als je er langer over nadenkt is het niet zo vreemd. De Begraafplaats Nieuw Valkeveen wordt vlak voor de Tweede Wereldoorlog deels aangelegd. Het animo daartoe is niet al te groot, zo blijkt uit een brief gedateerd 25 februari 1935 van het gemeentebestuur van Naarden aan de Nederlandse Sierteeltcentrale in Den Haag: ‘Hierbij doen wij u toekomen een ontwerp voor den aanleg eener nieuwe begraafplaats in onze Gemeente. Hoewel wij in de naaste toekomst nog geen gebrek aan grafruimten hebben, kochten wij toch dit zeer ruime terrein, om als object voor werkloosheidsbestrijding, het geheel van eikenhout te zuiveren, den bodem diep te spitten en te egaliseren. Er zou zeker niet aan worden gedacht om nu reeds een beplanting op dit terrein aan te brengen, ware het niet, dat wij door Uwe bemiddeling het noodige beplantingsmateriaal tegen betaling van kleine kosten voor verpakking, inkoopen enz., dus feitelijk om niet kunnen bekomen.’. Vervolgens heeft ‘onzen adviseur, de Heer D.F.Tersteeg alhier’ een verlanglijstje gemaakt van 5000 stuks Taxus baccata, 600 stuks Syringa (Souvenir Louis Späth en Mary Legray) en 1100 stuks Pinus nigra austriaca van een meter hoog. Wanneer en of het komt vermeldt het archief niet. Of er tijdens de eerste oorlogsjaren überhaupt al begraven kon worden is dus maar de vraag.

Ik google en kom erachter waar Dirk Tersteeg dan wel begraven is. Sonja Verloop, secretaris van de Stichting tot Behoud van de Oude Begraafplaats van Naarden, mailt mij per omgaande de grafcoördinaten van Dirk Tersteeg. Op een zonnige namiddag fiets ik naar de Amersfoortsestraatweg, waar de begraafplaats ligt, handig dichtbij Jan Tabak voor de nazit en condoleance. De dodenakker van Naarden is vreemd genoeg gelegen binnen de gemeentegrenzen van Bussum. In 1830 werd per wet verboden doden binnen de stadsgrenzen en in kerken te begraven. Buiten Naarden mocht in het schootsveld van de vesting niet gebouwd worden en daarom week de begraafplaats uit naar Bussum, dat geen eigen begraafplaats had. Arm of rijk, in de dood allemaal gelijk, of je nu uit Naarden of uit Bussum komt.

Naarder begraafplaats te Bussum
Naarder begraafplaats te Bussum

Bij de toegangspoort met op de zuilen ‘Naarden’ en ‘1830’ staat een informatiebord waarop onder andere een oproep tot instandhouding te lezen staat. Het ontwerp van de begraafplaats is rechtlijnig, in een kruisvorm met rechts achterin een Joods gedeelte. De centrale middenlaan van het Rijksmonument straalt rust uit, maar ook voortschrijdend verval. Het meest opvallend bij binnenkomst is de in zwart doek gehulde grafkapel van de familie Dudok van Heel. Illustere families begraven hier hun doden onder zuilen, obelisken of forse natuurstenen. Ik zie een JanJaap Clinge Doorenbos-zerk met propeller en lees op een Van Marwijk Kooy-steen: ‘Hetgeen het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft vernomen.’

Naarder begraafplaats te Bussum
Naarder begraafplaats te Bussum

Het graf van Tersteeg ligt wat afzijdig achterin, dichtbij de ingang van de Joodse begraafplaats en in de buurt van het karakteristieke baarhuisje. ‘Veilig bij God’ vermeldt de steen, D.F.Tersteeg, 7-2-1876, 5-7-1942. Eronder: H.S.M.Tersteeg-Goedkoop, 4-9-1878, 8-1-1966. Verder vermoed ik een dochter: Phia Tersteeg 20-7-1904, 22-11-1984. Alle tekst in een stevige bijna-Art-Deco-belettering, de steen getrapt omhoog. Weersinvloeden zichtbaar. Zijn er nog nazaten die naar het graf omzien?

Tersteeg inventarislijst werken Dirk Tersteeg in Naarden
Tersteeg – inventarislijst werken Dirk Tersteeg in Naarden

Een lijst met Tersteegprojecten in Naarden

Bij een van de Tersteeg-fotoalbums, die ik mocht inzien bij de speciale collecties in de Bibliotheek van de Wageningse Universiteit, zat een handgeschreven document met daarop een lijst van 37 projecten die Dirk Tersteeg in Naarden uitgevoerd heeft. Vermoedelijk. De kopie is in zwartwit en onderaan staat een notitie: groen gemarkeerd: zeker D.F.Tersteeg ontwerp. De lijst bevat een ongesorteerde nummering tussen 2 en 87 van tekeningen van Dirk Tersteeg die aanwezig zijn in 1985 bij de plantsoenendienst, Dienst Gemeentewerken Naarden, Albert Dorstmanplantsoen 1. Nummer twee op de lijst is de uitbreiding van de Schapenmeent in december 1929. Nummer 87 betreft het Oranje Nassaupark, datering oktober 1938. Onderaan staat ongenummerd: Nieuw Algemene Begraafplaats “Valkeveen” 1937, dit is D.F.Tersteeg’s laatste ontwerp, daarna ziek geworden.

Ik bekijk de lijst meerdere malen en bestudeer de nummers. De complexheid verschilt enorm. De tekeningen varïeren tussen een detailtekening van een enkele rozenboog tot de complete aanleg van plantsoenen en het Oranje Nassaupark. Opvallend zijn woonwagenkamp en zwembad. In een tiental jaren tijd verwezenlijkt Dirk Tersteeg zo’n dertig ontwerpen alleen al in Naarden. Interessant voor mij is vooral archiefnummer 25 uit december ’34: het J.J.Jurissenplantsoen. Dat is de officiële benaming van de waterpartij waar ‘mijn’ Rubenslaan langsloopt. In de Volksmond heet het ’t Meertje van Vlek, naar boer Vlek die zijn grond afstond voor zandwinning. Om het helemaal ingewikkeld te maken benoemde Tersteeg zijn ontwerpen Beplanting Vijver Rembrandtpark. Allemaal namen voor hetzelfde water waarop ik dagelijks mag uitkijken.

Tersteeg - Het Meertje van Vlek
Tersteeg – Het Meertje van Vlek

Het Archief te Naarden

De titel van dit verhaal is Dirk Tersteeg in Naarden. Alle tot hier besproken ontwerpen liggen buiten de gemeentegrens van Naarden. Het Bilderdijkpark en het Mouwtje liggen op een paar honderd meter, net als de grafsteen op de Oude Begraafplaats, de begraafplaats Nieuw Valkeveen is een halfuurtje fietsen, maar alle liggen echt buiten Naarden. Op een goede dag fiets ik door de vesting en stop bij het archief, het is open en ik mag naar binnen zonder afspraak. In de hal valt het grote borstbeeld op van xx.

Binnen word ik ontvangen door twee aardige dames. Ik leg aan een ervan uit waarvoor ik kom en dat ik denk erover te schrijven in het tuintijdschrift OnzeEigenTuin, waarvan ik redacteur ben. De andere dame kijkt verblijd over haar bril, ze is abonnee en weet precies wat ik wil. Ik neem plaats aan een grote tafel en wacht opgewonden tot ze binnen komt rijden met een trolley waarop doos met voor mij kostbare Tersteegtekeningen. Ik mag ze zowaar uitvouwen en bekijken. Wat ik gretig doe. De schetsen van de beplanting rond de vijver zijn erg helder. Ik probeer wijs te worden uit de rondjes, kruisjes, wolkjes en kleurtjes. De toegevoegde namen Charles Dickens, Gomer Waterer (rhododendron), Parsons Gloriosa, Old Port, F.D.Godman (rhododendron), Princess Mary of Cambridge,  of Lee’s Dark Purple kan ik niet direct plaatsen. Vergeleken met de tekeningen van streekgenote en vakzuster Tine Cool zijn het heldere schetsen, maar zonder legenda kom ik er niet uit. De cirkeltjes en ringetjes worden wel uitgelegd op de tekening van de eenvoudige beplanting voor een laantje tussen ‘onze’ Rubenslaan en de Jan ter Gouwweg hierachter. Daar schrijft Tersteeg in zwierige gecalligrafeerde letters dat er 2 maal 52 ruige kornoelje Cornus sanguinea en nog eens 2×8 struiken Berberis Aggregata geplant moeten worden. Als stambomen komen er 2×11 lindebomen Tilia platyphyllos bij. En dan is het laantje bescheiden doch afdoende aangekleed.

Tersteeg Jan tergouwlaantje Cornus-sanguinea'midwinter-fire'
Tersteeg Jan tergouwlaantje Cornus sanguinea ‘Midwinter Fire’

Op mijn vraag of ik kopieën bij het Naardens Archief kan bestellen van al dit moois is het antwoord helaas negatief. Geen extra faciliteiten meer. De logische samenvoeging van de gemeente Naarden met Bussum maakt de toekomst ook voor het archief onzeker. Alles wordt opgeschort, budgetten, digitalisering en toekomstvisie. Ik mag met mijn telefoontje foto’s maken. Als ik thuiskom bedenk ik me dat ik vergeten ben hun namen te vragen om ze ooit te bedanken als het zover is. Bij dezen dank dames van het Naardens Archief.

