Harry Pierik’s Verborgen Stadstuin Zwolle Open Tuindagen

Datum evenement: 14 en 15 april, 9 juni en 10 juni, 25 en zo 26 aug. alle open dagen van 10 .00 – 17. 00 uur.

image001

Omschrijving evenement: 14 en 15 april: Lenteweekend in de verborgen stadstuin te Zwolle.
Proef de lentesfeer van bollen en bloesem in de verborgen stadstuin van Harry Pierik.
In deze uniek vormgegeven, paradijselijke tuin is een grote verscheidenheid aan planten te zien.

image002

9 en 10 juni: zomerweekend in de verborgen stadstuin van Harry Pierik. De tuin om je heen verandert als je er door wandelt. Verdiepte paden slingeren in vloeiende lijnen door het gras, onder oude fruitbomen en langs diverse borders die als eilandjes en schiereilandjes van weelderige veldboeketten uit donkere achtergronden op doemen. Deze eilandjes geven het effect van een caleidoscoop, terwijl je er door en om heen loopt wisselen de perspectieven en coulissen.

image003
Nazomerweekend: 25 en 26 augustus

25 en 26 augustus: Nazomerweekend in de verborgen stadstuin te Zwolle
Geheimzinnige paadjes leiden je in de verborgen stadstuin van Harry Pierik naar bloembedden die als veldboeketten opdoemen uit het gras.
Proef de ietwat tropische sfeer en het rijpe groen dat baadt in het nazomerlicht.

Contactinformatie voor bezoekers: De Verborgen Stadstuin van Harry Pierik
Assendorperstraat 178
8012CE, Zwolle
038 4220564
entree €3,00

E-mail: mail@tuinharrypierik.nl

Website: http://www.tuinharrypierik.nl

Bekijk hier de TUINAGENDA

Harry Pierik: SECRET GARDEN ZWOLLE (2)

Gevelgroen op onverwachte plekken, aanleg en onderhoud.

(Bekijk hier deel 1)

In opdracht van de gemeente Zwolle ontwierp ik in 2017 ruim veertig geveltuintjes in de binnenstad. Deze groene stroken zijn samen met het gemeentelijk groenonderhoud (ROVA) ingericht tegen gevels van allerlei stegen en straatjes in het Broerenkwartier aan weerszijden van de Diezerstraat en op Het Eiland.

1
2017, geveltuin Korte Smeden op Het Eiland, bijna een jaar na aanleg. Warme kleuren afgewisseld met grijsblauw, contrast en eenheid met de hardstenen puien van het winkelpand. Rechts vooraan staan o.a. Persicaria amplexicaulis ‘Blackfield’ en Festuca glauca ‘Elija Blue’, daarachter, tegen de hardstenen pui de wintergroene hemelse bamboe Nandina domestica die koperkleurig jong blad krijgt. Na de witte bloemetjes verschijnen trossen met rode bessen, die de hele winter aan de struik blijven zitten. De auberginekleurige bodemkruiper verderop vooraan over de rand van cortenstaal is Ajuga reptans ‘Black Scallop’.

De naam Secret Garden staat voor het verrassingselement van deze geveltuinen op soms totaal onverwachte en verborgen plekken en is bedacht door stedelijk beheerder beplanting Tsjerk Jelsma.

2
2016, Korte Smeden hier nog zonder geveltuin.

Hoe worden deze tuintjes gemaakt? Nadat de contouren met krijt op de stoep zijn getekend, volgt het straatwerk. Stenen en zand eruit en daarna wordt er een solide kantafsluiting van betonbandjes aangebracht, stijlvol afgewerkt met een veegwagenbestendige hoes van COR-TEN-staal.

3
2016, de Nieuwstraat zonder geveltuin met op de achtergrond een deel van de stadsmuur

 

4
De Nieuwstraat, bijna een jaar na aanleg. Met helemaal vooraan Thuja occidentalis ‘Brabant’, die regelmatig geschoren wordt en zo qua vorm en textuur een contrast vormt met het glanzende blad van zijn buurman Magnolia grandiflora ‘Little Gem’. Daarvoor de wintergroene varen Dryopteris erythrosora, en verderop de lichtgroene blaadjes van Lonicera nitida ‘Baggesen’s Gold’. Meer daarachter Mahonia ‘Media’, Hydrangea paniculata ‘Lime Light’ en Nandina domestica , omringd door Persicaria amplexicaulis ‘Dikke Floskes’, diverse geraniums en wintergroene grassen. De grotere heesters worden schuin oplopend gesnoeid, de vorm heeft dan iets van een steile groene helling tegen de muur.

Minstens veertig centimeter diepe, rulle tuinaarde, vermengd met bentoniet, staat garant voor groei en bloei op de meestal zanderige ondergrond tegen de gevels. Vervolgens zet ik alle potjes op de juiste plek en planten de binnenstadtuinlieden van de ROVA, Gert Bruggeman en Bennie Herbrink, alles erin.

5
2016, Drie Pistolengang op Het Eiland, zonder …

6

Maart 2017, Drie Pistolengang, Het Eiland, de geveltuin is net ingericht.

Oktober 2017, Drie Pistolengang, Het Eiland, geveltuin ruim een half jaar na inrichting.
8
Drie Pistolengang, Het Eiland. Geveltuin op het noorden. Mahonia eurybracteata ‘Soft Caress’ geflankeerd door Fuchsia ‘Mrs Popple’. Op de voorgrond links en rechts het bladverliezende gras Haconechlea macra ‘Allgold’, zonder groene middenstreep, daarnaast links van het midden o.a. de compacte Fuchsia ‘Tom Thumb’ en Pulmonaria ‘Opal’. Uiterst rechts vooraan het bruine blad van Heucherella ‘Art Deco’.

Al deze tuintjes krijgen water uit een tankwagen. De grond wordt van te voren stevig, maar voorzichtig, aangedrukt zodat er een ringvormig geultje rondom de nieuwe aanplant ontstaat. Zakt het water meteen weg, dan moet de bodem opnieuw iets worden aangedrukt, tot het water een poosje blijft staan en langzaam door de bodem wordt opgenomen. Zo kan de vochtige grond om de haarwortels slibben. Daarna wordt uiteraard geen water gegeven zolang de aarde vochtig is.

9
Enkele potjes met heesters zijn door mij uitgezet in de Broerenstraat. Het is handig om eerst de grotere heesters te planten, vervolgens kunnen de kleinere planten aanvullend op hun plek worden gezet.

 

10
Voorman van de ROVA in de binnenstad, Gert Bruggeman, plant het door mij uitgezette groen in een geveltuin in de Spiegelstraat.
11
Geveltuin in de Spiegelstraat net na de inrichting. Links de winterharde Toscaanse jasmijn Trachelospermum asaticum ‘Star of Toscane’. Daarnaast de grote lancetten van het kwartjesblad Aspedistra elatior en wintergroene varens en grassen. Rechts Nandina domestica.

Om onkruidgroei in te dammen en om de structuur van de grond te verbeteren, maar vooral om het bodemleven te stimuleren, wordt er compost tussen de verse aanplant uitgestrooid. Dit mulchen geeft allerlei voordelen want het levert niet alleen een barrière tegen ongewenste zaailingen op maar zorgt ook voor minder zonlicht op de bodem, waardoor het voor ‘onkruid’ moeilijker wordt om daar te ontkiemen.

12
April 2017, pas aangelegde geveltuin in de Broerenstraat.

Onder die mulchlaag krioelt het van allerlei voor planten waardevolle schimmels, bacteriën en eencellige diertjes. Deze micro-organismen nemen mineralen en voedingsstoffen tot zich en maken uit organische mest en bladresten voedingsstoffen vrij die op hun beurt weer onmisbaar zijn voor de beplanting. Bijkomend voordeel is dat de bodem onder een laagje mulch over het algemeen ’s zomers minder uitdroogt en in de winter wat meer warmte vasthoudt.

13
Kersverse aanplant tegen een gevel in de Spiegelstraat met veel wintergroen. Onder andere met Nandina domestica, de winterharde Toscaanse jasmijn Trachelospermum asaticum ‘Star of Toscane’, het kwartjesblad Aspedistra elatior en wintergroene grassen. De hoes van COR-TEN-staal staat niet op deze foto maar is hier inmiddels aangebracht.

Het onderhoud vindt plaats op een aantal middagen per jaar met een enthousiaste groep vrijwilligers. Onder mijn leiding wieden en knippen zij al deze geveltuintjes. We verzamelen het groenafval in zakken die door de ROVA worden opgehaald voor recycling.

14
Mandjesstraat, een jaar na inrichting. Links vooraan het bladhoudende heestertje Sarcococca confusa dat in de winter heerlijk geurend bloeit, daarnaast het zilverwit gevlekte longkruidblad van Pulmonaria saccharata ‘Reginald Kaye’, dan Liriope muscari ‘Moneymaker’ met lichtpaarse trosjes die doen denken aan de bloemen van Muscari, het blauwe druifje; vandaar de soortnaam. Daarachter de compacte Fuchsia ‘Tom Thumb’ met Geranium ‘Jolly Bee’ (ach ja, das waar ook, die moet nu ‘Rozanne’ worden genoemd). Het glanzende blad op de achtergrond is van Magnolia grandiflora ‘Little Gem’.

Door te wieden laten we de aarde zoveel mogelijk met rust zodat het bodemleven nauwelijks wordt verstoord. Naarmate de planten uitgroeien zal het onderhoud steeds meer bestaan uit zeer specifiek snoei- en knipwerk, wat sowieso een wezenlijk onderdeel van groenvormgeving is.

