Naar de inhoud springen

Fallopia japonica: Een tuinplant als staatsvijand

Deze staatsvijand is niet te vinden op de lijst “meest gezochte criminelen van Nederland” maar is juist meer te vinden dan veel groenbeheerders lief is. We hebben het hier over de Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) een tuinplant die een prominente plek inneemt op het “Overzicht soorten invasieve landplanten“.

Japanse Duizendknoop (Fallopia japonica) komt oorspronkelijk uit Japan, China, Taiwan en Korea. De plant is door Philipp Franz von Siebold, een arts die in dienst van Nederland in 1823 naar Japan was vertrokken, ingevoerd als tuinplant. Vanuit de Hortus in Leiden heeft de soort zich verspreid over Nederland en de rest van Europa.

In Nederland is de soort pas na 1950 op grote schaal gaan verwilderen door het storten van tuinafval met plantenresten en inmiddels komt de soort in vrijwel heel Nederland voor. Bron: WUR

fallopia japonica
bron; Wikipedia

Ondanks de dreigende titel van staatsvijand is deze plant nog gewoon te koop in webshops en tuincentra. In de bloemsierkunst zijn de Polygonum’s als stelen nog steeds behoorlijk in trek in boeketten en bloemarrangementen. Het gebruik in de vaas is natuurlijk niet schadelijk maar de afvoer in de groene bak kan voor veel problemen zorgen als u bedenkt dat een klein stukje steel weer kan uitgroeien tot iets zeer groots en ook ongewild.

In het voorjaar groeien vanuit de wortelstokken in korte tijd veel, dicht bij elkaar staande stengels met een groot bladoppervlak. Afhankelijk van de standplaats kunnen de stengels 2 tot 3 m hoog worden. Tegen de winter sterven de bovengrondse delen van de plant weer af. Vegetaties van Japanse duizendknoop bestaan voornamelijk uit vrouwelijke planten die door het ontbreken van stuifmeel geen zaden vormen.

De verspreiding van Japanse duizendknoop vindt dan ook voornamelijk lokaal plaats via wortelstokken. Menselijk handelen vormt het grootste risico voor de verspreiding van de soort over grotere afstanden. Denk hierbij aan het verslepen van wortel- en stengelfragmenten door machinaal maaien of transport van grond waarin zich nog delen van wortelstokken en stengels bevinden. Komen deze fragmenten op een andere locatie in of op de grond terecht, dan groeien daar weer nieuwe planten uit. Bron WUR

Vooral in openbaar groen geeft deze woekerende exoot problemen. In het buitengebied is het een grote concurrent voor onze inheemse flora, dit door de snelle en compacte groei waardoor er onder de Fallopia japonica vrijwel geen planten kunnen gedijen.

Fallopia_japonica_-_Japanese_knotweed,_Japanintatar,_Parkslide_C_IMG_6997
Bron; Wikicommons

Asfalt en tegels zijn voor de plant geen probleem, met gemak wordt asfalt doorboort en tegels omhoog gewerkt. Bij gebouwen en andere constructies van beton is het kleinste gaatje groot genoeg voor de plant om naar binnen te treden en deze vervolgens te ontzetten. Als de plant naast fietspaden of middenbermen huist is hun lengte van wel snel zo’n 2 á 3 meter overhangend een gevaar voor de verkeersveiligheid.

Dhr. CJ. (Chris) van Dijk is een expert in dit soort planten en werkzaam aan de Wageningen universiteit (WUR). Vanuit zijn kennis heeft hij de volgende richtlijnen samengesteld: Wat moet je doen als je Japanse duizendknoop aantreft?

Voor kleine groeiplaatsen (<1 m²):

  • Probeer de plant te verzwakken door de stengels meerdere keren per groeiseizoen af te knippen.
  • Voer de stengels en plantenresten af in de grijze bak (restafval).
  • Probeer de uitlopers heel secuur te verwijderen, zonder dat er wortels achterblijven.
  • Eventueel kan een wettelijk toegestaan onkruidbestrijdingsmiddel toegepast worden aan het einde van het groeiseizoen (september).

Voor grote groeiplaatsen (>1 m²):

  • Probeer als terreinbeherende organisatie in kaart te brengen waar de plant voorkomt.
  • Zorg ervoor dat deze plekken niet worden meegenomen in het reguliere maaibeheer, vanwege het risico op verdere verspreiding.
  • Maai de plekken waar de planten voorkomen vaker per seizoen en voer het maaisel af naar een gecertificeerd composteerbedrijf.
  • Controleer en reinig kleding en machines na werkzaamheden.
  • Combineer verschillende bestrijdingsmethoden.
  • Monitor en evalueer de bestrijdingsmethoden en pas deze zo nodig aan.

Lees hier meer