Tersteeg. Jan ter Gouwlaantje. Tilia varianten
Tersteeg. Jan ter Gouwlaantje. Tilia varianten

Hoe heten de bomen in de buurt?

Best aardig om de buurt te verkennen en de mooie karakteristieke bomen te bewonderen. Maar wat voor bomen zijn het? De oude vliegdennen springen eruit, de rode en groene beuk ken ik ook nog wel. De vleugelnootbomen herken je aan de lange snotterbellen en de platanen aan de barstende bast. De acacia is makkelijk met de diepgegroefde schors en de waaiers aan bladeren, al dan niet gesloten. De esdoorns herken ik vooral in de herfst aan de felgele of hardrode verkleuring. Maar dan wordt het moeilijker. Treurt daar en wilg, beuk of es? Om wat bij te leren meld ik mij aan voor een juni-avondwandeling door het Bilderdijkpark met Charlotte Abma van Groei&Bloei, afdeling Gooi Noord. Verzamelen op de brug, handjes geven, op pad. We wandelen langs de oude vaart waar meteen bijzondere bomen staan maar ook  struiken als de rode pavia, Aesculus pavia. Het is een kastanje in struikvorm die bloeit in grote pluimen. Daarvoor zijn we nog te vroeg, de kaarsvormige knoppen zitten er al. Verderop een bruine beuk, een Fagus sylvatica ‘Atripunicea’ en een Liriodendron tulipifera, een tulpenboom.

Omdat het Mouwtje laag ligt kunnen grote bomen redelijk ongestoord uitgroeien tot forse solitairen. Bomen, ook hoge exemplaren vangen hier weinig wind. Verderop langs het water een amberboom, een wintergroene eik en een Parrotia persica, een ijzerhout-struik. Op weg terug door de woonbuurt passeren we huizenhoge acacia, stoere vliegdennen nog van voor de bebouwing, een zilveresdoorn, moeraseik en schijnbeuk. Verder langs de trottoirs platanen en op de Bilderdijklaan staan we onder de vleugelnootbomen. We wandelen aan de overkant langs het grote informatiebord het Bilderdijkpark weer in. Ik gruw nog even bij de Auracaria, de apenboom, in mijn beleving de saaiste boom die er is. Verder probeer ik de verschillen te zien tussen de watercypres en de moerascypres, de Metasequoia glyptostroboides en de Taxodium distichum  Ik maak kennis met Johanna Karssen-Schuurmann. Zij werkt bij de Universiteit Wageningen en weet alle bomen in het Bilderdijkpark trefzeker te benoemen. Haar vraag ik mijn Tersteegverhaal en de bijschriften bij de foto’s te checken. Ter afsluiting van de wandeling de zogeheten koffie uit de kofferbak. Goed bestede avond voor kennisvergroting en beter buurtgevoel.

Tersteeg - Gingkoboom Bilderdijkpark
Tersteeg – Gingkoboom Bilderdijkpark

Maanden later krijg ik van een aardige mevrouw van de Historische Kring Bussum een boekje in handen gedrukt: Rondwandeling door het Brediuskwartier en het Willem Bilderdijkpark. Daarin komen we dezelfde bomen tegen als op de wandeling met Groei&Bloei, sommige bomen meer uniek dan andere. Uitzonderlijk blijft te zien dat de dichtheid bijzondere en oude bomen bovengemiddeld hoog is binnen een enkele woonbuurt. Het bomenboekje van de Gemeente Bussum is geschreven door Jenica van der Torren, bewoonster van de buurt en kenner van de geschiedenis ervan.

Het Brediuskwartier

In het augustusnummer van het tijdschrift van de Historische kring Bussum schrijft dezelfde Jenica van der Torren een gedegen en groot artikel over de stand van het groen in het dorp ter gelegenheid van de Open Monumentendag 2012 met als thema Groen van toen. Op tien pagina’s wordt het particuliere en openbare groen van Bussum belicht. Na de slordige ontwikkeling aan het einde van de 19e eeuw van vooral particuliere groen van de woonbuurt Het Spiegel wordt de 20e eeuwse aanleg van het vele openbare groen in het Brediuskwartier gezien als een grote vooruitgang.

De gemeente Bussum had grond gekocht tussen Brediuslaan en Huizerweg met het doel daar een villawijk met park te bouwen. Door zandafgraving was een deel van het terrein doorsneden met afzandingssloten. Dirk Tersteeg kreeg de opdracht voor het ontwerp en hij benutte inventief de hoogteverschillen. Het openbaar park werd door hem uitgebreid met een publiek wandelpad dat laag langs water loopt en met een bocht door de woonwijk gaat. Vandaar de benaming ’t Mouwtje. Als je de plattegrond bekijkt dan valt de grote hoeveelheid groen op. Naast het Bilderdijkpark en ’t Mouwtje is er ook midden in de buurt een groot open terrein, een soort brink, meent of wat de Engelsen een common noemen. Verder is er grote aandacht voor de boombeplanting langs de lanen. Veel vliegdennen uit het oorspronkelijke landschap zijn gebleven en accentueren het bosachtig karakter. De huizen worden ingepast in het bestaande landschap en vormen een harmonieus geheel met de omgeving.

Tersteeg - Bilderdijkpark Bussum
Tersteeg – Bilderdijkpark Bussum

Architect De Bazel, aan wie het ontwerp voor de Brediusbuurt vaak ten onrechte wordt toegeschreven, had dit project graag willen doen, hij had aardig wat opdrachtgevers in de buurt. Zo wilde hij een waterverbinding maken verder richting Huizen naar landgoed De Beek, een client van hem. De bazige Bazel wendde zijn invloed vooral aan om ruim en langdurig dwars te liggen. Zijn protesten werden deels gehoord en met wat compromissen en vijf jaar vertraging kon de bouw van het Brediuskwartier verder gaan. De gemeente moest de inkomstenderving compenseren en verkocht daartoe in 1927 een kwart van het geplande Bilderdijkpark aan kwekerij A.J.Herwig, voorvader van Rob en Modeste. Vandaar dat de bebouwing van de huidige Herman Gorterhof nu zo puntig het park insteekt. Bedreiging door bebouwing van groen blijft een bron van grote zorg. Kwekerij en kinderboerderij ‘verstenen’ het groene deel van de buurt. Elke kap van een Pinus Sylvestrus betekent gezichtsverlies voor de buurt die Dirk Tersteeg met zoveel kunde en liefde ontwierp.

Het Rembrandtkwartier

Aan de noordzijde van de Brediuslaan werd in de jaren dertig een nieuwe villawijk gebouwd. Minder luxe dan het Brediuskwartier en vooral gericht op een groeiende middenklasse die welvarender werd.

De tijden zijn na 1929 drastisch veranderd. De economische crisis heeft de bouw van een huis in de dertiger jaren gek genoeg goedkoper gemaakt. Stroomlijnen van productie komt op gang en prefab doet zijn intrede. Meer mensen willen de sterk verhoogde huren vermijden door zelf een huis te bouwen. Financiering is gunstig. Aandelen zijn verdacht dus investeren kleine beleggers graag in een of meerdere huizen, al dan niet voor eigen gebruik. Het nieuwe Rembrandtkwartier oogt gestroomlijmder dan ‘het Bredius’. De straten zijn rechter, de huizen eenvormiger, twee of drie onder een kap. Indeling uniform: beneden kamers en suite, erker, hal en keuken achter bij de tuin. Op de eerste verdieping drie slaapkamers, badkamer en helemaal boven een grote zolderverdieping. Buiten voortuin, pad langs het huis naar de garage in de achtertuin, toegift voor de tussenhuizen een handig achterommetje. De tuinen vormen een lappendeken aan persoonlijke invullingen. Men tuiniert zelf of heeft een mannetje, in het Gooi werkmeneer geheten.

Tersteeg, ontwerp van de grote vijver in het Rembrandtpark
Tersteeg, ontwerp van de grote vijver in het Rembrandtpark

Het groen hier door Dirk Tersteeg als ambtenaar in dienst van de gemeente  ontworpen, oogt dan ook luchtiger en transparanter. De oppervlakte groen is restgroen rond de vijver van het Rembrandtpark, een plas ontstaan uit zandwinning. De variëteit in beplanting is minder exotisch dan voorheen. Wat oude vliegdennen en een paar watercypressen brengen de enige variatie tussen de populieren, meidoorns, platanen en lindes. Wel is de wijk nog steeds groener dan de meeste naoorlogse buurten elders.

Bijkomend voordeel hier is dat de woonwijk gebouwd wordt op voormalige kwekerijgronden. Voor het huis wordt zand opgebracht ter fundering maar de achtertuinen blijven laag op de oorspronkelijke vruchtbare grond. Ik heb daar als tuinier vandaag nog practisch voordeel van.

Prins Hendriksoord Den Dolder

Mijn groene zoektocht ‘A la recherche de Dirk Tersteeg’ brengt me op voor mij steeds moeilijker te bereiken oorden. Zo is er een tuin/huis/buitenplaats Prins Hendriksoord op het mooie kruispunt van wegen naar Lage Vuursche, Den Dolder en Soest. Op alle hoeken staan witgepleisterde villa’s of veelbelovende bossages. Tot voor kort associeerde ik het kruispunt vooral met de Ewijkshoeve, een villa-boerderij waar ooit de schilder Willem Witsen woonde en waar ik ver in de vorige eeuw een boekpresentatie mocht bijwonen. Indruk maakte toen het verhaal dat er ooit een depressieve vrouw in de duistere vijver ‘te water was gegaan’. Frederik van Eeden zou mede daardoor geinspireerd zijn tot het schrijven van zijn boek Van de koele meren des doods.