15
Vrijwilligers bezig met het onderhoud aan de geveltuin in de Korte Smeden. Vooraan Fuchsia ‘Whiteknight’s Pearl’, Kalimeris incisa ‘Blue Star’ en de donkerrode aartjes van Persicaria amplexicaulis ‘Blackfield’. Over de rand van COR-TEN-staal groeit het schapengras, Festuca glauca ‘Elijah Blue’. Tegen de hardstenen pui staat de tamelijk transparante Nandina domestica.

Planten die in de breedte uitstoelen knippen we nu en dan zorgvuldig ‘bij’ zodat er voldoende ruimte overblijft voor de buurplanten, waardoor de rijke schakering van het bloembed zo veel mogelijk intact blijft. Daarbij kies ik telkens welke ‘hoofdrolspelers’, hoewel passend ingebed in allerlei onmisbare ‘bijrollen’, zoveel mogelijk worden vrijgehouden. Om een voorbeeld te noemen: contrastrijke begeleiders, als het donkerbladige zenegroen Ajuga reptans ‘Black Scallop’ en het grasachtige blad van de zwarte slangenbaard Ophiopogon planiscapus ‘Niger’, houden we in toom ten gunste van de blauwe, laagblijvende jeneverbes, Juniperus squamata ‘Blue Star’.

16
Korte Smeden. Vrijwilligers aan het wieden onder andere tussen Geranium ‘Sandrine’, de purperen magenta doorbloeier met donker hart. Daartegenaan spreidt Pulmonaria ‘Diana Clare’ haar zilveren bladeren met een grijsgroene echo van Pulmonaria ‘Opal’ en helemaal vooraan Pulmonaria ‘Majesté’ en de gele dovenetel Lamiastrum galeobdolon ‘Herman’s Pride’. Tussen het auberginekleurige zenegroen staat het vrij te houden blauwgroene jeneverbesje Juniperus squamata ‘Blue Star’.

Om geen groene Tsunami te krijgen het van wezenlijk belang met name de heesters zo bij te houden dat er een soort groene helling of bosrandopbouw ontstaat. Dit bereik je door met zekere regelmaat de beplanting piramidaal, richting muur, op te snoeien.

Bekijk hier deel 1

Alle columns van Harry Pierik bij tuinenstruinen.org op een rij.

De website van Harry Pierik.nl

 

Harry Pierik: SECRET GARDEN ZWOLLE (1)

Gevelgroen op onverwachte plekken.

Variatie in groen vermindert de aanmaak van stresshormonen en bevordert positieve gevoelens, kortom: groen maakt gelukkig. Groen borgt afwatering, vermindert hitte, verhoogt soortenrijkdom, ofwel biodiversiteit, en is dus van levensbelang, zéker midden in de stad.

1
Brede geveltuin aan de Korte Smeden, een jaar na aanleg. Links op de voorgrond o.a. Geranium ‘Sweet Heidy’ van Marco van Noort uit Warmond; daardoorheen groeit de winterharde Fuchsia ‘Cloverdale Pearl’, lichtroze met witte rokjes. Iets daarachter, meer tegen de winkelgevel, bloeien de zalmroze bloemetjes van Geranium oxonianum ‘Wargrave Pink’. Helemaal vooraan het blad van Heuchera ‘Caramel’, waarvan vaak wordt beweerd dat ie qua kleur moeilijk te combineren valt met andere planten (…). De zilvertinten van Brunnera macrophylla ‘Seaheart’ en Pulmonaria ‘Diana Claire’ en het grijsblauw van het zwenkgras Festuca glauca ‘Elija Blue’ passen bij de hardstenen plinten van de winkel en vormen een contrast met het donkere blad van het zenegroen Ajuga reptans ‘Black Scallop’, de slangenbaard Ophiopogon planiscapus ‘Niger’ en Heucherella ‘Art Deco’. Wintergroen zijn hier o.a. Carex oximensis ‘Eversheen’ (groene zegge met gele middenstreep over de lengte van het blad) en ‘Everillo’ (zegge met effen lichtgroen blad), Liriope muscari ‘Moneymaker’, de compacte hemelse bamboe Nandina domestica ‘Gulf Stream’ en de herfstvaren Dryopteris erythrosora.

Kunnen strookjes van slechts enkele decimeters breed, tegen muren, een wezenlijke bijdrage leveren aan de vergroening van een stenenrijke omgeving? Oók daar waar telkens elk kruimeltje aarde en elk snippertje groen op het offerblok van opbrengst en doelmatigheid wordt gelegd?

2
Drie Pistolengang. Geveltuin op het noorden, ongeveer een jaar na inrichting. Mahonia eurybracteata ‘Soft Caress’ geflankeerd door Fuchsia ‘Mrs Popple’. Op de voorgrond links het in de winter bladverliezende en in de herfst bruingele gras Haconechlea macra ‘Allgold’ (zonder groene middenstreep), daarnaast o.a. Ajuga reptans ‘Black Scallop’ de compacte Fuchsia ‘Tom Thumb’ en Pulmonaria ‘Opal’.
3
Drie Pistolengang op Het Eiland, geveltuin tegen een donkere muur op het noorden. Kleurrijk met een variatie aan wintergroene heesters, varens en grassen, afgewisseld met diverse winterharde fuchsia’s, waaronder de grootbloemige Fuchsia ‘Mrs Popple’. Rechts tegen de muur groeit de bladhoudende struikkamperfoelie Lonicera nitida ‘Baggesen’s Gold’. De grassen zijn hier vertegenwoordigd door de wintergroene zegge Carex oximensis ‘Eversheen’ en de bladverliezende Haconechlea macra ‘Aureola’, beide met groene middenstreep, maar net even verschillend. Het roze geraniumpje rechts vooraan is G. nodosum dat rijk bloeit in de schaduw en het ook nog behoorlijk goed doet op wat drogere plekken.

In opdracht van de gemeente Zwolle mocht ik het afgelopen jaar in de binnenstad ruim veertig geveltuintjes ontwerpen. Deze groene stroken zijn in samenwerking met het gemeentelijk groenonderhoud (ROVA) ingericht tegen gevels van allerlei stegen en straatjes in het Broerenkwartier en dan met name aan weerszijden van de Diezerstraat en op Het Eiland.

4
Brede geveltuin aan de Nieuwstraat, een jaar na aanleg. Rechts Choisya ‘White Dazzler’ met daardoorheen de uit Nieuw Zeeland afkomstige – en zeker in de stad winterharde – klimmer en wever Muehlenbeckia axillaris. Daarboven enkele takken met smalle lancetvormige bladeren van de immer groene, elke winter heerlijk geurend bloeiende, struikkamperfoelie Lonicera standishii ‘Budapest’. Daarnaast de kransbladige, hulstachtige Mahonia ‘Media’, die in de late herfst of vroege winter bloeit met gele trossen die rijkelijk Lelietje-van-dalengeur verspreiden.  In het midden, tegen de grijze bakstenen pui, de blauwe jeneverbes Juniperus squamata ‘Meyeri’ met haar doffe coniferentextuur en pal daarnaast Magnolia grandiflora ‘Little Gem’ met glanzend wintergroen blad. Meer op de achtergrond, Nandina domestica en de pluimhortensia Hydrangea paniculata ‘Lime Light’, omringd door Persicaria amplexicaulis ‘Blackfield’ en ‘Dikke Floskes’, allerlei geraniums en wintergroene grassen.  Helemaal vooraan de grijsgroene bladeren met crèmekleurige rand van Hosta ‘Valley’s Sushi’ gewonnen door de Zwolse hostaveredelaar Jeroen Linneman (HostaValley) en daarnaast de compacte Nandina ‘Firepower’. Diverse heesters in deze strook kunnen minstens twee meter hoog worden.
5
Geveltuin aan de Pijpebakkersstraat op Het Eiland. Op de voorgrond de niet woekerende gele dovenetel met filigrainblad, Lamiastrum galeobdolon ‘Herman’s Pride’; daartussen enkele glanzende blaadjes van Cyclamen coum, die in de prille lente bloeit. Daarachter Haconechlea macra ‘Aureola’ en de donkerrood uitlopende blaadjes van Nandina domestica ‘Obsessed’ met een echo van het koperkleurig ontluikende blad van de wintergroene herfstvaren Dryopteris erythrosora en wat verderop dat van Nandina domestica ‘Gulfstream’. Beide hemelse bamboes blijven compact en zijn alleen al daardoor zeer geschikt om toe te passen in een geveltuin. Rechts in het midden o.a. Geranium ‘Sweet Heidy’, een selectie van vaste plantenkweker Marco van Noort, die hij naar zijn vrouw noemde. . Tegen de muur staan de enige echt winterharde Toscaanse jasmijn Trachelospermum asaticum ‘Star of Toscane’ en de bladhoudende struikkamperfoelie Lonicera nitida ‘Baggesen’s Gold’.

Stedelijk beheerder beplanting, Tsjerk Jelsma, bedacht voor dit project de naam Secret Garden, wat staat voor het verrassingselement van deze onderling verschillende geveltuinen op soms totaal onverwachte en verborgen plekken.

6
Op de achtergrond van links naar rechts, met glanzend lichtgroen en geurend blad, Choisya ternata ‘Sundance, dan Fuchsia ‘Cloverdale Pink’ in knop, die hier ten dele voorover hangt en waar Geranium nodosum doorheen groeit. Op de voorgrond o.a. Heuchera ‘Caramel’, Pulmonaria ‘Diana Claire’ en ‘Opal’, Lamiastrum galeobdolon ‘Herman’s Pride’, de stengelloze sleutelbloem Primula vulgaris en het Kaukasische vergeet-mij-nietje Brunnera macrophylla ‘Seaheart’, hier en daar afgewisseld met bodembedekker Soleirolia soleirolii ‘Aurea’, het lichtgroene slaapkamergeluk.

