Een zomerse overdaad van geel; en dat in februari? Inderdaad, geel zou je misschien niet met deze maand associëren, maar toch zijn er nogal wat planten die met deze zonnige kleur het tuinseizoen inluiden. Denk maar aan de winterjasmijn, verschillende cultivars van de toverhazelaar, de eerste narcis `Februari Gold` en diverse vroegbloeiende krokussen.

Op de foto zie je Eranthis hyemalis, de winterakoniet. De opname doet overdadig aan, en dat komt omdat ik de camera –  met een zak zout als “statief” – vlak voor het ‘bloemenweitje’ stevig op de grond heb gezet. Plat op mijn buik in het gras heb ik de compositie bepaald, waarbij ik geprobeerd heb om de veelheid van bloemetjes als een gele waas weer te geven. Eén enkel bloempje moest scherp zijn en uit de overdaad van geel omhoog komen. De bloemen waren open – dit gebeurt als de temperatuur wat stijgt –  en het tegenlicht maakte het geel transparant, zodat de meeldraden zich mooi aftekenen.

Winteraconieten
Deze foto is een scan van een dia.

Ik hou ervan om zo te fotograferen dat mijn lens op dezelfde hoogte is als het object dat ik vast wil leggen. Hierdoor kan ik maximaal gebruik maken van het tegenlicht. Bovendien geef ik de kijker de indruk dat hij tussen de bloemen staat en er zich één mee voelt. Met winterakonieten is dat lastig want de bloemen zijn niet hoger dan 10 cm. Je kijkt er dus bijna altijd van boven op neer.

Het is een intense ervaring om op mijn buik op de koude aarde te liggen en tegelijkertijd de eerste bijen te horen zoemen. Met verdraaid hoofd kijk ik door de zoeker en schuif wat heen en weer om de juiste uitsnede te maken. De kleine bloemen worden een prachtig geel woud en ik kan het dan ook niet laten om veel opnamen te maken. Steeds een beetje anders. Later heb ik van deze ‘lentebloem’ – d.i. de letterlijke vertaling uit het Grieks – ook nog plaatjes kunnen schieten met rijp en met sneeuw.

Ik heb altijd gedacht dat deze plant bij de voorjaarsbolletjes gerekend kon worden. Mis! Het is een knolvormige vaste plant die kan zorgen voor een echt bloementapijt als hij het naar de zin heeft. En dat heeft hij in onze doorlatende, voedselrijke en enigszins vochtige grond. Ze komen oorspronkelijk uit de bossen van zuid(-oost) Europa en daarom doen ze het zelfs in de schaduw. In Nederland en België schijnen ze ook in het wild voor te komen, maar ooit zijn ze toch hierheen gehaald en in de grond gestopt.

Bij ons staan ze onder de oude appelboom. Vanuit huis kijken we mooi uit op dit zeer beeldbepalende en karakteristieke stuk tuin. We verheugen ons elk jaar op het moment ergens in februari, soms zelfs al in januari, dat er plotseling gele puntjes in het gras te zien zijn. Altijd ga ik kijken om mezelf te overtuigen dat het feest inderdaad weer gaat beginnen. Dan hebben we al een hele tijd omslachtig om die steeds groter wordende plek heen gelopen, om niets te vertrappen.

Als het weer meezit is na een goede week de gouden cirkel rond de boom weer gevuld. Na de bloei duurt het nog een tijd voordat het zaad in de mooie stervormige zaaddozen rijp is. Tot het blad geel gaat worden en de zaden zijn gevallen maaien dit stuk gazon niet, zodat de appelboom een hele tijd in hoog gras staat voor we het handmatig kunnen afknippen. Daarna duurt het niet lang totdat het gazon zich weer mooi heeft gesloten rond de stam en we het weer gewoon kunnen maaien. Alles is, tot volgend jaar, weer keurig opgeborgen onder de grasmat.

www.gerttabak.com