Lessen van de meesters(1): Hein Koningen, Jac. P. Thijssepark Amstelveen

In juni 1996 wordt er een symposium gehouden door The Perennial Foundation waar vele bekende tuinmensen bij elkaar komen. Het bestuur van de stichting is een puur Nederlandse aangelegenheid ook hier veel bekende namen. Het voorzitterschap is in handen van Jaqueline van der Kloet, ook o.a. Anja Oudolf, Michael king (oké, ook een beetje Engels bloed) , Leo den Dulk, Rob Leopold, Gerritjan Deunk zijn bestuursleden.

foto’s in dit artikel; Gert Tabak Visual Art

Dit soort symposia zijn erg belangrijk geweest omdat zij diende als denktank voor een naturalistische of ecologische tuinstijl die in de huidige tijdsgeest juist zo belangrijk wordt geacht en nog steeds aan populariteit wint.

translation button can be found under this post

Foto; Gert Tabak

In deze serie artikelen zoeken we naar tips en aanbevelingen van en voor bekende tuinmensen zoals ontwerpers en architecten van tuin en park, hoveniers, tuinbazen, semi-proffesionele tuinbezitters en fanatieke tuiniers.

In dit artikel zoeken we ook naar beweegredenen om tot een bepaald beplantingsplan te komen en/of dat het onderhoud onderdeel uitmaakte van het ontwerp of dat er in tweede instantie werd gekeken naar een zo effectief mogelijke manier van onderhoud.

Ontwerp, aanleg en onderhoud tuin en park met ecologische benadering

De heemparken en dan vooral het Jac. P. Thijssepark in Amstelveen kunnen gerust de bakermat worden genoemd van de natuurrijke tuinen en parken van tegenwoordig. Hein Koningen is in 1996 het hoofd van deze heemparken in Amstelveen. Van de lezing die hij destijds gaf hopen we (nu) nog het nodige te leren. Vanwege de inspiratie die de Amstelveense heemparken (nog steeds) zijn voor de naturalistische tuinstijl horen we uiteraard bij deze bron te beginnen.

Hein Koningen: Het beheren van naturalistisch openbaar groen

Hein Koningen; ‘Ecologie en ontwerp gaan bij onze Amstelveense heemparken, zo benoemen wij deze natuurparken, al sinds eind jaren 30 van de vorige eeuw bij ons hand in hand. De noodzakelijke benadering wijkt af van de traditionele beheer, onderhoud en ontwerp principes’. Het grootste obstakel bleek de voedingsarme turfgrond.

Om een park te maken op deze plek bleek dat de geldende traditionele manier van aanleg niet zou werken op deze voedingsarme turfgrond, een conclusie gedaan door Dhr. C. P. Broerse die in deze periode dienst doet als leidinggevende en landschapsarchitect van de gemeentelijke dienst openbaar groen (of zoals men dat destijds de Plantsoenendienst noemde) en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de aanleg van een park op deze plek.

Beknopt overzicht ontwikkelingen natuurstijl

Bekijk hier een artikel over de geschiedenis van de natuurstijl in de tuin:

  • 1870

    In Engeland was er door de ideeën van Robinson vanaf 1870 al een tuinbeweging op gang gekomen. Er werd toen een begin gemaakt met een wildere aanplant van inheemse soorten

  • 1870 >>

    Ook Zweden en Duitsland waren met vergelijkbare veranderingen in de tuincultuur bezig. Hierbij werd een mengeling van cultuur- en natuurplanten gebruikt

  • Begin 20ste eeuw

    Begin 20e eeuw liet de Duitser Willy Lange de inheemse flora prefereren boven cultuurgewassen. In Nederland werd dit overgenomen door diverse schrijvers en tuinmensen. Dit leidde onder andere tot het Thijsse’s Hof in Bloemendaal (1925)

  • Eind jaren 30

    Heempark de Braak eind jaren 30 het eerste heempark van Amstelveen

  • Begin jaren 40

    Ondanks de Duitse overheersing wil Chris Broerse een park maken

Bij het ontwerpen van het park was het niet de bedoeling om de natuur te imiteren, of om complete plantgemeenschappen met inheemse planten te gaan gebruiken. Het was meer een combinatie van een creatief gebruik van de specifieke charme van natuurlijke plekken met daarbij de esthetische kwaliteiten van wilde planten.