Elk perk is een, zorgvuldig gecomponeerde, rijk gedetailleerde eenheid in vorm, textuur en kleur van bloem, blad, schub of bes; alle seizoenen mooi en met een natuurlijke uitstraling. Hoe langer je kijkt, hoe meer details je ziet. Er groeit hier een uitgebalanceerde afwisseling in bladhoudende en bladverliezende planten, met het accent op wintergroen, dat wel, want het is in de binnenstad. Zowel heesters als vaste planten, maar ook grassen, varens en kleine bolgewassen, ontwikkelen zich – waar de ruimte dat toelaat – tot iets wat doet denken aan gevarieerde bosrandjes tegen de gevels. Soortenrijkdom is hierbij het toverwoord. Uiteraard is deze manier van tuinieren ook gunstig voor bijen, vlinders en andere insecten; soms fladdert er een kleine vos door een van deze smalle, drukke winkelstraten.

7
Geveltuin aan de Korte Smeden op Het Eiland met links de geurende Choisya ‘White Dazzler’ in combinatie met Muehlenbeckia axillaris, daarnaast de hemelse bamboe Nandina domestica en Persicaria amplexicaulis ‘Blackfield’. Rechts van het midden de lichtroze Fuchsia ‘Whiteknight’s Pearl’, die menshoog gaat worden. Op de voorgrond o.a. de blauwe dwergjeneverbes Juniperus squamata ‘Blue Star’, het lichtgroene slaapkamergeluk Soleirolia soleirolii ‘Aurea’, het notenhoutachtige blad van Heucherella ‘Art Deco’, het blauwe zwenkgras Festuca glauca ‘Elija Blue’, de niet woekerende gele dovenetel Lamiastrum galeobdolon ‘Herman’s Pride’, Hosta ‘Halcyon’ en Brunnera macrophylla ‘Seaheart’ met haar stevige ronde bladeren, die hun kleur lang behouden.
8
Drie Pistolengang. Geveltuin op het noorden. Mahonia eurybracteata ‘Soft Caress’ geflankeerd door Fuchsia ‘Mrs Popple’. Op de voorgrond links het in de winter bladverliezende gras Haconechlea macra ‘Allgold’ (zonder groene middenstreep), daarnaast o.a. Pulmonaria ‘Diana Claire’,(de ‘moeilijk te combineren’…???) Heuchera ‘Caramel’, Ajuga reptans ‘Black Scallop’, de compacte Fuchsia ‘Tom Thumb’, Pulmonaria ‘Opal’ en de kleine vrouwenmantel Alchemilla erythropoda.
9
Close-up van de geveltuin aan de Pijpebakkersstraat op Het Eiland. Achter de band van cortenstaal o.a. Choisya ‘White Dazzler’, daarvoor de wintergroene glansschildvaren Polystichum polyblepharum, en helemaal vooraan de in de prille lente lichtgeel bloeiende stengelloze sleutelbloem Primula vulgaris, dan het donkere, glimmende blad van kruipend zenegroen Ajuga ‘Black Scallop’ en de nazomer- en herfstbloeier Cyclamen hederifolium, sterk contrasterend met oplichtende Soleirolia soleirolii ‘Aurea’. In het midden voor Nandina domestica ‘Obsessed’ en links daarvan het blad van een Helleborushybride, begint Liriope muscari ‘Moneymaker’ te bloeien.

In de volgende column zal ik meer laten zien en vertellen over de aanleg en het onderhoud van deze geveltuinen in hartje binnenstad van Zwolle.

HARRYPIERIK.NL

Bekijk hier deel 2

Rotonde aan de Wijheseweg te Zwolle door Harry Pierik

 

De gemeente Zwolle heeft een lange, groene traditie van wilde bermen door natuurlijk maaibeheer.

Wie vanuit deze stad richting Wijhe rijdt, ziet, nog net binnen de bebouwde kom, een rijk begroeide rotonde opdoemen. Bermen met grassen en inheemse planten flankeren deze weg en aangrenzende stroken bosjes en bomen onttrekken de huizen van Zwolle-Zuid voor een groot deel aan het zicht, wat het geheel een landelijke uitstraling geeft.

1
Midden in de rotonde. Geflankeerd door Pampasgras staan Molinia caerulea ‘Transparent’ en Deschampsia cespitosa, met links de inmiddels uitgebloeide Hydrangea arborescens ‘Annabelle’, het lichtgroene blad van Choisya ternata ‘Sundance’ en de witte bloemen van Anemone ‘Honorine Jobert’. Rechts de vuurdoorn Pyracantha ‘Soleil d’Or’ en de vaste zonnebloem Helianthus ‘Lemon Queen’

Het is dan ook niet toevallig dat grassen een hoofdrol spelen op deze rotonde. Daarnaast staan er veel verschillende vaste planten en heesters, vooral in lichtgroen en oranje. Dit zijn namelijk de logotinten van het nabijgelegen bedrijf Tuinland, de sponsor die deze rotonde heeft geadopteerd en mij de opdracht gaf voor het ontwerp.

2
Eind oktober. Pampasgras met links Anemone ‘Honorine Jobert’ en Buddleja davidi ‘Silver Anniversary’. In het midden de uitgebloeide Buddleja ‘White Ball’ met daarachter de oranjegele vuurdoorn Pyracantha ‘Orange Glow’. Op de voorgrond loopt het oranje wolfsmelk Euphorbia griffithii ‘Fireglow’ over in de pluimhortensia Hydrangea paniculata ‘Burgundy Lace’. Uiterst rechts de lichtgroene bladhoudende struikkamperfoelie Lonicera nitida ‘Baggesen’s Gold’, die ineen lijkt te vloeien met de bladverliezende heester Spirea x thunbergii.

Aangezien ik een lichte allergie heb ontwikkeld voor het planten in grote groepen of mono-vakken, en ook voor door heggetjes in gelijke parten verdeelde groene pizza’s, heb ik van deze rotonde een kleurrijke ‘heuvel’ trachten te maken met een diversiteit in structuur en textuur, maar bovenal met een natuurlijke uitstraling. Hoewel er veel grassen en vaste planten staan kun je deze rotonde, alleen al om het groot aantal hier toegepaste heesters, geen prairietuin noemen.

3
Juli, tweeënhalf jaar na aanleg. Links en rechts Cephalaria gigantea met haar bleekgele bloemen. Links vooraan de transparante halmen van ruwe smele, Deschampsia cespitosa. Rechtsachter Buddleja ‘White Ball’. In het midden Spirea japonica ‘Albiflora’, met links daarvan nog net zichtbaar Persicaria amplexicaulis ‘Orangefield’

Na het tweede jaar beginnen de meeste vaste planten en grassen tussen de heesters uit te dijen en uiteindelijk zullen ze vrijwel de hele bodem bedekken, zodat er steeds minder ruimte voor zaailingen overblijft.
Maar op allerlei plekken, verspreid over de hele rotonde, tref je wel kersverse, borstelige graspollen aan met donkergroene, soms door droogte ingerolde, sprieten. Dit zijn zaailingen van de ruwe smele.

4
Augustus, ruim tweeënhalf jaar na aanleg. Links Buddleja ‘White Ball’ met daarvoor o.a. de transparante stengels van de uitgebloeide Cephalaria gigantea. In het midden drie verschillende pluimhortensia’s: Hydrangea paniculata ‘Early Sensation’ en daarachter Hydrangea paniculata ‘Dharuma’ en de hier nog helderwitte Hydrangea paniculata ‘Lime Light’. Onderaan Thuja occidentalis ‘Rheingold’, met nog net in beeld, enkele bloemen van het lichtoranje bloeiende knolgewas Crocosmia ‘George Davidson’ en rechts achter de aren van het pijpestrootje, Molinia caerulea ‘Cordoba’ bloeit Helenium ‘Sahin’s Early Flowerer’. Rechts wat meer op de achtergrond lijkt Lonicera nitida ‘Baggesen’s Gold’ op te gaan in de bladverliezende heester Spirea x thunbergii

Dat ruwe zit ‘m in de bladranden en de driehoekige ribben op de bladschijf, die, bezet met minuscule stekeltjes, aanvoelen als een rasp. Bovendien bevat het blad veel kiezelzuur. Juist deze beide eigenschappen zorgen ervoor dat dit gras door grazers wordt gemeden en daarom wordt deze bint of bent, zoals boeren haar noemen, waar mogelijk, met wortel en al, uit de meeste weilanden verwijderd. Rupsen van allerlei vlinders, zoals zandoogjes en dikkopjes eten haar bladeren trouwens wel en ze is bovendien waardplant van de witkopgrasmineermot.

5-deschampsia
Eind oktober, drie jaar na aanleg, ruwe smele met lampionplant, Physalis alkekengi var. Franchetii. Op de achtergrond pampasgras, Cortaderia selloana ’Rosea’, daardoorheen schemeren de zilverwitte vrouwelijke bloemen van een pol Cortaderia selloana ‘Sunningdale Silver’, die verderop en wat lager staat.
6
Augustus, ruim twee jaar na aanleg.

Hoewel Deschampsia cespitosa zich uitzaait waar ook maar enigszins ruimte geboden wordt, is ze beslist geen wortelwoekeraar; haar wetenschappelijke achternaam, cespitosa, betekent namelijk zodenvormend. Dit omdat de buitenste halmen van de forse, maar compacte, bolronde horsten zich als uitlopers kunnen ontwikkelen, doordat er op de onderste knopen, zodra die met de aarde in contact komen, wortelgroei ontstaat.

