Stad & Plant: De groene invasie in het nieuwe normaal

TRANSLATION BUTTON CAN BE FOUND UNDER THIS POST

In de periode dat ons land in een ‘lockdown’ verkeerde waren er veel mensen die natuur, in de vorm van wandelen in het bos, maar ook mountainbiken in het bos hebben herontdekt. Al waren boswachters en de natuur zelf niet helemaal blij met het fietsen ‘Off Track’. Ook tuinieren mag zich verheugen op groeiende belangstelling, tuinieren in wat voor hoedanigheid ook past goed bij het leven in het nieuwe normaal.

Opnieuw verbinding maken tussen natuur en architectuur

‘Het nieuwe normaal’ we horen deze term steeds vaker, en hoewel het lijkt alsof veel dingen weer voelen als het ‘normaal’ van hoe het was. Het geeft nog een beetje een onbestendig gevoel. Het besef dat het anders moet zou ons best weleens richting het ‘nieuwe normaal’ kunnen leiden, en dan is dat niks anders als heel normaal.

Stad & Plant: De groene Invasie

Begin jaren 70 werden er in de buitengebieden rondom de stad tuinsteden gebouwd. Iets waar de bekende tuinarchitect Mien Ruys zich sterk voor maakte. In de beginjaren werd er vooral aan de voortuin(tjes) nog eisen gesteld of werden zelfs door de gemeente of woningbouwbedrijven aangeplant. Later werd de burgerij mondiger en verdween de uniforme beplanting, in plaats daarvan ontstonden tuinen in allerlei stijlen. Nog later zouden veel van deze voortuintjes parkeerplekken worden.

Ongemerkt ontstond de, tegenwoordig veel besproken, betonnen jungle. Langzaam maar zeker lijkt er weer een nieuw tijdperk zijn intrede te doen, waarin groen in vele hoedanigheden zijn ‘revival’ maakt. Bestaande tuinstijlen die vaak een nagebootste versie zijn van een zo natuurlijk mogelijk ideaalbeeld en hun oorsprong hebben in de jaren 70 van de vorige eeuw. We zijn een groene natuurlijke omgeving gaan missen, en omarmen nu weer het groen. Mens en flora zijn nu één, we kijken er niet alleen naar, maar staan er liever middenin.

Afstand en geborgenheid worden hierbij belangrijke uitgangspunten. Afstand wordt normaal en de geborgenheid wordt geboden door het ons omringende groen. We kijken niet meer van een afstand naar de tuin (of park) maar begeven ons er middenin en maken ons onderdeel van het geheel. Ook het wisselen van de jaargetijden willen we weer zien en voelen. Het prikkelen van onze zintuigen, waarbij o.a geur, beweging en geluid als belangrijke eigenschappen van een beplanting worden gezien.

‘You look at this, and it goes deeper than what you see. It reminds you of something in the genes – nature or the longing for nature. ‘ Allowing the garden to decompose , he added, meets an emotional need in people ‘you accept death. You don’t take the plants out, because they still look good. And brown is also a color.’ “

Tuin-, landschap- en beplantingsontwerper Piet Oudolf in de New York Times, 31 januari, 2008.

De nieuwe normale tuinstijl bevat ook elementen die als heel herkenbaar worden ervaren. De tuinen zoals die al vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw worden ontworpen, eerst met de verzamelnaam ‘Dutch Wave’ en nu de “New Perennial Movement” zijn tuinen waarvan je al een onderdeel van het geheel bent. Inheemse planten, vaste planten uit vergelijkbare klimaatzones en veel grassen geven een ideaalbeeld van natuur, een ontworpen weerspiegeling van natuur. Deze tuinstijl kwam tot stand toen eerst afzonderlijk maar later gezamenlijk kennis en ervaringen uitwisselen in een groep van tuinontwerpers, beheerders van openbaar groen, kwekers en andere gelijkgestemde vakmensen. Dit gebeurde vaak in een informele ambiance, maar ook door lezingen en symposia.

