Het beplanten van daken is een van de meest innovatieve en snelst groeiende ontwikkelingen op het gebied van ecologie, horticultuur en bouwen. In Nederland zijn er steeds meer groene daken bijgekomen in de afgelopen jaren. In verschillende andere landen in Europa is men ons al een aantal jaren vooruit gestreefd in deze ontwikkeling. Er is dus nog een flinke slag te slaan en biedt deze ontwikkeling volop kansen in de groene sector.

Groen op het dak of langs de gevel is al zo oud als de weg naar Rome, of in ieder geval vanaf ongeveer de 7e eeuw voor Christus toen volkeren langs de Tigris en Eufraat hun gevels en daken decoreerde met planten. Het meest bekende voorbeeld hiervan zijn de hangende tuinen van Babylon. Recenter in de geschiedenis zijn de groene daken zoals wij die kennen van de Noren. In Noorwegen werden de daken voorzien van een laag turf voor beplanting nadat het dak ‘waterproof’ werd gemaakt met stukken berkenbast.

groendak norway

In eerste instantie waren het vooral daktuinen die groen op het dak brachten. Op een harde vlakke ondergrond werd met behulp van plantenbakken een daktuin gemaakt. De nieuwe stijl van vergroenen van daken bestaat tegenwoordig uit voornamelijk twee manieren: intensief en extensief, deze benadering heeft zijn wortels in Duitsland. De keuze tussen deze twee technieken berust op de hoeveelheid aan onderhoud die er nodig is.

Ford-fabriek in Michigan
Ford-fabriek in Michigan

Intensief (daktuin).

Intensieve dakbeplanting komt voort uit de oude-stijl daktuinen. De daktuin wordt hier op dezelfde wijze gebruikt als een traditionele tuin, ook het onderhoud ervan komt overeen met een tuin op grondniveau. De bodem van deze tuinen heeft een diepte van tenminste 15 cm. In eerste instantie werd hier gewone aarde voor gebruikt maar in een later stadium is dit vervangen door een (lichtgewicht) substraat.

Simpele intensieve groendaken worden voorzien van gras of andere bodembedekkers die regelmatig onderhoud behoeven, de substraatlaag kan dunner zijn en daardoor ook minder kostbaar. Een intensief dak kan allerlei beplanting krijgen, dit kunnen bijvoorbeeld vaste planten, bomen, heesters en gras zijn. Deze daken kunnen zelfs zijn voorzien van vijvers en zijn in de meeste gevallen te betreden en moet er regelmatig onderhoud worden gepleegd.

Extensief (groendak). 

Extensieve groendaken zijn in eerste instantie niet bedoeld om door mensen te betreden. Deze tuinen zijn in veel gevallen zelfs niet eens te zien. Indien het dak het (bouwkundig) toelaat kunnen er wel paden of uitkijkpunten op komen. Deze daken zijn ecologisch en duurzaam omdat er minder beroep wordt gedaan op arbeid en de beplanting is aangepast aan de lokale omstandigheden, zodat er bijvoorbeeld geen extra water nodig is. De substraatlaag is meestal dun (2 tot 15 cm.) waardoor de belasting van het dak minder is en dit dus ook de bouwkosten drukt.

De beplanting is ‘en masse’ en kan worden vergeleken met grasplantjes in een grasmat. Het groendak zoals deze daken over het algemeen worden genoemd is ontworpen om zo weinig mogelijk onderhoud te plegen. Het onderhoud bestaat voornamelijk uit ‘walkovers’ om ongewenste soorten te verwijderen. Extensieve groendaken zijn over het algemeen veel goedkoper dan intensieve daken, zowel in constructie als onderhoud.

In de mix.

De benadering zoals hierboven aangegeven is niet altijd zo simpel als het hier lijkt, er zijn veel voorbeelden waar extensief en intensief in elkaar overlopen. Een intensief dak zou bijvoorbeeld extensieve elementen kunnen bevatten, zoals de naturalistische beplanting, biodiversiteit en watermanagement.

roof tsgw 001

Groendaken voor biodiversiteit.