Tersteeg - JJ Jurissenplantzoen
Tersteeg – JJ Jurissenplantsoen

Deze droeve gedachten zijn nu opzij geschoven door huis en tuin van Prins Hendriksoord, één van de andere hoekpunten van de kruising. Uit het archief in RUWageningen heb ik wat beelden van de tuin in vroegere glorie. Het uitje ernaartoe van Cascade heb ik helaas gemist. Informatie over Prins Hendriksoord geeft ook de website van Hylkema Consultants, Erfgoed, één van de wel negen specialismen. Onder het kopje Beleidsadvisering valt ook Bloementuin Tersteeg, Den Dolder. Citaat: De Amsterdamse bankier Adolphe Bossevain laat in 1909 een tuin in Oudhollandse Stijl door Dirk Frederik Tersteeg aanleggen op het oorspronkelijke Prins Hendriksoord. Deze tuin is een van Dirk Tersteegs vroegere werken en is volgens de kenmerkende principes van de Nieuw Architectonische stijl gemaakt met gemetselde keermuurtjes, trappartijen, pergola’s en waterbassins.

Tersteeg - Frederiksoord
Tersteeg – Frederiksoord

Na een restauratie in de jaren vijftig van de vorige eeuw wordt de tuin nogmaals (wanneer?) door Hans Warnau op een respectvolle wijze gerestaureerd, passend in de voor hem zo kenmerkende krachtige lijnvoering. De huidige tuin is door jaren van verwaarlozing in zeer slechte staat. De bouwkundige elementen hebben veel van hun allure verloren en de beplanting is nagenoeg verdwenen. De huidige eigenaren willen een nieuwe laag toevoegen aan de geschiedenis van deze bloementuin en hebben Hylkema Consultants in september 2012 gevraagd om de Omgevingsvergunning aan te vragen zodat begin 2013 met behulp van een Restauratiefonds-plus-hypotheek kan worden gestart met de restauratie van deze unieke tuin’. Einde citaat. Ben erg benieuwd wat men zich voorstelt bij ‘een nieuwe laag toevoegen’. Mocht iemand die dit leest mij kunnen informeren over de stand van zaken in het najaar van 2015 dan hou ik mij minzaam aanbevolen.

Deel Ewijckshoeve wordt Prins Hendriksoord wordt Vijverhof

Ik had op maandag 3 augustus 2015 bij de faceboekgroep Dutch Green Heritage meer informatie gevraagd over de Tersteegtuin in Den Dolder en kreeg een reactie. Carla Oldenburger van Groene Historie zette mij op het spoor van Debie&Verkuijl, landschapsarchitecten, gespecialiseerd in groen erfgoed. Ik kende ze al van hun grondige studie van een andere Tersteegtuin, De Konijn in Lunteren. Ze hebben een uitgebreid werkterrein waar ik ook De Maerle in Huizen weer tussen vond. In de ‘Bloementuin De Vijverhof, Den Dolder (1909)’ is door hen veel aandacht en energie gestopt. Daar las ik dat ze, in nauwe samenwerking met Hylkema Consultants, een inventarisatie gemaakt, een aanbeveling gedaan en een nieuwe laag ontworpen hebben voor wat dan nu de Vijverhof heet. De Tersteegtuin is nu een ‘Erfgoedparel’ van de provincie Utrecht. De website zegt er dit over:

‘Landgoed Vijverhof Zeist in Den Dolder werd in 1926 van landgoed Prins Hendriksoord afgesplitst. De Vijverhof bestaat uit een langgerekt landhuis dat in een landelijke stijl is vormgegeven in een U-vorm. Naast een paardenstal en een koetsierswoning in de linker topgevel, is een garage en een chauffeurswoning in de rechter topvleugel te vinden. De Tersteegtuin uit 1910 behoorde oorspronkelijk bij de buitenplaats Prins Hendriksoord. In 1924, drie jaar na het overlijden van de eigenaar A.A. Boissevain, wordt Prins Hendrikoord in drie stukken gesplitst, waaronder de nieuwe buitenplaats Vijverhof. De Tersteegtuin komt dan bij de Vijverhof. De geometrische tuin is van architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een nieuw-architectonische tuinstijl alsmede van belang als vroeg ontwerp van D.F. Tersteeg. De provincie stelde €180.000 beschikbaar voor de restauratie van de historische tuin’. Einde citaat.

Wirtz maakt een ‘nieuwe ontwerplaag’ voor De Vijverhof

De website van Debie&Verkuijl vertelt over de ‘Bloementuin De Vijverhof, Den Dolder (1909)’:

‘Behoud van een architectonisch pareltje. De huidige tuin is door jaren van verwaarlozing in zeer slechte staat. De bouwkundige elementen hebben hierdoor veel van hun allure verloren. Het TUINHISTORISCH ONDERZOEK vormt de onderlegger voor een herstelplan waarmee de toekomst voor deze bijzondere tuin is veiliggesteld. Zowel de bouwkundige elementen van Tersteeg als de latere toevoegingen van Warnau zijn in dit NIEUWE ONTWERP gerespecteerd. In samenwerking met Wirtz International is een ontwerp en herstelplan opgesteld waarmee het behoud van dit bijzonder Rijksmonumentale object veilig gesteld wordt. (333 ha., Tuinhistorisch onderzoek, Inspectierapport en Herstelplan t.b.v. BRIM aanvraag 2011, opdrachtgever Hylkema Consultants en Herstelplan 2013 en omgevingsvergunning, particuliere opdrachtgever). 2011 In samenwerking met Hylkema Consultants, Six Architects en architectenbureau 1 meter 98. 2013 In samenwerking met Hylkema Consultants en Wirtz International.

HISTORISCH ONDERZOEK. De Bloementuin van landgoed Vijverhof maakte tot 1926 onderdeel uit van de aanzienlijke buitenplaats Prins Hendriksoord. De Amsterdamse bankier Aldolphe Boissevain laat in 1909 een tuin in ‘oud-Hollandse’ stijl door de Naardense tuinarchitect Dirk Frederik Tersteeg aanleggen. Deze tuin is een van de oudst bewaard gebleven tuinen in de Architectonische stijl waarin gemetselde keermuurtjes, trappartijen, pergola’s en waterbassins werden verwerkt. Een tweetal restauraties, waaronder door tuinarchitect Hans Warnau in 1978 (ha, antwoord op een openstaande vraag!), volgden.

BRIM-SUBSIDIE. Ten behoeve van de instandhouding is in 2011 een inspectierapport opgesteld waarin de gebreken en tekortkomingen van de tuinonderdelen overzichtelijk zijn weergegeven. In 2014 heeft de Provincie Utrecht besloten dat de Bloementuin in aanmerking kwam voor een bijdrage uit het Erfgoedparel fonds met een bijdrage van 150.000 euro.’ Einde citaten.

Serieus onderzoek doen blijft moeizaam via internet. Kopieer en plak is makkelijker dan wat ook. Transparantie en helderheid van informatie zijn vaak niet het eerste doel van de aanbieders. Is de tuin nu in 1909 of 1910 ontworpen en/of aangelegd? Bedragen zijn bijvoorbeeld moeilijk te checken. Is de subsidie uit het Erfgoedparelfonds (wie bedenkt zo’n naam?) nu 150 of 180 duizend euro? Wat is de onderlinge rolverdeling tussen architect Six, bureau Hylkema en Debie&Verkuijl, namen die ook bij De Maerle in Huizen opduiken? Ik vermeld indien bekend mijn digitale bron. Vaak is de oorsprong niet te traceren. Zijn tekst en data eenmaal foutief op het net verschenen dan is het daarmee een onuitroeibaar onkruid in het verhaal geworden.

Geestig in dit geval blijft de vroege geschiedenis van Prins Hendriksoord. De associatie met de Ewijckshoeve is achteraf niet zo raar. Nog even op een rijtje; Eerst was er alleen het grote landgoed Ewijckshoeve met zijn meest beroemde bewoner Prins Willem Frederik Hendrik die het landgoed in 1871 verwierf en het ‘verlandschappelijkte’. In 1883 werd Prins Hendriksoord afgesplitst dat op zijn beurt weer in drieën uiteenviel waarbij de door Tersteeg ontworpen tuin belandde op de Vijverhof. Dat wist ik allemaal niet toen ik op de kruising van wegen in de regen het bord ‘Zoekt u een stijlvolle werkplek?’ stond te fotograferen op 26 mei 2014.