7
Oktober, bijna twee jaar na aanleg, met vooraan diverse pollen ruwe smele.

Ruwe smele is zowel inheems als kosmopoliet. Ze gedijt in praktisch alle landen binnen de gematigde zone van Europa, Azië en Noord-Amerika én op Afrikaanse gebergten. Die verspreiding komt dus doordat ze voor vee praktisch oneetbaar is, maar bovenal door haar formidabele aanpassingsvermogen aan haar directe omgeving. De taaie wortels kunnen namelijk wel tot een meter diep gaan.

8
De rotonde is plantklaar gemaakt. Bij mijn eerste bezoek liepen er bandsporen overheen. Daarom zijn er in de rijrichting zware keien geplaatst zodat er niet over de jonge aanplant heengereden kan worden.

Misschien nog belangrijker is het vermogen van diezelfde wortels om luchtweefsel te ontwikkelen, waardoor ze zich kunnen beschermen tegen doornatte omstandigheden en bij verdichting van de bodem, bijvoorbeeld door overstromingen. Bovendien groeit Deschampsia cespitosa zowel in volle zon als in diepe schaduw; hoewel ze op donkere plekken praktisch nooit zal bloeien. En juist haar soms anderhalve meter hoge pluimen bieden de ingetogen schoonheid die haar zo geschikt maakt als luchtige toets in een bloembed.

9-foto-adriaan-holsappel
In het eerste jaar wordt er door de medewerkers van In Balans tussen de planten geschoffeld. Naarmate de planten groeien, zal het onderhoud meer en meer bestaan uit wieden en knippen. Foto: Adriaan Holsappel

Ze staat hier dan ook in vochthoudende grond en in de volle zon, of hooguit op een half beschaduwde plek met een paar uur zon per dag. Boven de tot vier decimeter hoge pol verrijzen vanaf juni de fijn vertakte, zacht glanzende bloempluimen die zich van zilverachtig groen, richting hoogzomer in goud- of bronstinten zullen ontwikkelen. De goudgele wolken op deze rotonde zijn van de cultivar ‘Goldschleier’. Ook na het verspreiden van de zaden blijven de halmen rechtop staan, gekroond met ragfijne twijgjes. Daarom worden de uitgebloeide pluimen niet eerder dan in maart afgeknipt.

10
Links vooraan het fijne blad van Spirea x thunbergii met daarnaast de okergele bloemen van Ligularia dentata ‘Othello’. Links daarboven de uitgebloeide pluimen van Molinia caerulea ‘Transparent’ waar het grijze blad van Buddleja ‘White Ball’ doorschemert. Rechts vooraan Hydrangea arborescens ‘Annabelle’ naast de zilvergrijze witbloeiende vlinderstruik Buddleja davidi ‘Silver Anniversary’. Op de achtergrond en daarbovenuit vuurdoorn, duindoorn en diverse vormen van pampasgras. Oktober, bijna drie jaar na aanleg.

Dat laatste gebeurt ook met de massieve pollen pampasgras, Cortaderia selloana, maar dan wel met handschoenen aan, want over ruw gesproken, cortar betekent snijden en dat slaat op het soms anderhalve meter lange, scherp gerande, blauwgrijze, blad.

11
Verschillende vormen van Cortaderia selloana, waaronder Cortaderia selloana ’Rosea’ en C.’Sunningdale Silver’. Links Buddleya x weyeriana ‘Sungold’, een drie meter hoge donkergeelbloeiende vlinderstruik en de zilvergrijze bladverliezende olijfwilg Elaeagnus angustifolia ‘Quicksilver’, daarvoor een toefje vuurdoorn en de vaste zonnebloem Helianthus ‘Lemon Queen’ met links van het midden een nieuwe scheut van de oranje bloeiende klim- en heesterroos Rosa ‘Westerland’. Rechts Panicum virgatum ‘Thundercloud’.

Vanaf september tot diep in de winter stijgen haar wollige bloempluimen wel twee tot drie meter boven de rotonde uit en vormen zo een baken voor wie aan komt rijden. Pampasgras is tweehuizig en eenslachtig. Hier staan alleen vrouwelijke planten, omdat haar pluimen, in tegenstelling tot die van de mannelijke, praktisch de hele winter intact blijven. ‘Pampasgras is zó jaren zeventig!’ hoorde ik onlangs iemand zeggen, maar planten zijn in principe nooit gedateerd en ook zeker niet ‘oubollig’ of ‘burgerlijk’, allemaal projecties. Altijd gaat het om de context, waar wordt de plant neergezet en in welke combinatie.

12
November, drie jaar na aanleg.

Op dit heuveltje groeien allerlei cultuurvariëteiten, waaronder de roze vorm, Cortaderia selloana ’Rosea’, de ‘Sunningdale Silver’ met opvallende zilverwitte bloemaren en de veel kleinere Cortaderia selloana ’Pumila’.

13
Verschillende vormen van pampasgras domineren het beeld. Links de helderwitte herfstanemoon Anemone ‘Honorine Jobert’, daarnaast Buddleja davidi ‘Silver Anniversary’ met daarachter Panicum virgatum ‘Thundercloud’. Rechts het pijpenstrootje Molinia caerulea ‘Transparent’, waar de wintergroene heester Choisya ternata ‘Sundance’ doorheen schemert.

Langzaam maar zeker transformeert deze rotonde in de beoogde, zorgvuldig gecomponeerde, rijk gedetailleerde eenheid van blad, bloem en bes. Uiteindelijk zullen de met oranje bessen beladen vuurdoorns zeer hoge heesters worden en boven alle graspluimen uitrijzen.

Harry Pierik

Bekijk hier de berichten van Harry Pierik.

Website  Harry Pierik

tuinland-liefde-voor-groen

Tuinland, liefde voor groen. Zwolle

Ga naar de welkompagina

Harry Pierik – Drijvende bloembedden in een Zwolse stadsgracht

Thorbeckegracht 11. Hier zijn de huidige rechten en plichten van vorst en volk geboren.

Want hier stond de wieg van Johan Rudolph Thorbecke, die in 1848 onze grondwet zou wijzigen en zo de macht van toenmalige koning Willem II inperkte, en daarmee dus die van al diens opvolgers.

Ruim tweehonderd jaar later, een paar honderd meter verderop, dobbert op Koningsdag een lint van negenenveertig drijvende bloembedden langs de vaarroute van zijn negenenveertigjarige nazaat Willem Alexander.

Twee Zwolse scholen, een vereniging, een tuincentrum, zeeverkenners en een groenontwerper hebben op initiatief van Linda Udo, namens de gemeente Zwolle, samengewerkt om deze drijvende tuintjes te maken.
De onmisbare technische basis is gelegd door Dolf Noordeloos. Samen met zijn collega’s en leerlingen van de Ambelt, school voor speciaal voortgezet onderwijs, heeft hij, werkelijk waar, in recordtijd alle vlotten ontworpen en uitgevoerd.

1
Met hulp van Dolf Noordeloos, leerkracht van de Ambelt, Christophoor Zeeverkenners en leerlingen van de Groene Welle wordt een bloemwerk van Groei en Bloei op de juiste plek tussen de drijvende bloembedden geplaatst.

Het principe van het vlot is simpel: twee aan elkaar gelijmde lagen 6 cm dik piepschuim, waarbij de bovenste laag iets kleiner is dan de onderste, zodat er een uitsparing ontstaat waar de planken op rusten die de bekisting vormen. Op de bovenste piepschuimplaat wordt een op maat gezaagde houten bodemplaat geplakt, waar vervolgens de planken tegenaan worden geschroefd.

Zo ontstaan negenenveertig grachtwaardige vlotten van zestig bij zestig centimeter. In alle hoeken is een uitsparinkje gemaakt, opdat overtollig water weg kan en om dan geen potgrond te verliezen zijn deze gaten door leerlingen van de Groene Welle afgedekt met worteldoek.

2
Alle genummerde vlotjes zijn uitgeladen door leerlingen en docenten van de Groene Welle en staan op de kade klaar om in de gracht te worden getakeld. Rechts coördinerend docent Henri Wesselink.

Ook heeft Dolf op school een voor dit project speciale soort hijsraam laten lassen waarmee de bloeiende vlotjes vanaf de kade in de dieper gelegen gracht zijn getakeld. Vanaf een bootje van de Zwolse Zeeverkenners zijn de dikke vissnoeren met karabijnhaken aan de ogen van de bakken vastgeklikt, zodat die precies op goede afstand (1.20 m) van elkaar blijven drijven. Naar de kade toe zijn op diverse plekken kabels van dezelfde lengte door donkergekleurde Pvc-buisjes getrokken, zodat de tuintjes ook ten opzichte van de kade op hun plaats blijven.

3
De genummerde tuintjes worden vanaf de kade, hangend aan het hijsraam, de gracht in getakeld en op de geplande plek vastgeklikt met karabijnhaken aan dikke vissnoeren.

Voor mijn masterplan van het geheel aan drijvende bloembedden had ik als uitgangspunt de klassieke vorm van een timpaan voor ogen, of om wat preciezer te zijn een langgerekte fronton, de driehoekige bekroning aan de voorkant van een Griekse tempel. Vanuit het middelste hoogste punt, in dit geval een bloemwerk van een meter, dalen de tuintjes aan weerskanten geleidelijk af naar twintig centimeter aan de uiteinden.