Ruimtelijke effecten, een naturalistische lay-out en subtiele plantcombinaties werden vrijelijk gecombineerd in een attractief geheel. De inheemse flora werd opnieuw beoordeeld, niet alleen vanuit een ecologische invalshoek, maar ook met een artistieke blik. De praktische ervaring en artistieke talenten van Broersens collega J. Landwehr kwamen hiervoor goed van pas.

Het ontwerp kan dan wel de eerste stap zijn om een attractief heempark te maken, de realiteit vanaf het prille begin, heeft veel weg van een geleidelijk proces. Bijna gelijk met het ontwerp kwam de vraag; ‘Hoe gaan we dit nieuwe type beplanting in het park onderhouden of om het op een andere manier te stellen, hoe gaan we dit proces controleren? Want al snel was er de conclusie dat een heempark vegetatie zich heel anders gedroeg dan een conventionele beplanting.

Bij de meer traditionele tuin- en landschapsarchitectuur heeft de beplanting relatief heldere lijnen en is meer statisch. Er is een beplanting ontworpen die het liefst zo lang mogelijk hetzelfde beeld geeft en op deze manier zo lang mogelijk de hand van de ontwerper laat zien. Vrijwel altijd is de bodem rijk aan organisch materiaal. De ontwerper hanteert een eindbeeld, de volwassen vorm van in dit geval een openbaar park, waarbij dit uiteindelijke plaatje in 15 jaar moet zijn bereikt.

De beplanting in een conventioneel park heeft een relatief statisch karakter en is het ontwerp niet gemaakt om in de loop van de tijd te veranderen. Bij een heempark zoals het Jac. P. Thijssepark is karakter van de beplanting, en dus het ontwerp, fundamenteel anders. De essentie is hier dat de planten individueel of in gezelschap een element vormen binnen een dynamisch proces met continu veranderende patronen in tijd en plaats.

Het originele ontwerp is feitelijk alleen een startpunt voor een ontwikkeling met meer invloed op en duur. Originele contouren vervagen en planten(-soorten) verhuizen naar andere plekken waar het hun beter bevalt en waar dus de ideale habitat is voor deze plantensoort. Er ontstaan op deze manier onvoorspelbare nieuwe patronen. Deze worden door bezoekers (ons) ervaren als; natuurlijk.

In plaats van dit storend te vinden, is het mobiele, spontane element in natuurlijke vegetaties of beplantingen een essentieel en nadrukkelijk gewaardeerde karaktereigenschap. Voor er over een ontwerp gesproken kan worden heeft het dus een geheel andere benadering dan bij een traditioneel beplantingsplan.

In de eerste plaats moet men rekening houden met de vraag naar de juiste locatie en natuurlijke behoeftes en mogelijkheden.

De ontwerper moet een behoorlijke botanische kennis hebben en daarnaast ook veel moeten weten over de ecologie van planten. Bij de traditionele ontwerpen is deze kennis praktisch niet nodig. Als de juiste omstandigheden er niet zijn dan creëren we die. Het vraagt bij een natuurlijk ontwerp een geheel andere kijk op de zaken.

Beheer en onderhoud

Hein Koningen over het onderhoud in Amstelveen; ‘De praktijk varieert van verwijderen, graven en verplaatsen van turf tot voorzichtig kappen, snoeien van bomen en heesters, maaien, planten en verplanten. Het introduceren van nieuwe soorten, verzamelen van zaden en intensief wieden.