Villa De Maerle in Huizen

Een goede manier van zorgvuldige Tersteeg-garden-hunting is mijn zaterdagmorgenwandelclub. Elke week wandelen we een andere route rond Naarden/Bussum en zo ontdek ik al stofkam-zuigend door Het Gooi achter coniferenhagen allerlei trapjes en keermuurtjes die wel eens van ‘Dirk’ kunnen zijn. Op een keer wandelden we door Bikbergen over de Oud Bussumerweg naar Huizen, naar CornelisZ in de haven. Onderweg zag ik een Belle Epoque villa met een mooie gevelsteen in top waarin De Maerle uitgebeiteld was. De gekruisde witte spijltjes van het overigens groene tuinhek van het door architect De Bazel ontworpen huis deden denken aan architectonische invloeden, ook voor de tuin. Thuisgekomen natuurlijk gegoogled (hoe deden we dat vroeger ook alweer?) en ik stootte wederom op Hylkema Consultants. Onder het kopje onderzoek staat het volgende te lezen: ‘In 1906 liet het kunstenaarsechtpaar Van Blaaderen tussen Huizen en Bussum een atelierwoning bouwen door K.P.C. de Bazel: ‘de Maerle‘. De Maerle wordt als één van de belangrijkste voorbeelden in zijn oeuvre gezien. Na tien jaar werd de Maerle door J.W. Hanrath verbouwd tot landhuis. Deze verbouwing bracht in der tijd een pittige discussie in onder andere het tijdschrift Architectura te weeg over de rechten van de bouwmeester. Na enkele wijzigingen in de jaren ’70 is het karakter van de Maerle ernstig aangetast. In opdracht van de huidige eigenaar is er een bouwhistorisch onderzoek naar de Maerle uitgevoerd. Hierin is de bouwgeschiedenis uitvoerig onderzocht  en de Maerle in zijn huidige vorm is beschreven. Aan de hand hiervan is een waardering gegeven van de monumentale waarden. Aan de hand van deze gegevens zijn de toekomstige plannen van (restauratie)architect D.L. Six beoordeeld’.

Wie heeft wat ontworpen bij De Maerle?

Wie heeft wat ontworpen aan huis en tuin van Villa De Maerle in Huizen? (dus niet de gelijknamige Walden-villa in Bussum) Lees de inventarisatie van de Provincie Noord-Holland die de tuin een beschermde status heeft gegeven. Die nu weer door-over-geheveld wordt naar lokaal niveau, als ik de berichten juist interpreteer. Ik wil natuurlijk graag dat mijn favoriet Dirk Tersteeg de hoofdontwerper is. Maar zijn grote Gooise rivaal architect De Bazel, de huiseigenaar Van Blaaderen, de verbouw-architect Hanrath en de tweede eigenaar Van Alphen hebben allemaal hun ideeën op de ‘architectonische’ tuinen los gelaten Maar wat wordt er nu precies beschermd?

Citaat van de website Provincie Noord-Holland:

Verhaal: De tuinen aan de Oud Bussummerweg in Huizen (Provincie Noord-Holland, 07 maart 2012) De tuin met deeltuinen bij het landhuis De Maerle is in twee fasen aangelegd naar ontwerp van D.F. Tersteeg, in de Architectonische Tuinstijl bij het huis dat in 1906 door K.P. de Bazel gebouwd, en in 1917 door H.W. Hanrath verbouwd is. De deeltuinen bestaan uit de symmetrische tuin tussen het huis en de weg, een verdiepte tuin ten zuiden van het huis en in aansluiting op tuindeel A, een symmetrische tuin met hoogteverschil grenzend aan de zuidwestgevel en in aansluiting op deel B en ten slotte een verdiepte bloementuin met put grenzen aan de noordwestgevel van de in die richting gelegen vleugel.

De eerste fase van de tuin is in 1906 ontworpen voor G.W. van Blaaderen. Het bestaat uit twee deeltuinen ten zuiden van het huis en het gedeelte tussen de voorgevel en de Oud Bussummerweg. De tweede fase, de bloementuin ten noordwesten van het huis, is in samenwerking met J.W. Hanrath ontworpen in1917, in opdracht van de heer D.L. van Alphen. In die tweede fase zijn voor Tersteeg karakteristieke elementen gecombineerd, zoals gemetselde muren en trappartijen, een poort met toegangsdeur, een put en een bloemenbordes. Opmerkelijk en niet in andere tuinen van Tersteeg aangetroffen zijn de uit keien opgetrokken muren’.

Tersteeg - van der Helstpaadje
Tersteeg – van der Helstpaadje Naarden

Hoe schilderde G.W.van Blaaderen?

We zijn nog niet klaar met De Maerle. Laat ik bij het begin beginnen. Wie was G.W.van Blaaderen? Van Blaaderen, van Blaaderen en ineens weet ik het weer. Voor mijn boek ‘No Dog Signs’ maakte ik oude beelden eigentijds na. Nelly van Doesburg bijvoorbeeld was in Meudon gefotografeerd met twee hondjes bovenaan de trap. Voor het hondenboek fotografeerde ik in dezelfde houding Anneke Brassinga bovenaan dezelfde trap met mijn hond Max. Hetty van Eeghen en haar hond Aadje zette ik op een sofa op dezelfde manier waarop Jan Sluyters de kunstenares Ina van Blaaderen en haar witte hondje in olieverf schilderde in 1932. Daar ligt mijn aha-gevoel. Of Ina verwant is met G.W. en hoe vraagt een hele andere studie.

Ik google en vind een  recensie in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift No.5 uit 1926 waarin Mr J.Slagter uitgebreid ingaat op het oeuvre van de kunstschilder G.W. van Blaaderen en zijn plaats tussen Toorop, Thorn Prikker, Sluyters, Gestel en Hart Nibbrig in de schilderstromingen aan het begin van de 20e eeuw. Van Blaaderen doorliep alle fases van ontwikkelende artiest, inclusief de Italiaanse reis. Hij was onder de indruk van het licht in Frankrijk en nadat hij zich in 1902 in Laren gevestigd had ‘is het niet te verwonderen, dat hij daar onder de bekoring kwam van het Gooische heidelandschap en het Larensche boeren-interieur.’ ‘ Tegelijkertijd en krachtiger uitte hij zich in het landschap, als motief waarvoor de vijvers van Oud-Bussum dienden; daarin heeft hij iets subliems bereikt.’ ‘een groot vijvergezicht met gelende herfstloover, een schilderij van overtuigenden gloed en fijn sentiment, zeer zuiver van kleur gelijk schier al zijn werk.’

De woonwensen van G.W.van Blaaderen

Iemand die zo precieus schildert is waanschijnlijk ook zeer uitgesproken in zijn woonwensen. Uit het archief van het voormalig NAi, nu Nieuwe Instituut is de volgende (licht kreupele) tekst over de bouw van De Maerle aan de Oud Bussumerweg in Huizen. ‘De schilder G.W. van Blaaderen en zijn vrouw gaven opdracht tot het bouwen van een woonhuis. Op basis van een door hen opgestelde oppervlaktemaat van 6×8 voor de huiskamer, werd het hele huis ontworpen op een system dat de ruimte regelmatig indeelt in parallellopipeda van 80x120x80 centimeter. De plattegrond sluit aan bij de plattegrondindeling die destijds in Nederland in zwang kwam, met een ruime hal die op de Engelse afkomst wijst. De Engelse invloed is tevens terug te vinden in de haaks op het hoofddeel staande vleugel, waarin de ateliers zijn gesitueerd.

Bij dit huis liet De Bazel zich bovenal kennen als een architect die streefde naar gaafheid en harmonie, wat tot uiting komt in de verhouding van de onderdelen tot het geheel, in de wijze waarop het dak aansluit op de muren en in de afwerking van de details, zoals bijvoorbeeld de schoorstenen. In tegenstelling tot Berlage, die alles naast elkaar tekende, tekende De Bazel in zijn ontwerpen de plattegrond in het midden en liet hij het ingetekende systeem doorlopen in de daaromheen uitgeklapte gevels, waardoor er meer eenheid in de tekeningen kwam. ‘De Maerle’ is De Bazels bekendste huis geworden; het is tot in de jaren dertig een belangrijk voorbeeld voor de landhuizenbouw in Nederland geweest. Het exterieur paste met de ongepleisterde bakstenen buitenmuren, de glas-in-loodruitjes en het rieten dak bij de reeds aanwezige boerderijen in Het Gooi. Voor dit huis verzorgde hij ook de inrichting.’

De tuin van De Maerle na 1927

Uit het rapport van de Provincie Noord-Holland valt verder te lezen dat er de nodige mutaties in de tuinaanleg hebben plaats gevonden. Van Blaaderen was vertrokken en het huis werd bewoond door D.L. van Alphen.

‘Uit een foto uit 1927 valt op te maken dat er op een moment wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp. Met name het patroon van plantenvakken en paden in de tuin voor het huis is vereenvoudigd en de oorspronkelijk met lage buxushaagjes afgezette vakken met vaste planten zijn vervangen door eenvoudige rozenvakken. In 1945 zijn wijzigingen te zien in de achtertuin ten zuiden van het pand. Ook daar zijn vereenvoudigingen aangebracht. Verschillende paden en plantvakken zijn verwijderd. Er resteert nog een enkel ornament in het centrum van het door Tersteeg ontworpen gedeelte, een heester ten zuidoosten hiervan en een recht pad dat de zuidwestelijke begrenzeing van dit tuingedeelte vormde. De verdiepte bloementuin uit de tweede fase is vrijwel ongewijzigd gebleven. Alleen het bloemenassortiment is iets aangepast. De hoofdstructuur is echter grotendeels bewaard gebleven’.