Wanneer u bijvoorbeeld bij uw nieuw te bouwen woning het dak laat uitvoeren als groendak waarop de oorspronkelijke planten van het gebruikte terrein worden geplaatst zorgt u ervoor dat de impact op het milieu zo klein mogelijk is. De natuur is er immers in het aantal vierkante meters vrijwel niet op achteruit gegaan.

Brown Roof.

Als tegenhanger van de alomtegenwoordige sedumdaken met hun dunne substraatlaag kwam er meer behoefte aan groendaken met een regionale identiteit. Deze groendaken vonden hun oorsprong in Zwitserland. Bij deze daken gaat het primair om het maken van habitats voor biodiversiteit. De substraatlaag wordt samengesteld met, steengruis, verpletterd beton, zand, gravel en aarde afkomstig van het bouwterrein van waar het groendak komt.  Er kan worden gekozen om de beplanting spontaan te laten ontstaan of er wordt een specifieke zadenmix samengesteld.

De substraatlaag heeft verschillende hoogtes met een minimum van 15 cm, maar kan zeker niet tot de lichtgewicht substraten worden gerekend. Ook kan een dergelijk dak boomstronken en watergedeelten bevatten. Deze daken zorgen voor een zo klein mogelijke verstoring van de natuur. Het zijn ook deze daken die een uitdaging vormen voor creatieve tuinontwerpers! Omdat deze daken, net als het nabijgelegen terrein, niet het hele jaar rond groen zijn worden zij vaak ‘Brown Roofs’ genoemd.

Groendaken voor watermanagement.

Groendaken en dan vooral de extensieve variant kan een grote rol spelen in watermanagement in vooral stedelijke gebieden. Het zijn juist deze gebieden die voor ongeveer 40/50 % van het oppervlak uit daken bestaan. Gemiddeld 75 % van de regenval in stedelijke gebieden wordt zo snel mogelijk afgevoerd omdat de oppervlaktes bestaan uit asfalt, beton en dakbedekking, in een groen gebied is dit slechts 5 %.  Steeds vaker zorgt hevige regenval in stedelijke gebieden voor problemen zoals overstromingen door te zware belasting van het rioleringssysteem.

Groendaken kunnen functioneren als buffer tussen het weer (zware regenbuien) en het drainage of rioleringssyteem. Regenwater wordt geabsorbeerd door het substraat en de planten. Een gedeelte hierbij wordt terug gegeven aan de atmosfeer door verdamping. De opslagcapaciteit van een groendak varieerd door factoren als: welk seizoen van het jaar, de diepte van het substraat, het aantal en type lagen die zijn aangebracht bij de constructie, de helling van het dak, de eigenschap van het groeimedium, het type plant wat wordt gebruikt en de intensiteit van de regenval.

De snelheid waarmee het water van gladde oppervlaktes, zoals dakbedekking, asfalt, beton, richting het drainage of rioleringssysteem vloeit wordt gemeten in het runoff-effect. Bij een standaard dak is dit al snel rond de 80%, bij een groendak met een substraat van 5 cm is dit 50% en bij een groendak met 15 cm substraat is dit 40%. Dit is een aanzienlijk verschil! In het watermanagement in en rond onze woning of kantoor kunnen we meedere elementen toepassen, naast het groendak kan dit ook een muurtuin, verhoogde border, vijver of bioswale (een greppel met beplanting) zijn. Wanneer er meerdere van deze elementen worden toegepast spreken we van een: SUDS, Sustainable Urban Drainage System.

bere-architects-passivhaus-roof-gardens-energy-efficient-the-muse-6

Groendaken voor een beter milieu.

Groendaken vergroten de aanwezigheid van planten in het stedelijke gebied en daarmee ook de goede eigenschappen van planten op ons milieu. Planten zijn van groot belang voor het opvangen van fijnstof uit de lucht.

Groendaken, en groen in het algemeen, kunnen ook een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van het stedelijk klimaat. Doordat kale daken de warmte van het zonlicht vasthouden, er tussen bebouwing minder wind waait en auto’s, fabrieken en airconditioning restwarmte afgeven stijgt de temperatuur in een stad snel, dit wordt het Urban Heat Island Effect genoemd.