Twintig van die tuintjes zijn opgebouwd in een, door mij ontworpen, min of meer vast patroon en variaties daarop. Als uitgangspunt hiervoor dient het wapen van Zwolle, een blauw vlak met daarin een witzilveren kruis. Dit zijn de tinten van Sint Michaël, de schutspatroon van Zwolle. Blauw omdat deze aartsengel in de Apocalyps de aanvoerder is van de hemelse legers in hun strijd tegen de duivel. De tinten blauw en wit verschijnen op de drijvende tuintjes in verschillende vormen en texturen. Hemelsblauw zijn onder andere de bloemen van vergeet-mij-nietjes, lilablauw die van Anemone blanda en intens blauw bloeit het parelkruid, Lithodora diffusa ‘Heavenly Blue’. Niet alleen met bloemen maar ook met grijsblauwe grassprieten en schubben van conifeertjes worden deze drijvende schilden ingevuld. Pollen blauw schapengras, Festuca glauca ‘Intense Blue’ en enkele laagblijvende blauwe jeneverbessen, Juniperus squamanta ‘Blue Star’ vormen een welkome aanvulling.

De zilverwitte kruisen bestaan onder andere uit twee verschillende wintergroene kardinaalsmutsen Euonymus fortunei ‘Pierrolino’ en Euonymus fortunei ‘Emerald Gaiety’. Het luchtige zilverwitte wolfsmelk, Euphorbia charasias ‘Silver Swan’ in de tien hogere middelste tuintjes rondom de keizerskroon, zorgen voor een flossige uitstraling.

4
Proefopstelling in het wapen van Zwolle, bij leverancier en sponsor Tuinland, met lichtblauwe vergeet-mij-nietjes, lilablauwe Anemone blanda en het diepblauwe parelkruid, Lithodora diffusa ‘Heavenly Blue’. De wintergroene kardinaalsmuts Euonymus japonica ‘Pierrolino’ en het luchtige wolfsmelk, Euphorbia charasias ‘Silver Swan’ vormen hier het zilverwitte kruis. Centraal in dit bloembed staat de keizerskroon Fritillaria imperialis.

Van keizer Frederik III kreeg Zwolle op 4 oktober 1488 het recht eigen munten te slaan en omdat Zwolle destijds een stad van het Duitse Rijk was werd de keizerlijke kroon bovenop het wapenschild afgebeeld. Boven de middelste tien vaste patronen verrijst daadwerkelijk een majestueuze keizerskroon, niet die van Frederik III, maar in de vorm van een plant Fritillaria imperialis.

Dit bolgewas met oranjerode, klokvormige bloemen is de welbekende keizerskroon. Het kleinere neefje hiervan, de kievitsbloem, Fritillaria meleagris – ook wel Zwolse tulp genoemd- is veel op de drijvende bloembedden aangeplant.

5
Een buitenste laagblijvend bloembed wordt op de juiste plek gemanoeuvreerd. Hier is het vaste patroon van het Zwolse wapen duidelijk zichtbaar, én kievitsbloemen, deels in knop.

Want nergens in Nederland, in het wild, zijn zulke grote aantallen van deze zeldzame, sinds 1964 beschermde planten te vinden als aan de vochtige oevers van het Zwarte water en die van de Overijssels vecht. In allerlei tinten purper, en soms helemaal wit, bungelt aan elke ranke stengel een parmantige, rokvormige bloem met blokpatroon. In knop heeft de bloem wel iets weg van een kievitsei.

Haar wetenschappelijke naam is Fritillaria meleagris, waarbij fritullus, Latijn voor dobbelbeker, refereert aan de vorm van de bloem, en meleagris – Grieks voor parelhoen – naar het patroon verwijst. Omdat dit icoon van Zwolle veel wordt gekweekt, is het gelukkig mogelijk ze ook op deze drijvende bloembedden te laten bloeien.

Alle planten, materialen voor het bloemwerk en potgrond zijn beschikbaar gesteld door Tuinland. Inkoper Tineke Hollewand heeft zelfs mooie, volle keizerskronen in potten speciaal uit Boskoop opgehaald.

6
In een kas van de groene Welle worden de bakken genummerd en beplant. De rechterrij is onder leiding van groenvormgever Harry Pierik ingericht volgens min of meer vast patroon, het wapen van de stad Zwolle. In de bakken aan de uiteinden, die wat lager blijven, zijn, in plaats van keizerskronen, oranjekleurige Spaanse margrieten geplant. In de linker rij staan de improvisaties op het vaste patroon, het werk van Green Projects Studentenbedrijf.

De bovengenoemde twintig drijvende ´Zwolse wapens´ zijn, in een min of meer vast patroon, afgewisseld met twintig improvisaties en variaties daarop, met als uitgangsmateriaal bovengenoemde planten. Hier ligt de uitdaging voor de leerlingen van Henri Wesselink, van het Green Projects Studentenbedrijf om onder mijn begeleiding, in de Groene Welle hun eigen creativiteit te ontwikkelen en te tonen. Deze leerlingen -en dan met name Jurjen Achterkamp en Maarten de Bruine- hebben alle bakken beplant en bovendien met belangrijk logistiek werk geholpen. Ook is het door de Ambelt gemaakte prototype van de vlotten in een vijver van de Groene Welle door hen op golfvastheid getest.

7
Proefopstelling voor een drijvend bloembed bij Tuinland, met boven het witte kruis van de wintergroene kardinaalsmuts Euonymus japonica ‘Pierrolino’ de keizerskroon Fritillaria imperialis en kievitsbloem Fritillaria meleagris. De blauwe vlakken zijn ingevuld door lichtblauwe vergeet-mij-nietjes en het blauwe parelkruid, Lithodora diffusa.
8
Niet alleen met bloemen maar ook met schubben van conifeertjes en grassprieten zijn de drijvende tuintjes ingevuld. Blauw en zilverwit verschijnen in verschillende vormen en texturen. In de lage buitenste tuintjes staan oranje Spaanse margrieten.

Tussen de tuintjes bevinden zich negen bloemstukken, over de totale lengte verspreid in een wisselend ritme. Deze door kampioenen van Groei en Bloei gemaakte bloemwerken zijn hoger dan de omringende tuintjes. Ook de bloemschikkers spelen, ieder op eigen wijze, met blauw, wit en oranje, soms met keizerskronen of sinaasappels.

Het bloemschikken vond plaats in een klaslokaal van de Groene Welle en is gecoördineerd door Ada Hage en Anneke Mallinckrodt van Groei en Bloei. Vanwege hun houdbaarheid zijn deze bloemwerken pas op het laatst in een van tevoren bepaald ritme en in vaste volgorde, tussen de drijvende bloembedden gezet. Een mogelijk probleem vormde het gewicht van de constructies voor de bloemen en vooral de verdeling van dat gewicht.

Daarom heeft Piet de Jong, voorzitter van Groei en Bloei, na diverse testen, een extra plank rondom deze bloemstukvlotten bevestigd, wat de stabiliteit ten goede kwam en waardoor alle vlotjes uiteindelijk keurig bleven drijven.

9
Een van de bloemstukken, vanwege het gewicht op extra stabiel gemaakt vlot, wordt tussen de tuintjes geplaatst. Dolf Noordeloos klikt de karabijnhaak met het dikke vissnoer van 1.20 meter aan het oog van de volgende bak vast.

Alle negenenveertig tuintjes drijven vooral op de inspirerende, brede groene samenwerking tussen scholen, Zwolse bedrijven, gemeente en leden van verenigingen.

Harry Pierik  groenvormgeving & tuinontwerp

Ga naar de Welkom-pagina

 

Harry Pierik: Sneeuwklokjes in de verborgen stadstuin (2)

Een kleine bloemlezing

Als je aan sneeuwklokjesgenieters vraagt welke sneeuwklok ze in hun tuin willen houden als ze er maar één mogen kiezen dan zal één op de tien Galanthus ‘S. Arnott’ noemen.

1
Deze foto maakt duidelijk zichtbaar dat Galanthus ‘S. Arnott’ met kop en schouders uitsteekt boven het gewone sneeuwklokje, Galanthus nivalis (L.O.) en het gevulde sneeuwklokje G. nivalis ‘Flore Pleno’(R.O). Linksboven tasten de opgerichte knoppen van G. plicatus ‘Jaquenetta’ de hemel af.

Dit prototype van het sneeuwklokje verspreidt een heerlijke honinggeur, groeit goed, vormt stevige pollen met opgerichte bloemen en is bovendien fraai van proportie. Ze is een slag groter dan het gewone sneeuwklokje, waar ik eerder over schreef en wat ik zo dadelijk vervolg.

2
Al meer dan een eeuw lang is ze in steeds meer tuinen te vinden, dit naar de vroegere burgemeester van het Schotse plaatsje Dumfries, Samuel Arnott, genoemde sneeuwklokje. Hij zond dit bolletje ooit naar Henry J. Elwes te Colesbourne, die dit plantje onder de naam ‘Arnott’s Seedling’ doorgaf aan zijn sneeuwklokjesvrienden. Sinds 1951 is de naam veranderd in Galanthus ‘S. Arnott’.
3
Sneeuwklokjes, Cyclamen en kerstrozen op een zonnige, prille lentedag in mijn verborgen stadstuin.

En nu weer verder met het gewone sneeuwklokje, Galanthus nivalis. In mijn vorige column heb ik Galanthus nivalis ‘Viridapice’ laten zien. Hier toon ik graag twee andere klassieke groenpunters.
Markant is Galanthus nivalis ‘Warei’. De plant als geheel is forser dan ‘Viridapice’ en dit sneeuwklokje heeft met ruim tien centimeter het grootste schutblad, dat als een langgerekte schacht boven elke bloem uitrijst.