De eindconclusie van het in wollige bewoordingen opgestelde rapport is helder en duidelijk: Dit is een Tersteegtuin die bewaard moet worden:

‘De combinatie van huis en tuin is van cultuurhistorische, tuinhistorische en tuinarchitectonische betekenis als voorbeeld van het verschijnsel dat in het begin van de twintigste eeuw opgang deed, namelijk de samenwerking tussen architect en tuinarchitect, waarbij de visuele relatie tussen tuin en woning zorgvuldig op elkaar werden afgestemd en waarbij aansluiting werd gezocht met de bestaande omgeving. Maar ook de kwaliteit van de oorspronkelijke ontwerpen (in Architectonische Tuinstijl) dragen bij aan die waardering. De verdiepte bloementuin met put is opzichzelf van tuinhistorische en tuinarchitectonische waarde als vrijwel gaaf en daardoor zeldzaam geworden voorbeeld van een dergelijke type deeltuin. Tevens is het zeer kenmerkend voor het oeuvre van Tersteeg.’

Tersteeg - Bilderdijkstraat Bussum
Tersteeg – Bilderdijkstraat Bussum

De omgeving van De Maerle

De omgeving van Villa De Maerle is typisch Goois. In een heidelandschap afgewisseld met kleine akkers en oude landgoederen ontwikkelde J.P. van Rossum het villapark De Stukken in wat nu algemeen bekend staat als Bikbergen, een gebied tussen Naarden en Huizen. Bekende architecten uit die tijd ontwierpen er villa’s in diverse stijlen waarvan sommige nog steeds het aanzien waard zijn. Ook K.P.C. de Bazel was er actief. Nog steeds erg fraai is het tuinmanshuis ‘t Beukenootje uit 1902 aan de Valkeveenselaan. De ‘Engelse’ villa De Maerle voor Van Blaaderen stamt uit 1906 evenals de eerste tuinaanleg van Dirk Tersteeg. Van Alphen liet als eigenaar in 1917 de villa ‘vernieuwen’ en bouwde de garage met twee dienstwoningen. Nu is de villa onderdeel van een cluster gebouwen centraal op een terrein waar rondom de huizenstijltuinen en landschappelijkegedeelten te vinden zijn. Onder de bebouwing bevinden zich inmiddels paardenstallen, buitenbak, bergingen, garages, een zomerhuis met fitnessruimte, sauna, keuken en een zwembad, overlopend van binnen naar buiten.

Omdat ik inmiddels erg benieuwd ben naar de huidige stand van zaken, ben ik in juli 2015 op de fiets gestapt en heb bij Oud Bussumerweg 44 aangebeld. Een aardige mevrouw deed aarzelend open. Ik gaf mijn kaartje, een nummer van OnzeEigenTuin en een exemplaar van Tuinboek Nederland. Plus mijn visitekaartje met een telefoonnummer. Haar respons: ‘Het komt niet zo uit, ik moet met mijn man overleggen, we gaan eerst met vakantie, u hoort nog.’ Ik ben benieuwd.

Caroline de Koning is tuinontwerper en woont aan de Bikbergerweg, om de hoek van de Oud Bussumerweg. Ik mail haar of de wat voor mij kan doen. Helaas kent ze de bewoners van De Maerle niet persoonlijk. ‘Ze zijn erg op zichzelf en staan niet bekend als buurttijgers.’

Begin September wandel ik door Bussum, de telefoon gaat. In de rumoerige Brinklaan neem ik op en heb niet meteen door wie ik aan de lijn heb. ‘U kwam op de fiets langs en heeft gevraagd of u onze tuin mocht fotograferen.’ Ah, mijn bewoners van De Maerle. ‘Wij dachten vrijdag 18 september rond tienen. U mag onze namen niet gebruiken en we willen de tekst zien voor publicatie. Wij sturen u nog een mail ter bevestiging.’ Een paar dagen later vind ik inderdaad de mail, mysterieus ondertekend met Mark en Marijke. De weersverwachtingen zijn niet te best, ben erg benieuwd naar de tuin.

Stadspark Sittard

Redelijk onbekend is mij het werk dat Dirk Tersteeg maakte voor de openbare ruimten. De boekwerken die ik raadpleeg voor mijn zoektocht hebben vooral het werk voor particulieren als uitgangspunt. Vandaar dat ik Paul en mezelf opgaf voor de Nederlandse-Tuinenstichting-wandelexcursie van 12 september 2015 naar de Geheime Tuinen van Sittard. Het mij onbekende Stadspark van Dirk Tersteeg stond op het middagprogramma. Verzameld werd er in het Mariapark dat geen park bleek te zijn. Ik schreef naderhand voor het Tuinjournaal het volgende bericht:

‘Normaal verzamelen zich bedevaartgangers in het gebouw Mariapark tegenover de basiliek van Sittard. Zaterdagmorgen 12 september stonden Peer Boselie en Dieneke Onderdelinden van de Werkgroep Geheime Tuinen echter klaar om NTs-donateurs te ontvangen met koffie en vlaai en erna een wandeling door onbekend groen. Peter Borsalie is stadsarchivaris en geestelijke vader achter het plan om de kleine groene oases rond het stadshart te revitaliseren en met een wandeling te verbinden. Hij is een enthousiast pleitbezorger en dat levert resultaat op. Gesloten tuinblokken rond de stadswallen zijn heropend, nieuw beplant en via borden wordt een verhaal verteld, zoals dat van de ongelukkige liefde in de Jardin d’Isabelle. De grote Ursulinentuin wordt een bezinningstuin, naast het Toon Hermanshuis ligt een roerende rozentuin voor kankerpatienten en hun naasten. Verderop wachten middeleeuwse volkstuinen en forten op hun nieuwe bestemming. Het was een wandelexcursie, perfect voorbereid door Marjorie Gisolf-Smit en Hetty Benschop van de Excursiecommissie, dus liepen we na de Geheime Tuinen door het Stadspark naar De Ophovenermolen waar we, -geen broodje kaas-, met een heerlijke warme lunch verrast werden, zuur vlees of lasagna, linzentaartje na. Intussen was Guy Limpens aangeschoven, landschapsarchitect en tevens stedelijk ontwerper in Sittard. Hij toonde de ontwerpen van Dirk Tersteeg uit 1921 voor het Stadspark en vertelde hoe het park er in fases kwam, de veranderingen erin, de bedreiging door bebouwing en vereenvoudiging van beplanting. Limpens richt nu zo authentiek mogelijk in de stijl van Versteeg het oorspronkelijke deel van het park opnieuw in. Op de wandeling erna door de verschillende sferen van het park, zoals de grote vijver, het oude zwembad, de cirkels en de vierkante vijver , zagen we nieuw en oud naast elkaar. Guy Limpens is een kundig verteller en fervent beschermer van het groene cultureel erfgoed. Langs lanen met fraaie tuinen, heggen en villa’s wandelden we naar Schtad Zitterd op de markt voor de afscheidsborrel, niet alleen voor deze excursie. Voot Hetty Benschop is dit het laatste seizoen, dankjewel Hetty, en Dieneke Onderdelinden treedt aan. Zaterdag 12 september, een actieve wandeldag langs onbekend groen Sittard.’

Tersteeg - De Hooge Vuursche
Tersteeg – De Hooge Vuursche

Voorkennis Stadspark Sittard

Het Stadspark is het enige park in Nederland met een officiële Rijksmonumentstatus. Op de site vind ik de volgende beschrijving (hier en daar fors ingekort):

Het Stadspark in Sittard, 1921-1933, is aangelegd in een gemengde tuinstijl met elementen van zowel een landschappelijke als formele aanleg. Het geheel, dat in een drietal fasen tot stand kwam, werd in het kader van de werkverschaffing gerealiseerd in opdracht van het gemeentebestuur van Sittard, naar een ontwerp van de tuin- en landschapsarchitect D.F. Tersteeg uit Naarden. In 1921 en 1922 werd het zuidelijke deel van de aanleg met roeivijver en de slingervijver gerealiseerd. In 1924-1925 kwam het noordelijke deel rond de eendenvijver en in 1927 het daarop aansluitende gebied ter hoogte van de kleine vijver gereed. In 1932 werd het ontwerp door Tersteeg aangepast met het oog op de inpassing van een zwembad in het nog braakliggende middengedeelte van het park. Tersteeg heeft de directie gevoerd over de uitvoering van het grootste gedeelte van het park. Het relatief smalle, langgerekte park is gesitueerd in een voormalig broek- en bronnengebied ten zuiden van de historische binnenstad, tussen de wijken Ophoven aan de westzijde en Kollenberg aan de oostzijde. De vijvers van het park onttrekken hun water aan de ter plekke aanwezige bronnen en wateren af op de Geleenbeek\Molenbeek.

John Bergmans reduceerde beplanting van Dirk Tersteeg

In de jaren vijftig trof de tuin- en landschapsarchitect J. Bergmans van de gemeente Sittard voorbereidingen voor een restauratie die nooit tot uitvoering is gekomen. Wel reduceerde hij de beplanting in het stadspark aanzienlijk. In 1983 werd het noordelijke parkdeel onder supervisie van de gemeentelijke plantsoenendienst conform het oorspronkelijke ontwerp van D.F. Tersteeg in de oorspronkelijke staat teruggebracht; diverse bouwkundige elementen in het park werden vernieuwd, vervangen of gerestaureerd. In 1994-1995 werd, na de gedeeltelijke sloop van het voormalige zwembad van stadsarchitect G.H.H. Cuijpers, het middendeel van het park heringericht naar een ontwerp van tuin- en landschapsarchitect G. Limpens van de gemeente Sittard. Als gevolg van deze herinrichting kreeg het middendeel van het park de functie van een theatervormig evenemententerrein, waarbij de resterende fa¿ade van de zwembadentree als entree én podium voor genoemd terrein is gaan functioneren.