Als voorbeeld: de stad Berlijn,  hier is de nachttemperatuur in een windloze nacht 9 graden celcius warmer dan het omringende landschap. Beplante daken en vooral veel groen in de stad veroorzaken als het ware een gunstig microklimaat.

Het effect dat groene ruimtes over het algemeen hebben op het stedelijk klimaat heeft tot nu toe weinig aandacht gekregen. De belangrijkste functie van stadsgroen  in deze context is het gebruiken van warmte/zonenergie als motor in het proces van evapotranspiratie van de vegetatie., dit heeft over het algemeen een verkoelend effect. Evapotranspiratie is het gecombineerde effect van transpiratie (de beweging van water door de plant, vanaf de wortels tot het teruggeven via de bladeren aan de atmosfeer) en de evaporatie (verdamping) van water van de aarde en de oppervlakken van de vegetatie.

Grote open plekken met groen, zoals parken met veel open grasvelden hebben een minder verkoelend effect dan kleinere groene plekken met een afwisselende beplanting. Het beste effect wordt bereikt met veel tuinen, pocket-parken en groendaken in een zo groot mogelijke concentratie.

RoofGarden_8

Groendaken kunnen ook, een niet onbelangrijke, rol spelen bij het terugbrengen van geluidsoverlast. Harde opppervlakken in het stedelijk gebied hebben de eigenschap het geluid te weerkaatsen. Groene daken echter kunnen het geluid absorberen, zowel de beplanting als de substraatdiepte zijn hierbij de belangrijkste factoren. Hoewel er over dit onderwerp weinig wetenschappelijk is gepubliceerd zou een groendak met een substraatlaag van tenminste 12 cm het geluid reduceren met 46-50 %. Duitse onderzoekers hebben met een groendak (met 10 cm substraat) bij een gebouw op Frankfurt Airport het geluid in het gebouw kunnen reduceren met 5%.

Economische voordelen.

Het eerste economische voordeel is de levensduur van een groendak ten opzichte van een conventioneel dak. Een normale dakbedekking heeft een gemiddelde levensduur van 15-20 jaar, terwijl een groendak al snel 30-50 jaar mee kan gaan. Een groendak stelt bij de aanleg hogere eisen, gedeeltelijk vanwege het gewicht maar ook omdat het dak simpelweg 100% waterdicht moet zijn. Dit brengt met zich mee dat een groendak dus ook duurder is om aan te leggen, daar tegenover staat dat het dak langer mee gaat doordat het dak beschermd wordt tegen extreme weersomstandigheden door de beplanting en de substraatlaag. Er zijn in de praktijk zelfs voorbeelden van groene daken die voor de Tweede Wereldoorlog zijn aangelegd en die nu nog steeds in een goede conditie verkeren (Derry and Toms Department store in Londen – 1938).

RoofGarden_5

Bij veel bedrijfspanden zijn de kosten voor het koelen (airconditioning) in de zomer hoger dan de kosten voor het verwarmen in de winter. Met de aanleg van groendaken op uw bedrijfspand behaald u een direct resultaat door een flinke daling in uw energiekosten.

Om een maximaal effect te verkrijgen moet het groendak worden voorzien van een groenblijvende beplanting.

Bij een buiten-temperatuur van tussen de 25-30 graden celsius is de binnen-temperatuur onder een groendak 3-4 graden lager in vergelijking tot een conventioneel dak. In klimaten waarbij airconditioning essentieel is voor het verkrijgen van een aangenaam werkklimaat kan een groendak een belangrijke rol spelen bij het verlagen van de binnen-temperatuur, een verlaging van de temperatuur van 0,5 graden, door een groendak, geeft een besparing in de kosten voor airconditioning van 8%.

In Canada heeft Environment Canada onderzoek gedaan bij twee dezelfde bedrijfspanden met één verdieping. Een van de gebouwen was voorzien van een groendak (met div. grassoorten) waarop een substraatlaag is aangebracht van 10 cm, het andere gebouw was voorzien van traditionele dakbedekking, Het gebouw met het groendak was daarbij 25% goedkoper uit met de kosten voor het koelen met airconditioning in vergelijking met het gebouw zonder een groendak.

