Nederlands groene erfenis – de inleiding

De geschiedenis van ons land heeft vanouds een uitstekende reputatie, als het gaat om tuinen en tuin- en landschapsarchitectuur. Nederland telt dan ook zo’n 1300 (beschermde) groene monumenten. Daarbij moet u denken aan historische tuinen, buitenplaatsen en stadsparken tot kasteeltuinen, kloostertuinen, begraafplaatsen en forten.

Een tuin bij een KBL is een mooie omlijsting van het gebouwde monument. De aanleg van groen was in het verleden echter geen bijverschijnsel, maar was van belang voor gezondheid, voedselvoorziening, recreatie en verdediging. Daardoor zijn deze groene monumenten zelf waardevolle getuigen van de relatie tussen de mens en de door hem geschapen natuur, door de eeuwen heen.

Groene erfenis leeft!

Dit groene erfgoed leeft, de beplanting groeit waardoor het beeld niet alleen per seizoen wijzigt maar ook met de jaren. Door de jaren heen is vaak ook de bestemming van de historische gebouwen of van de directe omgeving aan verandering onderhevig geweest.

Vollenhove

Wist u dat we in Nederland meer dan 1200 kastelen hebben en vele honderden historische buitenplaatsen en landgoederen? Er is vast zo’n bijzondere plek bij u in de buurt.

Het grote verschil met gebouwd erfgoed is duidelijk, een groen erfgoed (monument) levende elementen bevat. Een ander essentieel verschil is het proces naar voltooiing. De tuinarchitect of tuinontwerper levert een product af wat na verloop van tijd tot volle wasdom komt, en dus zijn eindbeeld laat zien. Soms kan dat pas na tientallen jaren zijn, wat het gevaar met zich meebrengt dat van het oorspronkelijk ontwerp wordt afgeweken. Hagen op andere plaatsen, gewijzigde beplanting noem het maar op. Vaak is dit ingegeven door een andere bestemming van het gebouw of een nieuwe eigenaar die graag zijn eigen stempel op het groen wil doorvoeren, zonder respect voor het oorspronkelijk ontwerp.

Slot Zuylen

Naast ruimtegebrek heeft ook de maatschappelijke ontwikkeling invloed op het groen. Economisch slechte tijden zoals nu in het coronatijdperk dwingen veel beheerders of eigenaren van groen erfgoed tot het zoeken naar nieuwe verdienmodellen (gebruiksmogelijkheden).

Het groene erfgoed hoort bij het DNA van ons land en dus ook van ons. Reden te meer om onze groene erfenis eens flink in de spotlights te zetten. Dus ‘Licht uit en spot aan’ voor ons nationaal groen erfgoed. Door de samenwerking met sKBL (stichting kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen) gaan we er alles aan doen om veel aandacht te genereren.

Slot Zuylen

Wat is nu het verschil tussen een kasteel, landgoed en buitenplaats?

Wat is een kasteel?

Het woord kasteel is afgeleid van het Latijnse ‘castellum’, dat fort of toevluchtsoord betekent. Een kasteel verrees soms op de plek van een castellum als zelfstandig en verdedigbaar versterkt bouwwerk. Het werd ook als woonhuis benut, vaak door een betrekkelijk kleine groep mensen. Dit konden edelen zijn met hun families of bijvoorbeeld een militair garnizoen. Een kasteel was groter dan een verdedigbare woontoren of donjon, maar niet zo groot als een vesting met stedelijke inwoners. Lees verder

Wat is een historische buitenplaats?

Wat een ‘historische buitenplaats’ precies is, daarover verschillen de meningen. Wij hanteren hier de volgende definitie: Een historische buitenplaats is een monumentaal huis dat met een of meer bijgebouwen een harmonieus geheel vormt met een omliggende tuin of park.

De meeste buitenplaatsen zijn gebouwd tussen 1620 en de 20ste eeuw, veelal in opdracht van rijke stedelingen. Zij lieten hun buitenplaats aanleggen in het landelijke gebied van Midden- en West-Nederland. Vooral in de zomermaanden konden zij daar afstand nemen van de lawaaierige, ongezonde stad. Ver weg van de vervuilde stinkende grachten en de vele soms dodelijke epidemieën. Lees verder

Wat is een landgoed?

Een landgoed is vaak vele hectaren groot en er vinden agrarische activiteiten plaats. Het centrale deel van een landgoed is doorgaans een buitenplaats. Die kan bestaan uit een historisch landhuis, een of meer bijgebouwen en een sier- of moestuin. Verdienden de eigenaren van buitenplaatsen hun geld met handel in de stad, landgoederen draaiden vooral op pachtopbrengsten en andere landrechten.