Tersteeg - Flora 1925 (Noord Hollands archief)
Tersteeg – Flora 1925 (Noord Hollands archief)

Het Stadspark Sittard kenmerkt zich door een wisselende toepassing van landschappelijke en formele parkelementen, in combinatie met bouwkundige elementen als keermuren, zitbanken, trappen en beelden. De boom- en heestergroepen zijn zodanig geplaatst, dat zij ruimten vormen met lange  doorzichten en een coulissenwerking creëeren. Elementen als waterlopen en lange ruimten worden optisch vergroot door de uiteinden te verbergen, waardoor de suggestie van voortzetting buiten de zichtwijdte wordt opgeroepen. Aan de uiteinden van diverse zichtlijnen zijn schaalelementen geplaatst, zodat de afstand geschat kan worden. De grasvelden zijn grotendeels geschulpt aangelegd, de bomen in het gras staan veelal op een kleine verhoging.

Het ZUIDELIJKE parkdeel, daterend uit 1921-1922, werd ingericht als roeivijver met een rondwandeling. Aan de noordzijde van de roeivijver, in het midden van de zichtas over de vijver, is een zitbank geplaatst. Op de aanlegplaats aan de oostzijde was het nooit gerealiseerde paviljoen gepland. Achter deze aanlegplaats, aan de oostzijde van de Vijverweg, werden de slingervormige kleine vijver met rondwandeling en enkele grasvelden aangelegd. Het omgrenzende wandelpad liep in zuidelijke richting door tot aan het snijpunt van Molenweg en Vijverweg. Aan de zuidzijde van de roeivijver was een tweetal zitbanken en een klein grasveld voorzien. De westelijke afgrenzing van het zuidelijke parkdeel wordt gevormd door de Molenweg. In de aanleg van het zuidelijke parkdeel zijn de Ophovener Watermolen op de Geleenbeek uit 1716 en de stuwsluis met brug bij de afsplitsing van de Molenbeek (oudst bekende vermelding 1543, gerestaureerd in 1752) als belangrijke gezichten bij het ontwerp betrokken. Zowel de watermolen als de stuwsluis zijn van rijkswege beschermd. De beplanting van het zuidelijke parkdeel, inclusief de aanleg rond de slingervijver, bestaat voornamelijk uit solitaire eiken, kastanjes, elsen en rhododendrongroepen.

Het NOORDELIJKE parkgedeelte, 1924-1925, met uitbreiding uit 1927, heeft een drietal samenstellende onderdelen. Aan de noordzijde, bij de Agricolastraat, bevinden zich de hoofdentree en een eendenvijver, die vanaf het Julianaplein een lange zichtlijn over het water hebben, die tevens als symmetrie-as fungeert. Aan het einde van de zichtlijn stond oorspronkelijk een obelisk, thans een sculptuur. De hoofdentree bestaat uit een aantal bakstenen traptreden midden in de zichtas, geflankeerd door een aantal zitbanken achter een bakstenen keermuur, die aan de noordzijde aan het oog worden onttrokken door een rozenaanplant. De eendenvijver is rechtlijnig en symmetrisch van opzet, heeft een versmalling aan de zuidzijde en waterafvoeren aan de zuidwest- en zuidoostzijde.

De vijver heeft bakstenen keermuren met ijzeren leuningen op betonnen basementen. Het metselwerk van deze keermuren kenmerkt zich door het smalle formaat van de baksteen, de brede terugliggende horizontale voegen en de smalle verticale voegen. Deze keermuren versmallen aan de bovenzijde. De zichtas naar de sculptuur bezuiden de eendenvijver (de zogenoemde “berg”) wordt geaccentueerd door de kleurstelling van de flankerende en omgevende aanplant. Aan weerszijden van eendenvijver en sculptuur bevinden zich geschulpte grasvelden en een patroon van zowel rechtlijnige als geboogde paden. Het tweede deel van de noordelijke aanleg bestaat uit een speelweide omgeven door een bijna cirkelvormige rondwandeling en is voorzien van een tweetal zichtassen. Één zichtas in west-oostrichting, tussen de kleine vijver en de zitbanken aan de Vijverweg; de tweede zichtas bevindt zich in noord-zuidrichting, tussen de zitbanken aan de noord- en zuidzijde van de speelweide. De noordelijke aanleg werd aan de zuidzijde afgesloten door een inmiddels verdwenen spiegel- annex lelievijver, die ter plekke de gehele breedte van het park tussen de beek en de Vijverweg besloeg.

Het geplande maar nooit gerealiseerde tuincasino aan de oostzijde van de Vijverweg, in de toenmalige tuin van de Hoeve Bergerhof, was voorzien in de symmetrie-as van de lelievijver. Het overtollige water van het noordelijke parkdeel vloeide oorspronkelijk naar de beek via een systeem van afwateringssloten dat thans verdwenen is. De beplanting van het noordelijke parkdeel bestaat uit boomgroepen en solitaire bomen. Een rijk assortiment van onder meer geelhout (Cladastrus lutea), Perzische eik (Quercus macranthera), es (Fraxinus excelsior Diversifolia), moerascypres (Taxodium distichum), rode pavia (Aesculus pavia Atrosanguinea) en moeraseik (Quercus palustris). Ten aanzien van de heesters zijn er in de vorm van vakbeplanting onder andere hortensia’s, rhododendrons, azalea’s en rozen.

De ensemblewaarden van het Stadspark zijn zeer aanzienlijk

Het MIDDENGEDEELTE van het park was oorspronkelijk voorzien als wandelgebied met vele vloeiend gesitueerde wandelpaden, laantjes, boom- en heestergroepen. Dit plan werd echter niet gerealiseerd. Ter plaatse werd in 1932-1933 het zwembad aangelegd. Bij de reconstructie van 1994-1995 zijn – in het streven naar een naadloos inpasbaar eigentijds ontwerp en het realiseren van een verwijzing naar de architectuur van het voormalig zwembad – de aanzetten van de perifere wandelpaden grotendeels in stand gebleven en werd de gevel van het voormalige zwembad, op een verhoogd terras, bewaard. In het ontwerp fungeert deze gevel als poort naar het nieuwe middendeel en brengt een scheiding aan tussen straat en park. Het verhoogde terras is het podium van dit parkdeel, dat door het grote geschulpte grasveld het karakter van een theater heeft. Gezien de ruimtelijke opzet van dit nieuwe middengedeelte bestaat de middels gras (gazon) beperkte beplanting slechts uit enkele boomgroepen met onder meer Vleugelnoten (Pterocarya), Amberbomen (Liquidambar), Magnolia, Valse Christusdoorn (Gleditsia) en Metasequoia’s. In de nabijheid van de zwembadgevel worden de paden begeleid door beukenhagen.

Het padentracee van het Stadspark Sittard, met wisselende breedten en profielen, is volledig gaaf. De meeste zitbanken zijn vernieuwd. Aan de noordwestzijde van het park, bij de Molenbeek, bevindt zich nog een oorspronkelijke zitbank met siermetselwerk op de flankerende dwarsmuren. Alle afwateringssloten van het park zijn verdwenen. De omgrenzing van het parkmonument staat aangegeven op de bij de bescherming behorende kaart. Waardering Het stadspark van Sittard is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een landschappelijke en typologische ontwikkeling en tegelijkertijd van een sociaal-economische ontwikkeling: de werkverschaffing in de jaren dertig van de 20ste eeuw. De architectuurhistorische waarden van het park zijn groot en worden bepaald door het belang van het park voor de geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur in Nederland; door de toegepaste stijl; door de bijzondere plaats van deze grootschalige, openbare aanleg in het oeuvre van de tuin- en landschapsarchitect D.F. Tersteeg, wiens werk van nationaal belang is; door de esthetische kwaliteiten van diens ontwerp, door het bijzondere beplantingsplan van hoge dendrologische waarde en door de toepassing van tal van bouwkundige elementen in het ontwerp. De ensemblewaarden van het park zijn zeer aanzienlijk. Bij het ontwerp van het stadspark is de symmetrie-as van de stedenbouwkundige uitleg van het aangrenzende villapark rond het Julianaplein tot zichtlijn en symmetrie-as van het noordelijke parkdeel gemaakt.

