Twickel, het grootste Groen Cultureel Erfgoed van Nederland

twick 1twick 2twick 3

De voormalige havezate Twickel is het grootste landgoed van Nederland dat nu in totaal vierduizend hectaren beslaat met ongeveer 130 boerderijen. Twickel is nooit alleen een buitenplaats geweest waar men ’s zomers voor zijn plezier woonde, maar altijd een economische eenheid die rendement moest opleveren.
Er was echter wel plaats voor een aanzienlijke siertuin of park. In dit park met zijn rijke tuingeschiedenis zijn veel beroemde tuinarchitecten werkzaam geweest en het aardige is dat veel exponenten van de elkaar afwisselende modes en stromingen er nog altijd te vinden zijn.
Het huis werd in 1347 gebouwd in opdracht van Herman van Twickelo.
In 1551 werd het verbouwd met een voor Nederland zeldzame voorgevel in renaissancestijl.
In 1692 is er sprake van een grote uitbreiding.

Op de kaart van het Huis Twickelo uit omstreeks 1700, zien we het huis liggen binnen een dubbele omgrachting met een bleek en boomgaarden ten noorden van het kasteel en een lusttuin met sierperken en moestuinen ten zuiden ervan.

Op een situatiekaartuit omstreeks 1730 is te zien, dat het terrein aan de westzijde is uitgebreid met een siertuin en dwars daarachter met langwerpige bassins. De waterwerken moeten in die tijd vermaard zijn geweest.

Het ontwerp dat de tuinarchitect Daniel Marot voor dit gedeelte maakte, is op deze kaart niet terug te vinden. De bleek en de bloemperken aan weerszijden van het huis zijn omstreeks 1730 eveneens in sierperken veranderd. Ten oosten van het kasteel loopt een lange toegangslaan, waar hakhoutcomplexen zijn aangelegd.

Omstreeks 1787 worden het kasteel Twickel en het gehele landgoed en de Twickelervaart, gegraven vanaf 1771, in kaart gebracht door H.J. van der Wyck. Nu blijken de binnentuinen en de hakhoutcomplexen, de Breeriet, ten oosten van het kasteel door kronkelpaden doorsneden te worden.

Dit duidt op een vroege aanleg in landschapsstijl. De oostelijke toegangslaan is bovendien komen te vervallen.

Uit een beschrijving uit 1783 van J.F.W. van Spaen komt eveneens het beeld van een aanleg in vroege landschapsstijl met een wandeling gedecoreerd met tuinpriëlen en paviljoens naar voren. Een duidelijker beeld van deze landschappelijke situatie toont de kaart van T.A. Hartmeijer uit 1794 (zie illustratie). Hierop is te zien dat de bassins achter het huis zijn vergraven tot een grote waterpartij en dat buiten het grachtenstelsel ten noorden van het huis de zogenaamde wildbaan, een hertenweide met slingerende waterloop en boomgroepen, is aangelegd. In deze tijd is al sprake van een oranjerie en een ijskelder die beide nog op dezelfde plaats aanwezig zijn. Deze Anleg is op de luchtfoto nog wel herkenbaar.
In 1835 wordt J.D. Zocher jr. aangezocht een ontwerp te maken. Hij kreeg de opdracht de kleinschalige achttiende- eeuwse landschappelijke aanleg met vele kronkelpaadjes te veranderen in moderne vormen met open weiden, solitaire bomen en wandelingen, waarbij de bosaanplant aan weerszijden van het kasteel en rondom de vijverpartij kwam te liggen. Ook maakte hij ontwerpen voor een classicistische verbouwing van de oranjerie, voor een koepel, een dierenverblijf en een ananassenbak.
Door de tuinarchitecten H. en S.A. van Lunteren werden omstreeks 1840 ontwerpen gemaakt die niet werden uitgevoerd.
De voormalige hakhoutbossen in het overbos, genaamd de Breeriet, werden in 1871 door de firma J.D. Zocher en L.P. Zocher opnieuw vormgegeven. Aan het eind van de negentiende eeuw werden nog twee tuinarchitecten ingeschakeld.
Vanaf 1885 tot zijn dood werkte C.E.A. Petzold op Twickel. Hij verrijkte in de eerste plaats de parkaanleg van J.D. Zocher met meer bijzondere soorten bomen en legde een zogenaamde Umfassungsweg aan rond het hele landgoed, met vergezichten vanuit verschillende punten terug naar het huis. Hiertoe moest hij een en ander dat door Zocher was aangeplant weer kappen.

 

In 1886 leverde de Franse tuinarchitect E.F. André drie alternatieve ontwerpen voor de geometrische invulling van de binnentuin ten zuiden van de oranjerie. H.A.C. Poortman voerde een van deze ontwerpen uit en wijzigde dit weer naar zijn eigen ontwerp in 1907. Deze oranjerietuin bestaat nog en is tegenwoordig nog te bezichtigen.
Het park heeft karakteristieke ontwerp-elementen van Zocher, Petzold en Poortman behouden. In 1907 werd in het park een formele rozentuin aangelegd door de Engelsman Rabjohn. Omstreeks 1928 legde de eigenaresse, barones Van Heeckeren van Brandenburg, een ‘cottage garden’ aan, in de wandeling ‘de rotstuin’ genoemd.

In latere jaren werd zij bij de beplantingskeuze van deze tuin geadviseerd door de Enschedese tuinarchitect Tj.H. Koning. Er was dus sprake van een rozentuin, een oranjerie-tuin en een cottagetuin, alle zo karakteristiek voor het einde van de vorige en het begin van deze (is nu vorige) eeuw. De geknipte buxussen in de vorm van vogels en spiralen prijken op vele afbeeldingen van de tuin van Twickel.

Toevoeging: in deze 21 ste eeuw heeft de landschapsarchitect Michael van Gessel de tuinen en het park aangevuld en verrijkt naar de smaak van onze tijd. Hij heeft de rozentuin van een prieel voorzien, bruggen toegevoegd, een ronde colonnade toegevoegd en de Zocher stijl proberen terug te brengen. Alles zeer geslaagd wordt algemeen beweerd.
Bron Gids voor de Nederlandse Tuin-en Landschapsarchitectuur, deel 1, 1995.

Redactie: Carla Oldenburger – Groene Historie

Foto’s: www.twickel.nl

One comment

  • Bij de beschrijving van Twickel luidt het slotzinnetje; ‘Alles zeer geslaagd wordt algemeen beweerd’ . Met dat woord ‘beweerd’ kun je veel kanten op, zoiets van ‘ja dat zegt men wel maar…’.(Zie ook de definitie in Van Dale). Ik vraag me dus af waarom dat woord ‘beweerd’ is gekozen? Zijn er dan ook deskundigen die er anders over denken? Dat zou interessant zijn om te vernemen

    Like

Reacties zijn gesloten.