Ook nu worden er nieuwe landgoederen aangelegd. Wel stelt de overheid daar sinds eisen aan. Zo moet een landgoed tenminste vijf of tien hectare groot zijn en hoogwaardig groen omvatten. Een minder strenge eis is dat het landgoed deels toegankelijk is voor het publiek en dat het een vorm van bebouwing heeft. Er zijn ook nieuwe landgoederen zonder opvallende bebouwing. Lees verder

Slot Zuylen

‘Uw land is waarlijk een tuin’,complimenteerde Tsaar Alexander I zijn gastheer koning Willem I in de negentiende eeuw eeuw toen zij over de straatweg van ‘s-Gravenhage naar Haarlem reden. De rijkdom van ons land in de gouden eeuw kwam tot uitdrukking in een uitgebreid stelsel van landgoederen en buitenplaatsen die het aanzien van het land voor een groot deel bepaalden. Ook de aanleg van particulieren lusthoven, vestingwerken, de inrichting van boerenerven en de aanleg van parken en begraafplaatsen hebben ons land destijds, maar ook nu nog, veel aanzien gegeven.

Hoe meer je de achtergronden en verhalen achter de vaak geometrische tuinen uit de zeventiende eeuw of de parken in landschapsstijl uit de negentiende eeuw leert kennen, des te meer kun je de culturele rijkdom van deze tuinen op waarde schatten en ervan genieten.

De aanleg van particuliere lusthoven, vestingwerken (prins Maurits), de inrichting van boerenerven en de aanleg van parken en begraafplaatsen hebben ons land vormgegeven. Veel van deze rijkdom is verloren gegaan, want het onderhouden van tuinen is kostbaar en arbeidsintensief.

Gelukkig voor ons, als fervente tuinliefhebbers, valt er nog steeds te genieten van menig tuin en/of park bij een kasteel, historische buitenplaats of een landgoed.

Het engeltje bij de rotstuin op Twickel

Nederlandse tuinarchitectuur door de eeuwen heen

Nederlandse tuinarchitectuur is door de eeuwen heen wereldbekend en populair. Tot op de dag van vandaag gaat dit op, internationaal kijkt men naar wat er in ons land speelt op het gebied van tuin- en landschapsarchitectuur. Ondanks onze grote prestaties in het verleden, heeft nog nooit een tuinstijl of ontwerper internationaal zo veel invloed en waardering gehad op de wereldwijde tuinarchitectuur als Piet Oudolf. Hieronder gaan we met grote stappen door onze tuingeschiedenis.

De besloten hof of Hortus conclusus

De middeleeuwse en renaissancetuin lag bij kastelen en kloosters, het was een afgesloten plek, omgeven door een muur, hek of gevlochten omheining. De ‘tuun’ was bedoeld als een afspiegeling van het paradijs. Een originele tuinaanleg uit deze periode bestaat niet meer, wel bestaan er reconstructies. Een mooi voorbeeld is de kruidentuin in de vijftiende-eeuwse kloostergang van de Dom in Utrecht. Deze plek heeft veel functies gehad dat ging van slaapplek voor soldaten tot marktplein. De huidige tuin is aangelegd volgens een twintigste-eeuws tuinplan door Hein Otto.

Het gezonde buitenleven

Vanaf de zeventiende eeuw werd het huis het middelpunt van de aanleg. Aan weerzijde van de as kwamen deeltuinen, met de siertuinen dicht bij het huis. Water, fonteinen- en bassins maakten deel uit van de compositie.

Vanaf de zeventiende-eeuw verschenen er publicaties over plantmateriaal en aanleg zoals Den Nederlandtsen Hovenier door Jan van der Groen uit 1669. Het was ook dit tijdsvak dat het aanleggen van plantencollecties in de mode kwam. Langzaam werd de tuin nu minder besloten. De lengteas liep ver door in het landschap, om te eindigen bij een markant punt zoals een kerktoren of een obelisk. De perken van paleis Het Loo en Slot Zeist behoorden tot de mooiste voorbeelden.

De Landschapsstijl

De landschapsstijl was in het midden van de achtiende-eeuw in Engeland tot een ware kunst verheven. Nog steeds zijn er in het V.K veel originele tuinen in landschapsstijl te vinden. In de late achtiende-eeuw zijn er in Nederland veel parken, tuinen, stadswallen en in Groningen ook boerenerven in landschapsstijl aangelegd. De landschapsstijl met zijn erven, bloemperken, groepen bloeiende heesters en slingerende paden. Ook follies en grotten hoorden tot deze tuinstijl die vaak naadloos overging in het omringde landschap, alsof het er altijd al was.

Tuinvertier voor iedereen

In de twintigste-eeuw krijgen bewoners een ‘eigen’ tuin bij hun huur of koophuis, meestal in de nieuwe buitenwijken of tuinsteden. Parken krijgen meervoudige recreatieve functies. Aangezien wij het over kasteeltuinen, tuinen bij historische buitenplaatsen en groen op landgoederen gaan wij hier niet verder op in.

Zeer binnenkort kunt u de eerste KBL-tuin verwachten.