De meeste ontwerpers van deze natuurtuinen hebben met elkaar gemeen dat zij de natuurlijke processen van de ontworpen beplanting omarmen en ons zo mee te laten genieten van de schoonheid van elk seizoen. Formele elementen, zoals vormsnoei en hagen, worden toegevoegd niet uit nostalgie, maar dienen om de uitbundige beplanting (visueel) binnen de perken te houden.

… maar voor alles zijn het tuinen die gemaakt zijn om ervan te genieten en om er in te ontspannen, en dat impliceert een gevoel van heelheid en beslotenheid.

Michael King, in zijn boek ‘ Nieuwe Bloemen, nieuwe tuinen. Uitgeverij Terra 1997
Ontwerp van Piet Oudolf Trentham Estate V.K

De borders in deze natuurrijke tuinen zijn rondom te bewonderen door het betreden van de (smalle) paden. Hierdoor krijgt u het gevoel dat u onderdeel bent van het geheel. Dit is een sterk contrast met de manier waarop traditionele borders worden ontworpen. Deze borders worden beplant als een klassenfoto van school d.w.z hoge planten achter en lage vooraan in de border, vaak nog voorzien aan de achterzijde van een haag. Hier kijkt u dus van een afstand naar de planten in plaats van er werkelijk deel van uit te maken.

Bosco Verticale in Milaan en de Trudo-toren in Eindhoven

De Italiaanse architect Stefano Boeri is internationaal vooral bekend voor zijn ontwerp van het eerste verticale bos – Bosco Verticale – in Milaan. Dezelfde architect heeft nu opdracht gekregen om in Eindhoven het eerste verticale bos van Nederland te gaan bouwen

.De Eindhovense woning-coöperatie Sint-Trudo kreeg de opdracht om voor Strijp-S een groene woontoren te ontwerpen. Het wordt de eerste ‘bostoren’ die bestemd is voor sociale woningbouw.

Lees meer bij URBANFLORA.ORG

In de nieuwbouwwijken zijn de straten smaller geworden, er kan dus minder groen een plek krijgen. De voortuinen zijn tegenwoordig minimaal of helemaal verdwenen en de tuin achter het huis is kleiner. Door dit gemis aan groen zijn bewoners maar ook stedenbouwkundige en landschapsontwerpers gaan nadenken over het meer integreren van publiek groen in de leefomgeving. Nog steeds zijn er (pocket)parken vlakbij of in wijken en de werkomgeving maar het groen wordt meer de wijk in of nabij een werkplek getrokken. Groendaken, muurtuinen en regentuinen zijn meer gemeengoed, hoewel er steeds meer varianten ontstaan. Denk daarbij bijvoorbeeld eens aan de blauw-groendaken waarbij het groendak nog meer als buffer tussen heftige buien en het rioleringssysteem dienst doet, meer watermanagement dus.

Een aantal jaar geleden zag je op het web de meest vreemdsoortige ontwerpen van groen aan en op vage gebouwen. Nu zien we veel meer serieuze en ook uitvoerbare ontwerpen van groene gebouwen en wijken. Steeds meer van deze architectonische hoogstandjes komen verder dan de tekentafel en worden gerealiseerd.

Uitgelicht ontwerp

‘Parc de la Distance’ in Wenen

‘a new kind of social-distancing park’

De sociale afstandelijkheid in (en na) het coronatijdperk vormde voor architectenbureau Studio Precht de inspiratiebron voor een project in het publieke domein. Het park geeft direct de afstandelijkheid door het ontwerp waarin de bezoeker zich in een spiraalvorm begeeft. De paden zijn allemaal ongeveer 600 meter lang en zijn omgeven door 90 cm dikke hagen, die in hoogte variëren. Het overgrote deel hiervan is zo hoog dat je andere bezoekers niet kan zien, op een paar plekken na waar dit wel kan. De paden bestaan uit grind zodat je elkaar wel kunt horen. Na flink doorstappen is het mogelijk om het centrum van de “Maze” in 20 minuten te bereiken.