4
Galanthus nivalis ‘Warei’ in 1885 vernoemd naar haar ontdekker, de bollenteler Thomas Ware uit Tottinham.

Bijna legendarisch is Galanthus nivalis ‘Scharlockii’, die in de negentiende eeuw door de Duitse apotheker Julius Scharlock ergens gevonden zou zijn in de vallei van de Nahe, een zijriviertje van de Rijn, ten zuidwesten van Frankfurt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Galanthus nivalis ‘Scharlockii’, het klassieke ezelsoren-sneeuwklokje met de gedeelde schutbladen

Dit plantje is onmiddellijk te herkennen aan haar gespleten schutblad, dat wel wat doet denken aan de oren van een konijn, haas of … ezel, en hieraan heeft ze dan ook haar populaire naam ezelsoren-sneeuwklokje te danken. Deze groene ‘oren’ lijken sterk op gewoon sneeuwklokjesblad en bij de ene ‘Scharlockii’ zijn ze meer ontwikkeld en regelmatiger gevormd dan bij de andere. Zoals bij de meeste sneeuwklokjes is de variabiliteit ook binnen de ezelsoren groot. In sneeuwklokjesvelden kunnen in deze vorm spontaan zaailingen ontstaan. Zo zijn er gevulde, gele, maar ook witte ezelsoorvariëteiten.

6
Witte ezelsoor, Galanthus nivalis ‘Scharlockii’ zonder groene punten op de buitenste bloemblaadjes, met kleine, regelmatig gevormde schutbladen.

Van head gardener, sneeuwklokkenkenner en – verzamelaar Gert Jan van der Kolk kreeg ik jaren geleden een witte ezelsoor zonder groene punten en in mijn verborgen stadstuin heeft ook jarenlang een albino ezelsoortje gestaan. Dit ranke plantje, dat zich hier ooit spontaan heeft uitgezaaid, bleek een uiterst zwakke groeier en het heeft dan ook jaren geduurd voordat er zich een extra bolletje ontwikkelde. Juist omdat ze zo kwetsbaar is en ook wel tamelijk bijzonder, wil ik haar graag delen met andere sneeuwklokkenliefhebbers.

Spreiding van schaarse cultuurvariëteiten is sowieso verstandig want mocht ze bij mij verdwijnen dan doet ze het in ieder geval bij een ander. Iedere prille lente opnieuw vroeg Gert Jan van der Kolk mij hoe het met ‘Lady Scharlock’ ging en daarom heb ik haar aldus genoemd. Praktisch alles aan dit plantje is bleek en de bloem is zuiver wit, zonder een spoortje groen. Als ze op komt heeft ze wel iets van een krokus; de bloem verschijnt als een witte opgerichte druppel tussen het smalle blad. Deze bleekneus is een uitgesproken liefhebbersplantje dat het hele jaar met rust gelaten moet worden, liefst in een apart bedje.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Galanthus nivalis ‘Lady Scharlock’, een albino ezelsoortje, zelfs de schutbladen zijn bleek.

Omdat al mijn sneeuwklokken in gemengde borders staan, vind ik mijn tuin minder geschikt voor dit ezelsoortje, ook al is het haar geboorteplek. Na meer dan tien jaar trouwe bloei kreeg ik het gevoel dat ze iets achteruitging en ik dacht doorpakken.

Daarom heb ik haar uiteindelijk na wat slikken mijn zegen gegeven, in een envelop gestopt en naar Engeland gestuurd, waar ze zich onder gunstiger omstandigheden, tergend langzaam zal ontwikkelen, althans dat hoop ik. Elk vroege voorjaar vraag ik nu op mijn beurt aan Gert Jan hoe het met ‘Lady Scharlock’ gaat. ‘Twee blaadjes, helaas nog geen bloei’ was afgelopen jaar het antwoord.

‘Lady Scharlock’ is een allercharmantst plantje, maar ze verbleekt uiteraard in alle opzichten bij de sneeuwklok die ik mee zal nemen als ik ooit naar een onbewoond eiland word verbannen: Galanthus ‘S.Arnott’.

Harry Pierik

Harry Pierik: ‘Sneeuwklokjes in de verborgen stadstuin’ (1)

Sneeuwklokjes in de verborgen stadstuin, een (eerste) kleine bloemlezing.

Wie geniet er niet van sneeuwklokjes op zachte, zonnige winterdagen. Duizenden door vroege hommels bezochte bloemetjes, porseleinwit, bijna doorschijnend; prille lente in optima forma.

1
Aan de grasrand met daarachter – onzichtbaar – het verdiepte pad langs de hortensia’s. Tussen lievevrouwenbedstro en de zwarte slangenbaard (Ophiopogon planiscapus ‘Niger’) groeien onder andere de fraai geproportioneerde Galanthus ‘William Thomson’, met haar afgeronde buitenste bloembladen, en enkele zeer kleine, onbenoemde Galanthus nivalis hybriden.

‘Harry, wil je dat echt nóóit, maar dan ook nóóit meer doen!?’, hijgde Marije terwijl ze me inhaalde, ‘Ik ben me kapot geschrokken joh! Ik dacht laatst dat je dood in de tuin lag!’ Vanuit haar kamer, drie hoog, kan ze ‘s winters een deel van mijn verborgen stadstuin zien. Voordat iemand nu gaat denken dat ik, zodra het tuinbezoek weg is, in mijn eentje oorlogje speel, zal ik er nu maar vooruit komen dat ik gewoon een beetje een sneeuwklokjesgek ben.

Als het in januari, februari of maart ook maar enigszins mogelijk is – en geschikt licht – verdwijn ik met twee grote plastic boodschappentassen de tuin in. Keurig aaneengesloten vlij ik die op het gras langs de sneeuwklokjesbedden en dompel me vervolgens vanaf dat ‘luchtbed’, met mijn fototoestel als duikbril, in een soort fascinerende ‘onderwaterwereld’, een zeegroen-witte waas met meer dan tweehonderd verschillende klokjes, wiegelend in het licht. In mijn afgesloten verborgen stadstuin ziet niemand mij bezig, dacht ik.

2
Verdiepte pad tussen de grasheuvel (L) en de hortensia’s met een klein talud boordevol sneeuwklokjes en kerstrozen. Links aan het gras Rhododendron recurvoides met haar donkere blaadjes en iets rechts van het midden de goudschubvaren Dryopteris affinis.
3

Bedekt met sneeuw of voorovergebogen door vorst, altijd richten de steeltjes zich weer op zodra het dooit. Sneeuwklokjes bloeien wit, de wetenschappelijke naam van het gewone sneeuwklokje bevestigt dit. Galanthus is Grieks voor melkwitte bloemen en nivalis betekent: wit als sneeuw. Trouwens, eigenlijk zijn deze bloemetjes niet wit, maar kleurloos. Lucht weerkaatst het invallende licht in alle richtingen, waardoor wij het als wit waarnemen. Als je sneeuw samenperst, krijg je ijs. Fijngeknepen sneeuwklokjesbloemblad is doorzichtig, glashelder, doordat de belletjes lucht tussen de bladcellen weg zijn geperst.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Galanthus nivalis, het ‘gewone’ sneeuwklokje, beeldschoon in al haar eenvoud.

Het gewone sneeuwklokje dus, Galanthus nivalis, is het meest algemeen van de in totaal twintig soorten en honderden cultuurvariëteiten. Sneeuwklokjes zijn hier tegen het eind van de middeleeuwen ingevoerd en als stinsenplanten zodanig verwilderd dat men ze honderd jaar geleden nog als inheems beschouwde. Oorspronkelijk komen ze uit Zuidwest-, Midden- en Zuid-Europa.

5 greenman
Galanthus nivalis ‘Greenman’ met groot groen motief op de binnenste bloemblaadjes.

Bij G. nivalis staan de platte, zeegroene blaadjes recht tegenover elkaar en meestal prijkt er op haar binnenste bloemdekblaadjes een groen half maantje. Sommige variaties hebben de vorm van een mannetje, een hoefprint of een hangsnor, al dan niet met naar boven gerichte punten. Er zijn er met grote vlekken, kleine vlekken of enkel twee groene stipjes op elke binnenste bloemslip en soms zijn ze zelfs helemaal wit.

6 green ice
Galanthus nivalis ‘Green Ice’ het binnenste bloemblad is bijna helemaal groen.
OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Onbenoemde Galanthus nivalis met groene veegjes op de buitenste bloemblaadjes.
8 greenish
Galanthus nivalis ‘Greenish’ met een waas van groene veegjes op het buitenste bloemblad en vlekkerig groen op de binnenste bloemblaadjes.

Er zijn ook typen Galanthus nivalis met groene tekening op de buitenste bloemslippen. Dat kunnen streepjes zijn, maar ook duidelijk gemarkeerde groene punten aan de uiteinden, zoals bij de variëteit ‘Viridapice’.

9 viridapice
Galanthus nivalis ‘Viridapice’, onder de sneeuwklokjes de bekendste groenpunter. Begin vorige eeuw gevonden bij een Noord-Hollandse boerderij door bollenkweker J.M.C. Hoog (Van Tubergen).

Het gewone sneeuwklokje doet het prima op vochthoudende, vruchtbare grond in lichte schaduw. Zet ze vooral niet onder wintergroene planten want dan staan ze te donker en zullen ze wegkwijnen.

10
Zicht vanuit de schaduw op diverse wintergroene en bladverliezende snoeivormen. Gras als vloeiend groen tussen de borders. Overal waar bloembedden zijn, groeien sneeuwklokken, krokussen en kerstrozen. Links vooraan bloeit Helleborus tibetanus.

Van sneeuwklokjes genieten en ze fotograferen gaat vanzelf op zonnige dagen, maar juist ook als het bewolkt is zijn ze zo waardevol. Wanneer het niet al te donker is, veroorzaakt bewolking museumlicht, waardoor vormen en kleuren tot hun recht komen. Ook zonder zonneschijn, op sombere winterse dagen, als het net niet motregent, of voordat het begint te sneeuwen, zijn sneeuwklokjes lichtende lenteboden.