Het onderhoud van verschillende heemparken varieert van relatief laag tot relatief hoge kosten. Veel hangt af van de kwaliteit van het heempark en de kwaliteit van het type beplanting. Uiteraard moeten de onderhoudskosten gezien worden in coherentie met het totale budget wat de gemeente Amstelveen tot beschikking heeft. Bij het openbare groen zijn er heemparken of andere plekken die relatief lage kosten hebben. Daar tegenover zijn er ook juweeltjes die meer onderhoud behoeven, dit zijn dan wel de groene plekken met een hoog sociaal en natuurlijke kwaliteit.

Bomen en heesters vormen de “backbone” van het parklandschap en vragen speciale aandacht en verzorging. Zij geven de contouren van het park of gedeelte daarvan aan. Bomen en heesters geven wij zo veel mogelijk de gelegenheid om hun natuurlijke vorm te behouden. Tegelijkertijd vraagt het dynamische karakter van de inheemse beplanting voortdurend onderhoud. Verjonging en natuurlijke variatie in hoogte en structuur in het heempark vraagt geleidelijk uitdunnen en terugsnoeien. Bij de bomen en heesters is regelmatige snoei van belang, het snoeien in de kroon van de boomvorm zorgt ervoor dat waar nodig licht de onderste laag planten kan bereiken.

Aan de andere kant kan schaduw in het voordeel van de parkmanager uitvallen, schaduwplanten vragen over het algemeen minder onderhoud dan planten in de volle zon. De parkmanager moet hier constant de balans opmaken tussen de verscheidenheid aan beplanting en kwaliteit daarvan en aan de andere kant de kosten die bepalen in welke omvang en op welke schaal bepaalde vegetatie zich mag ontwikkelen. Concurrerende plantensoorten hebben vaak een dichte vegetatie en relatief uitgebreid onderhoud, een open, dunne beplanting met piekerige soorten vraagt erg intensief onderhoud.

Planten uit de heide-familie kunnen op twee manieren worden onderhouden, wieden of terugsnoeien. Op de lange duur zouden deze heidevegetaties zonder dit onderhoud nauwelijks floreren met goed onderhoud kunnen zij lang presteren en zorgen voor een attractieve vegetatie met een unieke en vredevolle atmosfeer en karakter.

Er zijn nu al een aantal oudere vegetaties in het heempark waarbij ingrijpen voorzichtigheid geboden is, het weghalen van een bepaalde soort bijvoorbeeld kan er voor zorgen dat de gehele vegetatie naar de knoppen gaat. De ontwikkeling van vegetaties in een heempark van jong naar ouder moeten worden gezien als een glijdende schaal van simpel naar complex onderhoud. Door dagelijks onderhoud kan deze ontwikkeling worden gestopt of tegen gehouden. Bij dit onderhoud proberen wij zo veel mogelijk binnen de wetten van de natuur te blijven. Het is belangrijk dat de medewerkers bedreven en vakkundig zijn, niet alleen in mechanisatie, maar ook in de uitgebreide ‘ouderwetse’ en kleinschalige tuinbouwtechnieken. Goed opgeleide hoveniers zijn hier van essentieel belang maar moeilijk te vinden waardoor wij zelf veel instructies moeten geven. Een heempark-hovenier heeft ongeveer 5 -6 jaar opleiding nodig.

Op het eerste gezicht komt bovenstaande over als erg gecompliceerd en buiten uw bereik. In Amstelveen zijn wij ook eens klein begonnen, dus laat u zich niet ontmoedigen. Begin ook op een kleine en simpele manier en u zult merken hoe u door succesen en fouten sneller kennis opdoet dan u had verwacht. Gewoon beginnen dus en breng eerst eens een bezoek aan een van onze heemparken. Succes!

bron; perennial preview, creative ecology and integral landscape design. Publication; 1997 by the Perennial Perspectives Foundation. (postuum dank aan GJ. Deunk)

Alle foto’s in dit artikel; Gert Tabak Visual Art

Tuin-icoon Ton ter Linden in het Jac. P, Thijssepark waar hij veel inspiratie opdeed/doet al vanaf jonge leeftijd

Volg tuinenstruinen.org en ontvang bij elk nieuw artikel een email notificatie in uw postvak