Vooral bij grote kantoren en fabrieken is deze besparing van gemiddeld 25% op de energiekosten een belangrijke reden om het gebouw van een groendak te voorzien.

Brooklyn Grange New York
Brooklyn Grange New York

De substraatlaag.

Een substraatlaag kan bestaan uit een van de volgende materialen of uit een mix van materialen:

De cijfers geven het gewicht aan in kg per m2 in een 1cm dikke laag

  • Gravel 16-19
  • Kiezels 19
  • Puimsteen 6,5
  • Baksteen 18
  • Zand 18-22
  • Zand en gravel 18
  • Aarde/grond 17-20
  • Lavasteen 8
  • Perlite 5
  • Vermiculite 1
  • Gebakken kleikorrels 3-4

roof 4

De beplanting.

Op de Universiteit van Sheffied heeft Nigel Dunnett vanuit wetenschappelijk onderzoek een aantal planten geschikt gevonden voor groendaken. Dunnett wordt wereldwijd erkend als de autoriteit op dit gebied.

nigel dunnett
Nigel Dunnett in één van zijn rijke wilde bloemenweides op het Olympisch Terrein in Londen.

Vaste planten.

Extensief groendak, substraat van 4-6 cm diep.

  • Acaena microphylla
  • Acinos alpinus
  • Carlina acaulis
  • Chiastophyllum oppositifolium
  • Euphorbia capitulata
  • Fascicularia
  • Herniaria alpina
  • Jovibarba sobolifera
  • Mazus reptans
  • Petrorhagia saxifraga
  • Raoulia australis
  • Rosularia aizoon
  • Sagina subulata
  • Saxifraga paniculata
  • Scutellaria orientalis
  • Sedum
  • Sempervivella alba
  • Sempervivum arachnoideum

Extensief groendak, substraatlaag van 6-12 cm.

  • Alyssum argenteum
  • Antennaria dioica
  • Anthericum liliago
  • Anthyllis vulneraria
  • Armeria juniperifolia
  • Asplenium trichomanes
  • Aubretia
  • Babiana
  • Centaurium erythraea
  • Cerastium tomentosum
  • Corydalis
  • Cymbalaria muralis
  • Dianthus anatolicus
  • Duchesnia indica
  • Echeveria
  • Erinus alpinus
  • Hypochaeris glabra
  • Iris pumila/flavescens
  • Leontodon autumnalis
  • Leptinella
  • Lysimachia nummularia
  • Oxalis acetosella
  • Polypodium vulgare
  • Potentilla cinerea/erecta
  • Primula veris/vulgaris
  • Prunella vgrandifloa
  • Saponaria pumila
  • Serratula seoanei
  • Teucrium pyrenaicum
  • Thymus
  • Verbascum phoeniceum

Extensief/semi-extensief groendak, substraatlaag van 10-15 cm.

  • Achillea
  • Aethionema grandiflorum
  • Ajuga pyramidalis
  • Alchemilla alpina/conjucta
  • Anacyclus margaritacea
  • Anthemis nobilis/tinctoria
  • Aquilegia alplina/canadensis
  • Arabis caucasia
  • Artemisia
  • Ararum caudatum
  • Aster
  • Bergenia cordifolia
  • Billbergia
  • Calamintha grandiflora/nepeta
  • Campanula
  • Carlina vulgaris
  • Centaurea
  • Centranthus ruber
  • Daucus carota
  • Davallia
  • Delosperma cooperi
  • Dryas drummondii
  • Epimedium alpinum
  • Erigeron glabellus/glaucus
  • Erodium cheilanthifolium
  • Euphorbia
  • Filipendula vulgaris
  • Geranium cinereum/dalmaticum/endressii
  • Glechoma hederacea
  • Globularia cordifolia
  • Gypsophila paniculata/repens
  • Hedera helix
  • Helianthemum nummularium
  • Horminum pyrenaicum
  • Hypericum olympicum/perforatum
  • Iris aphylla/graminea/pallida
  • Leucanthemum vulgare
  • Limonium latifolium
  • Linaria alpina
  • Lychnis coronaria/viscaria
  • Malva moschata
  • Nepeta
  • Oenothera acaulis
  • Ononsis cristata
  • Onosma alborosea
  • Origanum laevigatum
  • Pachysandra terminalis
  • Penstemon hirsutus ‘Pygmacus’
  • Phlox
  • Pulsatilla vulgaris
  • Ranunculus bulbosus
  • Sanquisorba minor
  • Tiarella cordifolia
  • Verbascum nigrum
  • Veronica incana/prostrata
  • Vinca major/minor
  • Viola biflora