Het park is vanwege de situering ten zeerste verbonden met de uitbreiding en ontwikkeling van Sittard, is van zeer groot belang voor het aanzien van de stad en beschikt over een historisch-ruimtelijke relatie met de Geleenbeek\Molenbeek en de drassige bodemgesteldheid ter plaatse. Het stadspark is in redelijk gave staat bewaard gebleven en is van zeer groot belang voor de structurele en visuele gaafheid van de stedelijke omgeving. Bovendien zijn gaaf bewaard gebleven stadsparken in Nederland een zeldzaam verschijnsel te noemen. Het stadspark van Sittard vertegenwoordigt een algemeen belang vanwege het geheel van voornoemde waarden.’ (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Zuiderlucht: Ontmoetingsplaats voor het volk

Bij verder onderzoek stuit ik op een artikel uit Zuiderlucht, cultureel maandblad van 31 oktober 2012. Titel: Renovatie Stadspark Sittard, Ontmoetingsplaats voor het volk. Daarin vertelt Edwin Santhagen over zijn renovatie van het Stadshart. Wie is Santhagen, wat is zijn opdracht en wie zijn opdrachtgever? Ik dacht dat Guy Limpens de regie had. Wie doet wat waar? Afijn, het artikel gaat als volgt: Landschapsarchitect Edwin Santhagens kreeg een bijzondere opdracht: maak een ontwerp voor de renovatie van het Sittardse Stadspark. Hij dook in de historie, verkende elke vierkante meter van het terrein en overlegde met ambtenaren en klankbordgroep. Nu heeft de Haagse architect voldoende munitie. ‘Dit
park moet in ieder geval een ontmoetingsplek voor iedereen worden.’ Om maar meteen een misverstand uit de wereld te helpen: het Stadspark van Sittard gaat niet ingrijpend
op de schop. “Nee, in grote lijnen verandert er niet veel,” zegt Edwin Santhagens als hij op een koude aprildag voor de zoveelste keer samen met zijn echtgenote Monique ‘een dagje Sittard’ doet. Omdat hij er moet overleggen, maar ook omdat ze een beetje verliefd zijn geworden op de stad en zijn park. “Stadspark Sittard is een van de weinige parken in Nederland met
de monumentenstatus. Renovatie is daarom gebonden aan strenge regels. Een verborgen juweel dat opgepoetst moet worden, niet vervangen.
Het is erfgoed van de beroemde Amsterdamse landschapsarchitect Dirk Tersteeg. In 1920 al heeft hij de lijnen uitgezet. Voor die tijd revolutionair. Geen park voor de elite, maar voor het volk. Om er te wandelen, te ontspannen, te spelen en te luieren. In die geest werkt Edwin Santhagens aan een ontwerp. Het is de bedoeling dat de gemeenteraad dit ontwerp ná de zomer behandelt. Hoe het park er precies gaat uitzien, kan en wil hij nog niet zeggen. ‘In ieder geval met veel respect voor de geschiedenis. En rekening houdend met de informatie en ideeën van de klankbordgroep. Die is samengesteld uit vertegenwoordigers van zeventien verschillende organisaties. Bijvoorbeeld de wijkplatforms, de vrienden van het park, de hengelsportvereniging en de historische verenigingen. We genieten geweldig van die bijeenkomsten. Ongelofelijk hoe creatief mensen zijn, hoe graag ze mee willen denken. Dan pas merk je hoe verknocht mensen zijn aan hún park. Santhagens, die ook betrokken was bij de herinrichting van Artis en het bekende Oosterpark in Amsterdam, wil na enig aandringen toch een paar tipjes van de sluier oplichten. ‘Het park is een beetje verslonsd. De oevers van de vijvers en de beek zijn beschadigd, hekwerk en meubilair staan scheef of zijn kapot. Bomen zijn omgewaaid en verdwenen. Sommige bomen zijn ziek en moeten gekapt worden. Het is dus vooral een kwestie van opknappen en herstellen. En veel nieuwe bomen planten. Net als bij het ontwerp van Tersteeg, veel verschillende soorten bomen. We hebben er meer dan 100 geteld. Verder moeten we meer doen met het water. Juist de Keutelbeek maakt dit park zo uniek. Tenslotte pleit Edwin Santhagens voor het inrichten van een theepaviljoen of caféterras. Liefst met speel-tuintje. ‘In het park moet ruimte zijn voor culturele evenementen. Ouders en grootouders moeten er een ijsje kunnen eten met hun kinderen of een kopje kof- fie drinken. Als er een uitvoering is, dan hoort daar een drankje en een hapje bij. Zo maak je een park tot een ontmoetingsplaats voor jong en oud.’

Dagblad Trouw: Monumentaal groen verdient extra aandacht

 Ik duik nog verder terug in de tijd en kom bij een artikel uit dagblad Trouw van 17-5-2010. Kop: Monumentaal groen verdient extra aandacht, Auteur: Andrea Holwerda Groen erfgoed is belangrijk voor een stad, maar het onderhoud is duur. Dankzij een nieuw subsidiepotje van het Rijk komt er extra geld beschikbaar. Dat is hard nodig, laat het Sittardse stadspark zien dat tussen 1921 en 1933 werd gerealiseerd. ‘Als je er nu rondloopt vertellen mensen vooral over hoe het vroeger was en wat een verschil dat is met nu.’’Daar stond ’ie”, zegt groen-adviseur Jules Sondeijker van de gemeente Sittard-Geleen-Born. „De 120 jaar oude moeraseik.” Hij wijst naar een iel boompje achter een rijtje rododendrons, omringd door een groot grasveld. „Die hebben we er voor in de plaats gezet. Een ongelofelijk verschil. De oude eik had jarenlang de ruimte om te groeien en was dus overweldigend groot. Maar de wortels waren verschimmeld, dus we móesten hem wel weghalen.”

De oude boom is de dupe geworden van het gebrek aan onderhoud aan het monumentale stadspark. „We hebben maar weinig monumentaal groen in Sittard, maar door de gemeentelijke herindeling – Sittard, Geleen en Born vallen nu onder één lokaal bestuur – is het park een beetje op de achtergrond geraakt. De aandacht ging naar andere dingen”, stelt Sondeijker. Als je iets wilt aanpakken, is dat namelijk een flinke aanslag op het gemeentelijke budget, stelt hij. „Het plaatsen van een nieuwe boom kost ongeveer 12.000 euro. Dat geld moet uit het algemene potje komen. Als je dan drie bomen moet vervangen, kun je het jaar erop niets doen.’ Toch kan je volgens Sondeijker niet blijven denken: er is nu geen geld voor. „Een park is een dynamisch iets. Als je het laat zitten, kost het na verloop van tijd alleen maar meer.” Het college heeft daarom inmiddels 500.000 euro voor het onderhoud van het park beschikbaar gesteld. Een werkgroep buigt zich nu over een plan van aanpak voor 2011.

Daarnaast wordt er gekeken of de gemeente aanspraak kan maken op het nieuwe subsidiepotje van het Rijk. Dat heeft onlangs 4 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de 1300 ’groene monumenten’ in Nederland. „Het was jarenlang ongelijk verdeeld, maar nu is het idee dat roodstenen-erfgoed niet zonder groen kan. Het is een wisselwerking”, stelt Ben de Vries van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Gemeenten kunnen een plan van aanpak indienen voor het onderhoud aan groen dat in het oorspronkelijke plan van de architect is genoemd, bijvoorbeeld een bomenrij.

Het besef dat groen belangrijk is voor de stad is in heel Nederland gegroeid, stelt onderzoeker Irini Salverda van kennisinstituut voor de groene leefomgeving Alterra. „Het staat steeds meer op de agenda van gemeenten.” Dat komt volgens haar onder meer omdat bewonersgroepen vaker hun stem laten horen. Daarnaast blijkt uit meerdere onderzoeken dat een stad via groen ook andere dilemma’s kan aanpakken. „Vroeger was het echt een sluitpost, een zachte waarde. Nu is onder meer gebleken dat overgewicht bij kinderen 15 procent minder is in een groene wijk.”

We moeten het stadspark de komende tijd in oude glorie herstellen, stelt Gerard van Heeswijk van de Sittardse afdeling van natuurorganisatie IVN. „Het is een prachtig park, waar veel mensen een band mee hebben. Maar als je er rondloopt vertellen mensen vooral over hoe het vroeger was en wat een verschil dat is met nu.”

Het stadspark Sittard werd tussen 1921 en 1933 gerealiseerd onder leiding van tuinarchitect Dirk Tersteeg. Mensen die geen werk hadden in de plaatselijke mijnen legden het groen aan. Aan het begin van het park werd een rechthoekige vijver gebouwd, in het verlengde van de woningen aan het Julianaplein. Zo zijn het park en de wijk met elkaar verbonden. Na de vijver gaat het park over in een slingerend landschap met heesterborders en boomgroepen.

Eind 2000 werd het groen als beschermd Rijksmonument aangewezen. Maar het heeft daarna dus nog niet de aandacht gekregen die een stadspark met zo’n status verdient, zegt Jules Sondeijker. „Zo laat je zaadlijsten in een klein park gewoon liggen, maar hier zou je ze liever weghalen. Daarnaast kan je het gras hier niet zo maaien als op andere plekken in de stad.”

Leon van den Heuvel van bewonersvereniging De Zonnewijzer vindt ook dat er wat moet gebeuren. „Ik werk aan huis en kom dus dagelijks in het park. Het is jammer dat de vijver is verweerd en de oude moeraseik is verdwenen. Die boom was echt magisch. Eerder was er een vaste groep mensen verantwoordelijk voor het onderhoud. Dat is nu niet meer en daardoor is het minder geworden.”

De aandacht is volgens groen-adviseur Sondeijker ’verwaterd’. En water is juist waar het park veel last van heeft. De wortels van een aantal van de 1300 monumentale bomen zijn gaan schimmelen, doordat het grondwaterpeil de afgelopen tijd fors is gestegen. Sondeijker: „De stijging komt onder meer door het sluiten van de melkfabriek in de buurt. Die onttrok met gemalen water van dit venige gebied. We wisten dat dat voor problemen zou zorgen, maar we wisten niet in welke mate en we hadden gewoon geen oplossing.”