Website Harry Pierik

Lees ook deel 2 over sneeuwklokjes in de verborgen stadstuin

Harry Pierik; “Het Broerenkerkplein, een oase in de binnenstad van Zwolle”

Tientallen jaren diende het Broerenkerkplein te Zwolle als parkeerplaats tot het in 2003 op de schop ging en volgens ontwerp van landschapsarchitect Peter van Saane opnieuw werd ingericht. Aan mij de uitdaging om voor deze historische plek passende beplanting te bedenken.

Over het plein uitgespreid liggen in het verlengde van de Librije drie plantvakken: twee rechthoeken in het hoger gelegen plateau, en als je voorbij de wijwaterbak de trap afdaalt, een groot vierkant vak rondom de smalbladige es, Fraxinus angustifolia.

1
Zicht vanaf het grote perk, onder de smalbladige es, op de wijndragerstoren (L), een deel van de stadsmuur en de Librije (R). Met Viburnum plicatum ‘Watanabe’ en Hydrangea arborescens ‘Annabelle’ omringd door bes dragende Gelderse roos, Viburnum opulus ‘Compactum’, daaronder en daarvoor Euonymus fortunei ‘Emerald Gaiety’ en het sprankelende, bonte blad van Hosta ‘Francee’.

 

Parallel aan de borders lopen beukenheggetjes, die worden geknipt in de vorm van de ezelsruggen op de muurtjes die het plateau insluiten. Daarachter, op het plateau, richting winkels, doorkruisen statige klinkerpaden, in de lente met krokussen besprenkelde grasvelden, onder hoge, sfeerbepalende linden.

2
Alchemilla mollis, Hosta ‘Francee’ (L) voor de wijwaterbak afkomstig uit de, in de jaren zestig gesloopte, neogotische Sint Michaels kerk. Rechts de muurtjes die het plateau insluiten. Met aan de bovenkant van die muurtjes de ezelsrug, een constructie waarbij de stenen in een hoek van 45 graden worden gemetseld. Deze gemetselde ezelsrug dankt haar naam aan de vorm van het juk op de rug van een ezel.

 

De bloemborders zijn zodanig ingericht dat de planten per seizoen veranderen in wisselwerking met hun omgeving. ’s Zomers vormen frisse bloemen in allerlei tinten wit een uitbundig contrast met de omringende muren terwijl diezelfde, dan inmiddels ingedroogde schermen, bollen en pluimen in de winter rijmen op de oude bakstenen van de Wijndragerstoren, de stadsmuur en de Librije.

 

3
Middelste perk op het plateau van het Broerenkerkplein met verschillende witte hortensia’s, Alchemilla mollis, Hosta ‘Francee’ en Euonymus fortunei ‘Emerald Gaiety’. Begin juli voert Hydrangea ‘Annabelle’ de boventoon. In augustus doemen hiertussen de pluimen van Hydrangea paniculata ‘Lime Light’ op.

Ik heb hier gekozen voor een bijzondere combinatie, sterke, niet zeldzame planten die goed in de omgeving passen en er ook iets aan toevoegen. Diverse soorten Hydrangea en enkele Viburnums vormen de ruggengraat van elk plantvak. Hydrangea arborescens ‘Annabelle’, met haar indrukwekkende bollen bloeit van het late voorjaar tot ver in oktober en soms zelfs met wat kleinere bloemen tot in december.

De bloemtuilen beginnen fris groenwit, zijn in hoogzomer oplichtend helderwit, in de nazomer bleekgroen, zeegroen en verkleuren in de herfst, richting winter, langzaam bruiner en bruiner. Haar bloemknoppen bevriezen nooit want ze ontwikkelen zich op het hout dat in de lente ontstaat.

4
Ter afwisseling Hydrangea arborescens, deze oermoeder van H. ‘Annabelle’ heeft slechts enkele lokbloemen.

De ‘Annabelles’ worden afgewisseld door hun subtiel bloeiende oermoeder, Hydrangea arborescens, met haar schermen van Brussels kant en hier en daar een lokbloem. Ongeveer een maand later doemen de volle, dan verse, helderwitte pluimen van Hydrangea paniculata ‘Lime Light’ tussen deze bloembedden op.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Viburnum opulus ‘Compactum’, deze langzaam groeiende Gelderse roos bloeit begin mei al met een bloeiwijze die lijkt op die van hortensia’s.

Al in mei bloeit Viburnum opulus ‘Compactum’ als heraut van de schermbloem dragende hortensia’s, die pas ruim een maand later zullen verschijnen. Deze gedrongen sneeuwballen leunen als steunberen tegen de hortensiabedden aan. Viburnum opulus ‘Compactum’ is een rijke bloeier die vanaf eind juli, begin augustus meestal volhangt met glimmende, helderrode bessen die er heel aantrekkelijk uitzien, maar galbitter smaken, waardoor de meeste vogels ze niet lekker vinden.

Op zich een heel prettige eigenschap, tevens de reden waarom ze hier zijn toegepast want daardoor kunnen we de hele winter, vaak tot ver in de lente genieten van deze vrolijke, vuurrode accenten tussen de takken. Bovendien rijmt de kleur van de bessen op de roodbruine luikjes van de Librije.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De bessen van de Gelderse roos, Viburnum opulus ‘Compactum’, bitter als gal en vooral daardoor blijven ze praktisch de hele winter onaangetast aan de struiken hangen

7
In de nazomer kleuren de meeste Annabellebloemen bleekgroen, terwijl Hydrangea paniculata ‘Lime Light’ er helderwit doorheen begint te bloeien.

Massaal is de aanplant van Euonymus fortunei ‘Emerald Gaiety’, de bekende witbonte, wintergroene kardinaalsmuts die in het midden van de borders, dwars door de hortensia’s tot bijna een meter hoog mag worden. De diepe, zomerse schaduw van al die hortensiabladeren deert hen niet; iedere herfst komen de kardinaalsmutsblaadjes fris te voorschijn om gedurende de winter hun visuele rol op te eisen.

8
Eind mei: Hydrangea arborescens ‘Annabelle’ (L) in knop met daarnaast de uitgebloeide Gelderse roos Viburnum opulus ‘Compactum’ (R). Meer op de voorgrond groeien de witbonte, wintergroene kardinaalsmuts Euonymus fortunei ‘Emerald Gaiety’, Hosta ‘Francee’ (L) en Alchemilla mollis (R).

Tussen deze wintergroene bodembedekker staan enkele bladverliezende vaste planten, waaronder de hartlelie, Hosta fortunei ‘Francee’ die haar hartvormige, donker olijfgroene bladeren met brede helderwitte zomen in het voorjaar ontvouwt en in juni op haar mooist is. Het sprankelende bonte blad van deze cultuurvariëteit is bestand tegen felle zon. Een andere vaste plant die zich – tot op zekere hoogte – tussen de hosta ’s uit mag zaaien, is de vrouwenmantel, Alchemilla mollis.

9
Achterin september verschijnt er een blos op de bollen en pluimen. Op deze foto is duidelijk te zien dat er boven de Annabelles veel pluimhortensia’s uitrijzen.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Eind oktober verkleuren de bollen en pluimen geleidelijk van wit-roze naar bruin

 

10
Zicht vanaf het grote perk op de Wijndragerstoren (L) en de Librije (M) in november. In het bloembed vormen de compacte Gelderse rozen een met bessen beladen kring om de smalbladige es. De beukenheggen worden aan de bovenkant in de vorm geknipt van de ezelsruggen op de muurtjes.

12
Winters zicht op de Wijndragerstoren (L) en de Librije (R) vanaf het grote, wat dieper gelegen, perk. De ingedroogde schermen, bollen en pluimen rijmen in de winter op de omringende oude bakstenen.

13
‘s Winters passen de borders qua kleur en textuur bij de oude stadsmuur, terwijl de Viburnum-bessen rijmen op de luikjes van de Librije.

Het Broerenkerkplein is elk seizoen een groene oase in de Zwolse binnenstad

Harry Pierik.

ftube mei 3
www.floratube.org

Harry Pierik’s Column: Het verborgen paadje langs de hortensiaheuvel

5 cover smallNet buiten het centrum van Zwolle, midden in een oude wijk, bevindt zich mijn verborgen stadstuin. Deze paradijselijk groene wereld van ruim duizend vierkante meter, is enkel met sleutels toegankelijk.

Een afspraak maken voor een rondleiding als groep, of gewoon op een open dag langs komen, kan natuurlijk ook. Wie in de tuin is, merkt praktisch niets van de twee- tot drie verdiepingen tellende huizen en de omringende stad.
Toen ik aan deze tuin begon, wilde ik bereiken dat de weelderig groene ruimte telkens als ik er doorheen zou wandelen om me heen zou veranderen.

Verdiepte paden slingeren in vloeiende lijnen door het gras, onder de oude fruitbomen door – die ik behield – en langs diverse bloembedden, die ik ontwierp. Op allerlei heel precies uitgekiende plekken staan eilandjes en schiereilandjes van groensculpturen en veldboeketten, die uit donkere achtergronden opdoemen, wat soms dramatische lichteffecten oplevert. Deze eilandjes werken als een caleidoscoop; terwijl je er door- en omheen loopt, wisselen de perspectieven en coulissen.

Mijn verborgen stadstuin bestaat uit diverse ruimtes die in elkaar overvloeien, omringd door het overvloedige groen van meters hoge, hier en daar bijna tropisch aandoende bosranden. De tuin is als het ware een grote open plek in een bos, dat er niet is.

