Tuinvedettes uit GJ Deunk’s Archief: Marijke Heuff

marijke 004

“Bij een goede tuin stokt mijn adem”

Interview van Gerritjan Deunk met Marijke Heuff in het TUINJOURNAAL van november 1996.

Marijke Heuff is de eerste in Nederland die van tuinfotografie haar vak maakte. Ze kiekte vele boeken en kalenders vol. Na al die jaren is ze nog steeds enthousiast én nieuwsgierig naar de volgende tuin.

marijke 002Op de eerste foto’s die Marijke Hueff in haar leven maakte staan spelende kinderen die de zee in rennen. Locatie: Afrika, waar ze werkzaam was voor Terre des Hommes. De camera bungelt aan haar schort wanneer ze als verpleegster in Biafra werkt. Fotograferen heeft eigenlijk niet haar grootste sympatie, ze tekent liever. Toch leverde het ‘gewoon maar knippen’ aardige resultaten op, voor het eerst gepubliceerd in de blaadjes van Terre des Hommes. Sindsdien gaat op iedere reis de camera mee. Een reportage over de indianen in Zuid-Amerika wordt in de Margriet gepubliceerd. We spreken begin 70-er jaren.

Terug in Amsterdam worden de onderwerpen dicht bij huis gekozen. Het zijn de stoeptegel- en geveltuinen die haar tijdens haar dagelijkse fietstochtjes als wijkverpleegster ontroeren. De Margriet maakte er meteen een reportage van zes pagina’s van. Hiermee werd de tuinfotografie geboren. de dakterrassen worden ontdekt door kerktorens te beklimmen. Zo ook het felrode dakterras van Marte Röling vanaf de Westerkerk. De tuinfotografie zoals zij die nu nog beoefent begon in de Zeeuwse tuinen, daar werden haar ogen geopend. de reportages van deze tuinen werden in talrijke tijdschriften en boeken gepubliceerd.

Dan komt het eerste boek. An Rutgers van der Loeff belt Marijke op of ze het boek van de maand september wil helpen maken. Uitgeverij ploegsma drukte 80.000 exemplaren! Daarna komt met Elizabeth de Lestrieux ‘Het kleine paradijs’. Ook een succes en inmiddels al aan een 6e druk toe, een unicum voor een tuinboek. Ook was de Garden Picture Library in haar geïnteresseerd, terwijl de Duitse uitgever Kosmos na haar bezoek aan de Frankfurter Buchmesse haar eerste tuinkalender publiceerde. Een boek over Maria Hofker-Rueter verscheen eerst in het Frans bij Chêne en daarna bij Becht in het Nederlands. Ook werden drie boeken in Engeland gepubliceerd. een standaardwerk is ‘Tuinen in Nederland’, uitgegeven bij Terra. Samen met Florentine van Eeghen als Auteur maakt ze boeken: ‘Borders in beeld’, ‘Een wandeling door Zeeuwse tuinen’ en ‘de Kunst van het combineren’.

Heuff: “Filosofie? Eenvoudig! Een tuin moet ‘ervaren’ worden . Steeds weer terugkomen, inzoemen op het onderwerp. Alle seizoenen fotograferen op ieder moment van de dag. Gewoon busje mee, in de auto slapen en ’s ochtends vroeg fotograferen bij het mooie ochtendlicht. Je moet je een tuin eigen maken, veroveren. Een goede tuin herken je snel, je proeft of de eigenaar oorspronkelijk bezig is. Dat heeft niets met mode of trends te maken. Als de eigenaar kloven in de handen heeft en zwarte nagels dan heb je met een echte tuinliefhebber te maken. De grootte van de tuin is net relevant. Het gaat mij om de sfeer en de persoonlijke uitstraling. En dan zijn we weer terug bij de stoeptegeltuin. Op de gracht heeft menigeen zijn stoeptuin met verve tegen onfatsoen van vernielzuchtige passanten en foutparkeerders verdedigd. Men blijft planten! dat is de ware geest.”

marijke 003

Een goede tuin herkent Marijke direct. “Wanneer ik voor het eerst een tuin zie en mijn adem stokt even dan weet ik dat het goed zit. Bij het zien van een boerentuintje trilt er iets van binnen, dan ben ik weer terug in de Achterhoek uit m’n jeugd. Ik ging met mijn vader die arts was mee de boer op achter op de moterfiets. Boerinnen met knipmutsen op tussen bonte éénarigen in groentetuinen temidden van bonestaken en boerekool, dat is een onuitwisbare indruk en levenslange inspiratie. Ook daar voelde ik een sterke verbondenheid met de aarde”.

“Mag ik, excuses aan alle anderen, een voor mij oorspronkelijke mens noemen? Walda Pairon. Haar tuindecoraties zijn uniek en eigenlijk onnavolgbaar. Velen proberen dat na te doen, dikwijls een slechte kopie. Om kort te gaan: liever een lege, dan een volle tafel met pompoenen op de foute plek. Natuurlijk onderga je in vloeden, maar die moet je op eigen wijze verwerken”.

Toekomst? Bij Terra gaat mijn langgekoesterde wens in vervulling. Een boek over boerentuinen waar ik aan meewerkte. Bij Lannoo verschijnt een boek over het werk van Walda Pairon, ik verzorgde de tuinfotografie. Vrij veel projecten lopen op dit moment in Engeland. De cirkel is weer rond, want opnieuw krijgt het groen in Amsterdam zoals het stoeptegeltuintje en de woonboottuin op de wallenkant mijn extra aandacht. Omdat sinds kort de gemeente het credo hanteert, mooi betekent schoon en leeg, is het gevolg dat vele straattuintjes zouden moeten verdwijnen. Ik blijf het groen verdedigen!

Tekst: Gerritjan Deunk

Fotografie: L.J.A.D Creyghton

Tuinjournaal Nederlandse Tuinenstichting november 1996

Andere berichten in deze serie: Piet en Anja Oudolf, Mini ter Kuile, Gravin Michel d’Ursel.statiefoto gj