Fotoalbum van Tersteeg
Fotoalbum van Tersteeg

Nu er geld voor het park beschikbaar is, staat het oplossen van het waterprobleem bovenaan het lijstje van groen-adviseur Sondeijker. Daarnaast zullen bijvoorbeeld de voetpaden worden aangepakt en zal er nieuw groen worden aangeplant. „Onder meer de vaste planten in de borders moeten worden vervangen. Daar is oneindig omheen geschoffeld en dat kun je duidelijk zien. Ze staan op een soort zandsokkel. Dat hoort niet.” Ook wil Sondeijker de trappen, banken en hekwerken van het park opknappen. ‘Tersteeg had in zijn oorspronkelijke ontwerp meerdere muurtjes en trappetjes staan. Die zijn heel typerend.’

Hij wijst naar een bankje bij de vijver. „Die staat op een stapeltje stenen waar duidelijk stukken van af zijn. Dat moeten we repareren.” Bij het opknappen van het park zullen de bewoners die om het park wonen binnenkort ook worden betrokken. Sondeijker: „We willen dat de buurt straks zegt: Dit is ons park.” De betrokkenheid is volgens de adviseur de afgelopen jaren al wel toegenomen. „Mensen komen er vaker, niet alleen voor een zondagse wandeling maar bijvoorbeeld ook op Koninginnedag of om te sporten.” De buurt heeft het park een paar jaar geleden al wat cadeau gedaan. Bewoner Van den Heuvel: „We hadden na een buurtfeest geld overgehouden en daar hebben we toen een koppeltje zwarte zwanen van gekocht.” Leuk voor jong en oud om naar te kijken en te voeren. „Alleen maken de kuikens van dit jaar wel ruzie met die van vorig jaar”, lacht Van den Heuvel. Tot zover dagblad Trouw (bron: De Persgroep Digital. Alle rechten voorbehouden).

5-gerritjan-deunk
Gerritjan Deunk

Geschreven door Gj Deunk

Meer van Gj Deunk bij Tuinenstruinen 

tsgw-logo-ovaal-2811

Naar de welkompagina

Tuin van de toekomst – Het veranderende klimaat en onze tuinen

Korte periodes met heftige regenbuien en lange periodes met extreme hitte of vorst. Tuinieren met deze omstandigheden vraagt veel onderzoek en aanpassingsvermogen van ons allemaal.

We zullen ons bewust moeten zijn dat de nieuwe omstandigheden een grote impact heeft op planten, zoals het tijdstip waarop planten blad krijgen, de bloeitijd en op welk moment er geoogst kan worden. Dit heeft ook een grote impact op het dierenleven in onze tuinen.

rhs_mar0038878

ZIEKE PLANTEN

Door extreme regenbuien en lange hitte zullen we ook rekening moeten gaan houden met plantenziektes die compleet nieuw voor ons zijn. Dit vraagt om veel research en andere manieren om deze te bestrijden. In een veranderend klimaat kan een mogelijke vloedgolf van nieuwe en bestaande organismen onze tuinen bereiken. Waarvan sommige potentiële ziekten en plagen zullen zijn.

Het (nieuwe) klimaat heeft zowel invloed op ziektes die er al waren evenals de ziektes die er nog bij komen. Droge zomers kunnen er ook voor zorgen dat ziektes die wij nu kennen zoals bijvoorbeeld meeldauw veel minder zal voorkomen. Plantenziektes die afhankelijk zijn van water om hun sporen te verspreiden zullen het moeilijk gaan krijgen in de zomer. Aan de andere kant zijn er veel plagen die zowel in droogte als hitte goed kunnen gedijen.

chatto-2
Gravel Garden Beth Chatto

PLANTKEUZE

Mediterrane planten zijn afkomstig van habitats die worden gekenmerkt door hete, droge zomers, matig natte winters en steenachtige grond. Klimaatscenario’s voorspellen warmere zomers met veel zonlicht, periodes van droogte en natte winters.Steeds vaker worden mediterrane soorten gepromoot als ideale tuinplanten. De vele overstromingen en kleiachtige grond welke wij op veel plekken hebben in Nederland zal niet bevorderlijk zijn voor een succesvolle teelt van deze planten.

Vaste (inheemse) planten  verbeteren het stadsklimaat, vragen minder onderhoud en zijn zeer aantrekkelijk voor bijen en vlinders. Een afwisselende beplanting, met veel verschillende soorten, heeft bovendien een positief effect op het welzijn van mensen.

Openbaar groen kan dankzij langlevende (vaste) planten dus kleurig, ecologisch waardevol én onderhoudsvriendelijk worden. Doordat een aantal kwekers in de vorige eeuw zijn overgegaan tot het kweken van inheemse planten hebben veel tuiniers deze planten (vaak onbewust) al langere tijd in hun tuinen staan.

Een kleurige uitstraling, verrijking van het openbaar groen en lage beheerskosten.  Ze komen elk voorjaar weer op om opnieuw te groeien en bloeien. Sommige soorten zijn wintergroen of hebben een fraai wintersilhouet. Een beplantingsplan dat uit langlevende  planten bestaat is daarom heel geschikt voor bijna alle situaties waar een fraaie, maar sterke beplanting gewenst is. Bijvoorbeeld bij: verhoogde plantvakken, boomspiegels, bermen, parken en rotondes.

chatto-4
Gravel Garden Beth Chatto

Gelukkig is er ruime keuze. Geschikte soorten zijn onder andere vetkruid (Sedum ‘Herbstfreude’), gele zonnehoed (Rudbeckia), vrouwenmantel (Alchemilla), herfstanemonen (Anemone), Kalimeris, duizendknoop (Persicaria), brandkruid (Phlomis) en kattenkruid (Nepeta). Als wintergroene bodembedekkers kan gekozen worden uit bijvoorbeeld dikkemanskruid (Pachysandra), schoenlappersplant (Bergenia), ooievaarsbek (Geranium macrorrhizum) en kruipend vetkruid (Sedum spurium). Sterke siergrassen voor openbaar groen zijn lampenpoetsersgras (Pennisetum), pijpenstrootje (Molinia), zegge (Carex) en prachtriet (Miscanthus).

Het is dus duurzaam om voor inheemse planten te kiezen, echter planten die voorkomen in soortgelijke omstandigheden in andere delen van de wereld zoals bepaalde regio’s in Noord Amerika kunnen ook worden toegepast.

img004

In Nederland heeft 70% van de woningen een tuin, tuiniers kunnen dus een grote rol gaan spelen in het watermanagement. In feite is het kinderlijk eenvoudig om één of meerdere elementen in uw tuin aan te brengen. Bij veel gemeenten kan subsidie worden verkregen.

Een REGENTUIN op zich bestaat voor gemeenten (nog) niet. Voor bepaalde onderdelen van de regentuin kan men wel subsidie aanvragen, zoals voor; het groendak, een muurtuin of zelfs voor een regenton. Het is zeker de moeite waard om bij uw gemeente te informeren.

Regentuin in het publieke domein
Regentuin in het publieke domein

RUNOFF-EFFECT

Groendaken, muurtuinen, verhoogde borders etc. kunnen een grote rol spelen in watermanagement in vooral stedelijke gebieden. Het zijn juist deze gebieden die voor ongeveer 40/50 % van het oppervlak uit daken bestaan.

Gemiddeld 75 % van de regenval in stedelijke gebieden wordt zo snel mogelijk afgevoerd omdat de oppervlaktes bestaan uit asfalt, beton en dakbedekking, in een groen gebied is dit slechts 5 %. Steeds vaker zorgt hevige regenval in stedelijke gebieden voor problemen zoals overstromingen door te zware belasting van het rioleringssysteem.

rainproof-hoveniers-folder-pdf
VHG en Amsterdam Rainproof hebben een folder gemaakt over de regentuin. Bekijk de folder (.pdf) hier.

De snelheid waarmee het water van gladde oppervlaktes, zoals dakbedekking, asfalt, beton, richting het drainage of rioleringssysteem vloeit wordt gemeten in het runoff-effect. Bij een standaard dak is dit al snel rond de 80%, bij een groendak met een substraat van 5 cm is dit 40% en bij een groendak met 15 cm substraat is dit 50%. Dit is een aanzienlijk verschil!

chatto-3
Gravel Garden Beth Chatto

WATER IN GOEDE BANEN

Het watermanagement in en rond onze woning of kantoor kunnen we meedere elementen toepassen, naast het groendak kan dit ook een muurtuin, verhoogde border, vijver of bioswale (een greppel met beplanting) zijn. Wanneer er meerdere van deze elementen worden toegepast spreken we van een: SUDS, Sustainable Urban Drainage System.

Groendaken, en groen in het algemeen, kunnen ook een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van het stedelijk klimaat. Doordat kale daken de warmte van het zonlicht vasthouden, er tussen bebouwing minder wind waait en auto’s, fabrieken en airconditioning restwarmte afgeven stijgt de temperatuur in een stad snel, dit wordt het Urban Heat Island Effect genoemd.

In het volgende artikel gaat het over de plantkeuze.

cropped-tsgw-logo-14-092.png