1Deel van de ‘hortensiaheuvel’ in november met ook dan een rijk gedetailleerde eenheid van vorm, kleur en textuur van blad en bloem. Op de achtergrond o.a. Aucuba japonica ‘Rozannie’, Rhododendron ponticum ‘Graziella’, Hydrangea aspera ‘Bellevue’, H. aspera ‘Sargentiana’ en H. ‘Blue Deckle’, daar doorheen verschillende soorten Clematis. Achter de goudschubvaren Dryopteris affinis, Rhododendron impeditum, Hosta ‘Halcyon’ en Rhododendron recurvoides loopt het van hieruit onzichtbare pad tussen de grasheuvel en de ‘hortensiaheuvel’.

Vanaf ons huis niet te zien, verderop in het wat grotere deel van onze tuin, ligt een grasheuvel die ruim dertig jaar geleden kon groeien door alle aarde die ik toen uit de verdiepte paden heb geschept. Terwijl de door het gras vloeiende paden over het algemeen duidelijk zichtbaar zijn, geldt dat niet voor allerlei paadjes tussen de borders. Zo zie je het smalle pad achter de grasheuvel pas als je er min of meer toevallig voorstaat.

2Onder de oude appelboom ligt de grasheuvel met het van hieruit onzichtbare pad. Hoog boven de hortensia’s uit rijst Magnolia grandiflora.

De linkerkant van dit verborgen paadje wordt gevormd door het begroeide talud van de grasheuvel terwijl aan de andere kant de helling van een hortensiaheuvel lijkt op te doemen. Vanaf de grasheuvel gezien vloeit de taludbeplanting naadloos over in de hortensia’s op de achtergrond. Terwijl de blauwgrijs getinte bladeren van een aantal soorten rododendron – en vooral die van Hosta ‘Halcyon’- reflecteren in hemelsblauwe clematissen, rijmt het Suede-achtige indumentum van Rhododendron recurvoides op het wat minder uitgesproken bruine viltlaagje onder het glanzende blad van de hoog boven de hortensia’s uitrijzende Magnolia grandiflora.

3Hoogzomer, zicht vanaf het gras op de hortensia’s. De beplanting op de randborder van de grasheuvel loopt, zo op het oog, naadloos over in de ‘hortensiaheuvel’. Met o.a. vlnr een Rhododendron oreotrepus hybride, Buxus sempervirens ‘Blauer Heinz’, de goudschubvaren Dryopteris affinis, de kleine zeegroene blaadjes van Rhododendron impeditum, Hosta ‘Halcyon’ en Rhododendron recurvoides. Op de achtergrond diverse hortensia’s met clematissen erdoor. Bovenin lijkt de Hydrangea aspera ‘Sargentiana’ op te gaan in de Magnolia grandiflora.

4Van achteren naar voren groeien o.a. een Rhododendron oreotrepus hybride met blauwgrijze blaadjes, Buxus sempervirens ‘Blauer Heinz’, Dryopteris affinis, Rhododendron impeditum, Hosta ‘Halcyon’ en Rhododendron recurvoides met haar bruine indumentum aan de onderkant van het blad. Rechts een helling van diverse hortensia’s en clematissen.

Deze ‘heuvel’ van hortensia’s is slechts suggestie want al deze planten staan op het maaiveld. Door de opbouw van laagblijvende hortensia’s vooraan en hogere tot zeer hoge soorten en cultivars op de achtergrond wordt echter de suggestie van een helling gewekt.

5Aan de linkerkant van het pad groeien o.a. een Rhododendron oreotrepus hybride, Buxus sempervirens ‘Blauer Heinz’, net zichtbaar linksachter Dryopteris affinis, rechts daarvan de lichtbruine bladeren van Rhododendron pachysanthum, Hosta ‘Halcyon’ en uiterst links Rhododendron recurvoides. Rechts van het midden schemeren de gele halmen van Phyllostachys aureosulcata door het groen. Rechts de helling van de ‘hortensiaheuvel’. Aan het eind van dit pad kun je zowel rechts- als linksaf, maar dat is een ander verhaal.

En de grasheuvel dan? Dit enige echte heuveltje in mijn verborgen stadstuin is uiteindelijk niet veel meer dan een geaccidenteerd grasveldje, maar wel een met ruimtelijk effect.

Harry Pierik

Borderplan – Combinatie Inspiratie

Bij het maken van een goede plantencombinatie in uw border kunt u zich laten leiden door factoren als kleur, bloeitijd, bloeiwijze, tuinstijl, textuur etc. Het allerbelangrijkste is natuurlijk dat u het mooi zult gaan vinden.

Tiarella cordifolia, Geranium oxonianum ‘Brunette’ en Carex.

Toch zijn er een aantal aspecten waar u altijd uw voordeel mee kunt doen. Zo zijn er combinatie’s die snel zullen vervelen en dan als saai worden ervaren. Bedenk in ieder geval dat de bloei van de meeste planten korter duurt dan de periode waarin zij niet bloeien. Verschil van bladvorm en textuur is dus belangrijk binnen een combinatie.

In dit bericht zijn alle foto’s voorzien van de wetenschappelijke (Latijnse) naam, dat zoekt wat makkelijker.

Anthriscus ‘Ravenswing’, Silene dioica, Astrantia ‘Roma’, Ligularia, Cyperus en Polygonatum
Anchusa ‘Loddon Royalist’, Salvia superba, Artemisia ‘Valerie Finnis’ en Geranium ‘Wargrave Pink’
Alogyne ‘Santa Cruz’, Eschscholtzia californica, Euphorbia jolkinii en Borago officinalis
Potentilla fruiticosa ‘Abbotswood’, Artemisia absinthium ‘Lambrook Silver’ en Cirsium rivulare
Viola cornuta ‘Gypsy Moth’, V. cornuta ‘Victoria’s Blush’, V. corsica en Verbascum bombyciferum ‘Polarsommer’

In de volgende berichten, van Harry Pierik, staan ook foto’s met namen:

Tulipa sprengeri, Luzula nivea
Rheum palmatum and Astrantia ‘Claret’
Paeonia ‘White Wings’, Anthriscus sylvestris and Euphorbia x pasteurii
Humulus lupulus ‘Phoenix’, Nepeta and Rosmarinus officinalis
Dryopteris felix-mas, Allium atropurpureum and Paeonia ‘Krinkled White’
Pinus wallichiana and Primula ‘Miller’s Crimson’
Foeniculum vulgare, Salvia x sylvestris ‘Mainacht’ and Calamagrostis ‘Overdam’

TuinenStruinen 5 jaar, eerste Lustrum Top 10

rb22
3 – (Anne Boleyn) David Austin rozen voor de gemengde border

19 mei 2017

In de vijf jaar dat TuinenStruinen nu bestaat zijn de onderwerpen op de site van een steeds breder karakter geworden. Een tuin heeft immers zoveel meer te bieden als alleen de schoonheid. De verdieping van wat tuinen te bieden hebben heeft een steeds grotere plek ingenomen bij TuinenStruinen.

Een tuin heeft belangrijke eigenschappen waardoor tuiniers vaak vallen onder de meest gelukkige mensen in ons land. Een tuin heeft een grote rol om onze (drukke) geest te helpen en tot rust te laten komen.

Naast de schoonheid van onze tuinen en het gevoel van geluk te bieden zijn tuinen een belangrijke schakel om de gevolgen van het veranderde klimaat te helpen aanpakken.

TuinenStruinen wil u inspireren om veel planten te gebruiken, hier kunt u als goede en verantwoordelijke tuinier een bepaalde sfeer neer zetten en tevens maatregelen te nemen om de tuin duurzamer te maken en de biodiversiteit te vergroten.

Ton ter Linden in zijn (voormalige) tuin in De Veenhoop. Foto: Gert Tabak

Bij TuinenStruinen zijn er veel berichten te vinden om de schoonheid te combineren met bijvoorbeeld elementen van een regentuin. De afgelopen vijf jaar zagen wij de natuurrijke tuin steeds populairder worden. In de komende vijf jaar zal er een grote inzet nodig zijn om onze tuinen klaar te maken voor de grote gevolgen van het veranderde klimaat.

De komende vijf jaar kunt u veel raad en daad verwachten van TuinenStruinen over de diepere lagen van tuinieren. Door veel informatie te bieden hopen wij u de komende vijf jaar ter zijde te staan en zo samen door deze belangrijke tijden te komen.

Op naar het tweede lustrum!!

10 – Jones Road Garden – Naturalistisch tuinontwerp van Adam Woodruff

Click op een bericht om het te bekijken:

10  Adam Woodruff: Jones Road Prairie Garden 

9 Ton ter Linden: van Jac. P. Thijssepark tot De Veenhoop

8 Stadstuin van 70 m2 met zwembad. De Peppels Tuinen

7  De Rozenliefde van lady Vita Sackville West

6  GO WILD! Een Wilde Bloemenweide in uw tuin

5  Een mooie haag is de trots van elke tuinliefhebber

4  Een border á la Ton ter Linden

3  David Austin rozen voor de gemengde border

 Ineke Greve Huys de Dohm: aan elk feest komt een einde

1  GO WILD! Een gids voor het maken van een ‘Natuurlijke’ Tuin

7 – Lady Vita Sackville West

Het was een grote schok om te vernemen dat de door velen zo geliefde publicist Gerritjan Deunk was overleden. TuinenStruinen is de plek op het internet waar zijn prachtige verhalen een plek hebben gekregen en daar ben ik trots op! Gerritjan was een warme persoonlijkheid en had een enorme kennis van zaken over groen erfgoed en o.a meer over Nederlandse tuin en landschapsarchitectuur.  Gerritjan, reuze bedankt !

tuinenstruinen.org bedankt de volgende personen voor hun positieve bijdrage aan de site:

Carrie Preston, Harry Pierik, Ton ter Linden, Gert Tabak, Tanja van der Knoop, Noël van Mierlo e.v.a.

En dan niet te vergeten, u als lezer en/of regelmatige bezoeker.

Ga naar de Welkompagina