“The centers of the cities should not be defined by their buildings but by the possibilities that allow us to escape to nature. Instead of banks, traffic, and office blocks, city centers should be redesigned around parks, wilderness areas, and plants. Lack of nature is a problem in many urban areas and I hope that the ‘Parc de la Distance’ can offer this escape route in more regions.”

Chris Precht, architect

Als we in het post-coronatijdperk zijn aangekomen verwijdert studio Precht een deel van het centrum van het park. Dat wordt een fonteinen-plek. De wandelaar kan er stoppen en na een kort oponthoud zijn weg verderzetten. Dat fonteinplein zou dan een moment van stilte en rust zijn in een stedelijke omgeving.

In de volgende video heeft architect Chris Precht het over; Reconnecting Nature and Architecture

In de internationale architectuur is het steeds vaker de norm om natuurlijke vormen te verwerken, je ziet dit ook in andere ontwerpdisciplines.

Hieronder een rondje de wereld over met ontwerpen die in sommige gevallen al het daglicht zagen en andere uitvoerbare plannen.

Dit kunstzinnige pand zou, als het goed is, onderdeel gaan uitmaken van de Floriade 2022. Tijdens deze tuinbouwexpositie gaat het functioneren als paviljoen voor de provincie Flevoland. Het ontstaan van de Flevopolder en dus “innovatief watermanagement”, duurzame energie en voedselproductie, omdat zij deel uitmaken van het DNA van de polder.

Het gebouw maakt zo goed mogelijk gebruik van het nieuw ontstane microklimaat, door schaduw, passieve verwarming en koelen, en natuurlijke ventilatie. Boven op het pand komt er een wintertuin. Natuur en gebouw zijn hier volledig samengesmolten en in balans.

Met een oppervlakte van maar liefst 133 hectare is dit een voorstel voor een campus van de Chinese tech-reus Tencent. In totaal zijn dit meer dan 100 gebouwen, waarvan sommige aan de bovenkant zijn verbonden met een loopbrug. Dit moet bijdragen aan een gevoel in een berglandschap te zijn.

De campus moet verijzen nabij de Chinese stad Shenzhen. Het geheel bevat naast een universiteit en kantoren ook uitgaansgelegenheid, shops en woningen. Het ontwerp is van het Nederlandse MVRDV

Veel van de skylines die we zien van grote steden zien er vaak hetzelfde uit. Een of enkele iconische bouwwerken omringd door gebouwen van een mindere kwaliteit. Vaak gaat het dan ook nog om kantoren, hier vormt een publieke ruimte het aangezicht van een stad. Het tropische regenwoud is hier de inspiratie.

Het 20 km lange ontwerp is een masterplan voor een nieuwe slimme groene stad in Maleisië. Het ontwerp komt van LAVA Laboratory for Visionary Architecture

Wolkenkrabbers van staal en glas zijn goed op hun plek in het klimaat van New York of San Francisco, maar in het tropische klimaat van Singapore zou een dergelijk gebouw veel te snel opwarmen. Dus kwam architectenbureau WOHA met deze groene 30 verdieping tellende groene toren. Waar u overigens al een kamer kan boeken.

Planten kruipen als het ware langs de gevel. Door deze groene wanden wordt de hoteltoren gekoeld op een natuurlijke manier. Naast druiven (Vitis) groeien er nog zo’n 20 andere soorten klimplanten. Uiteindelijk moeten deze planten de gehele gevel gaan bedekken.

De beplanting is zo gekozen dat deze weinig onderhoud hoeft, dit omdat er nu eenmaal niet al te veel hoveniers zijn die ook de eigenschappen van Spider-Man in zich hebben. De primaire opdracht die de architect, Richard Hassell, mee kreeg van zijn opdrachtgever was een opvallend gebouw ontwerpen, duurzaamheid en efficiënt energiegebruik waren secundaire aspecten. De architect maakte deze wel primair en onderdeel van het opvallende uiterlijk van de toren.