Semi-extensief groendak, substraatlaag van 15-20+ cm.

  • Aloe
  • Betula nana
  • Brachyglottis
  • Buddleja davidii
  • Calluna
  • Ceanothus thyrsiflorus ‘Repens’
  • Cichorium intybus
  • Cistus
  • Cotoneaster adpressus/dammeri
  • Cytisus procumbens
  • Echium russicum
  • Eriogonum russicum
  • Erysimum
  • Genista lydia
  • Hebe
  • Heuchera
  • Jasminum nudiflorum
  • Juniperus communis/horizontalis/procumbens
  • Knautia arvensis/macedonica
  • Kniphofia
  • Lavandula
  • Libertia formosa
  • Lonicera
  • Perovskia atriplicifolia
  • Phlomis fruticosa/samia
  • Pinus mugo/nigra
  • Potentilla frutocosa
  • Prunus pumila/tenella
  • Rosa multiflora/rugosa/pimpinellifolia
  • Rosemarinus officinalis
  • Rumex  acetosella
  • Salix apoda/hastata/heveltica/lanata
  • Salvia nemorosa
  • Sorbus reducta
  • Spiraea decumbens/japonica
  • Tellima grandiflora
  • Tradescantia
  • Trifolium repens
foto; www.pictorialmeadows.co.uk
foto; http://www.pictorialmeadows.co.uk

Grassen en grasachtige planten.

Extensief groendak, substraatlaag van 4-6 cm.

  • Carex caryophylla
  • Corynephorus canescens
  • Festuca punctoria/vivipara

Extensief groendak, substraatlaag van 6-10 cm.

  • Bouteloua curtip[endula
  • Buchloë dactyloides
  • Carex firma/montana/umbrosa
  • Festuca cinerea/ovina/rupicola
  • Koeleria macrantha
  • Melica ciliata

Extensief/semi-extensief groendak, substraatlaag van 10-15 cm.

  • Briza medica
  • Carex digitata/flacca
  • Festuca amethystina/mairei
  • Koeleria glauca
  • Sesleria albicans/autumnalis
  • Stipa capilatta

Semi-extensief groendak, 15-20+ cm.

  • Calamagrostis brachytricha
  • Carex morrowoii
  • Deschampsia caespitosa
  • Festuca scoparia
  • Luzula nivea/sylvatica
  • Sporobolus airoides/heterolepis
  • Stipa calamagrostis
Moorgate Crofts Green Roof Foto: Nigel Dunnett
Moorgate Crofts Green Roof Foto: Nigel Dunnett

Bolgewassen.

Extensief groendak, substraatlaag van 4-6 cm

  • Allium atropurpureum/caeruleum/carnatum/flavum

Extensief groendak, substraatlaag van 6-10 cm

  • Allium cernuum/moly/strictum/vineale
  • Muscari armeniacum/botroyoides

Extensief/semi-extensief, substraatlaag van 10-15 cm.

  •  Allium cernuum/moly/strictum/vineale
  • Muscari

Extensief/semi-extensief, substraatlaag 10-15 cm.

  • Allium christophii/karataviense
  • Anemone apennina/blanda
  • Crocus chrysanthus
  • Hyacinthoides non-scripta/hispanica
  • Ixia
  • Narcissus
  • Nerine
  • Scilla bifolia/siberica
  • Tulipa tarda/urumiensis/+

Allium op een groendak in Zaandam

Allium op een groendak in Zaandam

Bekijk hier de vele berichten over groendaken bij TuinenStruinen.